Circle of Life



De VPRO zond dit jaar het laatste deel van een drieluik uit van  de Belgische fotografe en journaliste Lieve Blancquaert, zij reisde tien jaar lang  over de wereld  om verhalen vast te leggen over geboorte, liefde en dood.

NU is er, t/m 3 januari 2021 in MuseumHilversum (Kerkbrink 6) de tentoonstelling Circle of Life, een aangrijpend verhaal over de rituelen, tradities en gebruiken bij de sleutelmomenten van onze levens.

In de brochure van deze tentoonstelling staat: Elke dag worden er 385.000 nieuwe mensen geboren en sterven er ongeveer 155.000. Allemaal krijgen ze een andere verpakking en een ander verhaal.
Ergens daartussenin ligt de liefde die ons aanzet om de cirkel van het leven nooit te onderbreken.

Er zijn ruim 70 foto’s in het voormalige Gemeentehuis van Hilversum tentoongesteld, en er is ook een film te zien.

Misschien is de tentoonstelling wat “heftig”, nu in Coronatijd, maar tegelijkertijd is het ook fascinerend om te zien welke rituelen er in andere landen worden uitgevoerd bij geboorte, leven en dood.

Op t.v. was ik behoorlijk geschokt van een gebruik (ik meen in Ghana) waar het dode lichaam werd opgeslagen in een soort schuur, als vriescel ingericht (ik geloof dat er plaats was voor 250 lichamen) totdat de familie geld had om een “passende” begrafenis te betalen. Daar kon dus wel een paar maanden overheen gaan. De lichamen IN de “keet” mochten (gelukkig) NIET gefilmd worden, maar de reactie van Lieve toen ze er uit kwam en de paar beelden die de camera wél lieten zien waren genoeg!
De mensen (gasten) van de begrafenisplechtigheid daarna bepalen zelf TIJDENS de begrafenis hoeveel ze hieraan bijdragen. Billenknijpend spannend voor de familieleden die de begrafenis geregeld hebben of er wel genoeg geld binnenkomt.
Er waren beelden van een oude dame die (ca.3 maanden dood) door een professioneel iemand werd opgemaakt (ook dat kost geld) hij zette voor de camera heel liefdevol een pruik op het dode hoofd. In de tentoonstelling zag ik die foto en meteen zag ik in mijn hoofd die hele scene.

Ook zonder de film gezien te hebben zijn de foto’s de moeite van het bekijken waard.

Van een paar foto’s heb IK weer foto’s gemaakt voor dit blog. Bij benadering niet zo mooi als Lieve. Als U die foto’s wil gaan zien, zult u naar Hilversum moeten gaan. (nog tot 3 jan.2021)

In de baarmoeder is er geen reden voor uiterlijk vertoon. Ieder kind begint met die eerste schreeuw. Daarna worden we allemaal ingrijpend anders

Wereldwijd trouwen elke dag 112.000 koppels; gedwongen, gearrangeerd, polygaam, monogaam, rijk of arm mét of zonder een of andere Godheid

Sterven is geen grote gebeurtenis. Het stopt en wordt stil

Singapore

Op t.v. is een serie over Singapore. Zodra ik Singapore las gaat mijn brein “zoeken” naar wat ik weet over Singapore en ik merk dat ik er maar erg weinig over weet: Een stad en tegelijk eilandstaat (bestaande uit meerdere eilanden) in Azië, waar Engelse overheersing was; een handelspost met een strategische ligging
Dát was zo’n beetje alles wat ik van Singapore wist.

De t.v.- serie speelt ten tijde van de Japanse invasie van Singapore en is een bewerking van het boek van  de Britse schrijver (Booker Prize winnaar ) J.G.Farrell.
En, zoals altijd als “iets” over de Tweede Wereld Oorlog in Azië gaat, denk ik terug aan hoe weinig we op school geleerd hebben over dát gedeelte van de wereld in samenhang met de Tweede Wereld Oorlog.

Er zat familie van me in Nederlands Indië (zoals dat toen nog heette) ten tijde van de Tweede Wereld Oorlog. Een broer van mijn vader, die zeeman was, had zich vóór de oorlog al op Java gevestigd en was machinist op een theeplantage geworden.
Hij en zijn  gezin daar hebben daar in een Jappenkamp gezeten, mijn oom is er overleden, zijn vrouw is met de kinderen teruggekomen naar Nederland, zo werd mij verteld.
Verder wéét ik dat in Nederland wordt de bevrijding op 5 mei gevierd, in Indonesië in augustus (de 15e las ik NU).Weinig kennis van Singapore, dus tijd om me er (een beetje) in te verdiepen.

Singapore (ca. 137 km boven de evenaar)  was, in de 13e eeuw, onderdeel van Koninkrijk Srivijaya  en heette toen Temasek (stad van de zee)
Pas rond de 14e eeuw, na de val van het Srivijaya rijk, werd het gebied herdoopt in Singapura  (leeuwenstad in sanskriet*) 
In 1819 koloniseerden de Engelsen Singapore en stichtten er een strategisch gelegen handelspost  om van daaruit handel te drijven met  Zuidoost Azië. Ze stichtten er ook een Brits marinesteunpunt.
In 1942 veroverde de Japanners Singapore. De bezetting duurde tot 1945, waarna de Britten het weer overnamen.

Er gebeurde, politiek gezien, nogal wat in Singapore: (gedeeltelijk) zelfbestuur  in 1959, aansluiting bij de Maleisische Federatie in 1963 en in 1965 daar weer uit (verbannen!)Vanaf 1965 is Singapore een onafhankelijke republiek (officieel de Republiek Singapore)

Het land, zo las ik, bestaat uit 63 eilanden en het hoofdeiland is Singapore (42 km lang, 23 km breed) waarop zich de hoofdstad Singapore bevindt.
Singapore heeft  in 2020 6.209.660  inwoners, waarvan 77% Chinezen zijn.
Het percentage van de oorspronkelijke bewoners, die van Maleisië komen, is, nu nog, 14% en er zijn er Singaporese Indiërs, voornamelijk Tamils  (7,9%). Ongeveer anderhalf procent van de huidige bevolking uit Singapore komt uit de rest van de wereld.







*) Er waren géén leeuwen in Singapura, men vermoed dat het een “verkeerde” vertaling vanuit Sanskriet is en de naam Singapore niet van  singa =leeuw af komt, maar van sing = steen. Die verklaring zou “logischer” zijn omdat het “rotsachtig” gebied was( is?)
[Wel waren er ooit tijgers, maar die zijn daar u uitgestorven]

Verschillende stadia van de wilde wingerd.

Oktober is echt dé maand van het afscheid van de zomer. Bladeren  kleuren of vallen af.
De wilde wingerd, tegen onze schuur geplant en over de dakpannen groeiend (ik weet dat dat NIET zou moeten, maar het is zó mooi) wordt niet echt vuurrood. Jammer, maar hij staat niet in de volle zon en ik heb me laten vertellen dat hij dan in de herfst minder rood wordt.

Oorspronkelijk komt de wingerd uit Azië van een geslacht van houtachtige klimplanten uit de wijnstokfamilie, vandaar ook de Nederlandse naam wingerd, een ander woord voor wijngaard.
De wingerd heeft kleine zuignapjes waarmee hij zich aan de muur vastklemt.

In augustus klinkt er een enorm gezoem uit onze wingerd, moeilijk te zien wat het zijn, ze komen NIET binnen(terwijl de schuifpui onder de wingerd is) en zitten verscholen tussen de bladeren te zoemen. Het zijn er echt gigantisch veel.

Iemand, die er verstand van heeft zei dat het zweefvliegen zijn, inderdaad zijn ze geel gestreept, en kleiner/dunner dan wespen.

Nadat de zweefvliegen vertrokken zijn klinkt er een “knappend” geluid vanaf de wingerd; besjes springen en vallen op de grond. Soms lijkt het wel een regen die voorbij de schuifpui neerdaalt.


Dan komt het volgende merkwaardige stadium van de wingerd: de bladeren vallen af, maar de steeltjes blijven nog een tijdje zitten, het ziet er “maf” uit, die lege steeltjes.
Uiteindelijk vallen ze ook af en liggen ze op onze houten vlonder.

De bladeren vallen niet alléén op de houten vlonder, de meeste zijn nu geel met een rode gloed, en waaien helaas ook in de vijver, waar ik ze dan weer uitvis !



Hoewel ik de verhalen ken van klimplanten die dakpannen optillen, zich door de specie van de muren wringen en je schilderwerk aantasten (misschien doet hij dat bij ons ook wel, een beetje) geniet ik van elk stadium van deze bijzondere plant.
(Mijn lief houdt hem in toom en zorgt dat hij niet bij de buren komt)
IK vind dat ons huis door deze klimplant een veel lievere uitstraling heeft dan de andere huizen in het rijtje van 4, die hebben alleen maar stenen!



Een teken van liefde

Dit weekend waren we te eten gevraagd bij iemand die we lang niet gezien hadden.
Juist afgelopen week hoorde ik in een t.v. programma iemand zeggen dat iemand te eten vragen een teken van liefde is.
Ik vind dat mooi gezegd en denk dat dat ook zo is. (het tegenovergestelde is ook waar: voor iemand die je niet mag, kook je niet)

Onze gastvrouw reist veel. Haar huis reflecteert haar reislustigheid. Hele mooie en aparte meubels geven een aparte sfeer. Haar laatste aanwinst was een houten bijzettafeltje in de vorm van een schildpad uit Kirgistan. Ze had het mee willen nemen als handbagage (in een tas) maar dat was niet gelukt. De reden: ze had het als wapen kunnen gebruiken en iemand mee buiten westen slaan. Nu ik de kleine rakker gezien heb, kán ik me daar iets bij voorstellen! Dat zij dat ooit zou doen, kan ik me dan weer niet voorstellen, maar er zal maar iemand met geweld je je schildpad afhandig maken om als wapen te gebruiken. Het zou kunnen!

Wie verre reizen doet kan veel verhalen zei de Duitse dichter Matthias Claudius
(1740-1815) ooit   (ik neem wel aan dat hij dat in het DUITS zei)
En zo is het ook. Zo wist ik bijvoorbeeld niet dat er in Oezbekistan grote hoeveelheden cashewnoten worden geteeld, ook dáár was onze gastvrouw onlangs geweest.

We hadden een gezellige avond, die zeker een vervolg gaat krijgen.
Ook wij willen graag voor háár koken en zo onze vriendschap tonen.

(Overigens ben ik weer niet stuk van de Latijnse uitdrukking Quid pro quo oftewel Voor wat hoort wat. Je kunt ook liefdevol iets ontvangen zonder hetzelfde terug te moeten doen!)

Onechte gaviaal

gaviaalOmdat ik vandaag de hele dag weg ben heb ik van mijn artisblokken het minst leuke dier gemaakt (ik hoef er nu immers niet de hele dag tegenaan te kijken)

Ik had nog nooit van dit beest gehoord en vind hem echt een engerd
Nu ik hem heb opgezocht, klopt dat ook want het is een krokodilachtige, en met krokodillen heb ik echt helemaal NIETS!

De onechte gaviaal heeft minder tanden dan de echte en een minder lange snuit en is zo’n 5 meter lang
Ik vind het voor het beest een nare naam, waarom kreeg hij zelf geen naam?
“Onecht” is zoiets als bastaard en zo wil je toch niet genoemd worden? Zelfs al ben je een krokodil!
Het is de NEDERLANDSE naam, de wetenschappelijke naam klinkt al beter: Tomistoma schlegelii.
Tomi betekent scherp en stoma = mond; de toevoeging Schlegelii komt van  de naam Hermann Schlegel (1804-1884) een Duitse natuuronderzoeker, die directeur van het Natuurhistorisch museum in Leiden werd. Er zijn meer dieren naar hem genoemd:   de Schlegels pinquin (Eudyptes schlegeli) en  de Schlegels groefkopadder (Bothriechis schlegelii).

onechtegaviaal
De onechte gaviaal is een bedreigde diersoort waarvan, zo las ik,  er nog maar ca 2500 voorkomen in landen zoals Thailand en Indonesië
De onechte gaviaal behoort tot de familie van de krokodillen en eet vis en kreeftachtige; hij leeft in moerassen, rivieren en meren.
De ECHTE gaviaal behoort tot een andere familie, namelijk de gavialen.
Zij zijn de enige nog levende gavialen, de rest van de familie is uitgestorven.

Schaamte

Een kerk is tegenwoordig niet alleen voor een godsdienstbeleving; er vinden ook andere bijeenkomsten in plaats. Zo zijn er bijvoorbeeld in de Nieuwe Kerk in Amsterdam vaak prachtige tentoonstellingen te zien en in een eeuwenoude Dominicaner kerk in Maastricht zetelt een boekhandel (door the Guardian uitgeroepen tot The fairest bookshop of the world)

Soms zijn er ook lezingen in kerken. De toegang is gratis, maar een bijdrage in een grote, niet te ontlopen bus, wordt op prijs gesteld, zo werd de bezoekers bij de inleiding verteld. Je hoeft geen lid van de kerk te zijn om de lezing bij te wonen en je niet tevoren aan te melden. Laatst was ik bij zo’n lezing van Jan Terlouw. Ik wist niet dat deze voormalige voorman van D66  oorspronkelijk opgeleid werd als natuurkundige en dat hij als kernfysicus zijn werkzame leven begon. Hij deed onder meer onderzoek in Cambridge en Stockholm.

Het was een interessante bijeenkomst. Na de pauze was er gelegenheid tot vragen stellen en dáár werd ik mega geschokt door een vragensteller. Hij haakte in op de een, door Jan Terlouw aangehaald, milieuprobleem: plastic in oceanen en zeeën. De heer Terlouw had gezegd dat het in de hele wereld een enorm probleem is: mensen die plastic in het water terecht laten komen. De vraagsteller wilde weten of de heer Terlouw in plaats van de wereld niet Afrika en Indonesië bedoelde. De mensen dáár waren immers geen Christenen en die mensen gooiden plastic in de zee, terwijl hier in Europa Christenen niet zoiets doen.

Er ging een, duidelijk hoorbare, ingehouden ademtocht door de kerk. De heer Terlouw nam even een pauze en antwoordde supercorrect: “Ik zei de wereld, en ik bedoelde de wereld”. Waarna een andere vraagsteller aan de beurt kwam.

De (korte) rest van de avond was ik er met mijn gedachten niet bij. Ik moest maar denken aan die meneer. Een Christen, zou hij ongetwijfeld van zichzelf zeggen.