Lente

Normaliter lopen we na het avondeten een eind. Nu dat, met mijn “rare” voeten (even?) niet mogelijk is, wordt het óf een heel klein rondje lopen óf we fietsen een stuk.
Verleden week werd het op een avond fietsen.
We zagen broedende meerkoeten, een zwaan op een nest en een stuk verderop  het andere zwanenzwaantjesechtpaar met…. 7 jonge zwaantjes (pulletjes) Grijs en wollig.
Waarschijnlijk vermoedden pa en ma zwaan dat we brood bij ons hadden want ze kwamen, gevolgd door hun kroos, vlakbij.

 

 

 

In de weilanden daar vlakbij graasden veel ganzen tussen de bloeiende paardenbloemen en in de berm naast het fietspad stond het koolzaad prachtig geel te wezen: samen met het  frisse groen was dat een prachtige kleurencombinatie.

In de hoge bomen was het een enorme herrie; de reigers hadden er hun nesten; ik telde zo al 12 nesten.
Verderop in de wei stonde zwarte schapen mét lammetjes. Hun hoofden hadden een aparte vorm en er liep een witte streep over hun kop (Zwartblesschapen zag ik later)
Een stukje verder liep het fietspad dood. Een bord meldde dat we wel het hek door mochten, maar dan wandelend. Geen optie voor mij. Dus dezelfde wegfietsend weer terug.

We hadden (weer) even de lente opgesnoven

Betrokken mens

Ik houd van betrokken mensen. Mensen die bezig zijn mét en zich inzetten voor een vereniging, een hobby, het milieu, de natuur. Kortom bevlogen mensen.

Eén van de caissières van de supermarkt waar ik altijd kom is (amateur?)fotografe.
Bij evenementen in de regio komen we haar wel eens tegen met haar fototoestel met telelens om haar nek.
Ze zet de foto’s ook op haar facebookpagina maar, omdat ik daar geen lid van ben kan ik de foto’s daarop niet zien, alleen zien op haar viewer, als ik haar tegenkom.

Vandaag zat ze achter de kassa en vertelde me dat ze gisteren de ooievaar (aan het broeden op een speciaal daarvoor neergezette paal in een naburig stadje) had gefotografeerd.
Ze werd, al vertellend, boos, zag ik. Wat bleek?
Er was een vliegtuig heel laag overgevlogen; de ooievaar was geschrokken en landde midden op de weg. Dat leverde haar dan wel een mooie foto op, maar het was NIET goed voor de ooievaar of de eieren. Gelukkig was er, op dat moment geen verkeer op de weg. Ze had de vliegtuigkenmerken genoteerd en naar de opdrachtgever een boze mail gestuurd. “Wat dacht hij wel? Laag vliegen bij zo’n ooievaarsnest”
Ze werd er nog boos om.

 

ooievaar
foto van vorig jaar (niet van haar

 

Ze gaat de meeste dagen wel even bij het nest kijken om foto’s te maken.


Verleden jaar was zij de eerste ( met haar telelens) die wist dat er geen 2 maar 3 jonge ooievaars waren geboren.

Alweer dierenleed.

De zondagen dat er formuleraces op t.v. zijn, zit mijn lief, afhankelijk van in welke tijdzone de race zich afspeelt, een groot deel van de dag aan de buis gekluisterd; voorbeschouwing, nabeschouwing, de hele reutemeteut wordt bekeken.
Ik vermaak me ondertussen met andere dingen en meestal gaan we als ALLES is afgelopen nog even naar buiten, de natuur in of zo.

Vandaag was er weer een race en om een uur of half 5 toen het afgelopen was, besloten we nog even te fietsen. In de polder is “ergens” een vogeluitkijkhut. Ooit hebben we hem gezocht en niet gevonden. We besloten vandaag het nogmaals te proberen.
wei

Het is droog en best wel een beetje koud, dus flink trappen door de open polder dan houd je jezelf goed warm. We zagen een ooievaar foerageren in de wei, verschillende meerkoetjes op hun nest zitten te broeden en schapen, heel veel schapen, bruin en wit met lammetjes.
Ik stap mijn fiets af en roep mijn lief: het gaat verderop niet goed, er ligt een lammetje die op wil staan, maar wat niet lukt. Ik wil er op af en klim over het hek, de kudde staat me aan te kijken.Ik weet niet of schapen inmenging in hun wereld tolereren en hoop er maar het beste van.
Ik loop naar het lammetje toe, geen schaap verspert me de weg. Ik probeer het op de pootjes te zetten. De pootjes klappen weg onder het lijfje, dit is NIET GOED.
Mijn lief stelt voor om het lammetje mee te nemen naar de dichtstbijzijnde boerderij.
Die is echter best ver weg en ik ben bang dat mijn kleine fietstas geen goede behuizing is voor een mogelijk gekwetst lammetje. Dus rijden we naar die “verre” boerderij.
Daar aangekomen loop ik om de boerderij; kalfjes kijken me vanuit de stal aan en een poes loopt met hoge staart op me af.
Ik zie geen mens, loop een hek door, dan gaat er een deur open en komt een vrouw me tegemoet.
Ik vraag of ze weet van wie de schapen daar in de verte zijn; ze denkt van wel.
Ik vertel over het lammetje. Ze vraagt hoe oud ik denk dat het lammetje is. Ik heb werkelijk geen idee. NIET pasgeboren, niet liggend  vlak naast een moeder schaap, maar verder???
“Een dag, een week?” probeert de dame. Ik heb er ECHT geen verstand van en dat zeg ik ook.
Ze gaat bellen met de eigenaar en anders zal haar man er even gaan kijken.
Ik bedank haar.
Zij bedankt mij.
We hebben geen zin meer in de vogelhut.
We gaan naar huis, een beetje droef, vanwege het “zieke?” lammetje.

Dierendood

Vanmorgen lag er een klein, bloot, dood vogeltje op de vlonder.
Uit de dakgoot gevallen? Uit de bek van een roofvogel? Of door ma of pa zelf het nest uitgegooid omdat deze geen kans van overleven had?
Ik wéét: dit is naast zwanen die eieren leggen, appelbomen die in bloei staan en  kikkervisjes die de vijver bevolken ook natuur, maar hier word ik verdrietig van.

Ik heb het vogellijkje begraven, niet in een doosje met watten, zoals de kinderen vroeger een dood visje begroeven, maar gewoon zó in de  zwarte aarde op een schaduwrijk plekje; een dood vogeltje ook  een respectvol einde, ook als hij plat op een vlonder de dood vindt.

Brilbladneusvleermuis

vleermuis De Carollia perspicillata komt oorspronkelijk uit Suriname en komt nu in Paraquay, Bolivia en Mexico, Frans Guyana én dus in Artis (Amsterdam) voor.
Het is één van mijn artisblokdieren.

Ooit ben ik met een vleermuizenexpert ( Zomer Bruijn) op een bootje door Amersfoort gevaren. Hij had een batdetector bij zich en liet ons, inzittenden, de vleermuizen horen. Vleermuizen zenden een soort ratelend geluid uit, zodat je weet dat er één (of meer) in de buurt vliegen. Elke soort zendt op een andere frequentie uit en zo “leerden” we een aantal verschillende vleermuissoorten kennen.
Een vaartocht om nooit te vergeten!

Ook ben ik met een avondwandeltocht door een bos mee geweest, waarbij een vleermuizengids ons “alles” vertelde over vleermuizen. Boven een open plek in het bos zagen we er een paar in de lucht, maar wat me vooral bij is gebleven zijn de aanwijzingen hoe je kunt zien dat er vleermuizen in een boom huizen; Een soort “stroompje” langs de boomstam. De vleermuis hangt ondersteboven, laat zijn plas naar beneden lopen, dat is bij een “vaste” vleermuisboom te zien.

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERADe brilbladneusvleermuis (waarvan MIJN eerste kennismaking op mijn artisblok) heeft ongeveer 5 tot 6,5 centimeter van kop-romplengte en weegt 10 tot 20 gram. Hij(zij) jaagt in zwermen van een paar honderd vleermuizen. Ze kunnen ongeveer 9 jaar oud worden

Bij zonsondergang vliegen ze uit en gaan op zoek naar fruit in een gebied tot ongeveer 1,5 kilometer afstand van hun slaapplaats. De brilbladneusvleermuis eet voornamelijk fruit zoals piper, banaan en zaadjes, mango, koffie, amandel, guava en pitten van vruchten.
Er worden meestal 2 keer zo veel mannetjes geboren als vrouwtjes, maar omdat de levensduur van de vrouwtjes langer is dan die van de mannetjes blijft de verhouding 1:1.

 

Gele kleur, paaskleur

Na een lange winter kan ik intens blij worden van knoppen in de bomen, van bollen die uit de grond komen, van vogels die weer fluitend een partner zoeken, kortom van de LENTE.
Ik ben ontzettend blij dat ik in een land ben geboren dat seizoenen kent.
Overwinteren in Spanje,  wonen in een land met warm (heet) weer, niets voor mij, ik geniet van de afwisseling.

violenVan geel in de lente word ik BLIJ!  Zodra het kan koop ik voor de tuin viooltjes die tegen koud weer kunnen: gele natuurlijk!
dottersIn de  vijver staan momenteel de dotters te stralen, ook zo’n hoekje waar ik blij van wordt.

De kleur geel is ook echt een Paaskleur, dus nu het Pasen  is  staan er ook binnen “gele” frutsels.pasen
Een paar dagen geleden zochten we iets in een Kringspierwinkel.
We moesten 3 winkels af, vóór we vonden wat we zochten. In één van de kringspierwinkels zag ik een koektrommel staan waar ik helemaal STUK van was.
Maar…. We zouden NIETS meer kopen wat we niet nodig hebben, hebben we ons voorgenomen.
En we hebben al 2 koektrommels, een derde is  dus ECHT niet nodig!
Ik ben gek op de art nouveau stijl, dus ik draaide de koektrommel wel om, om te zien hoeveel hij kostte. Onzin natuurlijk, niet nodig, is niet nodig, hoeveel iets ook kost.
Ik liep met de koektrommel naar mijn lief die elders in de winkel stond te zoeken.
Hij keek naar de trommel en naar mij en zei; DOEN.trommel

De trommel symboliseert voor mij de lente ten top, als ik hem zie word ik er vrolijk van, dus staat hij niet in de kast, maar op de tafel.

Ik bedenk me nu dat ik helemaal géén gele kleren of gele spullen verder heb.
De kleur geel  is alleen in de lente in mijn leven, maar dan word ik er ook super blij van!

Vuurwants – Pyrrhocoris apterus

Op de grond in een park zag ik,  vlak  bij mijn voeten een klein rood kevertje. Een stukje verder zag ik er weer één. Toch maar even een fotootje maken.
wants 2
Het lijkt wel of het beestje een gezichtje op zijn rug heeft. Rood met zwart; zwarte “wenkbrauwtjes, twee oogjes, een driehoeksneusje en twee streepjes als mond ( je moet wat fantasie hebben om het te zien)
Ik zag er steeds meer, het leek wel een “kudde” .
Ik nam een paar foto’s, maar de zon scheen op mijn schermpje, dus ik zag amper wat ik deed.

Thuis keek ik of ik een foto had waarop ik kon laten zien wat voor torretje het was, gelukkig waren er een paar gelukt.

Op internet ontdekte ik dat ik vuurwantsen had gezien en dat deze inderdaad in groepen leven.
Op de site (huis en tuin) werd benadrukt dat de vuurwants niet tot de schadelijke insecten behoren. In tegendeel het zijn opruimers; afgevallen bladeren en dode insecten worden door vuurwantsen “geruimd” Met hun zuigsnuit zuigen ze de sappen uit bladeren en dode dieren, daardoor “stinken” ze.  Ze zijn, door de chemische processen in hun lijfje onaantrekkelijk  als voedsel voor de meeste vogels.
vuurwantsZe overwinteren onder bladeren en stenen en rond mei  komen ze weer tot leven,

Omdat dit een erg zonnige dag was, vermoed ik dat ze eerder (het is nog geen half april) wakker zijn geworden en daarom zo actief! In het park viel héél wat op te ruimen aan dode bladeren, vandaar waarschijnlijk de bedrijvigheid van zoveel vuurwantsen;  na een lange winter: werk aan de winkel!

 

 

 

Vogelevenementen

Een tijdje geleden schreef ik een blog over de gewonde houtsnip die in onze tuin strandde. Een paar dagen later kreeg ik een filmpje van een familielid, die met zijn telefoon een roofvogel die achter een vogeltje aanzat gefilmd had. Helaas “won” de sperwer (want dat denk ik dat het was) en legde het meesje het loodje.
Een ander familielid vertelde dat een KWAK, een paar dagen om zijn huis had rondgescharreld had.Een kwak is in Nederland uiterst zeldzaam. Bijzonder om die van dichtbij te zien.
Het ene vogelverhaal lokt het andere vogelverhaal uit!
Voor mensen die zelf, met anderen vogels willen zien , worden evenementen georganiseerd.

logo vogel

Er blijkt in Nederland jaarlijks een Nationale Vogelweek georganiseerd te worden, die dit jaar plaats vindt van 11 t/m 19 mei. Vogelkenners laten dan aan belangstellenden hun favoriete vogelkijkplekken zien. [https://www.vogelweek.nl/]

In mei is er ook het Wadden Vogel Festival op Texel nl. 11 en 12 mei:
Op de fiets langs de vogelkijkpunten kun je wel ruim 180 verschillende vogels ontdekken
[http://www.beleefdewaddennatuur.nl/agenda/vogelfestival-texel]

Roodsnavelhokko

roodsnavelhokkoDoor de artisblokken leer ik, behalve bijzondere beesten, soms ook nieuwe woorden kennen
Zo leerde ik vandaag het woord endemisch, nooit eerder  dat woord tegengekomen.
Endemisch betekent dat een organisme van nature maar in één begrensd gebied voorkomt.
In het geval van de roodsnavelhokko  is dat het zuidoosten van Brazilië.
Deze hokko,  een vogel,  is een bedreigde diersoort; in 2013 werd hun aantal op ca. 170 volwassen exemplaren geschat. Dit soort staat dan ook op de lijst van bedreigde diersoorten van het IUCN.

Johann Baptist von Spix (1781-1826) een Duitse ontdekkingsreiziger en natuuronderzoeker was de eerste die in 1825  de wetenschappelijke naam van deze vogel publiceerde: Crax blumenbachii
De vogel is 84 cm lang en overwegend zwart mét, zoals de naam zegt, een rode snavel.

Dieren”taal”

Laatst was ik ergens waar de radio aanstond. Er was een interessant programma aan de gang over taal en dieren. De biologe die aan het woord was vertelde dat dieren wél communiceren met elkaar maar alleen in het HIER en NU , ze hebben geen verleden of toekomstige tijd in hun communicatie.

Ze vertelde van een onderzoek dat gedaan is met apen. Biologen hebben een paar apen gebarentaal geleerd. Dat ging best goed. De apen konden bepaalde gebaren onthouden en begrepen waar ze voor stonden. Het waren korte ‘zinnetjes” zoals : aap eet banaan” De symbolen waren aangeleerd, de volgorde lukte niet. De ene keer “zei” de aap ”banaan eet aap ”: de andere keer “ eet banaan aap”
Wij mensen hebben taal, en daarin ook  de volgorde afgesproken van waarin de woorden moeten staan. Banaan eet aap betekent iets anders dan aap eet banaan.
Bij de apen dus niet!

Wat ik ook interessant vond was dat de biologe vertelde dat je met taal kunt fantaseren en kunt liegen en dat dieren dat niet kunnen, dus bij dieren “spreken” we niet van taal.
Ze haalde het voorbeeld aan van bijen, die communiceren d.m.v een “dansje in de lucht” met andere bijen waar bloemen met nectar te vinden zijn. D.m.v. hun bewegingen kunnen ze andere bijen “vertellen” waar dat is, zoveel meter naar links, dan naar rechts achter de boom…..etc.
Een bij kan niet een fout dansje doen, dus “vertellen” waar de honing is, die daar dan NIET is, jokken dus. (Ik vraag me  wel af hoe ze dat hebben kunnen  constateren: dat bijen  altijd de waarheid “dansen”)

De dame vertelde ook dat zebravinken, die altijd in groepen leven, in verschillende gebieden, verschillende “liedjes” voortbrengen. Je zou hier dus, áls je van “dierentaal” zou kunnen spreken  hier kunnen spreken van een “dialect”.

Helaas kon ik het programma verder niet horen. Thuis heb ik nog wel opgezocht waarom onderzoekers van taal bij dieren met zebravinken werken.
Ik las dat alleen de mannetjes zebravinken zingen en dat leren aan hun kinderen; hun gezang heeft een bepaalde structuur, dat lijkt op taal, ook al heeft de structuur geen betekenis zoals taal bij ons wel heeft.

Wéér wat wijzer geworden: bij dieren spreek je  niet van taal, maar van onderling communiceren want bij taal kun je fantaseren, jokken en in toekomstige en verleden tijd praten en dat kunnen dieren niet.