Pr van zorginstellingen

Ik ben erg tevreden over de zorg hier in Nederland (vergeleken met National Health in Engeland, waar mijn schoonzus van afhankelijk is, leven we hier in een Zorgparadijs)

Hoe  de Zorg communiceert met haar (toekomstige) klanten vind ik wel  vaak tenenkrommend. Ik las onlangs weer het een en ander in een informatieblad van een nieuw te bouwen ziekenhuis. Van de “wervende” kop “De patiënt staat centraal” word ik ter plekke misselijk.
Natuurlijk staat een patiënt centraal, al die zorgverleners zijn er immers vóór de patiënt! Zonder patiënt hebben ze geen werk.

Er komt een nieuw, groot ziekenhuis. Het oude wordt  t.z.t. verkocht, met geld van de verkoop betaalt het ziekenhuis de nieuwbouw.
Het ziekenhuis wil de grond verkopen aan een projectontwikkelaar, dan moet het bestemmingsplan gewijzigd worden! Ik las in de informatiekrant die ik meenam uit dit toekomstig te koop staand ziekenhuis:
Steeds meer zorg wordt buiten het ziekenhuis gegeven, dat is nodig want door de vergrijzing en het toename van het aantal mensen met een chronisch ziekte verandert en groeit de zorgvraag. Tegelijk zijn er veel medische en technische ontwikkelingen die zorgverlening op een ander manier mogelijk maken zoals monitoring op afstand en videoconsult.
En ook: Zorg op de juiste plek noemen we dat: in het ziekenhuis, een regionaal medisch centrum of bij de mensen thuis.

Minder zorg in het ziekenhuis
, maar wel een groter ziekenhuis bouwen dan het huidige? En een nieuw Medisch Centrum in een andere plaats.

Alles in de zorg werd ooit gecentraliseerd. Toen ik ernstig ziek was zo’n dertig jaar geleden moest ik voor allerlei onderzoeken naar allerlei ziekenhuizen. Wel in de regio, niet in dezelfde plaats.(geen klacht hoor, het was nu eenmaal zo) Later is dat veranderd. Ziekenhuizen krompen in of sloten zelfs en er kwam één groot regionaal ziekenhuis.
Wat ik nu begrijp komt er weer een Medisch Centrum elders, “ om de zorg dichter bij de mens te brengen” Nieuwe inzichten? Nieuwe gebouwen. Gigantisch meer kosten.Het wordt allemaal duurder, maar daar hebben ze het in het infoblaadje niet over, dat is niet wervend.

Ook zo’n zinnetje als “…een nieuw gebouw en regionale medische centra, waar inwoners van de regio zorg krijgen volgens de nieuwste inzichten “ geeft mij de kriebels.
Hoezo met een nieuw gebouw zullen mensen worden geholpen volgens de nieuwste inzichten? Nu niet dan?

We hebben het goed in Nederland, zeker op het gebied van de zorg.
Maar dat het allemaal beter wordt door een nieuw gebouw, daar geloof ik niet zo in
Zorg hoeft in mijn ogen geen pr. Geen kreten nodig als “op maat” of “ de patiënt staat centraal”.Organiseer de zorg goed, dat is in Nederland over het algemeen goed gedaan.Houden zo!

Niemand heeft graag met ziekenhuis, arts en zorg te maken; we willen allemaal gezond zijn en blijven
Maar als dat niet kan, als we zorg nodig hebben, is het fijn als het in de buurt is, als zorg “op maat geleverd kan worden”
Maar iedereen weet dat dat niet altijd kan. Dat je wel eens lang moet wachten voor een afspraak, dat je wel eens verder moet reizen dan je zou willen en dat niet altijd de specialist die JIJ wil tijd voor je heeft.
That’s live.

Slim water?

waterOnderzoek van de Universiteiten van Londen en Westminster toonde aan dat er verband bestaat tussen je mentale gesteldheid en het drinken van water: studenten die een flesje water bij zich hadden tijdens tentamens en dat ook water ook daadwerkelijk dronken hadden betere cijfers dan degenen die géén water dronken!


80%
van onze hersenen bestaan uit vocht, dus als je water drinkt “voed je je hersenen
Er wordt beweerd dat het drinken van 8 tot 10 glazen water je cognitieve vaardigheden met 30% kunnen verhogen.

De andere kant van dit positieve geluid is dat je een watervergiftiging kan oplopen door een teveel aan water te drinken. De nieren kunnen 8 tot 10 liter water verwerken, als je heel veel (meer) water in een korte tijd drinkt kunnen je nieren dat niet aan en kun je zelfs overlijden.

Water heeft ook op een andere manier bijgedragen aan de “slimheid” van minstens één mens. Zo las ik dat Albert Einstein (E=MC2) zijn beste ideeën onder de douche kreeg!

Ook IN het water leven kan het  brein “groot”maken: het brein van de potvis is het grootste ca 7,8 kilo.
Intelligentie heeft echter niets met de omvang van het brein te maken.( mensen hebben maar 1,5 kilo aan hersenen)
Als je het over intelligente dieren hebt;tuimelaars (dolfijnen) behoren tot een van de intelligentste diersoorten, ook zij hebben, net al de mens,  máár 1,5 kilo aan hersenen

Te Zijn of niet te Zijn…..

Laatst  vertelde iemand mij een bijzonder verhaal dat ik met u wil delen en tegelijkertijd wil ik u hiermee waarschuwen.
Waarschuwen voor het gevaar dat
mensen die in coma zijn
wél kunnen horen wat er om hen heen gezegd wordt en
er zelfs op kunnen reageren.

Een vrouw kreeg te horen dat ze kanker had en ten hoogste nog 5 jaar te leven had.
Het werden 7 jaren.
Maar toen was de koek ook echt op.
Ze werd geopereerd en kwam er slecht uit.
Altijd had ze levenslust gehad en was blij met wat ze nog wél kon.
Nu was ze het zat; het ging niet meer.
Er werd palliatieve sedatie*) toegepast

Ze raakte in een soort comateuze toestand. De arts had gezegd dat de dood nog wel even op zich kon laten wachten, er was niet te zeggen wanneer ze daadwerkelijk sterven zou.
En dus waren al haar volwassen kinderen (ze was 75 jaar) die laatste tijd bij haar.
Ze wisselden elkaar af in naast het bed zitten en deden verder “klusjes”
rozenZo was er in de tuin een rozenstruik die last van beestjes had en een van de kinderen had een bestrijdingsmiddel gekocht. Ze ging met haar zus de rozenstruik behandelen.
Daarna kwamen ze terug in de huiskamer waar de zoon bij het bed van zijn moeder zat.
De dochters vertelden wat ze hadden gedaan en dat ze hoopten dat het snel werken zou.
De andere zus onderbrak en zei dat het wel 3 dagen zou kunnen duren voor daadwerkelijk,,,,,,,
De moeder opende haar ogen en zei:” Nee, niet 3 dagen dat is te lang, het mag NU wel!”
De kinderen waren verbijsterd, hun moeder was door de morfine immers “van de wereld”?
De dochter legde haar moeder uit dat het om de rozen ging en niet om haar.
“Gelukkig, want 3 dagen vind ik echt te veel, ik wil NU” en ze viel weer in “slaap”

Ze stierf dezelfde avond.
Let dus op bij wat je zegt als je bij iemand aan het bed zit, óók als hij of zij in diepe slaap lijkt te zijn

 

*)Palliatieve sedatie is het verlagen van het bewustzijn in de laatste levensfase. Dit gebeurt door een arts. Door medicijnen wordt de cliënt ‘soezerig’ of valt in een diepe slaap. Het doel van palliatieve sedatie is dat de klachten verlicht worden en dat de cliënt zo min mogelijk lijdt

Nederland staat op tegen kanker.

ned.kanker

Een actie die 15 mei op tv. Werd uitgezonden.
Ik heb niet gekeken
Ik wéét dat 1 op de 3 Nederlanders kanker krijgt.
Ontroerende verhalen over kanker hoef ik niet op t.v. te zien, ik zie ze in eigen omgeving.

Vandaag kreeg ik wéér (per brief)een  verzoek voor een donatie. Van het KWF dit maal.
Het Wereldkankeronderzoek (WKOF) gaf ik vorig jaar verschillende donaties. Nu hebben we deze donaties stopgezet stop gezet. (Mede door de publicaties over het percentage dat van de giften voor het onderzoek zou worden gebruikt)*)

In een krantje van het KWF zeggen BN-ers  “iets” over kanker. Ik heb me nog nooit laten leiden door wat een BN-er zegt of doet (wat is hij of zij meer dan een familielid of kennis?)
Waar ik wél door getroffen werd zijn de feiten in dit krantje genoemd:

  • Elk uur krijgen 13 mensen in Nederland kanker
  • Het commentaar van Prof W Zwart (onderzoeker AvL):.”Het kankeronderzoek gaat ontzettend hard, elke dag begrijpen we kanker beter en komen we dichterbij”
  • KWF krijgt géén overheidssubsidie, maar is één van de grootste financiers van al het kankeronderzoek in Nederland
  • KWF financiert momenteel ruim 600 projecten op het gebied van kanker
  • Een onderzoek duurt gemiddeld 4 jaar en kost bijna 6 ton.

We gaan nu dus bij het KWF doneren. Iets, dat naar ik begreep, al heel veel mensen gedaan hebben naar aanleiding van die t.v.uitzending.
Zoveel exposure werkt nog altijd!
Wat zou het geweldig zijn als er géén mensen meer aan kanker hoeven dood te gaan.
Ik hoop het ooit mee te maken!

 

 

 

*) publicatie van Argos uit 2017  dat WKOF in Nederland ca. 8 miljoen per jaar ophaalt en een groot deel van dit bedrag voor voorlichting (en dus niet voor research) Argos heeft ook zijn twijfels over de aard van de voorlichting, is dit niet meer fondsenwerving?

Medische snelheid

Gisteren was dé dag dat ik naar een specialist moest (orthopeed) om meer te horen  over mijn voeten en het gevolg ervan: pijnlijk lopen.
Ik moest mij melden bij de poli en kreeg een briefje voor radiologie. Even wachten en toen werden er 2 foto’s van mijn voet gemaakt.

Toen naar de specialist, waardoor ik, omdat alles zo razendsnel ging, een half uur te vroeg was.
ziekenhuis KIn de wachtkamer staat een kinderspeeltafel. Waarom? Daar kom ik snel genoeg achter: in het half uur dat we er zitten (mijn lief is mee voor moral support) komen er 4 kindjes met spreidbroekjes voor controle. Hele kleine pukkies, kruipen over de vloer, één met alleen een papa, één met alleen een mama, en 2 met papa en mama en nog een kleuter erbij, die naar de speeltafel gaan. Het brengt leuk kijkvermaak.De kleintjes lijken zich niets aan te trekken van hun “harnasje” en schuiven  vrolijk over de grond.

ziekenhuis arthoEr komt een co- assistente me halen. Ze vraagt meer dan 10 dwazen kunnen beantwoorden, ze moet nog leren, vertelt ze me. Ik geef op alles antwoord en ze knikt, typt in, stelt weer een vraag en zo zijn we leuk een tijdje bezig. Ik vertel dat er foto’s zijn gemaakt. Ze roept ze op  de computer op en laat ze me zien. Ze zegt dat hierop alleen botten te zien zijn. Dat zie ik (waarom zijn ze gemaakt als ik geen botprobleem heb? denk ik, maar ik vraag het niet. Ik wacht af)
Ze gaat overleggen met de orthopeed en dan komt hij naar me kijken, zo waarschuwt ze.

En dan komt de specialist zelf, een rijzige man die autoriteit uitstraalt. Hij voelt, hij kijkt en zegt bondig ”Gescheurde pees is de oorzaak, daar komt littekenweefsel omheen, dat gaat drukken en dat geeft pijn. Niet te opereren want daardoor komt meer littekenweefsel en lost niets op”.
Ik vertel dat mijn andere voet het ook heeft en hij voelt (met handschoentje aan) ook daar.
“Ja, dat klopt” Ik vraag of dat niet bijzonder is, dat allebei de voeten een gescheurde pees hebben.
Gelukkig is het een dokter met humor: ”Ik zou u graag zeggen dat u iets bijzonders bent, maar dit geval komt vaker voor” Hij glimlacht en ik ook.
We spreken over de oorzaak, hij bekent dat hij het niet weet, het kan al zijn door in het bos “verkeerd” op een takje te stappen. Het heeft niets met leeftijd of leeftrant te maken en kan iedereen gebeuren.
Maar nu! Wat kan hij/ik eraan doen. Hij niets. Ik ook niet. Maar……….. de instrumentmaker wel.
“Toevallig heeft hij nu spreekuur en kan u er meteen heen, misschien een tijdje wachten, maar dan meet hij u speciale orthopedische zolen aan, die de druk verlichten en u hopelijk van de pijn afhelpen. Ik leg een brief voor hem neer bij de assistente, als u daar even zegt dat u op hem wacht, wordt u zo binnen geroepen”
Hij steekt zijn hand uit en voor ik het weet is hij de behandelkamer uit en ben ik weer alleen met de co-assistente. Zij gaat me voor naar de assistente, die me weer naar de wachtkamer verwijst
Ik vindt alles best en ben erg blij dat dit allemaal achter elkaar kan worden afgehandeld en ik mogelijk al gauw weer (een beetje?) normaal kan lopen.

Na een dik half uur komt de instrumentmaker me halen. Hij vraagt het een en ander, bekijkt mijn podoloogzooltjes (“die brengen u helemaal geen steun”)
Ik leg hem snel uit dat die ook niet gemaakt waren voor deze klacht en hun werk “toen” hebben gedaan en spreek de hoop uit dat de nieuw te maken zooltjes mij opnieuw zullen helpen om de pijn te verlichten. Hij garandeert niets, maar ervaring heeft hem geleerd dat dat “meestal” wel het geval is. Twee en half uur later sta ik weer buiten met een afspraak over 14 dagen om de zooltjes op te halen.
Wat leven we toch in een geweldig land, dat dit allemaal zo snel geregeld kan worden.
Ik hoop zó dat de zooltjes gaan helpen en strompel intussen naar de geparkeerde auto; naar huis, naar koffie, dít heb ik weer achter de rug!

Info over kanker

Dit is de tijd van overvloed aan mogelijkheden om aan kennis te komen, maar hoe wáár is die kennis?
Als ik iets voor een blog op internet nakijk, bekijk ik 3 verschillende bronnen. Natuurlijk geeft dat geen garantie of het wáár is wat ik daar zie staan, maar je moet WAT.
Onlangs kreeg ik een brief van het WKOF. WKOF-Logo
Ik las daarna ook e.e.a. op de site van het KWF over deze punten.

In informatie van het Wereld Kanker Onderzoek Fonds staat:

  1. De misvatting dat kanker voornamelijk een kwestie is van erfelijkheid en gewoon pech moet de wereld uit
  2. 1 op de 3 mensen in Nederland krijgt ooit kanker (per jaar meer dan 110.000 mensen, dat zijn ongeveer 300 mensen per dag)
  3. Kanker is doodsoorzaak nummer 1
  4. Overgewicht is*), op roken na, een van de belangrijkste risicofactoren voor kanker in onze leefstijl (overgewicht vergroot de kans op 12 vormen van kanker)
  5. Wij willen dat door gezonde keuzes in voeding en leefstijl minder mensen kanker krijgen.

logo kwfHet KNWF (Koningin Wilhelmina Fonds) meldt op haar website over punt 1 en 5

Een garantie om kanker te voorkomen is er helaas niet en in veel gevallen is er sprake van ‘domme pech’. Toeval speelt een rol bij het krijgen van kanker, maar mensen kunnen zelf de kans op het krijgen van kanker verminderen door gezonder te leven

Hoewel we niet altijd weten hoe voeding je kans op kanker beïnvloedt, weten we voor bepaalde voeding of voedingsstoffen wel dát het zo is:
Groenten en fruit bevatten belangrijke vitaminen en mineralen die je kans op kanker        verkleinen;
Rood vlees
(bijvoorbeeld rundvlees, lamsvlees en varkensvlees) en bewerkt vlees (vlees dat is geconserveerd door middel van roken, drogen, zouten of door toevoeging van conserveringsmiddelen, zoals boterhamworst) vergroten het risico op kanker.
 

Verder schrijf KWF nog op haar website: Naar schatting 30% van de nieuwe kankergevallen in Nederland wordt veroorzaakt door een minder gezonde levensstijl, en zou daarmee in principe voorkomen kunnen worden. Niet roken is hierin het belangrijkste advies maar ook gezonde voeding en voldoende bewegen helpen om het risico te verlagen. 

*) Je kunt bepalen of je aan overgewicht lijdt door  je BMI (Body Mass Index).
Is het getal hoger dan 25 dan is de kans dat je kanker krijgt groter.
Je BMI bepalen kan op https://www.voedingscentrum.nl/nl/mijn-gewicht/heb-ik-een-gezond-gewicht/bmi-meter.aspx?gclid=EAIaIQobChMIg5SVq8_94QIVV-h3Ch1swQ4GEAAYAiAAEgIXTPD_BwE.   als je je gewicht, leeftijd en lengte invult én of je een man of een vrouw bent

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Snelle medische zorg

Mega pijn in mijn voetzool noopt me tot actie, dus de dag na Pasen exact om 8 uur, zodra de praktijk open gaat, bel ik voor een afspraak: het kon dezelfde dag om half tien, omdat er iemand uitgevallen was.
De podoloog met wie ik een afspraak heb wil een echografie en we lopen samen naar de andere kant van de gang, waar een echografie specialiste zit.
Er is “iets” te zien bij een ader en noch zij noch de podotherapeut zijn specialisten op dat gebied en ik word verwezen naar de huisarts.

Bij de huisartsenpraktijk aangekomen kan ik een afspraak maken voor diezelfde middag.
De huisarts constateert een neuroom en zegt dat daar een specialist (orthopeed) naar zal moeten kijken; Weghalen d.m.v operatie lijkt hem de meest logische oplossing!
Hij geeft mij een briefje mee waarin staat dat de orthopedisch assistente binnen 5 dagen contact met me op zal nemen. Hij zegt dat de wachttijden kort zijn.

Tot nu toe is het geweldig snel gegaan, ik heb nog steeds pijn en loop moeilijk, maar “ik zit in de molen”
De volgende dag als ik thuiskom zie ik dat het ziekenhuis gebeld heeft, helaas ben ik nu te laat om terug te bellen; ze zijn al gesloten. Maar wel zijn ze weer razend snel (ene dag bericht, volgende dag gebeld)
De dag erna om 8 uur hang ik aan de telefoon, ze hadden me inderdaad gisteren gebeld om een afspraak te maken voor 8 mei.
Dat was weliswaar pas over 14 dagen, maar toch….best wel weer snel.

Ondertussen loop ik op sandalen, omdat iets anders, ook met steunzolen niet meer pijnloos mogelijk is.
                                                        Wordt vervolgd

Wachtkamerpraat (2)

Wéér in een wachtkamer.

Als ik binnenkom zitten een man en een vrouw aan de leestafel ieder in een blad te kijken.
Ik groet en meld me bij de gereedstaande computer aan.
Na mij komt een vrouw op krukken binnen.
De andere dame kent en groet haar.
– Hallo, ben je al geopereerd? –
– Nee morgen –
– Vroeg? –
– 2 uur –
Het is even stil, de krukkendame heeft haar aandacht voor de computer nodig.
De andere dame zegt tegen haar man “Jaap, weet je wie dat is? –
“Jaap” wordt duidelijk in verlegenheid gebracht en geeft het diplomatieke antwoord
– Een bekend gezicht, maar ik kan het niet thuis brengen –
Zijn vrouw brengt de verlossing
– De moeder van Anneke –
De man Ojaat en buigt zich weer over zijn blad.
– Hoe is het met je zoon ? –  Gaat de ondervraging verder
– Geen idee –
– Wat? Zie je hem niet meer? –
– Nee, al jaren niet meer –
– Goh, het was zo’n leuk jongetje –
– Ja, tot zijn 8 ste jaar wel –
Ik houd mijn adem even in, maar de ondervraging gaat door.
– Heeft hij kinderen? –
–  Ja 2, ik heb kleinkinderen van 12 en 6 –
Op dat moment word ik binnengeroepen. Na een “klein” familiedrama te hebben aangehoord.

Mijn tandarts is tevreden.  Ze peutert wat met haakjes en tikt en kijkt en dan mag ik een afspraak maken over een half jaar.

Als ik terugkom in de wachtkamer zit alleen de man nog zijn blad te lezen.
Ik blijf denken aan dat leuke jongetje van 8, die volgens zijn moeder  zo veranderd is.

Stress

Vroeger had men het over “overwerkt” of “overspannen”
Nu zijn de gangbare termen daarvoor “stress” en “burn-out”.

Ik heb ooit geleerd dat als de belasting die je krijgt opgelegd (of je zelf oplegt) groter is dan je draagkracht, komt er spanning en als dat lang aanhoudt wordt dat overspanning.

Ik las dat tegenwoordig 1 op de 6 mensen (1 op de 5 vrouwen) burn-out of stressklachten krijgt.
Als reden waarom het heden ten dage meer voorkomt dan in de dagen van onze ouders geeft men aan dat door de sociale media men zich nu kan vergelijken met bijna IEDEREEN, terwijl onze ouders dat alleen met naaste vrienden en familie konden doen.

Toen ik ooit een burn-out werd ik naar een ARBO arts gestuurd. Een jonge, vlotte vent.
Hij hoorde mijn symptomen aan (niet slapen, “zomaar” huilen, onrust, vermoeidheid en niet kunnen concentreren)  en schreef eerst 4 weken rust voor. Dat vond ik te veel, ik wilde eerder terugkomen en “er iets aan gaan doen”
Dat mocht niet, alleen slapen, rusten en “leuke dingen doen”, zoals wandelen en fietsen.
Na die maand, onderzocht hij me en gingen hij en ik praten over het werk en kreeg ik, behalve slapen, wandelen  en fietsen ook “huiswerk” mee: gericht nadenken over mijn baan. Wat vond ik ervan? Wat wilde ik? Hoe was de werkdruk? Kon daar wat aan veranderen? Kon IK daar wat aan veranderen? etc.
Duidelijk was voor hem én mij, dat het werk én de manier waarop ik invulling aan deze baan wilde geven een groot deel van de oorzaak van de overspannenheid waren.
Ik was al wat kalmer geworden en sliep ook meer dan eerst.
Toen ik weer bij hem terug kwam en tot de conclusie was gekomen dat deze baan eigenlijk NIET voor mij was en dat ik wat anders ging zoeken, mocht ik van hem NIET opzeggen. Ik moest er een tijdje tussen uit; andere omgeving.
Daarna zouden we het er weer over hebben.
Die “vakantie” kwam goed uit want een vriendin vroeg me  kort daarna 3 weken mee naar haar dochter in het buitenland. De arts gaf zijn oké.
Twee dagen na het artsengesprek  werd ik door de directeur van mijn bedrijf opgebeld; Waar ik het idee vandaan haalde om met vakantie te gaan; ik was ZIEK of ik was BETER en als ik beter was kon ik werken.
Ik kon niets zeggen, alleen maar aan de telefoon staan te trillen. Diep in mijn hart vond ik dat ze gelijk had. Uiteindelijk stamelde ik dat de Arbo arts het had voorgesteld.
O ja? Dan zou ze HEM wel eens even bellen. Ze hing op.

Een half uur later ging de telefoon weer. De directeur: Ze had het verkeerd begrepen en natuurlijk mocht ik met vakantie gaan: alles voor mijn herstel.
En poeslief “Of ik contact met haar op wilde nemen als ik terug was?”
Ik knikte. Dat zag ze niet door de telefoon, maar ik neem aan dat ze het wel begreep. Ik zei goedendag en legde neer.
Drie dagen later kon ik terecht bij mijn ARBO arts. Ik wilde  voor ik weg ging duidelijkheid van hem, ik voelde me ook schuldig om weg te gaan.
Hij vertelde dat hij met haar gesproken had en dat ze NU begreep dat ze over een week of drie zou horen WAT er zou gebeuren maar dat dat MIJN beslissing was. Hij keek me erg indringend aan
”Er zijn werknemers die maanden thuis blijven, ziek of niet. Ik heb JOUW directeur uitgelegd dat jij niet zo bent. Dat jij wilt doen wat goed voor JOU is EN  dat wat goed voor jou is ook goed voor HAAR is; een goede werkneemster terug of een vrijgekomen plek waar ze iemand anders neer kan zetten. NU snapt ze het.
Hij zag wat ik zeggen wou en werd streng: “Nee, je gaat niet NU opzeggen, je gaat met vakantie, ontspant én denkt na. Als je terug komt weet je zeker wat je wil en ga je  praten over HOE je dat gaan aanpakken, NIET NU!’

Ik ben die man dankbaar. Ik ben teruggekomen met de wetenschap dat deze baan NIET voor mij was. Ik heb, in overleg, 2 maanden opzegtermijn gevraagd,  dan kon ik een andere baan zoeken en de directeur een andere werknemer.
Ik had binnen die 2 maanden een andere, leuke baan, geen last meer van “overspanning” gehad, nooit meer.

Ik wens iedereen zo’n Arbo arts toe, met aandacht voor de werknemer én voor de werkgeefster!

De sfeer is bepalend

Al eerder blogde ik over een wachtkamer, hoe het daar toe ging.
Donderdag was ik er weer in één: van een kaakchirurg.
Er kwam een enorm grote, brede, bestofte jonge man tattoos op de blote armen, kennelijk zó van de bouw de wachtruimte in. Hij meldde zich bij de assistente en kan vrij snel daarna al naar binnen.
Hij komt ook weer vrij snel naar buiten en zegt tot ons ,wachtkamervolk,: “Ik had al een afspraak voor morgen, maar het ging zo’n pijn doen dat ik heb gebeld, kon ik nou meteen komen.”
Hij houdt zijn hand tegen zijn wang. “Voor bloederige stukken vlees ben ik niet bang maar een NAALD!” Hij huivert.
– Daar ben je niet de enige in – probeer ik hem te troosten.
Zijn mobieltje gaat af en hij neemt op: “Nee, ik zit in het ziekenhuis, ze gaan me zo opensnijden en het vuil er uit halen, misschien kan ik daarna komen? “Hij staat op en loopt een stukje de gang in.
Even later wordt hij opgehaald door een aardige assistente. Hij zwaait naar ons.

Er komt een jong stel binnen. Zij,opgeschoren koppie, broek met gaten, hij met blote armen  (het is nog februari) Hij rent bijna naar de assistente met een vraag, zij verwijst hem de gang in.
Het meisje meldt zich bij de assistente en gaat zitten. Als haar vriend/man/terug is, smoezen ze even, dan gaat ze weer naar de assistente
“Mag hij mee naar binnen?” Ze wijst op hem.
De assistente antwoordt: – Wel voor de verdovingsprik, daarna mogen jullie even samen in de wachtkamer, maar voor de ingreep kun jij alleen naar binnen” Het meisje loopt terug naar haar stoel. Hij slaat zijn arm om haar heen: “Het komt goed, schatje”
Er schiet een reclameflits door mijn hoofd, moest hier geen koekje bij gegeven worden? Of was het frisdrank?

De grote man komt terug van de arts, hij grijnst ” Leuke dok, het viel mee, Nou daaag” Hij zwaait weer en loopt de gang op.
Het valt me op dat bijna iedereen met een grijns uit de dokterskamer komt.
Kennelijk maakt de specialist een grap of zegt iets leuks vóór men hem verlaat.
Hoewel? Er komt nu een lange magere jongeman achter de assistente aan  de doktersafdeling  uit; ik heb hem niet naar binnen zien gaan, dus hij zal er al wel even gezeten hebben.
”Wil je nog even in de wachtkamer zitten? “  vraagt de assistente hem.
Hij schudt droef zijn hoofd “Nee, ik red het nu wel”
Met neergeslagen blik loopt hij de gang op.
De uitzondering bevestigt de regel!

Dan wordt ik binnengeroepen. De assistent neemt op de stoel van de dokter plaats en begint een praatje, de dokter is nog even bezig. Dan gaat ze weg en ben ik alleen. Op de gang hoor ik gefluit, de specialist komt de kamer binnen ”Mijn assistente zegt dat het goed met je gaat, klopt dat?”
Dat klopt inderdaad, na de vorige ingreep bijna geen pijn meer gehad en geheel geen last.
Hij draait de grote lamp boven mijn mond en kijkt ”Ziet er goed uit. Die knobbel daar is niks hoor, heb ik ook”  Hij noemt een  Latijnse naam.
“Sommige mensen krijgen dat en sommige mensen niet. Jij en ik dus wel” Hij geeft me een hand en is al weer verdwenen.
Ook ik loop met een glimlachend gezicht de wachtkamer weer in.