Vertrek huisarts.

Onze huisarts gaat weg. Bijna 30 jaar is hij hier huisarts geweest en nu hij bijna 65 jaar is gaat hij met pensioen. Ik zag het niet aankomen. De man heeft een jeugdige uitstraling en ziet er zeker niet uit als 64.

Er zitten in ons gezondheidscentrum 3 artsen, (+vervangers) .De eerste  (oude) vertrok in 2013  na vele jaren hier huisarts te zijn geweest. In 2017 is de volgende huisarts weggegaan die hier 37 jaar heeft gewerkt en nu dus nummer 3. De mijne!

Toen hij deze huisartsenpraktijk binnenkwam schreef ik een column voor het plaatselijke blad en in die hoedanigheid interviewde ik de nieuwe huisarts. Hij vertelde dat hij gewerkt had bij een Medische Noodhulporganisatie in rampengebieden. Ik vroeg me toen af of na, in heftige (oorlogs)gebieden te zijn geweest, hij een keelontsteking of een griep (waarvoor mensen in een huisartsenpraktijk kunnen komen) niet “peanuts”zou vinden in vergelijk tot de eerdere verschrikkingen. Hij zag dat toen niet zó en heeft dat, ook nooit laten blijken.

Als je niets ernstigs krijgt en je inderdaad “alleen” voor een flinke griep, keelontsteking of een akelige val bij de huisarts komt, is een “goede” arts  ruim voldoende. Als er andere, ernstigere zaken voorkomen is dat een heel ander verhaal. Hij schreef dat ook in zijn afscheidsbrief naar zijn patiënten*) toe dat hij “bijzondere momenten van verdriet, geluk, van spanning en onzekerheid, angst en wanhoop met sommigen van zijn patiënten heeft meegemaakt.”
Die dingen zullen ook een huisarts niet in de koude kleren gaan zitten, dus na een periode van huisartsenpraktijk heeft hij zijn geestelijke en lichamelijke rust ook wel verdiend.
Gaat hij op zijn lauweren rusten? Nee, het bloed kruipt waar het niet gaan kan, hij wordt vrijwilliger bij Stichting VluchtelingenWerk Nederland.
En zo is de cirkel weer rond.

*) waarin hij ook zijn opvolgster aan zijn patiënten voorstelt.
Significant detail is dat de praktijk nu uit 3 vrouwelijke artsen gaat bestaan.

Ziekenhuisbezoek

Gisteravond gingen we op ziekenbezoek in een ziekenhuis.
We contacten eerst familie die een agenda bijhield wanneer en wie er aan zijn bed zouden zitten, want 2 mensen was het maximale bezoek in één keer, na een behoorlijk zware operatie. Overdag was al volgeboekt, we konden op een avond.

ziekenhuis2
’s Avonds komen we nooit in een ziekenhuis. Als we overdag een enkele keer naar een polikliniek gaan is er in de buurt geen parkeerplaats te vinden. De betaalde parkeerplaats én de parkeerplaatsen verderop zijn dan meestal vol.
Nu was het rustig. De bezoektijd is van half 7 tot 8. Om half 7 zitten waarschijnlijk nog veel mensen te eten. Er waren parkeerplaatsen genoeg en het was erg stil, in de hal, maar ook op de afdelingen.

Vroeger waren er vrouwen- en mannenafdelingen, dat is niet meer.
Onze kennis lag op een zaal van 4; hij met 3 vrouwen!
Het ging goed met hem, hij had geen pijn en er waren al een paar ”apparaten” afgesloten.
Toen wij om half 8 weggingen kwamen er bezoekers bij de dames (misschien kwamen zij van verder. Wij hoefden maar 33 km  rijden)

Was vroeger alles bijna  wit in het ziekenhuis, behalve de ansichtkaarten boven de bedden, nu waren er tal van kleurige kunstwerken in de hal.
Mooi, levendiger.
ziekenhuis1

 

 

 

 

Handige hulpmiddelen

Vaak verbaas ik me over wat tegenwoordig technisch beschikbaar is aan hulpmiddelen voor ouderen of zieke mensen.
Mijn (toen) ernstig zieke broer had een “bijzondere” telefoon  met een SOS armband waarmee met één druk op de knop, een noodbericht naar een voorgeprogrammeerd nummer kon worden gestuurd. Nam díe persoon niet op, dan belde de telefoon zelf nummer 2 van de lijst en zo verder. Nam er wél iemand op dan kon die persoon praten met mijn broer en  kon hij ook terug praten zonder dat mijn broer de hoorn oppakte.

Gisteren was ik bij een iemand die alleen woont en slecht horen kan. Hij had een flitsbel. Dus toen ik op de bel drukte flitste er in zijn huiskamer een blauw licht, waarna hij naar de deur kwam.
Ook op de voordeur zag ik iets “bijzonders”. Er werd me uitgelegd dat dit een sleutelkluisje was.
sleutelkluisOók dat had ik nog nooit gezien. Er zit een cijfercode op die iemand (bv de thuiszorg) krijgen kan.
Door het intoetsen van die code gaat er een klepje open en komt de sleutel te voorschijn, daarmee kan de voordeur geopend worden als de persoon die er woont zélf niet naar de voordeur komen kan (de sleutel kan, na binnenkomst, weer terug in het kluisje, klaar voor de volgende gebruiker)

Steeds meer (zieke) ouderen wonen nog op zichzelf en willen dat vaak graag zó houden, soms hebben ze wel zorg nodig. Dat kan uit hun eigen netwerk zijn, familie, buren, vrienden, maar ook thuiszorg of een maaltijdservice.
Mijn schoonzus vrijwilligde indertijd voor Tafeltje-dekje, maar ik hoorde nu ook van een andere maaltijdservice : Uitgekookt ( geweldige naam vind ik!)

En  er zijn dus  technische hulpmiddelen die ouderen in staat stellen langer thuis te blijven wonen. Ik denk dat de bedrijven die deze spullen ontwikkelen en/of verkopen ook een grote markt hebben!
Even wat cijfers: 

  • Op 1 januari 2018 waren er ruim 779.000 mensen In Nederland van 80 jaar en ouder, wat neerkomt op 4,5% van de bevolking  (volksgezondheidsinfo)
  • In 2019 is voor het eerst de helft van de volwassen bevolking van Nederland ouder dan 50 jaar (cijfer CBS)
  • In 2019 stijgt het aantal 65-plussers tot boven de 3,3 miljoen (generationjourney)

Mazelen, één van de meest besmettelijke ziektes

Ooit, vóór mijn geboorte, is een neefje van mij aan de mazelen overleden
Dus “mazelen”  was in ons huisgezin een ernstige ziekte.
Ik kreeg het en werd door mijn ouders met argusogen in de gaten gehouden, nadat de rode vlekjes wegtrokken en de ziekte over was, waren mijn ouders dolblij: Iemand die mazelen gehad had, kon het niet wéér krijgen: het gevaar voor hun dochter was geweken.

Ik las dat omstreeks die tijd er honderdduizenden mazelpatiënten per jaar waren, bijna ieder kind kreeg de mazelen. Het is één van de meest besmettelijke ziekte en is overdraagbaar door de mens; hele klassen werden vroeger door deze ziekte geveld.

Sinds 1976 worden kinderen in Nederland hiertegen ingeënt, 2 x één keer: 1x op de leeftijd van 14 maanden en één keer bij de leeftijd van 9 jaar. Daardoor zijn er nu nog máár zo’n 10 mazelpatiënten per jaar (niet iedere ouder laat zijn/haar kind vaccineren)
Er is géén behandeling tegen mazelen, meestal gaat het na zo’n 10 dagen vanzelf over. Soms niet, dan gaat het over in iets anders, zoals longontsteking.
Er komt wereldwijd steeds minder mazelen voor, toch stierven er in 2016 nog 90.000 kinderen aan de mazelen.

Momenteel woedt er een mazelen epidemie in Congo*) die al aan meer dan 3.000 mensen het leven heeft gekost. Aangezien er géén medicijnen tegen mazelen zijn, is vaccinatie de enige oplossing; zorgen dat er niet méér mensen deze ziekte krijgen (meer dan 165.200 mensen zijn al besmet)
Artsen zonder grenzen is in Congo actief om te zorgen dat de mazelen epidemie zich niet uitbreidt. Ze hebben al 475.000 kinderen onder de 5 jaar gevaccineerd. Dat is dan alleen in Congo, ook in Nigeria is een team van Artsen Zonder Grenzen de strijd tegen de Mazelen begonnen.

De Bondsdag heeft gisteren (op persoonlijke titel) over een wet tot verplichte mazelvaccinatie gestemd.
Vanaf maart 2020 moeten alle school- en crechegaande kinderen tegen de mazelen zijn ingeënt. Ook leraren, medisch personeel, medewerkers in een creche en mensen die met asielzoekers werken moeten tegen de mazelen zijn ingeënt.
De minister van Volksgezondheid(CDU) Jens Spahn:Deze wet is kinderbescherming in de waarste zin van het woord”
In de Volkskrant stond vandaag dat de groep vaccinatiesceptici, de antivaxxers, zowel in Nederland als in Duitsland toeneemt.
Volgens de WereldGezondheidsOrganisatie moet er een 95% vaccinatiegraad zijn om de gehele bevolking te beschermen.

 

*) 10 juni officieel begonnen

Von Willebrand (VWD)

erik adolf

Erik Adolf von Willebrand (1870-1949) was een Fin, arts, anatoom en tevens professor aan de Universiteit van Helsinki.
In 1926 beschreef hij als eerste een bloedstollingsziekte*) die later de Ziekte van Von Willebrand zou worden genoemd.

Ongeveer 1% van de bevolking heeft een tekort aan stollingseiwit.
Getallen zeggen me niet zoveel: ik ken iemand die dit heeft, dan komt het plotseling dichterbij. Jarenlang met haar bevriend zonder dat ik van die ziekte iets wist (ze is een bikkel)
Een operatie vroeger, toen haar ziekte nog niet bekend was, heeft haar bijna het leven gekost door de bloedingen.
Daarna is e.e.a. onderzocht en kwam von Willebrand aan het licht.

Je hoeft van VWD (zoals de ziekte kortweg genoemd wordt) dan ook niet veel te merken. Soms wordt het “toevallig” ontdekt en dan vaak door een tandheelkundige behandeling of een chirurgische ingreep; er kunnen dan zware bloedingen optreden;  bloed  dat niet of nauwelijks stolt!
Het “toeval” wil dat MIJN bekende nogal eens geopereerd moet worden, dan wordt zij, de specialist én de narcotiseur daarmee geconfronteerd.

Er zijn middelen hiervoor die bv. bij een operatie gegeven kunnen worden, maar hier zit altijd een risicofactor bij.  Er is een nieuw Von Willebrandfactorconcentraat ontwikkeld, dat momenteel nog in de testfase zit; het zal nog wel enkele jaren duren voor dit middel voor patiënten beschikbaar is.

 

 

*) bloedstolling is het proces waardoor  bloed dat aan de lucht of aan andere oppervlakken dan de binnenkant van het vaatstelsel wordt blootgesteld, klontert en hard wordt. Het is een van de processen die bloedverlies bij verwondingen beperken.

Pr van zorginstellingen

Ik ben erg tevreden over de zorg hier in Nederland (vergeleken met National Health in Engeland, waar mijn schoonzus van afhankelijk is, leven we hier in een Zorgparadijs)

Hoe  de Zorg communiceert met haar (toekomstige) klanten vind ik wel  vaak tenenkrommend. Ik las onlangs weer het een en ander in een informatieblad van een nieuw te bouwen ziekenhuis. Van de “wervende” kop “De patiënt staat centraal” word ik ter plekke misselijk.
Natuurlijk staat een patiënt centraal, al die zorgverleners zijn er immers vóór de patiënt! Zonder patiënt hebben ze geen werk.

Er komt een nieuw, groot ziekenhuis. Het oude wordt  t.z.t. verkocht, met geld van de verkoop betaalt het ziekenhuis de nieuwbouw.
Het ziekenhuis wil de grond verkopen aan een projectontwikkelaar, dan moet het bestemmingsplan gewijzigd worden! Ik las in de informatiekrant die ik meenam uit dit toekomstig te koop staand ziekenhuis:
Steeds meer zorg wordt buiten het ziekenhuis gegeven, dat is nodig want door de vergrijzing en het toename van het aantal mensen met een chronisch ziekte verandert en groeit de zorgvraag. Tegelijk zijn er veel medische en technische ontwikkelingen die zorgverlening op een ander manier mogelijk maken zoals monitoring op afstand en videoconsult.
En ook: Zorg op de juiste plek noemen we dat: in het ziekenhuis, een regionaal medisch centrum of bij de mensen thuis.

Minder zorg in het ziekenhuis
, maar wel een groter ziekenhuis bouwen dan het huidige? En een nieuw Medisch Centrum in een andere plaats.

Alles in de zorg werd ooit gecentraliseerd. Toen ik ernstig ziek was zo’n dertig jaar geleden moest ik voor allerlei onderzoeken naar allerlei ziekenhuizen. Wel in de regio, niet in dezelfde plaats.(geen klacht hoor, het was nu eenmaal zo) Later is dat veranderd. Ziekenhuizen krompen in of sloten zelfs en er kwam één groot regionaal ziekenhuis.
Wat ik nu begrijp komt er weer een Medisch Centrum elders, “ om de zorg dichter bij de mens te brengen” Nieuwe inzichten? Nieuwe gebouwen. Gigantisch meer kosten.Het wordt allemaal duurder, maar daar hebben ze het in het infoblaadje niet over, dat is niet wervend.

Ook zo’n zinnetje als “…een nieuw gebouw en regionale medische centra, waar inwoners van de regio zorg krijgen volgens de nieuwste inzichten “ geeft mij de kriebels.
Hoezo met een nieuw gebouw zullen mensen worden geholpen volgens de nieuwste inzichten? Nu niet dan?

We hebben het goed in Nederland, zeker op het gebied van de zorg.
Maar dat het allemaal beter wordt door een nieuw gebouw, daar geloof ik niet zo in
Zorg hoeft in mijn ogen geen pr. Geen kreten nodig als “op maat” of “ de patiënt staat centraal”.Organiseer de zorg goed, dat is in Nederland over het algemeen goed gedaan.Houden zo!

Niemand heeft graag met ziekenhuis, arts en zorg te maken; we willen allemaal gezond zijn en blijven
Maar als dat niet kan, als we zorg nodig hebben, is het fijn als het in de buurt is, als zorg “op maat geleverd kan worden”
Maar iedereen weet dat dat niet altijd kan. Dat je wel eens lang moet wachten voor een afspraak, dat je wel eens verder moet reizen dan je zou willen en dat niet altijd de specialist die JIJ wil tijd voor je heeft.
That’s live.

Slim water?

waterOnderzoek van de Universiteiten van Londen en Westminster toonde aan dat er verband bestaat tussen je mentale gesteldheid en het drinken van water: studenten die een flesje water bij zich hadden tijdens tentamens en dat ook water ook daadwerkelijk dronken hadden betere cijfers dan degenen die géén water dronken!


80%
van onze hersenen bestaan uit vocht, dus als je water drinkt “voed je je hersenen
Er wordt beweerd dat het drinken van 8 tot 10 glazen water je cognitieve vaardigheden met 30% kunnen verhogen.

De andere kant van dit positieve geluid is dat je een watervergiftiging kan oplopen door een teveel aan water te drinken. De nieren kunnen 8 tot 10 liter water verwerken, als je heel veel (meer) water in een korte tijd drinkt kunnen je nieren dat niet aan en kun je zelfs overlijden.

Water heeft ook op een andere manier bijgedragen aan de “slimheid” van minstens één mens. Zo las ik dat Albert Einstein (E=MC2) zijn beste ideeën onder de douche kreeg!

Ook IN het water leven kan het  brein “groot”maken: het brein van de potvis is het grootste ca 7,8 kilo.
Intelligentie heeft echter niets met de omvang van het brein te maken.( mensen hebben maar 1,5 kilo aan hersenen)
Als je het over intelligente dieren hebt;tuimelaars (dolfijnen) behoren tot een van de intelligentste diersoorten, ook zij hebben, net al de mens,  máár 1,5 kilo aan hersenen

Te Zijn of niet te Zijn…..

Laatst  vertelde iemand mij een bijzonder verhaal dat ik met u wil delen en tegelijkertijd wil ik u hiermee waarschuwen.
Waarschuwen voor het gevaar dat
mensen die in coma zijn
wél kunnen horen wat er om hen heen gezegd wordt en
er zelfs op kunnen reageren.

Een vrouw kreeg te horen dat ze kanker had en ten hoogste nog 5 jaar te leven had.
Het werden 7 jaren.
Maar toen was de koek ook echt op.
Ze werd geopereerd en kwam er slecht uit.
Altijd had ze levenslust gehad en was blij met wat ze nog wél kon.
Nu was ze het zat; het ging niet meer.
Er werd palliatieve sedatie*) toegepast

Ze raakte in een soort comateuze toestand. De arts had gezegd dat de dood nog wel even op zich kon laten wachten, er was niet te zeggen wanneer ze daadwerkelijk sterven zou.
En dus waren al haar volwassen kinderen (ze was 75 jaar) die laatste tijd bij haar.
Ze wisselden elkaar af in naast het bed zitten en deden verder “klusjes”
rozenZo was er in de tuin een rozenstruik die last van beestjes had en een van de kinderen had een bestrijdingsmiddel gekocht. Ze ging met haar zus de rozenstruik behandelen.
Daarna kwamen ze terug in de huiskamer waar de zoon bij het bed van zijn moeder zat.
De dochters vertelden wat ze hadden gedaan en dat ze hoopten dat het snel werken zou.
De andere zus onderbrak en zei dat het wel 3 dagen zou kunnen duren voor daadwerkelijk,,,,,,,
De moeder opende haar ogen en zei:” Nee, niet 3 dagen dat is te lang, het mag NU wel!”
De kinderen waren verbijsterd, hun moeder was door de morfine immers “van de wereld”?
De dochter legde haar moeder uit dat het om de rozen ging en niet om haar.
“Gelukkig, want 3 dagen vind ik echt te veel, ik wil NU” en ze viel weer in “slaap”

Ze stierf dezelfde avond.
Let dus op bij wat je zegt als je bij iemand aan het bed zit, óók als hij of zij in diepe slaap lijkt te zijn

 

*)Palliatieve sedatie is het verlagen van het bewustzijn in de laatste levensfase. Dit gebeurt door een arts. Door medicijnen wordt de cliënt ‘soezerig’ of valt in een diepe slaap. Het doel van palliatieve sedatie is dat de klachten verlicht worden en dat de cliënt zo min mogelijk lijdt

Nederland staat op tegen kanker.

ned.kanker

Een actie die 15 mei op tv. Werd uitgezonden.
Ik heb niet gekeken
Ik wéét dat 1 op de 3 Nederlanders kanker krijgt.
Ontroerende verhalen over kanker hoef ik niet op t.v. te zien, ik zie ze in eigen omgeving.

Vandaag kreeg ik wéér (per brief)een  verzoek voor een donatie. Van het KWF dit maal.
Het Wereldkankeronderzoek (WKOF) gaf ik vorig jaar verschillende donaties. Nu hebben we deze donaties stopgezet stop gezet. (Mede door de publicaties over het percentage dat van de giften voor het onderzoek zou worden gebruikt)*)

In een krantje van het KWF zeggen BN-ers  “iets” over kanker. Ik heb me nog nooit laten leiden door wat een BN-er zegt of doet (wat is hij of zij meer dan een familielid of kennis?)
Waar ik wél door getroffen werd zijn de feiten in dit krantje genoemd:

  • Elk uur krijgen 13 mensen in Nederland kanker
  • Het commentaar van Prof W Zwart (onderzoeker AvL):.”Het kankeronderzoek gaat ontzettend hard, elke dag begrijpen we kanker beter en komen we dichterbij”
  • KWF krijgt géén overheidssubsidie, maar is één van de grootste financiers van al het kankeronderzoek in Nederland
  • KWF financiert momenteel ruim 600 projecten op het gebied van kanker
  • Een onderzoek duurt gemiddeld 4 jaar en kost bijna 6 ton.

We gaan nu dus bij het KWF doneren. Iets, dat naar ik begreep, al heel veel mensen gedaan hebben naar aanleiding van die t.v.uitzending.
Zoveel exposure werkt nog altijd!
Wat zou het geweldig zijn als er géén mensen meer aan kanker hoeven dood te gaan.
Ik hoop het ooit mee te maken!

 

 

 

*) publicatie van Argos uit 2017  dat WKOF in Nederland ca. 8 miljoen per jaar ophaalt en een groot deel van dit bedrag voor voorlichting (en dus niet voor research) Argos heeft ook zijn twijfels over de aard van de voorlichting, is dit niet meer fondsenwerving?

Medische snelheid

Gisteren was dé dag dat ik naar een specialist moest (orthopeed) om meer te horen  over mijn voeten en het gevolg ervan: pijnlijk lopen.
Ik moest mij melden bij de poli en kreeg een briefje voor radiologie. Even wachten en toen werden er 2 foto’s van mijn voet gemaakt.

Toen naar de specialist, waardoor ik, omdat alles zo razendsnel ging, een half uur te vroeg was.
ziekenhuis KIn de wachtkamer staat een kinderspeeltafel. Waarom? Daar kom ik snel genoeg achter: in het half uur dat we er zitten (mijn lief is mee voor moral support) komen er 4 kindjes met spreidbroekjes voor controle. Hele kleine pukkies, kruipen over de vloer, één met alleen een papa, één met alleen een mama, en 2 met papa en mama en nog een kleuter erbij, die naar de speeltafel gaan. Het brengt leuk kijkvermaak.De kleintjes lijken zich niets aan te trekken van hun “harnasje” en schuiven  vrolijk over de grond.

ziekenhuis arthoEr komt een co- assistente me halen. Ze vraagt meer dan 10 dwazen kunnen beantwoorden, ze moet nog leren, vertelt ze me. Ik geef op alles antwoord en ze knikt, typt in, stelt weer een vraag en zo zijn we leuk een tijdje bezig. Ik vertel dat er foto’s zijn gemaakt. Ze roept ze op  de computer op en laat ze me zien. Ze zegt dat hierop alleen botten te zien zijn. Dat zie ik (waarom zijn ze gemaakt als ik geen botprobleem heb? denk ik, maar ik vraag het niet. Ik wacht af)
Ze gaat overleggen met de orthopeed en dan komt hij naar me kijken, zo waarschuwt ze.

En dan komt de specialist zelf, een rijzige man die autoriteit uitstraalt. Hij voelt, hij kijkt en zegt bondig ”Gescheurde pees is de oorzaak, daar komt littekenweefsel omheen, dat gaat drukken en dat geeft pijn. Niet te opereren want daardoor komt meer littekenweefsel en lost niets op”.
Ik vertel dat mijn andere voet het ook heeft en hij voelt (met handschoentje aan) ook daar.
“Ja, dat klopt” Ik vraag of dat niet bijzonder is, dat allebei de voeten een gescheurde pees hebben.
Gelukkig is het een dokter met humor: ”Ik zou u graag zeggen dat u iets bijzonders bent, maar dit geval komt vaker voor” Hij glimlacht en ik ook.
We spreken over de oorzaak, hij bekent dat hij het niet weet, het kan al zijn door in het bos “verkeerd” op een takje te stappen. Het heeft niets met leeftijd of leeftrant te maken en kan iedereen gebeuren.
Maar nu! Wat kan hij/ik eraan doen. Hij niets. Ik ook niet. Maar……….. de instrumentmaker wel.
“Toevallig heeft hij nu spreekuur en kan u er meteen heen, misschien een tijdje wachten, maar dan meet hij u speciale orthopedische zolen aan, die de druk verlichten en u hopelijk van de pijn afhelpen. Ik leg een brief voor hem neer bij de assistente, als u daar even zegt dat u op hem wacht, wordt u zo binnen geroepen”
Hij steekt zijn hand uit en voor ik het weet is hij de behandelkamer uit en ben ik weer alleen met de co-assistente. Zij gaat me voor naar de assistente, die me weer naar de wachtkamer verwijst
Ik vindt alles best en ben erg blij dat dit allemaal achter elkaar kan worden afgehandeld en ik mogelijk al gauw weer (een beetje?) normaal kan lopen.

Na een dik half uur komt de instrumentmaker me halen. Hij vraagt het een en ander, bekijkt mijn podoloogzooltjes (“die brengen u helemaal geen steun”)
Ik leg hem snel uit dat die ook niet gemaakt waren voor deze klacht en hun werk “toen” hebben gedaan en spreek de hoop uit dat de nieuw te maken zooltjes mij opnieuw zullen helpen om de pijn te verlichten. Hij garandeert niets, maar ervaring heeft hem geleerd dat dat “meestal” wel het geval is. Twee en half uur later sta ik weer buiten met een afspraak over 14 dagen om de zooltjes op te halen.
Wat leven we toch in een geweldig land, dat dit allemaal zo snel geregeld kan worden.
Ik hoop zó dat de zooltjes gaan helpen en strompel intussen naar de geparkeerde auto; naar huis, naar koffie, dít heb ik weer achter de rug!