De Zilveren Camera

Tot 31 maart a.s. is in Museum Hilversum de 70ste editie van de Zilveren Camera te zien: meer dan 200 nieuwsfoto’s van 55 fotografen.

zc2De toegekende prijzen staan bij de foto’s maar de jury heeft ook 10 werken geselecteerd waar het publiek (wij dus) op mogen stemmen.
De winnende foto(graaf) krijgt de Publieksprijs 2018.
Bij binnenkomst kregen we een rode, ronde schijf met gat er in.
In de “kelder” stond een  stem-opstelling waar het ronde gat  in de gekregen schijf functioneel bleek te zijn.

Er zijn veel series met nieuwsfoto’s (minder bloederige foto’s dan bij de World Press Photo) die een “verhaal” vertellen; zoals Maarten v.d. Weyden die de Elfstedenzwemtocht afgelopen augustus probeerde te volbrengen om daarmee geld voor Kankeronderzoek op te halen.
zc3Ik denk dat honderden fotografen een foto van Maarten hebben waar hij zwemt, maar er was één foto heel bijzonder Een foto waar zijn, door het water gerimpelde voeten prominent en helder in beeld gebracht zijn. DIE foto heb ik genomineerd voor de publieksprijs en zo te zien waren er meer met mij die dat vonden.

zc1Ook een bijzondere foto was de foto van schaatsers op het ijs van de Weissensee, deelnemend aan het Open Nederlands Kampioenschap Marathonschaatsen. De foto toont amper de schaatsers, maar wel hun groteske schaduwen, het lijken wel superflamingo’s. Een bijzondere dronefoto.

Winnares van deze editie Zilveren Camera is Cynthia Boll  geworden met haar serie Sinking Cities.
Het blijkt dat Jakarta zakt en dat, als er geen actie zal worden ondernomen een derde deel van de stad over ca. 20 jaar onder water zal staan. Haar foto’s geven een beeld hiervan.( helaas ben ik een slechte fotografe en is mijn foto van haar foto niet zodanig van kwaliteit dat deze hier afgedrukt kan worden)

Van alle winnaars van de Zilveren camera in de afgelopen 70 jaar waren 61 man en maar 3 vrouw.
In de jaren 1959,1961,1965,1970, 1971 en 1972 werden er geen prijzen uitgereikt!
Pas in 2013 won voor het eerst een vrouw de Zilveren Camera.
Wat ik ook een leuk “weetje” vind is dat in 1999 er voor het eerst een winnaar was met een digitale inzending.

Vóór het naar buiten gaan, na het bekijken van de tentoonstelling, staat in de lange gang een opstelling met alle foto’s van de winnende foto’s van de afgelopen jaren. Ze zijn op een soort “bloc” gedrukt, zodat je de zwart/wit foto(s) die je wil mee naar huis wilt nemen, kunt afscheuren.
( Verleden jaar waren het een aantal grote posters van foto’s waaruit je een keuze kon maken).
Dit museum “laat je er wat van meenemen”

 

 

Play, learn and feed the hungry.

Vroeger thuis al,  was ik gek op spelletjes.
Omdat ik een nakomertje was en de anderen dus allemaal véél ouder, waren er weinig spelletjes die ik met de groten mee kon doen.  Mikado, dobbelspelletje, ganzenborden waren de spelletjes die we met het hele gezin konden doen.
Later met de eigen kinderen waren dat  oa. risk, yatzee, PimPamPet en scrabble.
En met de volwassenen Catan, klaverjassen en hints.

In het computertijdperk zijn er vele spelletjes, maar behalve wordfeud doe ik bijna niets.
En ….. free rice : paintings     http://freerice.com/#/famous-paintings/544
riceVan dit spel heb ik zoveel geleerd en zo veel plezier gehad.
Je kunt het ook met talen doen of met aardrijkskunde of met wiskunde.
Maar het allerleukste vind ik schilderijen bij hun meesters te zoeken.
Het goede antwoord komt als je het foute antwoord gegeven hebt en na een paar andere schilderijen komt het werk dat je bij de foute schilder indeelde weer terug.
Door dat keer op keer te doen, leer je de meesters en hun specifieke kenmerken kennen.
In elk museum waar grote meesters hangen heb ik plezier van  dit “spel”  en herken ik de hand van een meester.
Wat extra leuk is dat je met de goede antwoorden rijst verdient, waardoor je meehelpt de honger in de wereld een beetje minder te maken.
Voor elk goed antwoord gaan er namelijk 10 rijstkorrels naar een Voedsel Hulp Programma.

Je kunt je registeren, groepen vormen en (laten) zien hoe goed je bent.
Voor mij hoeft dat niet zo.
Ik heb plezier in het leren herkennen van de schilderstijlen.
Wie weet jij ook.
Probeer het eens.

 

De zin van muziek

Een lezing van de Nederlandse componist en musicoloog Leo Samama*) mét muziek.
De heer Samama begint met zijn gehoor te vertellen dat 99% van de mensheid biologisch bewezen muzikaal is. Hoe men muziek beleeft is voor iedereen anders.
Muziek is onderdeel van het publieke veld. Hoe kan iemand zijn “boodschap” muzikaal overdraagbaar maken naar een ander toe?
Om dit te illustreren laat de heer Samama een stukje horen van Die Forelle gecomponeerd door  Franz Schubert op een gedicht van Christian Friedrich Daniel Schubart.
Bij de uitvoering  van het muziekstuk gebruikte Schubert maar 3 coupletten van het oorspronkelijke gedicht dat uit 4 coupletten bestond.
Waarom?
De 3 coupletten gaan over een forel die wordt gevangen, doch het 4e couplet behelst een waarschuwing voor jonge meisjes, waarbij ze moeten letten over landeigenaren die hen willen veroveren. Eigenlijk gaat het dus over vrijheid, of liever over het gebrek eraan: als een landeigenaar een meisje van zijn land wilde, had hij dat recht!   Daar werd door Schubart voor gewaarschuwd!
Het gedicht had dus een politieke inhoud: de dichter werd gevangen gezet juist om de tekst van dit vierde couplet. Schubert wilde daar zijn handen niet aan branden, dus hield  hij het bij een muziekstuk over een vis; een forel.

Samama: Muziek is niet cognitief vatbaar, zoals een schilderij.
Bij muziek is niets wat het lijkt.

Weer geeft hij een muzikaal voorbeeld: Louis Armstrong met When the saints.
Dat is een religieus gezang over Allerheiligen.
Muziek werd in de kerk gespeeld, in een concertgebouw en op straat.
In New Orleans werd de kerk op straat beleefd, dáár werd deze muziek voor het eerst gespeeld.
Hij laat een andere uitvoering horen, minder “wild”, rustiger, speciaal  bewerkt om in een KERK te spelen.

Samama :Iedereen kan van alles bedenken bij muziek.
Hij haalt Igor Stravinsky **)aan: Muziek gaat alleen over zichzelf.

Weer wordt weer een voorbeeld aangehaald over “maatschappelijke” muziek. Dit keer van J.S.Bach, die vooruit wilde komen op de maatschappelijke ladder. Hij was oa. concertmeester bij een hertog van Saksen, en kapelmeester aan het hof van een muziekminnende vorst. Voor een vorst schreef hij een soort lofzang (dat was wat hem bij die vorst glorie zou brengen) maar kort daarop moest hij een Weihnachtsoratorium componeren en haalde hij de “lofzang” van de plank, een nieuwe tekst, wat aanvullingen en toen was die meesterwerk klaar voor de kerst. Oorspronkelijk was het stuk  dus met een andere intentie gecomponeerd.

Samama: die muziek had een maatschappelijke functie, die het nu niet meer heeft, het is NU wat wij ervan maken.

Samama vertelt nog een verhaal over maatschappelijk relevantie van muziek:
Image building in de tijd van Lodewijk XIV, de Zonnekoning.
Lodewijk kon als kind al goed dansen. Er werd muziek voor hem gecomponeerd waarop hij dansen kon. De aristocratie werd uitgenodigd en Lodewijk danste dat de stukken eraf vlogen. Aan het eind van het stuk, danste hij als de God Apollo: de zon, in een gouden pak. Dat deed hij vele malen en na de adel als publiek trad hij op voor de burgerij in de Jardin des Tuileries in Parijs.
Iedereen was het er over eens dat hij danste zoals niemand anders en dat hij de Zonnekoning was.
Image building.

Muziek had vaak een maatschappelijke functie en de componisten die daar goed op in speelden stegen op de maatschappelijke ladder.
Vóór de 12 de eeuw waren de namen van componisten van muziekstukken niet bekend. Daarna kwamen er opdrachtgevers die componisten in dienst namen en sinds de 19eeuw zijn componisten vaak hun eigen opdrachtgever.
Daaruit volgt wel dat het publiek steeds anoniemer wordt.

 

 

*) docent aan verschillende conservatoria, alg. directeur van het Nederlands Kamerorkest en mede oprichter van de Nederlands Strijkkwartet Academie
**) één van de belangrijkste componisten van de 20 ste eeuw.

Geen liflafjes

Vandaag hadden we wat te vieren.
Dus aten we bij Haesje Claes in Amsterdam, nadat we de Herengracht afgelopen waren om sommige  objecten van het Light Festival eens dichtbij te zien.

Eén teleurstelling was er op het Centraal Station; de PIANO in de hal was weg; kaal, leeg en “stil”
Het volgende, waar we niet op gerekend hadden ( “Leven is wat er met je gebeurt als je andere plannen maakt”  John Lennon zei het al)  was dat het zó licht was.
In ons ongeduld om de “feestdag” snel te beginnen waren we te vroeg van huis gegaan.
Gelukkig wist mijn lief daar iets op te vinden: een gezellige gelegenheid induiken en blijven drinken (koffie) totdat het donker is.
Zoals het meeste wat mijn lief verzint, werkte dit ook.pluis

Toen we langs “genoeg” objecten gelopen hadden (genoeg “genoten” hadden én honger kregen) zochten we Haesje Claes op.
Mijn lief, die Amsterdammer is, leidde en ik volgde (what’s new?)

Haesje Claes! Dit restaurant werd geopend in 1974 door Andre Duyvis en hij noemde dit naar een nobele en welgestelde Amsterdamse dame, Haesje Claes (1475-1544).
Zij zou volgens de mythe rond 1520 het eerste weeshuis van de stad hebben gesticht, het Amsterdamse Burgerweeshuis.
Het restaurant heeft een in en uitgang op de Spuistraat en een in- en uitgang is op de Nieuwezijds Voorburgwal. Het zijn een aantal panden  met elkaar doorverbonden met trapjes en gangetjes.

We aten daar nu vooraf een carpaccio van rundermuis. Nooit eerder van een rundermuis gehoord, dus maar even nagevraagd: “Rundermuis is een langwerpig rond stuk vlees met een mooie structuur zonder aders of zeentjes, gelegen tussen de platte bil en de bovenbil van de koe” zo heb ik me door de dame daar laten vertellen. Het was méér dan lekker.

Eensgezind kozen we (los van elkaar)de eendenbout gekonfijt in ganzenvet met zuurkoolstamppot.
Ook dát nog nooit eerder zó gegeten. Een EERLIJK gerecht zonder frutsels of sliertjes, iets dat STAAT als een huis en lekkerrrr..

Het was zó heerlijk dat we geen toetje meer op konden alleen nog een kopje koffie.
Haesje Claesje is een aanrader.
De dag was een Topdag!

 

Fototentoonstelling Lauren Greenfield

Fotomuseum Den Haag

Lauren Greenfield, Amerikaanse, geboren in 1966, start als persfotograaf, maakt ondertussen ook zelf foto’s en heeft haar eerste tentoonstelling in 1997.
Ze start haar Generation Wealth project, foto’s maken van vrouwen, die tegen elke prijs rijk  en beroemd willen zijn. Ze interviewt deze vrouwen ook.

RIJKIn het fotomuseum in Den Haag is nu een tentoonstelling van haar werk  (zo’n 200 foto’s met tekst) en een paar filmpjes te zien.
Het is een tentoonstelling waar IK, door er naar te kijken verdrietig van wordt; vrouwen die zich zelf dingen aandoen om maar beroemd en rijk (zoals hun idolen) te kunnen worden. Medisch: Lip- borst- of bilvergroting, maar ook lesnemen om te kunnen paaldansen, strippen of andere dingen waar zelden iemand ECHT beroemd mee zal worden. Vaak zich daarbij in de schulden stekend om dingen te kunnen aanschaffen, die ze “nodig zouden kunnen hebben” om hun ideaal te bereiken.

Eigenlijk ben ik van mening dat foto’s niet “ondertiteld” moeten worden: de foto moet voor zichzelf spreken. Bij deze tentoonstelling ben ik toch begonnen ALLE tekst onder of naast de foto’s te lezen.
Een meisje van 5, die opgemaakt wordt; de haartjes in de (volwassen) krul, lippenstift op en glitterkleertjes aan wordt gepromoot als een soort  jonge Marilyn Monroe.
Een foto van een meisje van 6 die uit een pashokje komt, met een  roze bovenstukje met een hartje en een roze broekje en roze slippers, waarbij het commentaar van de vader(of opa?) staat; ” Dit heb ik altijd willen hebben een (klein) kind die eruit ziet alsof ze zo uit een bordeel komt.”

De tentoonstelling heeft als ondertitel: Wie ben je echt?
Op alle foto’s lijken de vrouwen NIET ECHT zichzelf.

In hoeveel gevallen zullen de medische ingrepen, de kleding, het bling/bling of the chique auto onder de kont, ertoe bijdragen dat zo’n vrouw gelukkig (er) wordt?
Of rijk en beroemd?

Na één zaal heb ik het opgegeven, ik hoefde niet meer: niet meer lezen, niet meer zien. Mijn (voor) oordeel over Amerikaanse vrouwen is  wel  bevestigd:  voor veel vrouwen is uiterlijk, geld en beroemd -zijn, mega  belangrijk.

Als ik naar buiten loop en in de zon naar de museumvijver sta te kijken zie ik aan de rand van de  afgeschermde vierkanten bak met waterleliebladeren een reiger staan.
Ik denk dat het een beeld is, maar zijn lange nek beweegt en hij loert op iets levends.
HIJ IS ECHT! Hij wél!

 

 

Kunst

Ik ken iemand die zegt “niets met kunst te hebben”.klimkunst
Ik vind dat een vreemde uitspraak.
Als je niet van het bezoeken van een museum houdt; denkt dat kunst zalen vol met saaie schilderijen zijn; je “er veel van af moet weten om het mooi te vinden” dan zou dat misschien mogelijk kunnen zijn. Maar kunst is zoveel meer dan tentoonstellingen of schilderijen.

mannetje met pakOmdat ik met een, van oorsprong, fotograaf  getrouwd ben, ben ik al heel jong gestopt met foto’s maken. Hij kan het honderd keer beter,dus waarom zal ik klungelen als we samen zijn, terwijl hij er feeling en opleiding voor heeft?

Sinds er mobieltjes bestaan met fotomogelijkheid, maak ik weer af en toe een fotootje.  Ik wil soms vastleggen wat ik zie en er later nog eens naar kijken en het gevoel
dat ik toen had, weer oproepen.
glaskunst
Dus verwacht geen geweldige kwaliteit van bijgaande foto’s van “onderweg tegengekomen” kunstobjecten, maar misschien word je er net zo blij van als ik.
ondersteboven
Soms krijg ik een kunstobject geappt,
iemand wordt ergens  door door geraakt en wil dat ik het zie. Als ik het mooi vind bewaar ik het ook en nu laat ik het jullie zien.

Kunst reist de wereld rond en raakt je, soms.

neushoorntjedolfijn

Place du Tetre

afficheDeze aantrekkelijke affiche lokte ons naar de Kortenhoefsedijk, waar we kunst zouden kunnen bekijken.
De auto op de dijk geparkeerd  (uitkijken met uitstappen dat je niet van de dijk rolt) en dan naar een soort industrieterreintje lopend. Onderweg zie ik op de dijk een omgevallen bord liggen. Hulpvaardig als ik ben pak ik het op en tracht het weer in de grond te steken. Een man met klompen en een bladhark aan de overkant van het water roept me toe: “Lukt toch niet , bord is te zwaar, leg maar neer”. Dus doe ik dan ook maar.
Er komt een “zomerse” sfeer van  de Place du Tertre af en middelbare dames in gestreepte truitjes  brengen Franse chansons ten gehore  (niet helemaal zuiver, maar een kniesoor die daarop let)

Gek genoeg was het NIET de kunst die ons het meeste trok, hoewel er mooie dingen bij waren, maar het Zwitserse treingebeuren, want dat bleek er ook te zijn.
Als je, in een soort loods, een eng smal wenteltrapje opklauterde, kwam je op een snikhete zolder met een  Zwitsers landschap met treinen (verhouding 1: 87)
zwtreinOveral op grote tafels staan bergen en lopen treintjes
Meteen vroeg een oudere man aan me of ik wel eens in Zwitserland was geweest, toen ik daar “ja”op kon zeggen werd ik geaccepteerd en werd er e.e.a verteld.

De vereniging is in 1982 opgericht door een aantal Zwitserland liefhebbers.
Zo’n 3 x per jaar, wordt me verteld gaat de hele zijwand er uit, komt er een kraan het hele treingebeuren weg takelen om naar een beurs te gaan.
Ik zie nu ook de naden in dit hele gebeuren, e.e.a kan in segmenten  uit en weer in elkaar. Het ziet er leuk uit, met o.a. het hoogste treinstation uit Europa: Jungfraujoch.

Terug op de kunstmarkt  zag ik beeldige topjes en t-shirts met beroemde werken van schilders erop: Klimmt en van Gogh,  dus keek ik verlangend naar een Monet.
Helaas, zei de dame achter de kraam, van Monet had ze alleen sokken.
Met sokken heb ik niet zoveel, dus dat gingen ze niet worden.
Sieraden, beelden en  schilderijen,  maar  ook wijnen en een geborduurde stoel waren er te zien.
Genoeg om naar te bekijken.
Een leuk uitje
borduurstoel