Breukje

Het is een week geleden dat ik een breuk in mijn pols heb opgelopen door een val.
Ik krijg een digitale reminder van de terugkom-ziekenhuisafspraak en de mededeling dat ik, i.v.m. Coronabesmetting NIET te vroeg mag komen.

We moeten ca. 15 km rijden naar het ziekenhuis, een ander ziekenhuis dan waar ik op de Eerste Hulp geholpen ben.

In de hal staan zullen machines staan waarin je je paspoort, rijbewijs of ID kunt stoppen, waarna er een ticket met tijd en waar je heen moet, uit komt rollen.

Maar eerst moet ik alleen (lief mag NIET mee) door de triagetent. Vragen over hoe ik me voel en met wie ik in contact ben geweest en na de “goede” antwoorden mag ik doorlopen naar de hal en de machine. Die geeft aan dat ik naar de gipskamer moet én op dezelfde tijd naar de afdeling chirurgie.

Bij de gipskamer word ik bijna onmiddellijk binnengeroepen en naar een stoel verwezen, die naast een bed staat. Er loopt tussen de 4 verpleegsters (gipsmeesteressen?) 1 witgejaste man. (De dokter zo blijkt later) Eén van de meisjes komt met een schaar naar me toe en vertelt dat ze mijn gips open gaat knippen, maar dat het geen pijn gaat doen er zitten stompe punten aan de schaar.
Als ze klaar is zegt ze dat de dokter zo bij me komt.

Ik schrik van mijn pols en arm, blauw, paars, geel en groen
”Wat hebben we hier?” Vraagt de naderende dokter en ik antwoord “ Botbreukje”
Hij glimlacht  en verbetert: “Gebroken pols, mevrouw!”
Ik wilde het niet erger maken dan het was (bovendien zeiden ze in het andere ziekenhuis ”scheurtje in het bot”)
“U mag zeggen wat u wil maar het is een gebroken pols, wél een mooie breuk, dat wel”
Hij voelt, kijkt en drukt. Ik merk op dat ik niet verwacht had dat het zo blauw zou zijn.
“Botbreuken kunnen bloeden, en dat heeft deze ook gedaan
U krijgt 3 weken kunstgips. Eigenlijk moet het 6 weken, maar dan is alles stijf, dus we proberen 4 weken en kijken dan hoe het ervoor staat. De verpleegster komt u gipsen en dan graag een afspraak voor over 3 weken.
Hij groet en loopt naar een computer in een hoek waar hij staande op gaat typen.
Een verpleegster komt me gipsen, háár kan ik vragen waarom eerst “echt” gips en nu kunstgips gebruikt gaat worden.
Het blijkt dat een Eerste Hulppost meestal ECHT gips gebruikt. Echt gips wordt aangebracht  met een lengterichtingopening: de wond kan immers i het begin nog gaan zwellen
Kunstgips is helemaal dicht, veel harder, maar ook lichter.

Dan mag ik een kleur gips kiezen, er is roze met bloemetjes en rood/ geel met friemels, maar ik ga voor het simpele licht blauw. Goede keus, vindt mijn gipsdame.
Ze vraagt of  ik wil dat ze mijn “zere” hand eens goed schoon zal maken, want desinfecteren is natuurlijk een week niet gebeurd omdat het gips beslist NIET nat mag worden.
Ik ben blij met het aanbod, en de alcohol vloeit rijkelijk (op mijn handhuid, niet in mijn keel)

Ze vraagt hoe het met de pinda’s is afgelopen.
????
“Het stond bij mijn info: gevallen bij het pinda’s ophangen in de tuin!”
– Ze hangen er NU wel, maar niet dankzij mij! –
Als ik klaar ben moet ik even zo blijven zitten tot het droog is en dan mag ik naar de balie een afspraak maken voor over 3 weken.
Tot dan, roept de vrolijke verpleegster me na.

Bij de afsprakenbalie zit een strengkijkende  matrone.
Naam?
Ik zeg hem én dat ik over 3 weken terug moet komen.
“Twee” zegt zij
Drie zeg ik
“Hier staat 2
Gelukkig komt net mijn gipster aanlopen
“Over 3 weken terugkomen toch?”
Ja
Deze dame zegt 2

De dame kiest eieren voor haar geld :” O, nee er staat toch 3”
???!!!!
Ze noemt een datum en tijd.
Ik knik
Ze rammelt wat op de computer.
Ik vraag of ze de datum en tijd even voor me op wil schrijven.
Ze kijkt me vernietigend aan: “U krijgt een etiketje”
Ik pak het aan en knik haar toe (een mondelinge groet is voor deze dame teveel)

Ik loop naar de uitgang en zie een mevrouw zonder mondkapje.
Kennelijk kijken mijn ogen boven mijn mondkapje boos, vragend of…….?
Want de dame snauwt me toe: “ Ja, er zijn uitzonderingen en dat ben IK. Ik zie je wel kijken!”
Ik zeg niets en loop door. Zodra ik de triagetent door ben ruk ik mijn mondkapje af.
Lucht, ik wil frisse lucht.

Mijn breuk is goed en lief gegipst, een dokter heeft er goed naar gekeken en ik mag de eerstvolgende 3 weken met een rechter lichtblauwe arm door het leven. Het leven kan goed zijn!

Na de gipskamer kwamen minder aangename encounters, maar ach niet iedereen is altijd blij met haar/zijn leven!


SNELLE ZORG

Wij voeren vogels in de voor-en achtertuin.
Birdfeeder met zaadjes, vetbollen en snoeren geregen pinda’s.

Eergisteren waren de pinda’s op, zag ik. Ik liep, op mijn slippers, even naar buiten om het lege draadje weg te halen en opnieuw te rijgen. Ik stapte op een bemoste biels, en voelde mijn benen onder me wegglijden. Een schreeuw, een hand  naar de grond uitgestoken, een nabonk met mijn hoofd tegen de garagemuur. Au.
De schreeuw had mijn lief gealarmeerd hij hees me op en bracht me binnen.
Mijn bips deed erg zeer, ik werd een beetje misselijk en vroeg om een emmer. Mijn pols werd een beetje dik en deed zeer.

Mijn lief was onverbiddelijk: we gaan langs de huisarts.
Ik belde op en kon meteen bij de assistent arts terecht (de huisarts zit bijna bij ons om de hoek, maar we gingen met de auto) Vanwege Corona moest ik alleen naar binnen.
De arts-in-opleiding vroeg veel, keek en voelde aan de bult op mijn hoofd, onderzocht mijn rug en nek en keek naar mijn pols en……….haalde de dokter erbij. Die voelde aan mijn hand, ik piepte, ze voelde aan mijn pols, ik piepte. “Naar het ziekenhuis voor foto van pols en hand”
De assistent-arts belde naar het ziekenhuis; ik kon daar meteen terecht.


Manlief bracht me naar het ziekenhuis en ook daar (Corona) kon hij niet mee naar binnen.
Geen telefoon bij me, dus afgesproken dat hij in de auto zou blijven zitten en ik naar hem toe zou komen. Na bezoek aan de Coronatent (hoesten? Koorts? Afspraak? Waar en hoe laat?) meld ik me elektronisch aan bij de röntgenafdeling. Ik word (op scherm) verzocht in de wachtkamer plaats te nemen. Een klein kwartiertje later word ik opgehaald en worden er foto’s van hand en pols gemaakt en mag ik terug naar de wachtkamer. Daar komt een witgejaste heer me vertellen dat er een breukje geconstateerd is en dat hij me naar de gipskamer zal brengen. Er komt een arts vertellen wat er gaat gebeuren, er is namelijk  voor “zoiets als ik heb meegemaakt” een protocol!

Als iemand boven de 40 valt en zijn hoofd klapt op stenen wordt er altijd een CT-scan gemaakt; er zou een interne bloeding kunnen zijn ( dat wordt niet verwacht, maar uit voorzorg…)
Dus, eerst gips dan naar de ct-scan, dan wachten op de uitslag, dan een sling en afspraak en dan naar huis. Ik vond het allemaal best; ben doodmoe (schok?) en heb pijn.
Ik werd gegipst door een dame die precies vertelde wat ze ging doen, heel prettig.


Voor zij vertrok vertelde ze dat “straks” iemand me zou komen halen en naar de ct scan brengen.
(Nog steeds had ik mijn lief niet kunnen laten weten wat er gebeurd was)

Ik wachtte en wachtte en na een tijd kwam de gipsdame vertellen dat haar dienst erop zat. Ze stelde me voor aan haar opvolger die me tzt naar de scanafdeling zou brengen.
Ik wilde er zelf wel heen lopen maar dat mocht niet. Hoe minder loopbewegingen in het ziekenhuis hoe beter. Ik werd opeens zo vreselijk moe en vroeg de “nieuwe” of ik even mocht liggen. Hij ruimde meteen de gipstroep op van de brancard en deed er een nieuw papiertje op. Ik hees me op de brancard, pijn schoot door hele lijf.
Daarna doezelde ik wat,  geen enkel besef van tijd maar wel denkend aan mijn lief, die zich nu wel erg ongerust zou maken.

Na een tijdje kroop ik van de brancard af en liep de gang in. Ik klampte een verpleegster aan en zei dat ik naar mijn man wilde en legde uit dat hij van niets wist en zich ongerust zou maken, ik was nu vast al meer dan een uur weg ( geen horloge, nergens klok) Het kon niet, het was druk op de CT afdeling, ik moest wachten.
Er kwam een vastberadenheid over me.  Ik ging naar huis!
Ze ging een dokter roepen. Die kwam en zei dat het onverantwoord kon zijn als ik NU naar huis ging. Zij raadde me sterk af om weg te gaan zonder CT scan. Ik begreep dat “iedereen” vóór zou gaan bij de scan, het was voor mij toch alleen voorzorg?
Ik maakte me zorgen om mijn man die niet wist hoe of wat en was zelf moe en had pijn. Om half 1 was ik gevallen, hoe laat was het nu? Vier uur!!! De dokter vertrok.

Ik wist het nu zeker: ik ging weg, liep terug naar de gipskamer en wilde mijn jas pakken (én zag dat er wel een klok hing boven de deur, achter het gordijntje dat half dichtgeschoven was) 5 over 4!
Er komt een witgejaste man “mijn” kamer binnen ”Ik breng u naar de CT afdeling”. Het lijkt alsof ik leegloop, al mijn vastberadenheid is weg, ik loop dociel mee, ik ben zo moe! Hij zet me neer in een wachtkamer, waar ik me moet aanmelden op een schermpje.
Kort daarna word ik gehaald door een radiologe die me in een soort “donut”( zo noemt hij het) schuift. Ik doe mijn ogen dicht, er wordt gezoemd en na een tijdje mag ik er weer uit. Ik mag in de wachtkamer gaan zitten en wachten op de uitslag, het kan wel 3 kwartier duren.


Mijn vastberadenheid komt terug. Ik zoek en vind een verpleegster, leg uit dat ik mijn lief al een paar uur niet heb kunnen bereiken dat hij zich zorgen zal maken en dat ik naar hem toe wil. Ze is een oudere verpleegster, ziet in één klap mijn toestand en zegt: “Gaat u hem maar halen, neem hem mee naar de wachtkamer en wacht u beiden daar maar de uitslag af”
Ik zou haar willen zoenen.

Ik ga via de lift, niemand te zien, naar de andere verdieping en de uitgang. In de triagetent staat mijn lief, hij praat met de bewaking, hij ziet er moe en ongerust uit. Ik loop naar hem toe.
We kijken elkaar aan, hij ziet mijn gips, wil me bij de arm nemen, mee naar huis.
Ik vertel dat ik terug moet en hij mee mag. Hij kijkt de bewaking aan.
Die kijkt mij aan en schat in, dan volgen er de vragen aan mijn lief: “Verkoudheid? Koorts? Hoesten? Met iemand in contact die Corona heeft?” Als hij op alle vragen NEEN te horen krijgt, mag mijn lief door(mondkapje al op)

De rest van het verhaal raadt zich raden. Nog 3 kwartier wachten in de wachtruimte,  dan komt de arts, ze neemt ons mee en zegt daar dat alles oké met mijn hoofd is.
Ik maak mijn excuses voor mijn “overspannen reactie eerder”
Het was een lange dag, zij heeft er alle begrip voor (zegt ze) en is blij dat alles in mijn hoofd is, zoals het hoort te zijn.

Om kwart voor 6 zijn we thuis en lopen  we allebei als een ballonnetje leeg; het was een lange dag!

Nawoord: Wat hebben we een geweldige gezondheidszorg in Nederland.
Hoe snel kon ik van val naar huisarts? Naar röntgen, naar gipskamer?
Hoe zorgvuldig waren alle onderzoeken?
Het was allemaal TOP.

(Het wachten op het extra onderzoek was lang, alle begrip voor, het was “maar” uit voorzorg.
Ik was “op”, kon het geduld niet meer opbrengen en schaam me er nu voor.)

Over een week moet ik naar een ander ziekenhuis voor controle.
Voor nu ben ik gebutst en gedeukt, ALLES doet zeer en mijn arm is een onhandig zwaar ding in een sling, maar ik ben “blij” dat ik zo snel geholpen kon worden, ondanks de COVID én dat het zeker géén levensbedreigende situatie was.

Kaneelstokjes

In de supermarkt waar ik altijd kom staat het kruidenrek vlakbij de slagerij en aangezien het personeel IN die slagerij aardig en behulpzaam is, vroeg ik gisteren of er nog kaneelstokjes in een zakje waren. Het vakje waar ze “normaal” in horen te liggen was namelijk leeg.
Het meisje van de slagerij liep naar het andere kruidenrek (daar haaks op staand) en pakte, bijna zonder te kijken een zakje kaneelstokjes. De slager kwam erbij staan en stak zijn hand meer onderaan op het rek uit en gaf me een glazenpotje mét kaneelstokjes ”Nieuw”.
Op het potje staat een sticker: Tot 20 jaar gerijpt

Een glazenpotje, met strooidekseltje met 5 gaatjes en erin 4 kaneelstokjes.
Ongelooflijk maf!
Waarom?
De slager en zijn dame wisten het allebei niet.
Ik wil héél graag de plastic afvalberg verminderen, maar of het glazen potje MET plastic dop MINDER biologisch- niet- afbreekbaar- afval geeft dan het plastic zakje?
IK wil meer weten over dit potje, dus ik koop het en bedank het slagerijstel voor hun behulpzaamheid. (Bij de kassa moest ik  € 2,99 voor dit potje betalen)

Thuis maar eens eerst kijken wat SILVO (het merk)  er zelf van zegt.
Ik vind een artikel van febr.2019 uit de Levensmiddelenkrant:

De potjes met kruiden, specerijen en kruidenmixen van Silvo krijgen een modernere en transparante uitstraling. Ze maken deel uit van de mondiale duurzaamheidsplannen van McCormick. De potjes krijgen bovendien een grotere opening, zodat consumenten er een theelepeltje in kunnen steken en zo gemakkelijk kunnen doseren. Ze stromen vanaf nu gefaseerd in. Dit vertelt Noud Werner, brand & categorymanager van McCormick Benelux, waarvan het kruiden- en specerijenmerk Silvo deel uitmaakt. 
De potjes, die de komende tijd gefaseerd instromen binnen retail, worden bovendien volledig recyclebaar en lichter in gewicht. Hierin is bovendien 20 procent minder glas verwerkt, en zijn de dopjes te recyclen. Onze nieuwe doppen sluiten de potjes nog beter af, waardoor de hierin verpakte kruiden, specerijen en kruidenmixen langer vers blijven. De verpakkingsinnovatie maakt dus deel uit van onze mondiale duurzaamheidsambities, die zijn vastgelegd in het Purpose-Led Performance Report.

Oké, dat weet ik dan ook weer. Goed duurzaam bezig die McCormick!
Blijft de dop met de 5 strooigaatjes maf als je 4 (dikke) kaneelstokjes erin doet!
Ook  de “grotere opening voor mijn theelepeltje” is in het geval van de kaneelstokjes NIET nodig.
Maar ik snap het wel: uniforme potjes voor alles is goedkoper dan aparte verpakking.

In mijn research voor kaneelstokjes en hun verpakking kom ik ook een (3 letter) Supermarkt in Nieuwegein tegen die hetzelfde potje Silvo kaneelstokjes voor € 2,05 verkoopt!
Dat vind ik nogal een prijsverschil, maar Nieuwegein is me te ver weg en bovendien ben ik gehecht aan MIJN supermarkt; ik zie het deze keer door de vingers!

Kaneel, zo lees ik nu, wordt gewonnen van de bast van de kaneelboom. Kaneel is vaak afkomstig uit Sri Lanka of de Filipijnen omdat de bomen een warm klimaat nodig hebben.  

Het gaat bij deze bomen om de binnenste bast; stukken bast worden gedroogd op kokosmatten waardoor de binnenbast van kleur verandert. De bast rolt zich door deze droging op en wordt daarna in “pijpjes” gesneden.
Ik denk dat de kaneelwinning al lang geleden begonnen is, toen Sri Lanka nog Ceylon heette  (1972 was de naamwisseling : Sri Lanka betekent ”mooi eiland”) want op het SILVO potje staat Ceylon Kaneel

Bij het uitzoeken kwam ik er achter dat kaneel geen beschermde naam is, maar  dat Ceylonkaneel ook wel “echte kaneel” genoemd wordt. De kaneel (en dus ook de kaneelstokjes)  uit Ceylon komt van een andere boom,  heeft een andere kleur, structuur en vorm en geeft de gerechten een andere smaak dan cassia,  dat van de Cinnamomum Cassia  boom  (die o.a. China en in Indonesië groeit)
Chinees kaneel is veel goedkoper en wordt in veel supermarkten verkocht: tenminste 95% van de verkoop van kaneel  bestaat uit Cassia kaneel  ( uit: hoeherkenechtekaneel)

Ik vind ook op internet talloze waarschuwingen over de kaneel van de Cinnamomum Cassia (Chinese kaneel)  omdat daar de  giftige stof coumarine in zit. Dat schijnt ook in veel kleinere hoeveelheden in Ceyclonkaneel te zitten: 250x meer in Cassia dan in Ceylonkaneel.

Heel wat wijzer over kaneel geworden, behalve waarom kaneelstokjes in een potje met strooi deksel gedaan worden, maar met die “leemte” in mijn kennis kan ik wel leven.

Gelukkig heb ik zonder he t te weten, de GOEDE kaneelstokjes gekocht.
Ik ben dan ook klant van een TOP supermarkt!

Migraine

In een uitgave van de Excellent Care Clinics las ik laatst dat elke dag (in Nederland) 70.000 mensen een migraineaanval hebben, die zo ernstig is dat het ze belemmert in hun dagelijks functioneren.
Dat zijn erg veel mensen!

Al jong (lagere school) kwam ik in aanraking met migraine; mijn neef, die “al” op de middelbare school zat, had het af en toe.
Die aanvallen vielen meestal gelijk met een schoolrepetitie. Ik vond dat (toen al) vreemd, zijn moeder (mijn tante) niet. Ze sloop door het huis, want hij kon geen geluid aan. Hij was boven op zijn kamer met de gordijnen dicht; licht deed hem pijn.
Hij hoefde geen eten, mijn tante bracht hem af en toe een kopje thee, ze krabbelde dan aan zijn deur (kloppen maakte te veel herrie) en zei zachtjes dat een kopje thee voor de deur stond, dan sloop ze weer naar beneden.
Ik vertrouwde het niet zo, sloop ook een keer naar boven en hoorde vanaf zijn kamer tak, tak, takgeluiden komen, volgens mij werd er met pijltjes op het, op zijn deur hangende, dartbord gegooid.
Of hij ooit ECHTE migraine aanvallen had weet ik tot op heden niet.

Ik denk dat ik van die tijd af als ik “migraine” hoorde dacht: Aanstellerij !



Totdat……(ik was twintiger) vreselijke hoofdpijn kreeg, zo erg dat mijn schedel zich leek te splitsen en ik overal “vuurwerk” zag, ik vomeerde en dacht dat mijn hoofd uit elkaar zou barsten.

Mijn lief belde de dokter en we konden direct komen. In de wachtkamer moesten we even wachten, er zat een moeder met een kindje. Het stemmetje van het kind kwam bij mij als een cirkelzaag binnen. Mijn hart ging als een razend te keer: hersentumor? Het ergste van het ergste kwam als oorzaak van deze hoofdpijn bij mij op
Ik werd binnengeroepen, vertelde wat ik had en onderdrukte  een braakneiging.
Zag ik het goed? Speelde er een glimlach op huisarts’ lippen toen ik de dokter vroeg of hij “eerlijk wilde zijn en zeggen wát het was, hoe erg ook”?
“Migraine”
Was DIT Migraine?  
De huisarts vertelde dat men (nog) niet wist wat de oorzaak van migraine was
Ik kreeg zetpillen en het advies de gordijnen te sluiten, zo min mogelijk geluiden toe te laten en iets naast mijn bed te zetten voor het braken.
TOEN het over was las ik erover; het zou hormonaal kunnen zijn, van voeding kunnen komen (chocolade werd toen als boosdoener genoemd) maar de voornaamste oorzaak  werd TOEN genoemd: stress.
In dat laatste geloofde ik niet zo want ik had, naar mijn idee, geen stress.
Ik heb nog een paar keer zo’n aanval gehad. De zetpillen hielpen, met dien verstande dat ik 3 dagen totaal van de wereld was.  Ik voelde het NIET aankomen, het was er opeens en werd alleen maar heftiger.
Een zetpil maakte me “weg van de wereld” alleen even wakker worden om iets te drinken of te plassen en weer zonk ik weg in een diepe slaap. De derde dag kon ik voorzichtig wat op; de vierde of vijfde dag kon ik weer aan het werk, met het gevoel dat ik me nog in een soort watten “wolk” bevond.

Ik hoorde toen dat ALS het een hormonenkwestie was, het kón zijn dat als je een baby had gekregen het “over” was. Ná de geboorte van onze oudste zoon heb ik nog maar één keer een aanval  gekregen, toen hij een jaar of anderhalf was, daarna nooit meer (klop op ongeverfd hout)

Nu lees ik dus een artikel waarin staat dat men “eigenlijk” nóg de oorzaak van migraine NIET weet.
Wat men NU wél weet dat de vijfde hersenzenuw *) een rol speelt bij het ontstaan van een migraineaanval.
Erfelijkheid kan een factor zijn én er zijn ook vrouwen die migraine aanvallen krijgen rondom de tijd dat ze gaan menstrueren, dat noemt men dan hormonale migraine.

Na jarenlang geen aanvallen meer gehad te hebben, werd ik me, door het lezen van dit artikel, bewust van hoe gelukkig ik me mag prijzen dat deze (migraine) beker verder aan me voorbij gegaan is.


In de uitgave van de eerdergenoemde ECC  staat: Migraine is een ernstige hoofdpijn die voortkomt uit een aantasting van de hersenzenuw.

Als  pijnvermindering  heeft men het bij ECC over een BOTOX injectie bij migraineklachten; deze spierverslapper die vaak gebruikt wordt bij rimpelbehandelingen schijnt ook effectief te zijn bij pijnbestrijding van migraineaanvallen.

Migraine aanvallen aanstellerij? Zeker niet.
Misschien bij mijn neef vroeger? Soms?



*) de vijfde van de twaalf hersenzenuwen heet de nervus trigeminus, of drielingzenuw 


Sterfelijkheid.

Eén zekerheid  als mens, heb je: je gaat dood.
Je weet niet wanneer en hoe, maar dát je gaat is zeker.

Ik ben niet bang voor de dood, wél voor de weg erheen;  aftakeling, pijn.
Onlangs werd ik (weer) eens met mijn eigen sterfelijkheid geconfronteerd.

Ik had een bobbeltje in mijn mond. Geen pijn, wel een strak gevoel.
Het bobbeltje werd een bobbel, groter en harder en ging NIET weg.
Na veertien dagen was het een centimeter groot en deed het me denken aan een ander bobbeltje dat ik ooit had. Huisarts én specialist zeiden toen dat het “niets” was. Dus ik liet het zo.
Na een jaar wilde ik opeens dat bobbeltje weg hebben; het MOEST weg.
Huisarts vond het niet nodig, specialist zei “ Het is niks maar je hebt gelijk het hóórt er niet”.
Toen ik na de operatie bij kwam zei de verpleegster dat de dokter met me wilde praten.
Einde liedje: ik had kanker; er moest nog een keer geopereerd worden, chemo, bestraling; de hele rataplan en dan nóg was het niet zeker dat ik het zou halen.
Ik “haalde” het.

Dit speelde door mijn hoofd nu ik weer een bultje had.
Soms ben ik moedig.
Ik maakte een afspraak met de huisarts.
Lang niet geweest en niet bekend met het feit dat ze er tijdelijk NIET was; ik kon bij een vervangster terecht. Ook goed.

Mondkapjes voor: zij én ik; geen handen schudden; achter haar aan de spreekkamer in; lieve ogen.
Mondkapje mocht bij mij af: het  was noodzakelijk om in mijn mond te kijken; bij háár zag ik alleen de ogen. Na de mondinspectie ging ze weer zitten, haalde diep adem en zei dat ze eerlijk was:
“Een huisarts weet veel van het menselijk lichaam maar de mond………achtergebleven gebied”
Bottomline; ze wil me doorsturen naar een kaakchirurg.

Ik zak een beetje in; had zo gehoopt op zekerheid; goed óf fout.
De huisarts zag het; “Ik kán u niet geruststellen, hier moet een specialist naar kijken. Het zou kunnen dat hij een biopsie wil doen om zeker te zijn”.
Ze kijkt op haar computer “De wachttijd bij kaakchirurgen is  6 weken”.
Ik zak wat verder in.
Slecht nieuws is erg, 6 weken onzekerheid is erger.

Ze kijkt me aan en pakt de telefoon” Ik bel ze even”
Ze hoort van de poli kaakchirurgie  dat de wachttijd opgelopen is tot 60 dagen. Ze zegt dat het geen levensbedreigende situatie is maar dat haar patiënt zich zorgen maakt en zij ook.
De “ andere kant” zegt iets, zij blijft stil  en dan “………. kan het niet eerder? “.
Ze kijkt me aan en knikt “Goed, bedankt”
“Morgen 2 uur”.
Tranen schieten in mijn ogen.
Met geen knuffel, zelfs geen hand, kan ik haar bedanken maar ze ziet het al in mijn ogen.
“Graag gedaan en sterkte”.

Ik ben mega gespannen en neem een biologisch middeltje om kalm te worden; het duurt nog lang voor het morgen zal zijn.
’s Avonds kijk ik, voor verstrooiing t.v. als ik opeens een mega vieze smaak in mijn mond krijg en….. de spanning in mijn mond ebt weg. Ik ga naar de spiegel, een geel stroompje loopt langs mijn tanden.
Ondanks het smerige gezicht lach ik een beetje: toch een ontsteking? Geen kanker?

De volgende dag ben ik 10 minuten te vroeg bij het ziekenhuis, in de meldtent vóór het ziekenhuis zegt een dame achter een scherm dat ik pas over 5 minuten naar binnen mag.
Ik wacht.
Dan ga ik naar binnen, trap op, gang door, melden bij assistente.
Ik zit amper of wordt opgehaald voor een foto.


Na de foto wordt ik meegenomen naar een behandelkamer.
De specialist komt binnen en vraagt waarom ik niet naar de tandarts ben gegaan maar naar de huisarts. Geen moment aan gedacht. Mijn gedachtegang: een bultje in mijn mond, niks met tandjes maar met kanker, niks voor de tandarts maar voor huisarts ( daar begon het de vorige keer ook mee) Ik vertel van gisteravond, wat er toen gebeurde.
Zijn ogen lachen, hij draait zijn scherm naar me toe: “Dacht ik al, wortelontsteking kijk. Het vocht kan nergens heen en komt er dan als bultje uit.  Een wortelkanaalbehandeling, ontsteking is dan weg, klaar is  KEES, geen kanker. Op naar de tandarts”


Ik kan hem wel zoenen, Ik ga nog niet dood, in ieder geval niet NU.


Ik ren het ziekenhuis uit, ruk mondkapje af en loop naar een bloemstalletje.
Gele rozen voor deze dame!



Zeepnoten

Een familielid van me heeft een prijs gewonnen met de Nationale Postcode Loterij; over de post kwam een mooi slank doosje met daarin een flesje handzeep en een flesje lotion in een witte, strakke standaard met een kaartje erbij: Samen met u zorgt de Postcode Loterij voor een schonere én mooiere wereld.

Ik wil ook graag een mooiere en schonere wereld, dus wil ik ALLES weten over deze producten.

Ik zocht en vond: In de tropen (India,Nepal, Pakistan) groeit een boom Sapindus (Latijn: Sapo = zeep, Indus= Indië) een zeepnotenboom of ook wel wasnotenboom
De vruchten van deze boom worden sapindus mukorossi genoemd, als de schil in contact komt met water maakt deze “ zeepnoot” een vorm van zeep aan die hypoallergeen is (veroorzaakt weinig of geen allergische reacties)

De noten (eigenlijk steenvruchten) schijnen al eeuwenlang in de landen van herkomst gebruikt te worden voor het wassen van tere stoffen zoals zijde én voor lichaamsverzorging!
Er zijn meer dan 2000 soorten van deze zeepnotenboom. De saponine die de boom afscheidt is om schadelijke insecten, schimmels en bacteriën van de boom te weren.
De vruchten van de boom kunnen pas geoogst worden als de boom tenminste 10 jaar oud is.

Een advertentietekst over deze zeepproducten luidt:
De doppen reinigen stof zonder kleur en vezel aan te tasten. Je hebt geen wasverzachter nodig. Vooral voor mensen met een gevoelige huid, die allergisch zijn tegen synthetische was – en bleekmiddelen zijn de wasnoten ideaal.

Ergens gaat in mijn hoofd een belletje rinkelen (meer een klok waarvan ik de klepel niet kan vinden)
Ooit met een IVN-natuurgids op pad wees hij me op zeepkruid en vertelde daarbij dat deze plant vroeger werd gebruikt om zeep van te maken. Ik vond de klepel, waarmee het klokje binnen in mijn hoofd ging luiden :saponine! Een stof, voornamelijk in de wortel van het zeepkruid waardoor die gaat schuimen als hij in contact met water komt.

We hebben dus geen exotische plant nodig om ook in Nederland natuurlijke zeep te kunnen maken!
(Zie: Kweek je eigen zeep op tuin of balkon: http://www.foodplanting.com/2016/09/15/zeepplanten-kweek-je-eigen-zeep/)
Nadeel is wel dat deze, natuurlijke, zelfgemaakte zeep maar hoogstens één week goed blijft!
Dan is het misschien makkelijker om kant-en-klare flesjes te kopen?
Maar dan mis je wel een uitdaging!

Gebeten door de zaagmachine.

Ik ben bezig met een blog.
Mijn lief is iets aan het zagen.
Plots een schreeuw.
Ik zie bloed, pak het EHBO kistje en knip een gedesinfecteerde wikkel open.
Mijn man heeft zijn vinger in zijn mond, waar het bloed langs stroomt.
Ik bel de dokter terwijl hij het verband  om zijn hand/vinger wikkelt.
Er wordt meteen opgenomen bij de dokter: man en zaagmachine zijn voldoende tekst om meteen te mogen komen. Mijn lief wil op de fiets.
IK vind dat geen goed idee. Hij wel.
Hij wint.
Terwijl ik de deur op deur op slot doe is hij al weg.
Ik fiets achter hem aan
Gelukkig hebben onze huisartsen hun werkadres vlakbij.
We komen gelijk aan (ik vloog laag)
We mogen in de wachtkamer plaatsnemen: Er komt zó iemand bij ons.
Na een minuut of 5 komt een verpleegster: we staan op.
Helaas, ik moet weer gaan zitten. In verband met het Coronavirus en de afstanden mag ik NIET mee.

Ik ga zitten, maar sta meteen weer op. Zitten en wachten? Dan liever buiten.
Ik zit bij de voordeur van de huisarts op een muurtje in de zon en zie…..dat we bij binnenkomst onze handen hadden moeten ontsmetten; er staat een pompje met een papier hoe we dat zouden moeten doen. Dáár zijn we zó langs geschoten. Mijn lief had sowieso zijn handen niet kunnen wassen maar ik…..

Ik wacht een klein halfuurtje. Mijn hart zit inmiddels weer op de plek waar het hoort te zitten.
Dan komt mijn lief, vinger omhoog, in het verband: Wanneer was mijn laatste tetanusprik?
Ik ben blanco, probeer het te bedenken maar heb echt geen idee.
Hij gaat terug en voor ik het vergeet loop ik er achteraan.
Ho! Dat kan dus niet.
Hij gaat geprikt worden en ik mag weer naar buiten.

Doordat we toestemming hebben gegeven om allerlei medische gegevens te koppelen, nam ik aan dat zoiets als wanneer je een prik hebt gehad wel in een, voor medisch personeel toegankelijk dossier zou staan. NIET dus!

Advies voor thuis: zijn arm/vinger hoog houden.
Thuis gekomen doen we wat de Engelsen, na een hectisch gebeuren (eigenlijk na ELK gebeuren) doen: We nemen een kopje thee.
Ik zet zijn overhemd  in de week, want bloedvlekken………(de broek met de bloedvlekken laten we aan, genoeg opwinding voor nu!)

De Argumentenfabriek

Argumentenfabriek, geen term die ik zelf verzonnen heb maar de naam van een bestaand bedrijf!
a fab

Kees Kraaijeveld, psycholoog en filosoof heeft de Argumentenfabriek  in 2006 samen met Frank Kalshoven, econoom, ondernemer en columnist, opgezet.
Ik las een artikel over één van de oprichters deze Denkacademie: Kraaijeveld.
Ik citeer Kraaijeveld: Onze klanten, uit diverse sectoren nemen gefundeerde strategische beslissingen doordat wij hun denk en rekenwerk in goede banen leiden. We brengen wijdlopige discussies terug tot de kern, en dragen met onze diensten bij aan een weloverwogen besluitvorming.

Deze alinea lezende brengt het MIJ niet veel dichterbij wat deze Argumentenfabriek nu precies doet.Ze doen denk- en rekenwerk vóór de “klant” een beslissing gaat nemen, maar HOE ziet dat er uit?Iets concreter graag!
Een onderdeel van deze fabriek, de denktank Mentale Vooruitgang  is met een concrete vraag bezig:  “Hoe het komt dat in een land,  zo welvarend en rijk als het onze, zoveel mensen  zijn die depressief  zijn of  met een angststoornis of een burn-out rondlopen.

Eerst even de cijfers:
Volgens dit artikel lopen er 1,1 miljoen mensen in Nederland met een angststoornis rond, slikken er 800.000 mensen in Nederland antidepressiva en zijn zelfmoorden onder jongeren  (15 tot 30 jaar) schrikbarend toegenomen.
Onder jongeren is zelfmoord zelfs doodsoorzaak nr.1  *)

De benaderingswijze van deze denktank is niet de gangbare: jij hebt een burn-out, angststoornis of bent depressief,  dus dat is een individueel probleem.
Zij zien het ook als een probleem van de samenleving: Blijkbaar maakt die samenleving zoveel mensen ZIEK.
De denktank denkt na over hoe mensen weerbaarder gemaakt kunnen worden.
Hoe concreet dat nadenken  in “oplossingen” kan worden, is mij, na het lezen van dit artikel nog niet helemaal  duidelijk geworden. Wat ik wél begreep is, dat veel  aspecten van de samenleving,  zoals de  toekomst van de woningmarkt en de arbeidsmarkt  in dit denkproces meegenomen worden.
Nog een citaat van Kraaijeveld:  De economische, politieke, ecologische en technologische vooruitzichten kunnen we goed voorspellen. Maar als je aan mensen vraagt hoe we er straks mentaal aan toe zijn, dan komen ze vaak niet verder dan wat vage yogabeelden.

Dat is  dus weer het abstracte, iets dat moeilijk in cijfertjes te vatten is, daarover moet  probleemoplossend gedacht worden
Dit artikel over de denktank Mentale Vooruitgang zette mij ook aan het denken.
Ik vind het fascinerend hoe mensen out-of-the-box kunnen denken: Zoals in dit geval over angststoornissen, burn-outs, zelfmoordgevallen: Wat kan  er in de samenleving veranderen zodat deze gevallen minder worden?

Ik hoop dat het ze lukt “iets” omhoog te halen, waaraan gewerkt kan worden, waardoor veranderingen plaatsvinden en minder mensen “mentaal zullen lijden”
We zullen er als samenleving iets vóór en aan  moeten doen.

 

 

 

*) cijfers van vóór de Coronacrisis

 

Ziekenhuis en apotheek

Mijn lief moet één keer per jaar voor controle bloed laten prikken. Dat kan bij de huisarts, een bloedprikpost of in het ziekenhuis.
Zo niet in Coronatijd: alleen in het ziekenhuis en vooraf  telefonisch een afspraak maken. Dat klinkt simpel, maar dat is het niet.

De eerste keer zijn er, zegt een automatische telefoondame: méér dan 5 wachtenden voor hem; ze adviseert een andere keer terug te bellen. Hij blijft hangen.
Na 5 minuten zijn er nog steeds meer dan 5 wachtenden en hetzelfde advies.
De tweede, derde én 4 keerde keer bellen: dezelfde automatische dame met dezelfde mededeling en hetzelfde advies
Na 3 dagen om allerlei tijdstippen te hebben gebeld: er zijn 5 wachtende vóór U!  (Géén advies)
4, wachtenden, 3, 2,1…. met Machteld!
Mijn lief maakt een afspraak met de, niet-automatische, Machteld voor de volgende dag!

We fietsen naar een apotheek voor iets dat, volgens mijn tandarts alléén bij een apotheek te verkrijgen (tegen betaling!) is. Er staan mensen buiten, keurig op 1,5 m afstand.
De meneer voor me zegt opgelucht te zijn dat er vandaag meerdere apothekers aan het werk zijn, vorige week was er maar één en heeft hij lang moeten wachten.
Op de deur staat dat er maar 2 mensen binnen mogen en die zijn er ook.
Na een tijdje zijn de 2 mensen vóór mij in de rij binnen en mag ik naar binnen als er één uitkomt.
Er is binnen een rood/wit lint gespannen. Ik moet heel ver buigen om mijn briefje af te geven.
Het moet besteld worden en is er pas morgen, wanneer ben ik geboren?
Ik geef eerlijk toe dat ik bij deze apotheek niet ingeschreven sta.
Toch wil ze mijn geboortedatum en schrijft het op een briefje.
???
Ze bestelt het gewenste en morgen kan ik het ophalen.

De volgende dag is de dag dat mijn lief geprikt gaat worden, dus we combineren de gang naar het ziekenhuis mét de apotheek en maken er een medisch middagje van.
meldenziekWe zijn te vroeg, in het ziekenhuis, alle buitenbankjes zijn bezet, dus we zitten beide op een steen, nadat mijn lief zich eerst in een speciaal daarvoor opgezette tent gemeld heeft.
5 Minuten vóór zijn afspraaktijd gaat hij naar binnen.
Ik blijf zitten op mijn steen. Hij is razendsnel weer terug. Dat was het ziekenhuis
tentziek

Dan nu de apotheek.
We fietsen naar de apotheek. Ik loer naar binnen, er is niemand binnen, dus ik kan zó doorlopen.

Ik vraag mijn bestelling. Er is een beetje “gedoe” maar ik krijg het uiteindelijk wel mee, als ik mijn tandarts een recept laat faxen. De apothekersassistente geeft me een FAXnummer. Ik wist niet dat dat nog kon: faxen!
Ik bel dan en daar mijn tandarts, maar krijg een antwoordapparaat, die kan ik alleen omzeilen als ik op 1 voor NOOD druk! Dat doe ik dus niet.
Dan moet de tandarts het morgen maar faxen; ik soebat en krijg mee.

Onze medische middag is voorbij.
We fietsen naar huis en komen langs een heuphoog korenveld. Vlak erboven vliegen zwaluwen (boeren weersvoorspelling : Vliegen de zwaluwen laag – regen voor vandaag) Een zwarte labrador rent door het veld achter de laagvliegende zwaluwen aan. Natuurlijk niet goed voor het graan en de boer, maar ik moet toch lachen.

We komen droog thuis.

PRI in relatie tot Anorexia

Onlangs las ik voor het eerst over PRI.*)
Ik heb weinig tot niets in familie of vriendenkring met psychische aandoeningen te maken, dus daar weet ik weinig over. (Ik ga wel met mensen om die in de Geestelijke Gezondheidszorg werkzaam zijn, maar die spreken, terecht, weinig over hun patiënten)

Voor de mensen die óók nog nooit over PRI gehoord hebben: dit is de afkorting van Past Reality Integration: PRI stelt zich ten doel ons te helpen toe te werken naar het bewust worden van de destructieve werking van de afweermechanismen, die we als kind hebben moeten ontwikkelen.
Deze afweermechanismen zorgen ervoor dat we de pijn die ons als kind hebben ervaren, niet hoeven te voelen. PRI stelt zich ten doel het stoppen van de afweer en vervolgens naar het afbreken of ontmantelen ervan. Achter onze afweren schuilt de oude pijn die wij als kind hebben moeten verdringen omdat het toelaten ervan op dat moment zó pijnlijk zou zijn geweest dat we het niet zouden hebben kunnen verdragen
.

Ik las  een artikel over PRI in relatie tot Anorexia nervosa.
Anorexia is één van de meeste dodelijke  psychische ziektes.
Deze ziekte komt vaker bij vrouwen/meisjes voor dan bij mannen/ jongens;
95%  van de anorexiapatiënten is vrouw**)
Het ontstaat meestal in de puberteit: 370 van de 100.000 jonge vrouwen heeft anorexia.**)
Ieder jaar komen er 5.500 jonge vrouwen met anorexia bij; dat is 1 per huisarts per jaar.**)

De resultaten van PRI – behandeling in relatie tot anorexia nervosa worden momenteel, onder leiding van een lector residentiële Jeugdzorg van Hogeschool Leiden, door promovenda Heleen Wesselius onderzocht.
Er staat in het artikel, dat ik las,  dat de eerste resultaten veelbelovend zijn!
De meisjes en vrouwen die aan dit onderzoek meewerken hebben een gemiddeld BMI
(Body Mass Index) van 15 (met een BMI van 15 zijn veel meisjes en vrouwen in de reguliere zorg uitbehandeld)
Ter vergelijk:
een “normaal” BMI geeft een getal tussen de 18,5 en 25**)
Overgewicht is bij 25 tot 30
Obesitas is bij meer dan 30
Lager dan 18,5 is ondergewicht.

Binnenkort wordende uitkomsten van dit promotieonderzoek in een wetenschappelijk artikel gepubliceerd.

eetstoornis*) In 2000 werd PRI, een vorm van psychotherapie, ontwikkeld door drs. Ingeborg Bosch. Zij studeerde psychologie aan de Universiteit van Amsterdam en werd geïnspireerd door het gedachtegoed van psychoanalyticus Alice Miller en Jean Jenson, alsmede door oosterse denkwijzen.
Ze schreef 6 boeken over PRI, waaronder “Vrij van eetproblemen”.

**) Bron GGZ Rivierduinen

***)  Om je BMI  te berekenen heb je nodig: je  lengte, gewicht, leeftijd en geslacht.
Zie  www.voedingscentrum.nl/nl/bmi-meter