Thuis

Kennissen van ons zijn verhuisd.
Van een huis met een enorme tuin in een dorp van zo’n 1700 inwoners, naar een flat op de eerste etage van een dorp dat 10.500 inwoners telt.
Een behoorlijke verandering dus.
Gisteren waren we voor het eerst in hun nieuwe huis.
We kregen een rondleiding door de ruime, lichte flat.
De eerste vraag die ik stelde was: Hebben jullie het hier naar je zin?
(Ze wonen er nu een kleine 3 maanden) En wat de man zei zette me behoorlijk aan het denken: “De flat is ingericht en klaar, nu moeten we er nog ons thuis van maken.”

Hoe doe je dat ergens een thuis van  maken? Je hebt nieuwe- en je vertrouwde “oude spullen”, je hebt geverfd en behangen naar je eigen smaak, het is klaar! Maar hoe maak je er een thuis van?
Ook hij wist niet echt hoe.
Misschien kan een huis alleen een thuis worden door er een tijd in te wonen?
Het moet je eigen “geur” krijgen, vertrouwd worden.
Misschien wordt het een thuis door je buren te leren kennen?
Ik ben er niet uit.
Eerlijkheidshalve hoop ik dat ik nooit meer hoef te verhuizen, dat we hier kunnen blijven en van hieruit ooit (nog lang niet maar ooit) ten grave kunnen worden gedragen. Zodat we nergens meer een thuis meer hoeven maken; we hebben het al.

 

Vogels

spechtvlaamsegaairansuil.jpg2

Wat zou het leven “kaal” zijn zonder vogels. De geluiden: het getjilp en gekwinkeleer, maar ook het visuele: het gefladder en gevlieg. Eigenlijk zie en hoor je in de natuur bijna overal vogels. Het leuke is ook dat er zoveel soorten zijn ( in Nederland ongeveer 500 soorten volgens  het DBA) en dat je ze zowel in een tuin in een dorp als op een balkon in de stad, als in het bos, op het strand of een weiland vindt. Extra leuk is het als je een “ongewone” soort op een bepaalde plek vindt: een kleine bonte specht op je balkonnetje, een Vlaamse gaai op je raambol of een ransuil in de boom op de hoek van de straat.
Vogelvoer op balkon of in de tuin lokken extra veel vogels, zeker in deze wintertijd. Een pot vogelpindakaas, gehakte pinda’s in een raambol, een voedersilo met pitten, of een vetbol trekken verschillende soorten vogels aan. Onder onze zadensilo liggen altijd veel “gemorste” zaden, de Turkse tortels en de houtduiven die niet op de silo kunnen zitten, doen zich op de grond tegoed aan deze zaden.

Behalve mooi en leuk zijn vogels ook nuttig,  ze houden de insectenstand op pijl en door het eten van bessen en zaden zorgen ze ervoor dat plantenzaadjes verspreid worden.
Ik schrok enorm toen ik op Malta mensen vogels zag vangen. Veel trekvogels die op Malta “uitrusten” worden daar gevangen. Toen wij er waren ( jaren geleden) waren dat  er zo’n 5 miljoen op jaarbasis! Vreselijk.

Ook in Nederland worden vogels gegeten; de kip, kalkoen, haan en fazant bijvoorbeeld. Overwegend vogels die niet (meer) kunnen vliegen. Deze gekweekte dieren zullen, niet met uitsterven bedreigd worden. Ik las ooit een (omstreden)verhaal dat uitsterven door eten gebeurd was met de dodo; die werd zeer vroeger té veel opgegeten door de koloniale mens en hun meegebrachte dieren. Of het “echt” waar is….
Ook las ik dat de fazant geen inheemse vogels is, dus dat er Nederlanders zijn die deze vogel willen “uitbannen” Mijn vraag is dan altijd: Tot hoever wil je terug gaan in de tijd om te bepalen WAT er in Nederland WEL was en WAT niet. Op oude schilderstukken(stillevens)van Nederlandse meesters zie je vaak fazanten op hun kop in een “eettafreel” hangen, dus vroeger waren ze hier al.
Ga ver terug in de tijd en er was hier alleen overal ijs!
Laat leven wat er aan vogels is, en laat natuurbeschermers de vingers aan de pols houden betreft de aantallen.