Vaccinatie 2

Zo stil als het bij vaccinatie 1 was zo druk is het bij vaccinatie 2 (dezelfde priklocatie)
Druk zowel op het parkeerterrein én in de hal van de tent; van de 10 loketjes met welkom-mag- ik- u- ID-gastvrouwen en mannen zijn er 8 bemand.
Ook deze keer moet ik, naar aanleiding van mijn ingevulde formulier, na aanmelding, met iemand mee naar een arts.
Deze keer geen jonge mannelijke arts, maar een wat oudere vrouwelijke arts.
Ze vraagt mijn ID ( voor mijn burgerservicenummer (BSN), checkt of ik ben wie ik zeg dat ik ben, knikt naar me en zegt dat zij me wel even zal prikken, dan hoef ik niet in de rij te staan.
Toppie!
Ze roept er een man bij “Graag een paar sterke armen voor het geval dat er flauwgevallen gaat worden. “
Op haar roep om hulp komt een Turkse jongen met lachende ogen aan, die door de dokter aan één kant van mijn stoel gedirigeerd wordt, voor het geval ik omkieper met stoel en al (dat is wel eens gebeurd)
Gelukkig doe ik dat niet en kan de jongen onverrichter zaken weer gaan.

Ik moet even blijven zitten en mag daarna naar de wachtruimte. Die zit bijna helemaal vol.
Nadat ik mijn lief, ook geprikt, gevonden had werden we door een vriendelijke Rode Kruisdame naar een plekje met 2 stoelen naast elkaar gebracht. Heel attent

Er zijn mannen en vrouwen met een vloerwisser de vloer aan het  soppen en we moeten zittend, even de voeten optillen zodat de vloer er onder (weer) schoon kan worden ( lekker huiselijk)


Na een kwartiertje (wachten of er wat gebeuren gaat wat NIET zou moeten) kunnen we naar de uitgang (een andere dan de ingang) en naar huis
uitgang priklocatie

Buiten staat de Turkse jongen ( nu zonder mondkapje)  die mij opgevangen zou moeten hebben, mocht ik flauwgevallen zijn.
“Alles goed gegaan? Helemaal klaar nu?” Glimlacht hij vragend.
“Ja hoor alles oké”
“Fijne dag verder, mevrouw”
“Dank voor je hulp en jij ook fijne dag”
Weer aardige, leuke mensen ook  bij de 2de keer prikken.
We hebben een “diploma” gekregen.
“Goed bewaren” zegt de jongen die het uitreikt.
(Voor de zekerheid kopieer ik het maar. Wie weet of we het ooit moeten laten zien om “iets” te mogen doen.)



Rijksoverheid.nl meldt dat we 7 dagen na de laatste prik voor 95% beschermd zijn.Nu maar hopen dat die andere 5% ons niet te pakken neemt!
’s Avonds wordt mijn arm zwaar en gevoelig. De volgende dag heb ik één linkerarm die prominent en zwaar aanwezig is. Tot nu toe gaat het bijna net zoals de vorige vaccinatie!

Slechts één paar lieve,Hongaarse ogen

’s Nachts word ik misselijk wakker, ik moet vomeren en loop naar de badkamer.
Als ik bij kom staat mijn lief over me heen gebogen en moet ik stil blijven liggen.
Mijn hoofd bonkt als een gek en ik voel vocht. Ik “doezel” weer weg. Ik hoor mijn lief bellen en probeer ondersteund naar mijn bed te komen. Er wordt geklopt en ik hoor de Engelssprekende receptioniste; er komen twee geelgeheste ambulancepersonen in mijn blikveld. Het is druk in de kamer, veel gepraat. Ik hoor dingen als: Passport, insurance, allergic? Seafood?
De blond gepaardenstaarte ambulancedame komt mijn blikveld in en begint aan me te sjorren, ze wikkelt een verband hardhandig en erg strak om mijn hoofd. Harde ogen kijken me aan, geen enkele blik van mededogen. Mijn hoofd bonkt en ik zak weer weg. Ik hoor mijn lief ruziemaken, hij geeft mijn paspoort NIET af. De paardenstaart blaft, kennelijk MOET het. Mijn lief houdt voet bij stuk.

Ik ben er weer als ik hoor “Can she walk?” de receptioniste vertaalt de paardenstaart. Ik snap het al en kom overeind. De tot dan toe op de achtergrond gebleven broeder komt naar voren en ondersteunt me, terwijl mijn lief mijn broek aangeeft en mijn sokken en schoenen aanwurmt. Zelf gris ik mijn vest van de stoel, de broeder helpt me er in en hij en mijn lief sjorren me omhoog, de gang in, de lift in, de straat uit.
Het is stil in de straat.

De ambulance staat een eind verder (autovrije straat, dus óók geen ambulance!)
Ik word rechtop in een stoel gehesen, de paardenstaart blaft bevelen, de broeder helpt me met de gordel. Ik wil slapen. Mijn lief zit naast me en pakt mijn hand. Hij is er.
We scheuren weg. Ik heb moeite om te blijven zitten, glijd onderuit. De sirenes gaan aan.
Ik ben toch niet ernstig??

ziekenhuisbandje

Daarna beland ik in een soort kafka-achtige scene. Een achterkant van een ziekenhuis met verticale doorzichtige, harde lamellen waar ik lopend doorheen geduwd wordt en een klein, gedrongen man in een wit trainingspak die me op een zwart leren brancard wijst. Ik hoor weer passport en mijn lief moet kennelijk iets regelen. De ambulancebroeder verschijnt in mijn beeld (het verband belemmert mijn zicht gedeeltelijk) Hij trekt me op en helpt me op de brancard, trainingspak haalt de hekjes aan weerszijden omhoog en daar lig ik dan. Alles in het schemerdonker. Er komt een zwartgeklede man aan, dronken? Stoned? Hij pakt de brancard vast en stamelt in het Hongaars. Ik trek dit echt niet. Ik kan me nu geen junk van het lijf houden. Gelukkig verschijnt mijn lief, die tussen mij en de junk/dronkenman komt staan,niemand anders is aanwezig.

Het trainingspak verschijnt weer, pakt de brancard en rijdt ermee weg, mijn lief loopt er achteraan, maar hij wordt gestopt, alleen ik kom een verlichte ruimte binnen: Plank aan de muur met verlichte schermen, 3 figuren hangen in een stoel, één met haar benen gedeeltelijk op de plank, één probeert kennelijk te slapen en ligt opgerold in een stoel en een ander draait zijn stoel om als we binnenkomen; trainingspak blaft iets. Géén enkele reactie van de twee ander figuren.
Het is alsof ik er niet ben.

Ik zak weg en zie een grote tang op me af komen, trainingspak begint de knippen, hardhandig. Volgens mij knipt hij ook mijn haar mee. Hij duwt een lap met vocht op mijn hoofd, het loopt mijn nek in (ik hoop maar dat het iets desinfecterend is, ik heb nog niets steriels gezien) Dan komt er een jonge man in witte jas, hij kijkt naar mijn hoofd (stelt zich niet voor, kijkt naar mij of ik een ding ben en zegt: “no stitches”  zegt verder iets Hongaars tegen trainingspak en vraagt dan “last 3 weeks Tetanus?” Ik zeg no.(3 weken zo’n prik is toch 10 jaar geldig?)De dokter vertrekt.

Trainingspak komt weer in beeld, hardhandig drukt hij op mijn hoofd en plakt zwaluwstaartjes. Ik zeg au! Hij verdwijnt en komt terug met een naald. Mijn rechterarm mag om medische redenen persé niet beprikt worden. Ik zeg dat, hij verstaat me niet, het interesseert hem ook niet; hij pakt mijn rechterarm. Met alle kracht die in me is brul ik NO. De ambulancebroeder komt in mijn blikveld (kwam hij net binnen?) hij pakt mijn hand, ik zeg hem not my right arm . Hij zegt iets tegen trainingspak die terugblaft, ik probeer mijn linkerarm vrij te maken, maar mijn pyjamajasje zit te strak. De broeder lijkt iets te zeggen dat klinkt als quick. Ik open mijn knoopje en maak mijn linkerschouder vrij. Uit het niks komt de naald.
Is trainingspak om me heen geslopen? Het doet zeer, de ambulancebroeder buigt zich over me heen, lieve ogen kijken me aan en knikken me toe. Eén echt levend mens in deze ruimte met een soort zombies met lege, ongeïnteresseerd ogen.Ik ben de ambulancebroeder zó dankbaar.

Mijn brancard wordt weggereden naar de donkere ruimte, mijn lief komt weer in beeld. Ik hoor hem praten met de ambulancebroeder! Duits. Ik hoor hem vertellen dat hij zijn spreekvaardigheidstest Duits gisteren heeft gehaald, dat hij zich verontschuldigt voor het gedoe hier, dat ze altijd veel interesse hebben in formaliteiten, meer dan……
Ik houd van die man!
Hij kwam in de hotelkamer amper aan bod doordat paardenstaart de leiding had/nam, maar hij is de enige die zich om ons bekommert.
Hij neemt afscheid. We zijn weer alleen tussen de zombies.

Trainingspak komt weer in beeld en rijdt me uit de donkere ruimte. Alles zonder een woord te zeggen (oké hij kent alleen maar Hongaars, maar zeg wat, knik, kijk me aan, NIETS)
Waarheen gaan we nu? Mijn lief loopt mee, er moet nog een CTI scan gemaakt worden, had de ambulancebroeder in het Duits aan mijn lief verteld.
Ik zie de junk(?) weer, hij zwalkt (loopt schuin) door de ruimte, niemand besteed aandacht aan hem. Er zit een man op een stoel met een doek onder zijn kin.  Verder is er niemand.We rijden door gangen en trainingspak drukt op een bel, er galmt iets, hij pakt een soort hoorn van de haak en blaft er iets in, de metalen deur schuift open met een geratel van een garagedeur.
Mijn lief blijft buiten en mijn brancard wordt naast het apparaat gereden. Trainingspak wijst op het lig gedeelte. Ik kan moeilijk over het hekje heen klimmen en vraag of het hekje naar beneden kan, hij zucht en wijst op het bed. Ik wijs terug op het hekje; hij rommelt wat en het hekje zakt, ik schuif op en… zak weg. Ik hoor Hongaarse stemmen, ik houd mijn ogen gesloten, het gebrom begint en mijn bed schuift het apparaat in.
Als het gezoem ophoudt komt trainingspak in beeld, hij wijst weer op de brancard, er loopt een blauw figuur weg. Ik schuif weer door en wordt weggereden.

Mijn lief pakt mijn hand. Ik wil  NU naar huis! Naar het hotel en ons vliegtuig halen. Geen idee hoe laat het is en dit allemaal geduurd heeft, maar het lijkt me nog donker dus het moet lukken (om 10.00 uur s morgens worden we opgehaald)  Mijn lief is dingen regelen en ik zie de dokter lopen. Ik roep hem, hij komt, ik vraag wat de uitslag was van de CTI scan, negative. Is dat goed of fout? You can go home now.
Hij verdwijnt uit beeld en ik blijf wachten op mijn lief.

Dan voel ik nattigheid, er loopt bloed over mijn gezicht. Mijn lief verschijnt in beeld en roept; My wife is bleeding. Trainingspak komt in beeld en rijdt me weer naar de eerdere ruimte met de plank aan de muur, hardhandig verwijdert hij de zwaluwstaartjes. De dokter komt in beeld en zegt stitches en is weer weg. Ik word weggereden en samen met mijn lief gaan we gangen door. Er wordt weer ergens aangebeld, getelefoneerd en er schuift weer een metalen deur met geratel open. Een fel verlichte ruimte: operatiekamer. Een oudere in blauw geklede dame staat in de deuropening. Trainingspak wil mijn brancard binnen rijden, maar ze pakt hem over, mijn lief glipt de deur in. Trainingspak wil dat niet, hij loopt op mijn lief af, agressief. Ik vrees een lichamelijke confrontatie en kom overeind; bloed begint weer te lopen.
I don’t leave my wife hoor ik mijn lief zeggen, sussende woorden van de blauwe dame, boze woorden van trainingspak. De blauwe dame wijst op een stoel in een hokje zonder deur, mijn lief gaat braaf zitten: hij is binnen. De deur schuift ratelend dicht met een briesend trainingspak aan de andere kant.

De dame pakt een in blauw gewikkeld pakketje en opent het, glimmende instrumenten komen er uit, ik kom wat overeind, wil weten wat er gebeurt. Met zachte hand drukt ze me neer: stitches zegt ze. Ik krijg een groene doek met een gat erin over mijn hoofd en hoor de dokters stem. Injection for pain en er wordt meteen een naald in mijn hoofd gejast. Het doet ontzettend pijn en als de naald eruit gaat komt er meteen een tweede in
(kennelijk met draad) die niet veel minder pijn doet dan de eerste (moet daar niet een tijdje tussen zitten?) Er wordt me niets gevraagd.

De dokter verdwijnt.
De dame haalt de doek weg, plakt een verband half op mijn oog en de deur ratelt weer open.
Trainingspak rijdt me naar de hal, mijn lief houdt gepaste afstand.
In de donkere hal is de junk weg, maar de meneer met kin zit nu met verband op een stoel.
Ik hoor een stem tegen mijn lief zeggen pay en zie een vinger naar een hokje wijzend.*)
Mijn lief verdwijnt en ik besluit weg te doezelen. Ik kan niks, BEN NIKS,  HIER ben ik alleen  een hoofdwond.
verwond

Even later hoor ik mijn lief iets zeggen over een taxi, de hekjes zijn naar beneden en ik probeer te gaan zitten, dat gaat. Mijn hoofd bonkt van mijn romp, maar ik kan staan en ondersteund door mijn lief een gang doorlopen. Daar zit een man in een blauwe (beveiligings ?) trui in een hokje.
De administrateur waar mijn lief moest betalen was aardig en had gewezen waar we uit het gebouw konden en gezegd dat de bewaker een taxi zou bellen. De trui kijkt ons ECHT aan, staat op zegt “taxi yes,5 minutes” en wijst op stoelen. Eindelijk weer een mens! Hij gaat naar buiten kijken of de taxi eraan komt en wenkt. De lieverd! We stappen in de taxi zeggen de naam van het hotel en rijden weg, laten dit hellhole met zombies achter ons.
Als we in de buurt van het hotel zijn vraagt mijn lief  de chauffeur hoe hij moet betalen; onze HUF’s zijn op.( we gaan immers over een paar uur naar huis)
Geen punt, het mag ook in Euro’s. Hoeveel is dat? Hij vraagt 5 euro’s voor de rit.

We lopen naar het hotel, het is inmiddels iets over drieën en gelukkig is de straat uitgestorven. Niemand ziet het onder mijn vest uitstekende pyamajasje, mijn strompelende gang en mijn verbonden hoofd. De receptioniste knikt als we lang haar lopen, mijn man verontschuldigd zich voor de troep in onze kamer, ze wuift het weg
“ They’ll clean it tomorrow”
Ik ruk de vieze lakens van het bed en plof zó op de matras, uitgeput.
Mijn lief gaat de badkamer kuisen, er ligt een mega plas bloed en meer. Als we naar het toilet moeten moeten we niet uitglijden!! Ik verontschuldig me voor de puinhoop, hij kijkt me aan met een blik die zegt; houd je mond, laat mij mijn ding doen en ga slapen!
Ik houd van hem!

*) Het bedrag dat ik in Nederland pas op de rekening zie was, omgerekend in euro’s, ca  € 60,- (mét ambulance, CTI scan en tetanusprik !)
We hadden graag wat meer betaald voor een beetje meer menselijkheid.

 

Arts, filosoof en schrijver: Bert Keizer

Deze bijzondere man die filosofie studeerde en, naar eigen zeggen in het 2de jaar van zijn studie al ontdekte dat hij géén GROTE denker zou worden: “Dan kan je gaan lesgeven, maar sorry hoor, dat trekt me niet”
Hij ging  na zijn filosofie studie geneeskunde studeren; Omdat hij wel eens wat actie wilde en als iemand bij een arts komt dan wil hij wat!
Verbonden aan een verpleeghuis in Amsterdam kreeg hij veel met sterven te maken en ontdekte dat “hij daar wat mee kon” Nu werkt hij alweer een tijd voor de Levenseinde kliniek “Als huisartsen vinden dat euthanasie niet van toepassing kan zijn, dan komt de Levenseindekliniek in beeld.”

Bert Keizer kwam gisteren aan het woord toen hij geïnterviewd werd door Jacobine Geel*) in het Kerkcafé**) in Blaricum

Keizer  vertelde dat hij katholiek werd opgevoed en met de dood in aanraking kwam als 11 jarige jongen, toen zijn moeder, na een ziekbed, thuis overleed. Als kind was dat niet traumatisch: je moeder was ziek,  de pastoor kwam, die diende de laatste sacramenten toe, ze sloot haar ogen en stierf, waarna, als  de hele familie hard bad, ze van het vagevuur in de hemel werd toegelaten.
Op dit moment vraag Keizer of er gepensioneerde katholieken in de zaal zitten. Hij legt uit “dat zijn katholieken die er niet meer aan werken
Een paar aanwezigen steken hun hand op. Zij zullen zich herkennen in zijn verhaal over vroeger: Die katholieke zekerheden zijn weg als je het geloof de rug toekeert
Bij hem was dat omstreeks  1964: “Toen de Beatles kwamen ging bij mij het Gregoriaans eruit“ Als kind was ik godsdienstig. Niet als volwassene.

Jacobine vraagt Keizer hoe het nu is met euthanasie, zij las ( in Trouw) dat er na jaren van groei, nu sprake was van minder euthanasiegevallen. Keizer weet niet zeker waar aan dat kan liggen, wel wéét hij dat de  beoordelingscommissie ( achteraf) strenger aan het worden is en dat artsen wellicht “banger” zijn en daarom minder euthanasie plegen.
Hij vertelt dat er steeds “nieuwe” groepen aan de euthanasievragers worden toegevoegd:
* Eerst waren het mensen die, ongeneeslijk ziek, al bijna dood waren, toen
* zij die uitzichtloos lijden,
* beginnende dementerende,
* geesteszieken,
* mensen die hun leven voltooid vinden
* mensen die volledig dement zijn.

Over iemand van de laatste groep heeft vandaag een rechter zich uitsproken dat de procedure zorgvuldig is gevolgd. Dus dat ook iemand die NIET meer wilsbekwaam is, voor euthanasie in aanmerking kan komen.
Keizer vindt dat niet kunnen. Hij wil iemand in de ogen kijken als hij op dat moment, met de spuit in zijn hand vraagt of de patiënt euthanasie nog wil en niet iemand eerst met een slaapmiddel verdoven, zodat hij of zij zijn arm niet terugtrekt bij de fatale spuit (dat schijnen demente mensen te doen)

Keizer beantwoordt de vragen van Jacobine over dit zware onderwerp op een heel aparte, reeële, humorvolle manier.
Hij heeft vele uitspraken die mij (wiens broer 3 maanden geleden en schoonzus jaren eerder euthanasie hebben gepleegd) raken. Ook uit hun oorspronkelijke context denk ik dat ze voor zichzelf spreken, uitgesproken door een man die veel met de dood bezig is. Die dit jaar  11 x euthanasie heeft gepleegd en zegt “Ik ben niet eeltig, maar wel professioneel. Ik heb er geen slapeloze nachten van.  Als je iets vaker doet, word je er beter in.”

Een ziekenhuis is niet ingesteld op de dood.
En dat is ook wel een geruststellende gedachte.

Een arts is opgeleid om te denken: Wat is het probleem? Dan gaan we daar wat aan doen.
Als verpleegarts wéét je dat je niks kunt doen, je kunt alleen goed gezelschap zijn
.

Mensen vragen of ik zelf ooit euthanasie zal laten plegen. Dan geef ik als antwoord, Nou liever niet. Als je om euthanasie vraagt gaat het niet goed met je, anders vraag je het niet, ik ga liever gewoon dood.

Over de dood: Het is goed dat het leven eindig is. Je sleept de dood als een soort kogel je hele leven met je mee. Zonder “kogel” zweef je weg, dan heeft het leven geen zin.
Als je het eeuwige leven hebt, waarom zou je dan je bed uitkomen?

Over ziekte, leven en sterven: Leeftijd is geen diagnose! Het is niet zo dat iemand iets heeft en  de beslissing dan moet zijn: Hij  is 80 jaar dus……………Leeftijd is een gegeven verder niets.

Artsen zijn niet goed in palliatieve zorg (de zorg voor mensen die ongeneeslijk ziek zijn) dat zit niet in hun pakket, ze zijn opgeleid om mensen beter te maken.

Hij vraagt zich af: Waarom is het zo erg als we sterven? Een hondenkerkhof is niet zo verdrietig als een mensenkerkhof. Van honden accepteren we het dat ze een beperkte levensduur hebben, waarom van mensen niet? We zijn per slot van rekening apen met een heldere oogopslag.

Mensen denken dat stervende op de drempel van de eeuwigheid staan en dat dat “bijzonder” is, in feite ligt de stervende op een plooi in het laken.

Sterven gaat niet met een groot gebaar. Sterven op zich is vrij saai.

Een bijzonder man Bert Keizer, veel ( letterlijk) bezig met de dood, een man met een eigen visie, die MIJ in ieder geval veel te overdenken heeft gegeven.

 

*) Jacobine Geel is theologe,  presentatrice NCRV, bestuursvoorzitter GGZ Ned.
**) Bijeenkomsten op het raakvlak van geloof en samenleving