Hooikoorts

Ooit had ik een buurman die last van hooikoorts had.
Hij kreeg van ruwweg maart tot mei last van tranende ogen, vaak niezen en allerlei andere allergische reacties.
Ieder jaar weer.
Op een gegeven moment vertelde hij me dat hij er GEEN last meer van had.
Hij had een natuursteen van iemand gekregen, die moest hij op zijn blote huid dragen en dan zou het over zijn!

Het was een formele man met altijd een pak aan, hij knoopte zijn overhemd open en liet me, een beetje gegeneerd een kettinkje met een natuursteentje eraan zien.
Hij zei eerlijk dat het hem flauwekul leek, maar onder het mom van baat het niet dan schaadt het ook niet had hij het wel omgedaan en NU was hij  van de hooikoorts af!


Aan dat verhaal moest ik denken toen ik onlangs een foldertje in de bus kreeg over hooikoorts
Tussen de 800.000 en 1.5 miljoen mensen in Nederland schijnen aan hooikoorts te lijden ( we leven tegenwoordig te schoon en hebben vaak niet voldoende afweer opgebouwd zeggen wetenschappers.
Ook duurt het hooikoortsseizoen tegenwoordig langer door het veranderende klimaat!

Ik las dat de Engelse arts John Bostock in 1819 het eerst over hooikoorts publiceerde; hij had er zelf last van. Hij noemde het géén hooikoorts maar summer catarrh (catarrh zijn koortsachtige symptomen)
Een middel had hij er niet voor, maar hij merkte wel dat binnen blijven het enige was wat hielp.
Een andere Engelse arts, Charles Harrison Blackley toonde, omstreeks 1873, aan dat de veroorzakers van hooikoorts de pollen van grassen en bomen zijn

Het is, weet men tegenwoordig, histamine dat de hooikoortsklachten veroorzaakt, dus wordt er anti-histaminica voorgeschreven : binnen de natuurgeneeskunde scutellariae en bioflavonoide quercetine (volgens mijn folder)

NU zijn er tal van apps die je actuele informatie kunnen geven over pollen en hooikoorts:
Hooikoortsradar, Pollennieuws en ook Buienradar heeft een functie voor mensen met hooikoorts.

In “mijn” foldertje las ik een paar tips die ik hierbij doorgeef:

Draag een bril buiten,
smeer vaseline rond de neus,
droog je was binnen (zo krijgen pollen geen kans om op je wasgoed neer te strijken)
knuffel niet met huisdieren die buiten zijn geweest,
ga wandelen ná regen (dan is de lucht schoner),
maak  strandwandelingen (daar zijn minder pollen dan in het bos),
vóór 10 uur ’s morgens is de pollenconcentratie het laagst én
neem een douche voor het slapengaan (was de pollen uit je haar)

Slaapgebrek

Er gebeuren tal van dingen als je een nacht niet goed of niet geslapen hebt.
Je bent bijvoorbeeld niet meer zo empathisch meer als je eerst was.

Dit onderzocht psycholoog William Killgore ( in 2017) van de Universiteit van Arizona.
Conclusie:
 blijdschap en verdriet herkennen we minder goed als we moe zijn!  Andere, negatieve emoties*) wél, die hebben we nodig om gevaarlijke situaties te vermijden (Waarschijnlijk is dát gedrag nog blijven hangen uit vroegere tijden toen het nodig was weg te rennen)

Een andere arts Ph.D.MBA Seung-Schik Yoo  en zijn collega’s van Harvard concludeerde  (in 2007) dat de amygdala**) in de hoogste versnelling gaat als je slaapgebrek hebt, er kunnen dan plotselinge huilbuien verschijnen.
De onderzoekers ontdekten dit door de proefpersonen een nacht niet te laten slapen en daarna aan een hersenscan te onderwerpen; emotionele beelden werden veel heftiger ervaren dan de controlegroep. Bovendien was er veel minder communicatie te zien tussen de amygdala en de prefrontale cortex, het deel van de hersenen dat in verband wordt gebracht met rationeel denken.
(Het maken van belangrijke beslissingen kun je altijd  ook beter uitstellen tot je uitgeslapen bent)

Slaapgebrek kan sowieso tot miscommunicatie leiden, dat hebben we allemaal wel eens meegemaakt vermoed  ik.
Net iets minder geduld, nét iets minder begrip en de vlam kan in de pan slaan.


Volwassenen die (altijd/vaak) slecht slapen, hebben een verhoogd risico op obesitas, diabetes, kanker, coronaire (kransslagader) aandoening, hartziekte, beroerte, depressie en dementie, zo las ik.
Dat is nogal niet wat!

Kijk, als u het nodig hebt, op de website van de Hersenstichting over meer informatie over SLAPEN https://www.hersenstichting.nl/slaap-cijfers/

*) boosheid, walging, angst herkennen we nog wel op het gezicht van de ander; hij (zij) kan ons immers iets aandoen? Voorzichtigheid is geboden.

**) De amygdala, amandelvormige hersengebieden liggen in de buurt van de hippocampus in het frontale gedeelte van de temporale kwabben, schuin voor en boven de hersenstam, betrokken bij het  verwerken en aansturen van emoties, zoals angst en agressie.


(Niet) Bezig met gezondheid

Onlangs kreeg ik (ongevraagd) een folder in de brievenbus (mét Nee- sticker!) waarin tips voor het aanvullen van vitamines met NATUURLIJKE PRODUKTEN.


Vitamine D tekort? Vette vis of een  gekookt eitje. Wil je je  immuun systeem een boost geven: doe iets met verse gember ( bevat vitaminen B1,B2,B6 en C, natrium, calcium, koper, zink en magnesium) In verse gember zit gezonde gingerol!

“Overal” de lofzang van gember gezongen: Gember is al eeuwenlang een kruid dat wordt gebruikt tegen allerlei pijnen De antioxidanten en ontstekingsremmende eigenschappen van gember hebben bijvoorbeeld een positieve invloed op de huid .Gember schijnt het lichaam ook te zuiveren; het voorkomt ophoping van gifstoffen en stimuleert de doorbloeding

Verder dan een enkele keer gember(wortel)in een gerecht én natuurlijk gemberthee kom ik niet! Vroeger dronken we nogal eens gemberbier (geen idee waarom we daar ooit mee gestopt zijn?) of dat gezond was weet ik niet, maar lekker was het wel!
Vooral in Engeland was (is?) dit bier erg populair, ik las dat pubs vroeger kleine schaaltjes met gember op de tafeltjes neerzette, zodat mensen dat in hun bier konden gooien!( dát heb ik in Engeland nooit gezien, dus ze zullen er wel mee gestopt zijn)

Ook in tal van bladen word je “doodgegooid” met allerlei voeding/vitaminen supplementen die men MOET nemen. Vitaminen D zitten in de zon, ’s winters minder zon DUS supplementen ( vitamine D tekort is het meest voorkomend vitaminetekort!)

In een ander gezondheidskrantje stonden ook deskundigen die hun mening over oa. weerstand geven. Ik las dat een darmfloratherapeut (nooit van deze beroepsgroep gehoord) schreef dat als je supplementen slikt maar ongezond leeft “je dure poep aan het maken bent”
Die twee zaken gezond leven én iets er eventueel bij slikken gaan volgens haar hand in hand.

Voor een gezond leven (mét weerstand) is het ook belangrijk dat je slaap genoeg hebt (oei!! daar heb je me, ik slaap zelden meer dan 7 uur) Een onderzoek wijst uit dat mensen die 7 uur of minder slapen sneller ziek worden dan mensen die 8 uur of meer slapen!
Een slaaponderzoeker pleit voor een powernap!

Wat bij mij wél  hoog scoorde was de opmerking dat je warm moet blijven! (ik heb het vaak koud) Je lijf heeft energie nodig om warm te blijven, heb je het koud dat moet het lichaam energie gebruiken om warm te worden/blijven, energie die beter gebruikt kan worden om gezond te blijven: dus trek een vest aan!

Na 5 uur ’s middags, als mijn actieve zelf een tempootje lager gaat, kun je me uittekenen in een (vaak hetzelfde) vest!

Tot slot wil ik u nog laten delen in een “weetje” waarvan ik altijd gedacht heb dat het flauwekul was en dat volgens het Voedingscentrum een FEIT is: Vitamines kunnen verloren gaan onder invloed van warmte, zuurstof en licht.



Mijn moeder zei vroeger altijd dat ik de sinaasappelsap onmiddellijk moest opdrinken ANDERS VLOGEN DE VITAMIENTJES ERUIT. Flauwekul dacht ik (maar deed het wel: Moeders wil was WET)
Het voedingscentrum: Producten die blootstaan aan zuurstof, geschild of gesneden zijn verliezen vitaminenkracht!

Heb ik toch weer e.e.a. geleerd van een dergelijke folder! En misschien u ook van mijn blog.

De wonderlijke medische wereld.




Ik heb vandaag mijn nieuwe heup gezien.
De orthopeed heeft me de foto laten zien, daarna haalde hij uit zijn witte jaszak de onderdelen, de pin, de kop, de kogel, of hoe dat allemaal heet. Ik was verbijsterd.
Al die onderdelen had ik nu in mijn lijf. Mijn lief (die mee mocht omdat ik in het ziekenhuis in een rolstoel werd rondgereden) stelde meteen  een “technische”  vraag. Terwijl ik alleen maar gefascineerd kijken kon, hoorde ik het antwoord van de dokter:
“Ik maak een gat van 50, de kop is 51, dat gaat dus net niet, dan ram ik hem erin en zit hij goed vast“


Ik houd van reële professionals, dit was er zo één, geen gedraai, maar recht voor zijn raap, kort en bondig.
Ik vroeg hoe lang de garantie op de nieuwe heup is Het antwoord was kort en bondig: Geen.
Andere vraagstelling dan ”Red ik het met déze tot mijn dood?”
Hij dacht van wel!
Er kwam een morbide vraag in me op die ik toch stelde: “Na mijn crematie…..
Hij voelde me perfect aan “Dan zijn er nog heuponderdelen heel over”
We lachten alle drie. Hij hoefde de onderdelen NIET terug!

Hij vroeg of ik e.e.a. had nagekeken op internet.
No way!
We raakten gedrieën aan de “algemene praat” : hij vertelde dat mensen die een nieuwe heup krijgen (niet zoals ik met een trauma, maar “gewoon” versleten) altijd willen praten over wat voor kunstheup en de methode waarop die er ingezet wordt.
Dat gebeurt zelden met knieën, schouders en ellenbogen, alleen bij heupen. Terwijl bij die andere operatie ook verschillende mogelijkheden zijn “om erbij te kunnen”
Hij vindt dat apart en heeft er ook geen verklaring voor.

Voor algeheel herstel moet ik een jaar rekenen: voor ik weer ALLES kan.
Ik reageer niet, dat is mega lang en ik ben al niet een van de geduldigste.
Ik heb me voorgenomen een houding aan te nemen van ik zie wel hoe het komt.
Hoe druk ik me ook maak, sneller gaat het toch niet. Ik oefen en doe mijn best, meer kan ik niet.

De arts wil een nieuwe foto van mijn kunstheup en mij zien over 6 weken. Gaan we doen.

Hij roept een verpleegster binnen voor het verwijderen van mijn vele krammen.
Ze heeft daar een apart apparaatje voor en zegt het vaker te hebben gedaan.
Dat is te merken

Een half uur laten rijden mijn rolstoel, begeleider en ik het ziekenhuis uit. Ik een beetje ijzer lichter maar nog steeds verbijsterd over wat er nu in mijn lijf zit. Hopelijk kan ik er “snel” weer mee uit de voeten!

Gehoor

Slechthorenden hebben extra problemen met de COVID-19 maatregelen zoals mondkapjes en afstand houden. Daardoor is er voor hen maar een beperkte communicatie mogelijk.
90% van de slechthorenden, zo las ik, kunnen mensen met een mondkapje  slecht tot heel slecht verstaan.
Niet ALLEEN  slechthorende hebben problemen om mensen met mondkapjes te verstaan: een derde van de goedhorenden verstaan mensen met een mondkapje onvoldoende.


Het is niet alleen COVID-19 dat de Wereld Gezondheids Organisatie (WHO) zorgen baart.
Zij vrezen, met onderzoek gestaafd, dat tegen het jaar 2050 één op de vier mensen gehoorproblemen zal hebben! (momenteel zijn dat 1 op de 5 mensen)


Bij kinderen kan bijna 60% van de gevallen met gehoorverlies voorkomen worden door maatregelen zoals immunisatie ter preventie van rubella en meningitis, verbeterde kraam- en neonatale zorg, en daarnaast screening voor en tijdige behandeling van middenoorontstekingen.
Bij volwassenen kan lawaaibeheersing, veilig luistergedrag en toezicht op ototoxische medicijnen (pas recent ontdekte gehoorschade door medicijngebruik) samen met goede hygiëne van het oor helpen om een goed gehoor te behouden én de kans op gehoorverlies te beperken.

Er gaat, zo heeft de WHO berekend wereldwijd  ca.1.000 miljard euro verloren doordat mensen niet goed kunnen horen. Van de 2,5 miljard mensen met gehoorschade omstreeks 2050 zullen er dan 700 miljoen mensen medische hulp nodig hebben.

Met die hulp is het in sommige landen slecht gesteld:  van de lage inkomenslanden heeft ongeveer 78% minder dan één KNO-arts per miljoen inwoners; 93% heeft minder dan één audioloog per miljoen inwoners en slechts 17% heeft meer dan één (of meer) logopedist(en) per miljoen inwoners en 50% heeft maar één of meer leraren voor de doven per miljoen.

Schrikbarende berichten die ik oa. vernam door mee te doen aan de Nationale Longitudinale Studie Horen van Amsterdams Universitair Medische Centra.

Mijn stiefvader was slechthorend, kon zonder zijn apparaatje amper iets horen en mét zijn gehoorapparaat had hij last van “bijgeluiden”. Dus vaak had hij het apparaatje niet in, hetgeen communicatie met hem tot een uitdaging maakte.
Na zijn dood stuurde een familielid de vraag rond of mensen uit zijn naam, wilde meedoen bij dit langlopende gehooronderzoek. Ik hoor goed, maar ook goed horende mensen zijn nodig voor dit onderzoek. Mijn aanmelding  van toen herinnert me van tijd tot tijd ook nu nog aan de beperking die mijn stiefvader had.

Ik geloof wel dat er de laatste tijd (in Nederland) méér aandacht voor gehoorverlies is, getuige de  audicienreclames en de gebarentolk bij de persconferenties betreffende COVID 19.

Patiënten

Opeens lig je met jou een uur geleden totaal onbekende mensen op zaal; mannen én vrouwen.
De namen zijn onbekend, het gaat over die mevrouw daar, of die meneer naast me.
Tegenover me ligt een dame met ook een kapotte heup, ze was alleen toen ze viel en was naar haar tas gekropen om mobiel te pakken en ambulance te bellen. Helaas kon men er niet in omdat de sleutel nog in het slot zat en moest ze naar de voordeur kruipen. Wat een verhaal! Wat een moed.
Ze werd geopereerd en kwam terug op de zaal zonder pijn. Ongelooflijk.
Dat wilde ik ook wel.
Helaas werd zij als laatste, die dag, geopereerd.
Erg voor mij, fijn voor haar; ze gaf me veel hoop voor mijn toekomst; ze was na de operatie pijnvrij!

Naast me lag een meneer vreselijk te hijgen. De verpleging gaf aanwijzingen hoe hij rustiger kon ademhalen, maar hij bleef zijn kastje reorganiseren en orders geven. Ik voelde dat daar ingegrepen zou worden. Hij werd verplaats naar een kamer alleen en er werd druk op hem gezet om rustiger te doen! (wel “lieve” druk)Ik zag niets, hoorde alles.

In de hoek lag een demente mevrouw die ook gevallen was. Het consept van een bel en drukken snapte ze niet, ze riep de hele nacht om hulp. Zo intens triest. Ik belde de verpleging, ze kwamen maar konden weinig voor haar doen: een lieve blik, een paar lieve woorden,(pijnbestrijding had ze al) maar de patiënte wilde haar moeder (die was vermoedelijk al lang dood)
In en intriest.

De volgende dag werd ik verplaatst in afwachting van de operatie; een nieuwe afdeling.
Alles ontging me, de pijn met het vervoer daarheen was vreselijk.
Na de operatie kreeg ik een kamer alleen en was ik bijna pijnvrij.
De deur open zodat ik “de buitenwereld” kon horen, maar niet de pijn en de frustratie van de andere patiënten voelde Wel hoorde ik de hele nacht door een boze meneer, hij had door de narcose, hoorde ik later, een delirium.
Super actief, bozig en niet in bed te houden, hij liep op de gang en was met moeite in bed te houden; de verpleging had het er maar druk mee.

Ieder patiënt heeft zijn eigen verhaal.
Iedereen is belangrijk voor het personeel en iedereen krijgt liefdevolle aandacht: het toppunt van geduld?
Mensen in de zorg!

Mijn kamer, mijn uitzicht én de opendeur naar de buitenwereld., waar ik inmiddels weer in beland ben!

Ziekenhuispersoneel

Over de hel van pijn die ik de nacht ervoer dat ik NIET geopereerd kon worden WIL ik niet schriven.
Het was heel erg, maar is voorbij. Waar ik wel over schrijven wil is over de MENSEN.

Na de eerste golf Corona ging men klappen voor de Zorg. Witte truitjes met hartjes erop voor de ramen hangen als teken dat men de ZORG steunde. Ik heb daar NIET aan meegedaan.
Ik heb altijd bewondering gehad voor mensen die dat mooie werk kúnnen en willen doen.
IK zou liever willen dat ze meer betaald en betere arbeidsvoorwaarden  krijgen want aan mijn handgeklap of opgehangen truitje met hartjes hebben ze niets; ze kunnen er niet hun hypotheek van betalen!

Nu ik weer in het ziekenhuis lig, besef ik eens te meer dat het bijzondere mensen zijn,die voor dit vak kiezen.

Een dame die me thee en of koffie komt brengen is een stewardess. Door de Corona is er weinig vliegverkeer, heeft ze meer “vrije” tijd en zich aangeboden als buddy bij het ziekenhuis, nu brengt ze op de chirurgie afdeling de koffie rond. Een lief blij, bijzonder mens.

Een verpleegster loopt mee met een andere verpleegster, ze vertelt dat ze longverpleegkundige is in een revalidatiecentrum; het is daar nu (anders dan je zou denken) rustig, terwijl in het reguliere ziekenhuis veel zusters en broeders door Corona geveld zijn. Op haar afdeling werd gevraagd of er mensen  in het “gewone” ziekenhuis wilde meedraaien. Ze gaf zich daarvoor op. Een dame die een tandje harder loopt om reguliere zorg mogelijk te blijven maken.

Er loopt een verpleger rond die archeologie heeft gestudeerd; dat leuk vond maar zich toch afvroeg of er nog iets “meer” was en gestudeerd heeft voor verpleegkundige. Later wil hij graag het laatste half jaar van zijn archeologie studie afmaken om het als liefhebberij erbij te doen, maar zijn echte passie blijft de ZORG. Een heerlijk positief mens.

Er is een meisje dat leert voor verpleegkundige en nu mag oefenen op echte patiënten. Er wordt gevraagd of de patiënt het goed vindt. Toen ik dat goed vond stond er een mooie meisje naast mijn bed met een lieve lach en zachte lachende ogen, die eerlijk toegaf dat ze het nog moest leren en haar best deed. Er komen ook geweldige jonge nieuwe mensen in de zorg aan!

Zoveel bijzondere mensen met zoveel lieve gebaren.
Een (gehandschoende) hand, die de mijne pakt als ik er door de pijn, even helemaal doorheen zit; een dame die, als ik te horen krijg dat ik die dag niet meer (door grotere spoedoperaties) geholpen kan worden vraagt of ze een lekkere cappuccino  voor me zal halen; een verpleger die vraagt of hij ECHT niets voor me kan doen, iemand die “gewoon” maar even komt kijken of je iets nodig hebt.

Ik ben zo dankbaar dat ik in dit land woon, waar het allemaal zo goed geregeld is.
Er zijn negatieve berichten over de zorg die door de Corona “anders” is, dat mensen niet geholpen kunnen worden omdat er mensen/capaciteit te kort is en dat zal ook best eens voorkomen.
Maar wat ik nu weer meegemaakt heb is BIJZONDER omdat het zo “gewoon” is. Natuurlijk doen ze wat ze doen; ze hebben immers voor dit vak gekozen!
Zó kijken ze er zelf naar.
IK vind het super bijzonder!

Stoute patiënt

Gisteren moest ik, na 3 weken terugkomen in het ziekenhuis; mijn ”kunst ”gips (polyester, gedrenkt in een polyurethaanhars) mocht er af
Mijn lief liet ik weer achter bij de triagetent; deze keer hadden we allebei WEL onze telefoon bij ons.



Het apparaat waarin ik, in de ziekenhuishal, mijn rijbewijs instopte verwees me naar de gipskamer
Dáár moest ik een gekregen bonnetje door een apparaat laten scannen.

Ik kende nu de procedure, dus ik liep naar de gipskamer. Vlak daarvoor stond een apparaat waarin ik mijn bonnetje moest laten scannen. Voor de machine stond een oude man, het lukte hem niet.

Normaal zou ik naar hem toelopen en vragen wat er scheelde, nu (voor het geval ik het “vergeten” was) stond er groot op de grond dat er 1,5 m afstand gehouden moest worden.
Ik vroeg dus op 1,5 m afstand, vanachter mijn mondkapje, of ik kon helpen, het kwam niet over (ook doof?) Ik deed één stapje voorwaarts, op dat moment draaide hij zich om “Er komt geen strookje uit?” Vanachter mij kwam een vrouw aanlopen, passeerde mij rakelings, liep naar de man toe en legde uit dat er NIETS uit het apparaat kwam en dat hij “gewoon” naar de afdeling kon gaan. De man liep een (de goede?) gang in

Toen wendde de vrouw zich tot mij: Ik weet niet waar ik wezen moet (ik glimlachte achter mijn mondmasker; de lamme had de blinde geholpen!)
“Staat er een nummer op uw strookje?”
Ze keek op het strookje in haar hand, een man met een witte broek en een identiteitsplaatje bungelend aan zijn broekriem kwam met ferme pas uit een zijgang en liep (dicht) naar haar toe, keek op het strookje en zei:–  Eén etage hoger mevrouw – 
Tot zover de 1,5 afstand regel!

Er stonden 3 stoelen ( 1,5 m afstand van elkaar) in de gang bij de deur van de gipskamer, op één zat een dame met een pols in gips, op de ander zat een man met een arm in het gips. Ik ging in het midden zitten (de deugd zit in het midden zei mijn moeder altijd)
De dame was links en had haar rechterarm gebroken, de heer was rechts en had zijn rechterarm gebroken! De vrouw had “tractie” gehad, dat deed vreselijke pijn vertelde ze en nét toen de heer zijn vreselijke verhaal wilde vertellen, werd ik gered doordat de deur openging (ik word onpasselijk van verhalen over medische dingen waarbij mensen lijden/leden)
De heer mocht naar binnen. “Onpasselijk” gevoel afgewend.
Vlak daarna ging de deur weer open; “Komt u allebei maar binnen.”
Allebei werden we op een stoel naast een “bed” neergezet. Er kwam een gipsbroeder op de dame af; (de heer werd al “behandeld” maar onzichtbaar voor mij)
De broeder liet haar zijn cirkelzaagje zien: “Kijkt u ook maar even mee” Hij knikte naar mij en hield de zaag draaiend op zijn huid om te laten zien dat het echt geen kwaad kon. De dame en ik geloofde hem!

Toen bij de dame het gips eraf was kwam hij bij mij cirkelzagen; het ging voorspoedig, hij pakte een schaar om de laatste weerbarstige stukjes door te knippen.
Ik draaide mijn pols om; op de binnenkant van mijn pols zat een bobbel, hij zag ‘m ook.
Verbeeldde ik het me of zag ik zijn ogen iets verharden.

De gipsarm én het voorwerp waarmee ik die vreselijke jeuk onder het gips bestreden had!


“U heeft met een scherp voorwerp onder het gips gezeten.”
Ik schoot in mijn kindrol en reageerde als zodanig :”Maar niet met een breinaald” (er stond in de folder nl. dat die wondjes kon veroorzaken en dat het NIET mocht)
Meteen toen ik het zei hoorde ik hoe kinderachtig het klonk. De broeder herhaalde ”U heeft met een voorwerp onder het gips gezeten
Hij pakte het gips vouwde het open (inmiddels had ik al een knalrood hoofd) het andere personeel keek naar me

De broeder liet me het opengevouwen gips zien, er zat hoger dan mijn polsbobbel een deuk in de watten. “Dat heeft U  zelf gedaan! Gevaarlijk” voegde hij er aan toe.
Ik had kennelijk de watten naar beneden gedrukt, daardoor waren ze opgeribbeld, hetgeen mijn “bobbel” tot gevolg had.
Mijn hoofd werd nog roder.
-De dokter komt zo bij U –
De broeder liep weg.

De dichtstbijzijnde zuster glimlachte tegen mijn knalrode hoofd.
De dokter kwam, stelde vragen over hoe het was gegaan, bewoog en strekte mijn hand en pols en liet me een paar bewegingen doen. Het leek of er kleine stroomstootjes door mijn lijf schoten.
De arts vertelde dat na ongeveer 3 weken mijn pols weer de oude moest zijn, als het NIET zo was, zag hij me hier terug.

Ik bedankte voor de service van al het aanwezige personeel, waarop de “glimlachende” zuster zei: “Ik heb niks gedaan”
Moral support – ik glimlachte naar haar
Ze deed me uitgeleide.
Langzaam trok mijn rode blos weg.
De bobbel hoop ik ook!

Breukje

Het is een week geleden dat ik een breuk in mijn pols heb opgelopen door een val.
Ik krijg een digitale reminder van de terugkom-ziekenhuisafspraak en de mededeling dat ik, i.v.m. Coronabesmetting NIET te vroeg mag komen.

We moeten ca. 15 km rijden naar het ziekenhuis, een ander ziekenhuis dan waar ik op de Eerste Hulp geholpen ben.

In de hal staan zullen machines staan waarin je je paspoort, rijbewijs of ID kunt stoppen, waarna er een ticket met tijd en waar je heen moet, uit komt rollen.

Maar eerst moet ik alleen (lief mag NIET mee) door de triagetent. Vragen over hoe ik me voel en met wie ik in contact ben geweest en na de “goede” antwoorden mag ik doorlopen naar de hal en de machine. Die geeft aan dat ik naar de gipskamer moet én op dezelfde tijd naar de afdeling chirurgie.

Bij de gipskamer word ik bijna onmiddellijk binnengeroepen en naar een stoel verwezen, die naast een bed staat. Er loopt tussen de 4 verpleegsters (gipsmeesteressen?) 1 witgejaste man. (De dokter zo blijkt later) Eén van de meisjes komt met een schaar naar me toe en vertelt dat ze mijn gips open gaat knippen, maar dat het geen pijn gaat doen er zitten stompe punten aan de schaar.
Als ze klaar is zegt ze dat de dokter zo bij me komt.

Ik schrik van mijn pols en arm, blauw, paars, geel en groen
”Wat hebben we hier?” Vraagt de naderende dokter en ik antwoord “ Botbreukje”
Hij glimlacht  en verbetert: “Gebroken pols, mevrouw!”
Ik wilde het niet erger maken dan het was (bovendien zeiden ze in het andere ziekenhuis ”scheurtje in het bot”)
“U mag zeggen wat u wil maar het is een gebroken pols, wél een mooie breuk, dat wel”
Hij voelt, kijkt en drukt. Ik merk op dat ik niet verwacht had dat het zo blauw zou zijn.
“Botbreuken kunnen bloeden, en dat heeft deze ook gedaan
U krijgt 3 weken kunstgips. Eigenlijk moet het 6 weken, maar dan is alles stijf, dus we proberen 4 weken en kijken dan hoe het ervoor staat. De verpleegster komt u gipsen en dan graag een afspraak voor over 3 weken.
Hij groet en loopt naar een computer in een hoek waar hij staande op gaat typen.
Een verpleegster komt me gipsen, háár kan ik vragen waarom eerst “echt” gips en nu kunstgips gebruikt gaat worden.
Het blijkt dat een Eerste Hulppost meestal ECHT gips gebruikt. Echt gips wordt aangebracht  met een lengterichtingopening: de wond kan immers i het begin nog gaan zwellen
Kunstgips is helemaal dicht, veel harder, maar ook lichter.

Dan mag ik een kleur gips kiezen, er is roze met bloemetjes en rood/ geel met friemels, maar ik ga voor het simpele licht blauw. Goede keus, vindt mijn gipsdame.
Ze vraagt of  ik wil dat ze mijn “zere” hand eens goed schoon zal maken, want desinfecteren is natuurlijk een week niet gebeurd omdat het gips beslist NIET nat mag worden.
Ik ben blij met het aanbod, en de alcohol vloeit rijkelijk (op mijn handhuid, niet in mijn keel)

Ze vraagt hoe het met de pinda’s is afgelopen.
????
“Het stond bij mijn info: gevallen bij het pinda’s ophangen in de tuin!”
– Ze hangen er NU wel, maar niet dankzij mij! –
Als ik klaar ben moet ik even zo blijven zitten tot het droog is en dan mag ik naar de balie een afspraak maken voor over 3 weken.
Tot dan, roept de vrolijke verpleegster me na.

Bij de afsprakenbalie zit een strengkijkende  matrone.
Naam?
Ik zeg hem én dat ik over 3 weken terug moet komen.
“Twee” zegt zij
Drie zeg ik
“Hier staat 2
Gelukkig komt net mijn gipster aanlopen
“Over 3 weken terugkomen toch?”
Ja
Deze dame zegt 2

De dame kiest eieren voor haar geld :” O, nee er staat toch 3”
???!!!!
Ze noemt een datum en tijd.
Ik knik
Ze rammelt wat op de computer.
Ik vraag of ze de datum en tijd even voor me op wil schrijven.
Ze kijkt me vernietigend aan: “U krijgt een etiketje”
Ik pak het aan en knik haar toe (een mondelinge groet is voor deze dame teveel)

Ik loop naar de uitgang en zie een mevrouw zonder mondkapje.
Kennelijk kijken mijn ogen boven mijn mondkapje boos, vragend of…….?
Want de dame snauwt me toe: “ Ja, er zijn uitzonderingen en dat ben IK. Ik zie je wel kijken!”
Ik zeg niets en loop door. Zodra ik de triagetent door ben ruk ik mijn mondkapje af.
Lucht, ik wil frisse lucht.

Mijn breuk is goed en lief gegipst, een dokter heeft er goed naar gekeken en ik mag de eerstvolgende 3 weken met een rechter lichtblauwe arm door het leven. Het leven kan goed zijn!

Na de gipskamer kwamen minder aangename encounters, maar ach niet iedereen is altijd blij met haar/zijn leven!


SNELLE ZORG

Wij voeren vogels in de voor-en achtertuin.
Birdfeeder met zaadjes, vetbollen en snoeren geregen pinda’s.

Eergisteren waren de pinda’s op, zag ik. Ik liep, op mijn slippers, even naar buiten om het lege draadje weg te halen en opnieuw te rijgen. Ik stapte op een bemoste biels, en voelde mijn benen onder me wegglijden. Een schreeuw, een hand  naar de grond uitgestoken, een nabonk met mijn hoofd tegen de garagemuur. Au.
De schreeuw had mijn lief gealarmeerd hij hees me op en bracht me binnen.
Mijn bips deed erg zeer, ik werd een beetje misselijk en vroeg om een emmer. Mijn pols werd een beetje dik en deed zeer.

Mijn lief was onverbiddelijk: we gaan langs de huisarts.
Ik belde op en kon meteen bij de assistent arts terecht (de huisarts zit bijna bij ons om de hoek, maar we gingen met de auto) Vanwege Corona moest ik alleen naar binnen.
De arts-in-opleiding vroeg veel, keek en voelde aan de bult op mijn hoofd, onderzocht mijn rug en nek en keek naar mijn pols en……….haalde de dokter erbij. Die voelde aan mijn hand, ik piepte, ze voelde aan mijn pols, ik piepte. “Naar het ziekenhuis voor foto van pols en hand”
De assistent-arts belde naar het ziekenhuis; ik kon daar meteen terecht.


Manlief bracht me naar het ziekenhuis en ook daar (Corona) kon hij niet mee naar binnen.
Geen telefoon bij me, dus afgesproken dat hij in de auto zou blijven zitten en ik naar hem toe zou komen. Na bezoek aan de Coronatent (hoesten? Koorts? Afspraak? Waar en hoe laat?) meld ik me elektronisch aan bij de röntgenafdeling. Ik word (op scherm) verzocht in de wachtkamer plaats te nemen. Een klein kwartiertje later word ik opgehaald en worden er foto’s van hand en pols gemaakt en mag ik terug naar de wachtkamer. Daar komt een witgejaste heer me vertellen dat er een breukje geconstateerd is en dat hij me naar de gipskamer zal brengen. Er komt een arts vertellen wat er gaat gebeuren, er is namelijk  voor “zoiets als ik heb meegemaakt” een protocol!

Als iemand boven de 40 valt en zijn hoofd klapt op stenen wordt er altijd een CT-scan gemaakt; er zou een interne bloeding kunnen zijn ( dat wordt niet verwacht, maar uit voorzorg…)
Dus, eerst gips dan naar de ct-scan, dan wachten op de uitslag, dan een sling en afspraak en dan naar huis. Ik vond het allemaal best; ben doodmoe (schok?) en heb pijn.
Ik werd gegipst door een dame die precies vertelde wat ze ging doen, heel prettig.


Voor zij vertrok vertelde ze dat “straks” iemand me zou komen halen en naar de ct scan brengen.
(Nog steeds had ik mijn lief niet kunnen laten weten wat er gebeurd was)

Ik wachtte en wachtte en na een tijd kwam de gipsdame vertellen dat haar dienst erop zat. Ze stelde me voor aan haar opvolger die me tzt naar de scanafdeling zou brengen.
Ik wilde er zelf wel heen lopen maar dat mocht niet. Hoe minder loopbewegingen in het ziekenhuis hoe beter. Ik werd opeens zo vreselijk moe en vroeg de “nieuwe” of ik even mocht liggen. Hij ruimde meteen de gipstroep op van de brancard en deed er een nieuw papiertje op. Ik hees me op de brancard, pijn schoot door hele lijf.
Daarna doezelde ik wat,  geen enkel besef van tijd maar wel denkend aan mijn lief, die zich nu wel erg ongerust zou maken.

Na een tijdje kroop ik van de brancard af en liep de gang in. Ik klampte een verpleegster aan en zei dat ik naar mijn man wilde en legde uit dat hij van niets wist en zich ongerust zou maken, ik was nu vast al meer dan een uur weg ( geen horloge, nergens klok) Het kon niet, het was druk op de CT afdeling, ik moest wachten.
Er kwam een vastberadenheid over me.  Ik ging naar huis!
Ze ging een dokter roepen. Die kwam en zei dat het onverantwoord kon zijn als ik NU naar huis ging. Zij raadde me sterk af om weg te gaan zonder CT scan. Ik begreep dat “iedereen” vóór zou gaan bij de scan, het was voor mij toch alleen voorzorg?
Ik maakte me zorgen om mijn man die niet wist hoe of wat en was zelf moe en had pijn. Om half 1 was ik gevallen, hoe laat was het nu? Vier uur!!! De dokter vertrok.

Ik wist het nu zeker: ik ging weg, liep terug naar de gipskamer en wilde mijn jas pakken (én zag dat er wel een klok hing boven de deur, achter het gordijntje dat half dichtgeschoven was) 5 over 4!
Er komt een witgejaste man “mijn” kamer binnen ”Ik breng u naar de CT afdeling”. Het lijkt alsof ik leegloop, al mijn vastberadenheid is weg, ik loop dociel mee, ik ben zo moe! Hij zet me neer in een wachtkamer, waar ik me moet aanmelden op een schermpje.
Kort daarna word ik gehaald door een radiologe die me in een soort “donut”( zo noemt hij het) schuift. Ik doe mijn ogen dicht, er wordt gezoemd en na een tijdje mag ik er weer uit. Ik mag in de wachtkamer gaan zitten en wachten op de uitslag, het kan wel 3 kwartier duren.


Mijn vastberadenheid komt terug. Ik zoek en vind een verpleegster, leg uit dat ik mijn lief al een paar uur niet heb kunnen bereiken dat hij zich zorgen zal maken en dat ik naar hem toe wil. Ze is een oudere verpleegster, ziet in één klap mijn toestand en zegt: “Gaat u hem maar halen, neem hem mee naar de wachtkamer en wacht u beiden daar maar de uitslag af”
Ik zou haar willen zoenen.

Ik ga via de lift, niemand te zien, naar de andere verdieping en de uitgang. In de triagetent staat mijn lief, hij praat met de bewaking, hij ziet er moe en ongerust uit. Ik loop naar hem toe.
We kijken elkaar aan, hij ziet mijn gips, wil me bij de arm nemen, mee naar huis.
Ik vertel dat ik terug moet en hij mee mag. Hij kijkt de bewaking aan.
Die kijkt mij aan en schat in, dan volgen er de vragen aan mijn lief: “Verkoudheid? Koorts? Hoesten? Met iemand in contact die Corona heeft?” Als hij op alle vragen NEEN te horen krijgt, mag mijn lief door(mondkapje al op)

De rest van het verhaal raadt zich raden. Nog 3 kwartier wachten in de wachtruimte,  dan komt de arts, ze neemt ons mee en zegt daar dat alles oké met mijn hoofd is.
Ik maak mijn excuses voor mijn “overspannen reactie eerder”
Het was een lange dag, zij heeft er alle begrip voor (zegt ze) en is blij dat alles in mijn hoofd is, zoals het hoort te zijn.

Om kwart voor 6 zijn we thuis en lopen  we allebei als een ballonnetje leeg; het was een lange dag!

Nawoord: Wat hebben we een geweldige gezondheidszorg in Nederland.
Hoe snel kon ik van val naar huisarts? Naar röntgen, naar gipskamer?
Hoe zorgvuldig waren alle onderzoeken?
Het was allemaal TOP.

(Het wachten op het extra onderzoek was lang, alle begrip voor, het was “maar” uit voorzorg.
Ik was “op”, kon het geduld niet meer opbrengen en schaam me er nu voor.)

Over een week moet ik naar een ander ziekenhuis voor controle.
Voor nu ben ik gebutst en gedeukt, ALLES doet zeer en mijn arm is een onhandig zwaar ding in een sling, maar ik ben “blij” dat ik zo snel geholpen kon worden, ondanks de COVID én dat het zeker géén levensbedreigende situatie was.