Een teken van liefde

Dit weekend waren we te eten gevraagd bij iemand die we lang niet gezien hadden.
Juist afgelopen week hoorde ik in een t.v. programma iemand zeggen dat iemand te eten vragen een teken van liefde is.
Ik vind dat mooi gezegd en denk dat dat ook zo is. (het tegenovergestelde is ook waar: voor iemand die je niet mag, kook je niet)

Onze gastvrouw reist veel. Haar huis reflecteert haar reislustigheid. Hele mooie en aparte meubels geven een aparte sfeer. Haar laatste aanwinst was een houten bijzettafeltje in de vorm van een schildpad uit Kirgistan. Ze had het mee willen nemen als handbagage (in een tas) maar dat was niet gelukt. De reden: ze had het als wapen kunnen gebruiken en iemand mee buiten westen slaan. Nu ik de kleine rakker gezien heb, kán ik me daar iets bij voorstellen! Dat zij dat ooit zou doen, kan ik me dan weer niet voorstellen, maar er zal maar iemand met geweld je je schildpad afhandig maken om als wapen te gebruiken. Het zou kunnen!

Wie verre reizen doet kan veel verhalen zei de Duitse dichter Matthias Claudius
(1740-1815) ooit   (ik neem wel aan dat hij dat in het DUITS zei)
En zo is het ook. Zo wist ik bijvoorbeeld niet dat er in Oezbekistan grote hoeveelheden cashewnoten worden geteeld, ook dáár was onze gastvrouw onlangs geweest.

We hadden een gezellige avond, die zeker een vervolg gaat krijgen.
Ook wij willen graag voor háár koken en zo onze vriendschap tonen.

(Overigens ben ik weer niet stuk van de Latijnse uitdrukking Quid pro quo oftewel Voor wat hoort wat. Je kunt ook liefdevol iets ontvangen zonder hetzelfde terug te moeten doen!)

Onechte gaviaal

gaviaalOmdat ik vandaag de hele dag weg ben heb ik van mijn artisblokken het minst leuke dier gemaakt (ik hoef er nu immers niet de hele dag tegenaan te kijken)

Ik had nog nooit van dit beest gehoord en vind hem echt een engerd
Nu ik hem heb opgezocht, klopt dat ook want het is een krokodilachtige, en met krokodillen heb ik echt helemaal NIETS!

De onechte gaviaal heeft minder tanden dan de echte en een minder lange snuit en is zo’n 5 meter lang
Ik vind het voor het beest een nare naam, waarom kreeg hij zelf geen naam?
“Onecht” is zoiets als bastaard en zo wil je toch niet genoemd worden? Zelfs al ben je een krokodil!
Het is de NEDERLANDSE naam, de wetenschappelijke naam klinkt al beter: Tomistoma schlegelii.
Tomi betekent scherp en stoma = mond; de toevoeging Schlegelii komt van  de naam Hermann Schlegel (1804-1884) een Duitse natuuronderzoeker, die directeur van het Natuurhistorisch museum in Leiden werd. Er zijn meer dieren naar hem genoemd:   de Schlegels pinquin (Eudyptes schlegeli) en  de Schlegels groefkopadder (Bothriechis schlegelii).

onechtegaviaal
De onechte gaviaal is een bedreigde diersoort waarvan, zo las ik,  er nog maar ca 2500 voorkomen in landen zoals Thailand en Indonesië
De onechte gaviaal behoort tot de familie van de krokodillen en eet vis en kreeftachtige; hij leeft in moerassen, rivieren en meren.
De ECHTE gaviaal behoort tot een andere familie, namelijk de gavialen.
Zij zijn de enige nog levende gavialen, de rest van de familie is uitgestorven.

Schaamte

Een kerk is tegenwoordig niet alleen voor een godsdienstbeleving; er vinden ook andere bijeenkomsten in plaats. Zo zijn er bijvoorbeeld in de Nieuwe Kerk in Amsterdam vaak prachtige tentoonstellingen te zien en in een eeuwenoude Dominicaner kerk in Maastricht zetelt een boekhandel (door the Guardian uitgeroepen tot The fairest bookshop of the world)

Soms zijn er ook lezingen in kerken. De toegang is gratis, maar een bijdrage in een grote, niet te ontlopen bus, wordt op prijs gesteld, zo werd de bezoekers bij de inleiding verteld. Je hoeft geen lid van de kerk te zijn om de lezing bij te wonen en je niet tevoren aan te melden. Laatst was ik bij zo’n lezing van Jan Terlouw. Ik wist niet dat deze voormalige voorman van D66  oorspronkelijk opgeleid werd als natuurkundige en dat hij als kernfysicus zijn werkzame leven begon. Hij deed onder meer onderzoek in Cambridge en Stockholm.

Het was een interessante bijeenkomst. Na de pauze was er gelegenheid tot vragen stellen en dáár werd ik mega geschokt door een vragensteller. Hij haakte in op de een, door Jan Terlouw aangehaald, milieuprobleem: plastic in oceanen en zeeën. De heer Terlouw had gezegd dat het in de hele wereld een enorm probleem is: mensen die plastic in het water terecht laten komen. De vraagsteller wilde weten of de heer Terlouw in plaats van de wereld niet Afrika en Indonesië bedoelde. De mensen dáár waren immers geen Christenen en die mensen gooiden plastic in de zee, terwijl hier in Europa Christenen niet zoiets doen.

Er ging een, duidelijk hoorbare, ingehouden ademtocht door de kerk. De heer Terlouw nam even een pauze en antwoordde supercorrect: “Ik zei de wereld, en ik bedoelde de wereld”. Waarna een andere vraagsteller aan de beurt kwam.

De (korte) rest van de avond was ik er met mijn gedachten niet bij. Ik moest maar denken aan die meneer. Een Christen, zou hij ongetwijfeld van zichzelf zeggen.