Medische snelheid

Gisteren was dé dag dat ik naar een specialist moest (orthopeed) om meer te horen  over mijn voeten en het gevolg ervan: pijnlijk lopen.
Ik moest mij melden bij de poli en kreeg een briefje voor radiologie. Even wachten en toen werden er 2 foto’s van mijn voet gemaakt.

Toen naar de specialist, waardoor ik, omdat alles zo razendsnel ging, een half uur te vroeg was.
ziekenhuis KIn de wachtkamer staat een kinderspeeltafel. Waarom? Daar kom ik snel genoeg achter: in het half uur dat we er zitten (mijn lief is mee voor moral support) komen er 4 kindjes met spreidbroekjes voor controle. Hele kleine pukkies, kruipen over de vloer, één met alleen een papa, één met alleen een mama, en 2 met papa en mama en nog een kleuter erbij, die naar de speeltafel gaan. Het brengt leuk kijkvermaak.De kleintjes lijken zich niets aan te trekken van hun “harnasje” en schuiven  vrolijk over de grond.

ziekenhuis arthoEr komt een co- assistente me halen. Ze vraagt meer dan 10 dwazen kunnen beantwoorden, ze moet nog leren, vertelt ze me. Ik geef op alles antwoord en ze knikt, typt in, stelt weer een vraag en zo zijn we leuk een tijdje bezig. Ik vertel dat er foto’s zijn gemaakt. Ze roept ze op  de computer op en laat ze me zien. Ze zegt dat hierop alleen botten te zien zijn. Dat zie ik (waarom zijn ze gemaakt als ik geen botprobleem heb? denk ik, maar ik vraag het niet. Ik wacht af)
Ze gaat overleggen met de orthopeed en dan komt hij naar me kijken, zo waarschuwt ze.

En dan komt de specialist zelf, een rijzige man die autoriteit uitstraalt. Hij voelt, hij kijkt en zegt bondig ”Gescheurde pees is de oorzaak, daar komt littekenweefsel omheen, dat gaat drukken en dat geeft pijn. Niet te opereren want daardoor komt meer littekenweefsel en lost niets op”.
Ik vertel dat mijn andere voet het ook heeft en hij voelt (met handschoentje aan) ook daar.
“Ja, dat klopt” Ik vraag of dat niet bijzonder is, dat allebei de voeten een gescheurde pees hebben.
Gelukkig is het een dokter met humor: ”Ik zou u graag zeggen dat u iets bijzonders bent, maar dit geval komt vaker voor” Hij glimlacht en ik ook.
We spreken over de oorzaak, hij bekent dat hij het niet weet, het kan al zijn door in het bos “verkeerd” op een takje te stappen. Het heeft niets met leeftijd of leeftrant te maken en kan iedereen gebeuren.
Maar nu! Wat kan hij/ik eraan doen. Hij niets. Ik ook niet. Maar……….. de instrumentmaker wel.
“Toevallig heeft hij nu spreekuur en kan u er meteen heen, misschien een tijdje wachten, maar dan meet hij u speciale orthopedische zolen aan, die de druk verlichten en u hopelijk van de pijn afhelpen. Ik leg een brief voor hem neer bij de assistente, als u daar even zegt dat u op hem wacht, wordt u zo binnen geroepen”
Hij steekt zijn hand uit en voor ik het weet is hij de behandelkamer uit en ben ik weer alleen met de co-assistente. Zij gaat me voor naar de assistente, die me weer naar de wachtkamer verwijst
Ik vindt alles best en ben erg blij dat dit allemaal achter elkaar kan worden afgehandeld en ik mogelijk al gauw weer (een beetje?) normaal kan lopen.

Na een dik half uur komt de instrumentmaker me halen. Hij vraagt het een en ander, bekijkt mijn podoloogzooltjes (“die brengen u helemaal geen steun”)
Ik leg hem snel uit dat die ook niet gemaakt waren voor deze klacht en hun werk “toen” hebben gedaan en spreek de hoop uit dat de nieuw te maken zooltjes mij opnieuw zullen helpen om de pijn te verlichten. Hij garandeert niets, maar ervaring heeft hem geleerd dat dat “meestal” wel het geval is. Twee en half uur later sta ik weer buiten met een afspraak over 14 dagen om de zooltjes op te halen.
Wat leven we toch in een geweldig land, dat dit allemaal zo snel geregeld kan worden.
Ik hoop zó dat de zooltjes gaan helpen en strompel intussen naar de geparkeerde auto; naar huis, naar koffie, dít heb ik weer achter de rug!

Info over kanker

Dit is de tijd van overvloed aan mogelijkheden om aan kennis te komen, maar hoe wáár is die kennis?
Als ik iets voor een blog op internet nakijk, bekijk ik 3 verschillende bronnen. Natuurlijk geeft dat geen garantie of het wáár is wat ik daar zie staan, maar je moet WAT.
Onlangs kreeg ik een brief van het WKOF. WKOF-Logo
Ik las daarna ook e.e.a. op de site van het KWF over deze punten.

In informatie van het Wereld Kanker Onderzoek Fonds staat:

  1. De misvatting dat kanker voornamelijk een kwestie is van erfelijkheid en gewoon pech moet de wereld uit
  2. 1 op de 3 mensen in Nederland krijgt ooit kanker (per jaar meer dan 110.000 mensen, dat zijn ongeveer 300 mensen per dag)
  3. Kanker is doodsoorzaak nummer 1
  4. Overgewicht is*), op roken na, een van de belangrijkste risicofactoren voor kanker in onze leefstijl (overgewicht vergroot de kans op 12 vormen van kanker)
  5. Wij willen dat door gezonde keuzes in voeding en leefstijl minder mensen kanker krijgen.

logo kwfHet KNWF (Koningin Wilhelmina Fonds) meldt op haar website over punt 1 en 5

Een garantie om kanker te voorkomen is er helaas niet en in veel gevallen is er sprake van ‘domme pech’. Toeval speelt een rol bij het krijgen van kanker, maar mensen kunnen zelf de kans op het krijgen van kanker verminderen door gezonder te leven

Hoewel we niet altijd weten hoe voeding je kans op kanker beïnvloedt, weten we voor bepaalde voeding of voedingsstoffen wel dát het zo is:
Groenten en fruit bevatten belangrijke vitaminen en mineralen die je kans op kanker        verkleinen;
Rood vlees
(bijvoorbeeld rundvlees, lamsvlees en varkensvlees) en bewerkt vlees (vlees dat is geconserveerd door middel van roken, drogen, zouten of door toevoeging van conserveringsmiddelen, zoals boterhamworst) vergroten het risico op kanker.
 

Verder schrijf KWF nog op haar website: Naar schatting 30% van de nieuwe kankergevallen in Nederland wordt veroorzaakt door een minder gezonde levensstijl, en zou daarmee in principe voorkomen kunnen worden. Niet roken is hierin het belangrijkste advies maar ook gezonde voeding en voldoende bewegen helpen om het risico te verlagen. 

*) Je kunt bepalen of je aan overgewicht lijdt door  je BMI (Body Mass Index).
Is het getal hoger dan 25 dan is de kans dat je kanker krijgt groter.
Je BMI bepalen kan op https://www.voedingscentrum.nl/nl/mijn-gewicht/heb-ik-een-gezond-gewicht/bmi-meter.aspx?gclid=EAIaIQobChMIg5SVq8_94QIVV-h3Ch1swQ4GEAAYAiAAEgIXTPD_BwE.   als je je gewicht, leeftijd en lengte invult én of je een man of een vrouw bent

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Snelle medische zorg

Mega pijn in mijn voetzool noopt me tot actie, dus de dag na Pasen exact om 8 uur, zodra de praktijk open gaat, bel ik voor een afspraak: het kon dezelfde dag om half tien, omdat er iemand uitgevallen was.
De podoloog met wie ik een afspraak heb wil een echografie en we lopen samen naar de andere kant van de gang, waar een echografie specialiste zit.
Er is “iets” te zien bij een ader en noch zij noch de podotherapeut zijn specialisten op dat gebied en ik word verwezen naar de huisarts.

Bij de huisartsenpraktijk aangekomen kan ik een afspraak maken voor diezelfde middag.
De huisarts constateert een neuroom en zegt dat daar een specialist (orthopeed) naar zal moeten kijken; Weghalen d.m.v operatie lijkt hem de meest logische oplossing!
Hij geeft mij een briefje mee waarin staat dat de orthopedisch assistente binnen 5 dagen contact met me op zal nemen. Hij zegt dat de wachttijden kort zijn.

Tot nu toe is het geweldig snel gegaan, ik heb nog steeds pijn en loop moeilijk, maar “ik zit in de molen”
De volgende dag als ik thuiskom zie ik dat het ziekenhuis gebeld heeft, helaas ben ik nu te laat om terug te bellen; ze zijn al gesloten. Maar wel zijn ze weer razend snel (ene dag bericht, volgende dag gebeld)
De dag erna om 8 uur hang ik aan de telefoon, ze hadden me inderdaad gisteren gebeld om een afspraak te maken voor 8 mei.
Dat was weliswaar pas over 14 dagen, maar toch….best wel weer snel.

Ondertussen loop ik op sandalen, omdat iets anders, ook met steunzolen niet meer pijnloos mogelijk is.
                                                        Wordt vervolgd

Wachtkamerpraat (2)

Wéér in een wachtkamer.

Als ik binnenkom zitten een man en een vrouw aan de leestafel ieder in een blad te kijken.
Ik groet en meld me bij de gereedstaande computer aan.
Na mij komt een vrouw op krukken binnen.
De andere dame kent en groet haar.
– Hallo, ben je al geopereerd? –
– Nee morgen –
– Vroeg? –
– 2 uur –
Het is even stil, de krukkendame heeft haar aandacht voor de computer nodig.
De andere dame zegt tegen haar man “Jaap, weet je wie dat is? –
“Jaap” wordt duidelijk in verlegenheid gebracht en geeft het diplomatieke antwoord
– Een bekend gezicht, maar ik kan het niet thuis brengen –
Zijn vrouw brengt de verlossing
– De moeder van Anneke –
De man Ojaat en buigt zich weer over zijn blad.
– Hoe is het met je zoon ? –  Gaat de ondervraging verder
– Geen idee –
– Wat? Zie je hem niet meer? –
– Nee, al jaren niet meer –
– Goh, het was zo’n leuk jongetje –
– Ja, tot zijn 8 ste jaar wel –
Ik houd mijn adem even in, maar de ondervraging gaat door.
– Heeft hij kinderen? –
–  Ja 2, ik heb kleinkinderen van 12 en 6 –
Op dat moment word ik binnengeroepen. Na een “klein” familiedrama te hebben aangehoord.

Mijn tandarts is tevreden.  Ze peutert wat met haakjes en tikt en kijkt en dan mag ik een afspraak maken over een half jaar.

Als ik terugkom in de wachtkamer zit alleen de man nog zijn blad te lezen.
Ik blijf denken aan dat leuke jongetje van 8, die volgens zijn moeder  zo veranderd is.

Stress

Vroeger had men het over “overwerkt” of “overspannen”
Nu zijn de gangbare termen daarvoor “stress” en “burn-out”.

Ik heb ooit geleerd dat als de belasting die je krijgt opgelegd (of je zelf oplegt) groter is dan je draagkracht, komt er spanning en als dat lang aanhoudt wordt dat overspanning.

Ik las dat tegenwoordig 1 op de 6 mensen (1 op de 5 vrouwen) burn-out of stressklachten krijgt.
Als reden waarom het heden ten dage meer voorkomt dan in de dagen van onze ouders geeft men aan dat door de sociale media men zich nu kan vergelijken met bijna IEDEREEN, terwijl onze ouders dat alleen met naaste vrienden en familie konden doen.

Toen ik ooit een burn-out werd ik naar een ARBO arts gestuurd. Een jonge, vlotte vent.
Hij hoorde mijn symptomen aan (niet slapen, “zomaar” huilen, onrust, vermoeidheid en niet kunnen concentreren)  en schreef eerst 4 weken rust voor. Dat vond ik te veel, ik wilde eerder terugkomen en “er iets aan gaan doen”
Dat mocht niet, alleen slapen, rusten en “leuke dingen doen”, zoals wandelen en fietsen.
Na die maand, onderzocht hij me en gingen hij en ik praten over het werk en kreeg ik, behalve slapen, wandelen  en fietsen ook “huiswerk” mee: gericht nadenken over mijn baan. Wat vond ik ervan? Wat wilde ik? Hoe was de werkdruk? Kon daar wat aan veranderen? Kon IK daar wat aan veranderen? etc.
Duidelijk was voor hem én mij, dat het werk én de manier waarop ik invulling aan deze baan wilde geven een groot deel van de oorzaak van de overspannenheid waren.
Ik was al wat kalmer geworden en sliep ook meer dan eerst.
Toen ik weer bij hem terug kwam en tot de conclusie was gekomen dat deze baan eigenlijk NIET voor mij was en dat ik wat anders ging zoeken, mocht ik van hem NIET opzeggen. Ik moest er een tijdje tussen uit; andere omgeving.
Daarna zouden we het er weer over hebben.
Die “vakantie” kwam goed uit want een vriendin vroeg me  kort daarna 3 weken mee naar haar dochter in het buitenland. De arts gaf zijn oké.
Twee dagen na het artsengesprek  werd ik door de directeur van mijn bedrijf opgebeld; Waar ik het idee vandaan haalde om met vakantie te gaan; ik was ZIEK of ik was BETER en als ik beter was kon ik werken.
Ik kon niets zeggen, alleen maar aan de telefoon staan te trillen. Diep in mijn hart vond ik dat ze gelijk had. Uiteindelijk stamelde ik dat de Arbo arts het had voorgesteld.
O ja? Dan zou ze HEM wel eens even bellen. Ze hing op.

Een half uur later ging de telefoon weer. De directeur: Ze had het verkeerd begrepen en natuurlijk mocht ik met vakantie gaan: alles voor mijn herstel.
En poeslief “Of ik contact met haar op wilde nemen als ik terug was?”
Ik knikte. Dat zag ze niet door de telefoon, maar ik neem aan dat ze het wel begreep. Ik zei goedendag en legde neer.
Drie dagen later kon ik terecht bij mijn ARBO arts. Ik wilde  voor ik weg ging duidelijkheid van hem, ik voelde me ook schuldig om weg te gaan.
Hij vertelde dat hij met haar gesproken had en dat ze NU begreep dat ze over een week of drie zou horen WAT er zou gebeuren maar dat dat MIJN beslissing was. Hij keek me erg indringend aan
”Er zijn werknemers die maanden thuis blijven, ziek of niet. Ik heb JOUW directeur uitgelegd dat jij niet zo bent. Dat jij wilt doen wat goed voor JOU is EN  dat wat goed voor jou is ook goed voor HAAR is; een goede werkneemster terug of een vrijgekomen plek waar ze iemand anders neer kan zetten. NU snapt ze het.
Hij zag wat ik zeggen wou en werd streng: “Nee, je gaat niet NU opzeggen, je gaat met vakantie, ontspant én denkt na. Als je terug komt weet je zeker wat je wil en ga je  praten over HOE je dat gaan aanpakken, NIET NU!’

Ik ben die man dankbaar. Ik ben teruggekomen met de wetenschap dat deze baan NIET voor mij was. Ik heb, in overleg, 2 maanden opzegtermijn gevraagd,  dan kon ik een andere baan zoeken en de directeur een andere werknemer.
Ik had binnen die 2 maanden een andere, leuke baan, geen last meer van “overspanning” gehad, nooit meer.

Ik wens iedereen zo’n Arbo arts toe, met aandacht voor de werknemer én voor de werkgeefster!

De sfeer is bepalend

Al eerder blogde ik over een wachtkamer, hoe het daar toe ging.
Donderdag was ik er weer in één: van een kaakchirurg.
Er kwam een enorm grote, brede, bestofte jonge man tattoos op de blote armen, kennelijk zó van de bouw de wachtruimte in. Hij meldde zich bij de assistente en kan vrij snel daarna al naar binnen.
Hij komt ook weer vrij snel naar buiten en zegt tot ons ,wachtkamervolk,: “Ik had al een afspraak voor morgen, maar het ging zo’n pijn doen dat ik heb gebeld, kon ik nou meteen komen.”
Hij houdt zijn hand tegen zijn wang. “Voor bloederige stukken vlees ben ik niet bang maar een NAALD!” Hij huivert.
– Daar ben je niet de enige in – probeer ik hem te troosten.
Zijn mobieltje gaat af en hij neemt op: “Nee, ik zit in het ziekenhuis, ze gaan me zo opensnijden en het vuil er uit halen, misschien kan ik daarna komen? “Hij staat op en loopt een stukje de gang in.
Even later wordt hij opgehaald door een aardige assistente. Hij zwaait naar ons.

Er komt een jong stel binnen. Zij,opgeschoren koppie, broek met gaten, hij met blote armen  (het is nog februari) Hij rent bijna naar de assistente met een vraag, zij verwijst hem de gang in.
Het meisje meldt zich bij de assistente en gaat zitten. Als haar vriend/man/terug is, smoezen ze even, dan gaat ze weer naar de assistente
“Mag hij mee naar binnen?” Ze wijst op hem.
De assistente antwoordt: – Wel voor de verdovingsprik, daarna mogen jullie even samen in de wachtkamer, maar voor de ingreep kun jij alleen naar binnen” Het meisje loopt terug naar haar stoel. Hij slaat zijn arm om haar heen: “Het komt goed, schatje”
Er schiet een reclameflits door mijn hoofd, moest hier geen koekje bij gegeven worden? Of was het frisdrank?

De grote man komt terug van de arts, hij grijnst ” Leuke dok, het viel mee, Nou daaag” Hij zwaait weer en loopt de gang op.
Het valt me op dat bijna iedereen met een grijns uit de dokterskamer komt.
Kennelijk maakt de specialist een grap of zegt iets leuks vóór men hem verlaat.
Hoewel? Er komt nu een lange magere jongeman achter de assistente aan  de doktersafdeling  uit; ik heb hem niet naar binnen zien gaan, dus hij zal er al wel even gezeten hebben.
”Wil je nog even in de wachtkamer zitten? “  vraagt de assistente hem.
Hij schudt droef zijn hoofd “Nee, ik red het nu wel”
Met neergeslagen blik loopt hij de gang op.
De uitzondering bevestigt de regel!

Dan wordt ik binnengeroepen. De assistent neemt op de stoel van de dokter plaats en begint een praatje, de dokter is nog even bezig. Dan gaat ze weg en ben ik alleen. Op de gang hoor ik gefluit, de specialist komt de kamer binnen ”Mijn assistente zegt dat het goed met je gaat, klopt dat?”
Dat klopt inderdaad, na de vorige ingreep bijna geen pijn meer gehad en geheel geen last.
Hij draait de grote lamp boven mijn mond en kijkt ”Ziet er goed uit. Die knobbel daar is niks hoor, heb ik ook”  Hij noemt een  Latijnse naam.
“Sommige mensen krijgen dat en sommige mensen niet. Jij en ik dus wel” Hij geeft me een hand en is al weer verdwenen.
Ook ik loop met een glimlachend gezicht de wachtkamer weer in.

Brandend maagzuur

Maagzuur is iets waar ik regelmatig last van heb.
Ik vrees dat dit erfelijk is.
Mijn vader ging vroeger nooit de deur uit zonder een doosje Rennies in zijn zak.
Ook onze oudste zoon heeft af en toe last van brandend maagzuur

gavisconOoit zag ik een reclame van het middel gaviscon voor brandend maagzuur.
Ik meen dat er op t.v. een legertje brandweermannetjes iemand van binnen gingen blussen. Dát sprak me wel aan en ik kocht een doosje. Sindsdien ligt er altijd een doosje gaviscon in mijn nachtkastje. Het werkt binnen een kwartier. ( ik kan nooit meer zeggen dat tv reclame NIET werkt!)

Toen we met vakantie in Engeland waren zag ik daar bij een Poundstore een doosje gaviscon liggen: 99 Pence. Ik kocht een doosje (had het voor de vakantie mee van thuis) Toen ik onze zoon die, met schoondochter mee was met vakantie, het doosje liet zien en de prijs vertelde, ging hij terug naar de zaak en kocht een voorraadje in. Slimme gast. Sindsdien kopen we, als we in Engeland op familiebezoek zijn en een Poundshop tegenkomen even wat doosjes gaviscon.
Ik probeer het zo min mogelijk te gebruiken, maar het is fijn te weten dat het in de buurt is als ik het nodig heb.

Op herhaling

In 1993 heb ik mijn diploma reanimatie gehaald en in 2009  na een cursus AED*) dat  erbij.
Vanaf 1993 ga ik 1x per jaar op herhalingsles.

De dame die deze keer lesgaf was een gepensioneerd ambulanceverpleegkundige; één van de eerste vrouwelijke op een ambulance in Amsterdam.
Die kwalificaties stonden garant voor: directheid, humor, en rake woordkeus.

Deze keer waren we met een heel klein groepje: 2 jonge moeders, een gepensioneerde onderwijzeres en ik.
Heerlijk want, omdat iedereen aan de beurt moet komen met reanimeren op een pop én met de AED kan het erg lang duren als er bv. 15 deelnemers aan de cursus zijn ( wat vaak het geval is)

Eén van de jonge moeders én de gepensioneerde lerares zijn al burgerhulpverlener.
Dat zijn, in mijn ogen, de echte helden.
reanimatie2
Ze hebben een app op hun telefoon en worden opgepiept als er ergens in hun wijk gereanimeerd moet worden. Het kan zijn dat een burgerhulpverlener de dichtstbijzijnde AED moet halen of naar een huis of straat moet gaan om te starten met reanimeren.( Dat kan dag én nacht zijn)

Dit kan alleen in plaatsen waar van iedere plek af binnen 5 minuten een AED apparaat beschikbaar is. ( mijn eigen woonplaats is nog niet zover)

Iemand met een hartstilstand MOET op een harde ondergrond liggen, dus iemand moet uit een bed of auto worden gehaald om op de grond/straat gereanimeerd te worden.
Uit de praktijk weet ik dat dat heftig is om te doen.
Eén van de dames vertelde dat zij een heel dik persoon NIET uit bed kon krijgen; ze is toen de spullen naast het bed weg gaan halen, zodat de politieagenten, die vlak ná haar (en met zijn tweeën)  kwamen de ruimte had om de man op de grond neer te leggen.

Deze keer beginnen we niet met het geijkte filmpje. “Dat kennen jullie onderhand wel”
De verpleegkundige begint met “Als iemand het niet meer doet”. Een aparte woordkeus, maar zo is het natuurlijk wel.
Als je, als hulpverlener, niet bij HET moment bent geweest zie je iemand liggen die “het niet meer doet” en moet je eerst constateren of er sprake is van hartstilstand vóór je kan  gaan reanimeren.
Ze neemt de stappen door die je onderneemt als je een slachtoffer nadert: eigen veiligheid, 112 bellen, telefoon op speaker leggen, constateren wat er aan de hand is en ALS het om een reanimatie gaat dat ook zeggen ( dan rukken er 2 ambulances uit)
Als het om een hartstilstand gaat meteen beginnen met reanimeren, 30 borstmassages en 2 beademingen.

Ook NU (elke herhalingsles) wordt weer gevraagd wat te doen als iemand bloed of braaksel in/bij zijn mond heeft. Deze ambulanceverpleegkundige heeft veel meegemaakt en kan dus veel vertellen.
Zij heeft een kiss of life ( beademingsdoekje) bij zich, maar mag dit ons niet meer aanraden.
Het kost namelijk ( teveel) tijd omdat uit het hoesje te friemelen. Dus: als je het niet aankan NIET beademen,  dan alleen borstcompressies.

We oefenen op de poppen; ik heb een geweldige partner, heel direct en kundig. Ze heeft het al 3x meegemaakt.
Ik, in al die 26 jaar één keer (op straat) was samen met de dokter, die de reanimatie voor zijn rekening nam. Het was in de tijd vóór de mobieltjes, dus ik ben naar een telefoon gerend 112 laten bellen en de AED opgehaald. De man heeft het mét reanimatie en 2 ambulances helaas NIET gered.
De verpleegkundige vertelde dat van alle gereanimeerde mensen het 22 % overleeft.
Het allerbelangrijkste is dat je er SNEL bij bent en begint te reanimeren.
We hebben alle vier onze kennis weer opgefrist en behalve reanimeren en het omgaan met de AED ook de stabiele zijligging nog even geoefend

Een leerzaam avondje

 

Wandeling van de T-Berg

De Trapjesberg of Trappenberg is een opgeworpen heuvel in ’t Gooi en werd
tijdens de werkverschaffing*) begin 1900, opgehoogd.

Het is een mooi bosgebied, waar we vandaag gelopen hebben: de Trapjesbergwandeling, aangegeven met genummerde paaltjes.

We startten bij revalidatiecentrum de Trappenberg.
sanatoriumEen gebouw dat ooit haar leven in 1912 begonnen is als Amsterdamsch Kindersanatorium Hoog Blaricum voor de opvang van tuberculosepatiëntjes.
Toen in 1955 tbc voor een groot deel was teruggedrongen en het sanatorium lege plekken vertoonde werd er, toen er veel patiëntjes met kinderverlamming kwamen, gevraagd of de opvang daarvan in deze gebouwen kon gebeuren. Vanaf toen werd de naam veranderd in Gooisch Kinderziekenhuis.
Vanaf 1956 werd het meer en meer een revalidatiecentrum voor kinderen en in 1974 werd er op het terrein een mytylschool**) bijgebouwd.
In 1982 komen de eerste volwassenen voor revalidatie naar de Trappenberg.

En nu is het grotendeels verlaten:  De Trappenberg werd in oktober 2018 verkocht  voor 11.750.000 euro  alle 7.5 hectaren ,het hele omhekte terrein met de vele bijgebouwen.
Het revalidatiecentrum zelf is verhuisd naar nieuwbouw aan de Soestdijkerstraatweg in Hilversum.
Eén van de bijgebouwen was het meest buitengwone theehuis van het Gooi
“Theehuis T-Berg,”waar ik ooit met een vriend, die op de Trappenberg was opgenomen voor revalidatie, op het terrasje zat koffie te drinken, terwijl 3 baby spechtjes vlakbij laag om een stam aan het tikkertje spelen waren.

Nu zijn veel gebouwen leeg en lopen we er langs naar een kuil, waarin grote grillig gevormde stenen liggen.In de wandelfolder staat:  dat ze ter plekke gevormd uit kalkrijke afzettingen gevormd zijn. (Ik heb daar zo mijn twijfels over, las ergens anders dat niet bekend is of de keien DIE er liggen daar ALTIJD gelegen hebben of er naar toe gebracht zouden zijn.)

We lopen door het kale bos, want ook de naaldbomen hebben kale stammen, de naalden beginnen pas ver boven ons hoofd. Er liggen veel berkenstammen op de grond. Ik heb ergens gelezen dat een berk niet ouder dan 80 jaar kan worden. Zijn dit allemaal berken op dezelfde tijd gepland en dus nu op dezelfde tijd gestorven? Of heeft hier een storm huisgehouden?
boswandelingHet is zo dat tegenwoordig de stammen die omgewaaid zijn, de bomen die dood zijn, de afgebroken takken en dode struiken,  dat alles blijft liggen. Beter voor de natuur, zegt men ( en vast ook veel goedkoper dan dat het opgeruimd moet  worden)
Het ziet er wel DROEF  en soms zelfs sinister uit als het niet hier en daar een boom is, maar veel liggende stammen

We zien een kleine grafheuvel, die 4000 jaar oud is en vermoedelijk opgeworpen door de eerste boeren die zich in ’t Gooi vestigden.

We horen en zien een bonte specht, die vreselijk zijn best aan het doen is insecten uit een dode boom te hameren . We zien veel mezen die in groepen van boom tot boom vliegen en verder komen we veel hondenuitlaatservices tegen. Dit keer allemaal dames met hele partijen honden. Vaak zien we dan tussen de bomen een busje staan met namen als “de vrolijke viervoeter”  erop en meestal met zwarte hondenpootjes op de zijkant van de auto geschilderd.

Zo hebben we ons portie natuur vandaag weer ingeademd, gezien en beleefd.
Benieuwd naar wat er op de zeveneneenhalve hectare van de Trappenberg komt. Als er ge – en verbouwd gaat worden, zal het daar een lange tijd niet meer zo stil genieten zijn.

 

 

*) Bij “ werkverschaffing” kregen werklozen geen echte baan aangeboden, maar werden ze door de overheid verplicht om in werkploegen ongeschoold werk uit te voeren Dit alles gebeurde met schop, kruiwagen en kiepkar.

**) Mytylschool is een aangepaste school voor kinderen met een handicap

(kort) Leven

In de Middeleeuwen (500 na Chr tot 1500) werden de mensen gemiddeld 25 jaar.
Nu ik wat dieper in die materie duik leer ik weliswaar dat de officiële levensverwachting toen misschien wel 30 jaar was, maar dat dit kwam omdat er veel kindersterfte was.
Dit hoeft dus niet in te houden dat de meeste mensen gemiddeld rond hun 30 levensjaar stierven. Kortelings las ik elders dat in de middeleeuwen voor een 20 jarige, de levensverwachtingen al rond de 64 jaar lag. Als de “hobbel” van de kinderjaren eenmaal genomen was, zat er dus meer in het vat.

Mijn stiefvader, die 96 is geworden zei altijd dat het, in zijn jeugd, harde tijden waren: de zwakken overleefden het niet, alleen de sterken. Vandaar dat ik zo oud ben geworden.

Het leven NU is al heel anders dan toen mijn stiefvader klein was.
Ik las dat wij (huidige levende mensen) in één week net zoveel prikkels krijgen als onze voorouders in  hun hele leven. (Ik vraag me af hoe dat gemeten kon worden?)
Het verschil tussen mijn ouders, opgroeiend zonder t.v., computer en mobiele telefoon  wij, én onze kinderen is al gigantisch. Laat staan als we nog verder terug gaan, naar de Middeleeuwen bijvoorbeeld.

Ook las ik dat, als een mens ongeveer 8 uur per dag slapend doorbrengt, hij of zij nog altijd 3000 gedachten per wakker uur heeft; 50 gedachten per minuut!
Ik word al moe als ik er aan denk. Ook stond er dat dan  80% van die gedachten terugkerend zijn.
Recycling gedachten dus. Je hebt ze al een keer gehad, maar krijgt ze nog eens, en nog eens! Vermoeiend!

Ooit ben ik aan yoga gaan doen om me wat te kunnen ontspannen. (en het “malen” te laten stoppen) Nu las ik dat er wereldwijd 300 miljoen mensen zijn die yoga beoefenen.
De ontspanning zal dus bij de meesten wel werken!
300 miljoen mensen doen niet iets voor de kat’s viool, toch?