Von Willebrand (VWD)

erik adolf

Erik Adolf von Willebrand (1870-1949) was een Fin, arts, anatoom en tevens professor aan de Universiteit van Helsinki.
In 1926 beschreef hij als eerste een bloedstollingsziekte*) die later de Ziekte van Von Willebrand zou worden genoemd.

Ongeveer 1% van de bevolking heeft een tekort aan stollingseiwit.
Getallen zeggen me niet zoveel: ik ken iemand die dit heeft, dan komt het plotseling dichterbij. Jarenlang met haar bevriend zonder dat ik van die ziekte iets wist (ze is een bikkel)
Een operatie vroeger, toen haar ziekte nog niet bekend was, heeft haar bijna het leven gekost door de bloedingen.
Daarna is e.e.a. onderzocht en kwam von Willebrand aan het licht.

Je hoeft van VWD (zoals de ziekte kortweg genoemd wordt) dan ook niet veel te merken. Soms wordt het “toevallig” ontdekt en dan vaak door een tandheelkundige behandeling of een chirurgische ingreep; er kunnen dan zware bloedingen optreden;  bloed  dat niet of nauwelijks stolt!
Het “toeval” wil dat MIJN bekende nogal eens geopereerd moet worden, dan wordt zij, de specialist én de narcotiseur daarmee geconfronteerd.

Er zijn middelen hiervoor die bv. bij een operatie gegeven kunnen worden, maar hier zit altijd een risicofactor bij.  Er is een nieuw Von Willebrandfactorconcentraat ontwikkeld, dat momenteel nog in de testfase zit; het zal nog wel enkele jaren duren voor dit middel voor patiënten beschikbaar is.

 

 

*) bloedstolling is het proces waardoor  bloed dat aan de lucht of aan andere oppervlakken dan de binnenkant van het vaatstelsel wordt blootgesteld, klontert en hard wordt. Het is een van de processen die bloedverlies bij verwondingen beperken.

Kijk & Grijp groente en fruitkraam

Een leus vroeger was “Op de markt is je gulden een daalder waard
Er werd  door mijn  ouders veel (voornamelijk groenten en fruit op de markt gekocht)
Tas mee, waar met name het verse fruit door de marktkoopman ingekieperd werd.

Toen we pas getrouwd waren was er geen markt in het lintdorp waar we toen woonden.
Later verhuisden we naar mijn geboortedorp, daar was woensdags én zaterdags markt.
Ik kwam er zó vaak, dat de man van de kaaskraam als hij me zag al een stukje boeren belegen kaas om te proeven afsneed en riep “Deze maar weer of iets pittiger?”

Nog weer later verhuisden we naar een klein boerendorp zonder markt. Maar met op fietsafstand een ander (groter) dorp mét een zaterdagmarkt. Daar ging ik (bijna) elke zaterdag heen toen de kinderen nog thuis woonden. Nu is dat minder omdat een tweepersoonshuishouden (veel) minder nodig heeft
Ik ben gek op markten, behalve dat het er vaker goedkoper (minder vaste lasten voor de kooplui) is, én gezellig worden er ook vaak dingen aangeprezen die je niet kent, die je mag proeven en die je voor weinig geld meteen kopen kunt.

Vandaag waren we, na heel lang, weer eens in mijn geboortedorp (mijn lief is een Amsterdammer) en omdat het woensdag was hebben we over de markt gelopen (met een linnen tasje mee!)
Een hele grote kraam wordt gerund door een familie, die een begrip is in mijn geboortedorp ( al meer dan 100 jaar voor groenten en fruit) Vroeger wachtte je je beurt af totdat de groenteman vroeg wat je hebben wilde, nu is het een grote kraam, waar je inloopt met een mandje en pakt wat je wilt, aan het eind staan 2 kassa’s en moet er gewogen en betaald worden. Een soort Kijk & Grijp Kraam.
Bij verschillende fruitsoorten ligt een schoteltje met stukjes om te proeven.
Ik pak een stukje geel fruit, heerlijk! Op het bordje erbij staat kaki.
We pakken vier van die feloranje vruchten, doen de rest van de boodschappen, rekenen af en doen het fruit (zelf) in de meegebrachte linnen tas.

Thuis gekomen pak ik het tasje van de achterbank, het laat een natte plek achter. Ook het linnen tasje is van onderen nat. De kaki’s waren “erg rijp” Twee hebben natte, beurse plekken (er lag niets bovenop!)  Dus we eten er twee meteen op (geen straf) Heerlijk.

kakiIk  ga eens kijken wát een kaki is en waar deze vandaan komt: China, de kaki heeft een dunne, gladde, fel oranje schil, oranje vruchtvlees, een uitgedroogd, groen kroontje. Een kaki is overrijp op zijn lekkerst. Lees ik  Helemaal waar!
De boom komt van nature voor in de Himalaya en in de bergen Myanmar, Thailand, Korea en Japan. Het blijkt de nationale vrucht van Japan te zijn, maar men denkt dat de oorsprong van de vrucht in China ligt. (Daar noemt men hem “Chinese pruim”)
In China wordt dit fruit geacht, hoofd-en rugpijn te kunnen verhelpen
Er is ook een soort kaki die in Israël geteeld wordt in het kustgebied Sjaron, waarnaar de vrucht genoemd is: Sharonfruit.

“Even“ op de markt geweest, heerlijk fruit gekocht én weer wat geleerd

Ontzuiling (1)

Vroeger werd over wat iemand voor een politieke kleur had NIET gesproken.
IK wist dat van mijn ouders ook niet.
Later heb ik daar wel inzicht ingekregen. Mijn vader was “van de blauwe knoop” we deden boodschappen met de Coöperatieven en hij ging naar “Ons Gebouw”, een (Vak)bondsgebouw. Veilig aan te nemen dat mijn vader een “rooie” was, zoals dat vroeger heette.
Sociaal waren ze thuis zeker, altijd bezig met anderen en druk met vrijwilligerswerk.

Qua geloof was er de uitspraak: Twee geloven op één kussen, daar slaapt de duivel tussen.
Dus het was voornamelijk “soort zoekt soort”.
Mijn moeder was Remonstrant, mijn vader was lid van de NPB; beiden dus van een Vrijzinnig Kerkgenootschap (dat kón dan wel)
Vrijzinnig van geloof : DUS  hadden we  thuis dus de Vrijzinnige Radiobode; van de VPRO: De Vrije Geluiden.dat “hoorde” bij je geloof.

Als jezelf een huishouden opzet neem je in het begin, zonder er bij na te denken, veel van je ouders over; Ik kocht ook Douwe Egberts koffie (dat hadden én mijn ouders én mijn schoonouders altijd) en we namen als radio en t.v.gids ook de VPRObode (mijn schoonouders kregen thuis de AVRObode gratis)

Ik geloof niet dat onze kinderen, toen ze uit huis gegaan waren ooit een radio-t.v. gids in huis hebben gehad (en Douwe Egberts koffie dronken ze zeker niet) Het zondag-naar-de-kerk-gaan voorbeeld hebben ze niet van ons gehad: naar de kerk gaan ze dan ook nu  niet. Onze jongens zijn allebei samen met een katholiek meisje (ik geloof niet dat er een duivel tussen slaapt)

Qua politiek hebben we ze wel zó opgevoed dat ze er “iets” van moesten weten.
Toen ze voor het eerst mochten stemmen heb ik van alle politieke partijen de partijprogramma’s opgevraagd. Een rood potlood erbij en zo konden ze aanstrepen wat ze belangrijk vonden, wie de meeste rode strepen had,  was de partij worden waarop ze konden gaan stemmen.
Nog steeds app ik ze allebei de dag vóór de verkiezingen: Jullie gaan toch wel stemmen hé?
Wij, ouders vinden het eigenlijk geen RECHT maar een PLICHT om te gaan stemmen.
Zij
zien dat (een beetje) anders, maar ik geloof dat ze “meestal” wel gaan stemmen (ik vraag nooit óf ze het ook daadwerkelijk gedaan hebben, soms krijg ik een appje terug)

 

Het milieu en u en ik: verpakking

Op de plek waar ik woon heeft iedereen 4 vuilnisbakken; oranje, blauw, groen en grijs en scheiden we ons afval. Ik weet dat in de grote steden (Amsterdam, Den Haag) dat NIET gebeurt, of misschien moet ik zeggen: NOG niet.

Beter dan het afval scheiden is géén afval hebben, maar dat gaat geen huishouden lukken, terugdringen misschien wel.
Wij hebben ons grote Oranje vuilnisbak omgewisseld voor een kleinere (140 L).
Hij staat op de plastic ophaaldag schattig klein te wezen op de verzamelplek  tussen zijn grote broers! Het is een manier om je in ieder geval bewust te worden van de hoeveelheid plastic, dat je weggooit, ondanks best wel “voorzichtig” aankoopbeleid.
(zo’n grote bak raakt nóóit vol, de kleine wel en dan schrik je toch)
Alles zit verpakt om beschadiging te voorkomen en de houdbaarheid te verlengen, helaas vaak in plastic (sommige soorten plastic zijn recyclebaar, vele niet)

broodzak
Bij de ene supermarkt kun je voor weinig geld herbruikbare zakjes kopen waar je je broodjes in kan doen, zodat je niet iedere dag een plastic zakje gebruikt (én weggooit) Goed idee, dat we hebben omarmd.

papieren zak
Bij de andere supermarkt hebben ze bij het fruit papieren zakken neergehangen ipv de plastic tasjes. Ook zijn er supermarkten die linnen tasjes verkopen die vele malen hergebruikt kunnen worden. Allemaal top.

Aan de andere kant zitten bijvoorbeeld de Hello Fresh pakketten wél in een kartonnen doos (mét plastic ruitje) maar zit ALLES verder (In de doos) apart in plastic verpakt; zijn er glazen flessen met olijfolie te krijgen (bij de supermarkt) maar zit shampoo en badschuim (bij de supermarkt én drogist) nog steeds in plastic flessen.Best moeilijk allemaal.
Je doet  als consument wat je kunt, maar het zou ook fijn zijn als fabrikanten wat meer milieubesparende regels opgelegd krijgen.

Sommige supermarkten zijn al aan het terugdringen van verpakkingsmateriaal.
Ik las dat Albert Heijn in 2018 1.8 miljoen kilo verpakkingsmateriaal minder heeft gebruikt en aan het benevelen is geslagen.
Door de nevel blijven producten(groente en fruit) langer vers/houdbaar (dus minder weggooien)Er wordt trouwens ook in plastic verpakt fruit beneveld!
AH: Door het verkoelend effect blijven ook verpakte producten langer vers.

Slapen

A.Sommige mensen leggen hun hoofd op hun kussen en slapen,
B. Anderen piekeren uren vóór ze in slaap vallen.
B.Sommige mensen woelen en kunnen amper hun draai in bed vinden.
A. anderen leggen hun hoofd op hun kussen en slapen.

Heerlijk als je bij de A-categorie hoort.
Hoor je bij de B categorie, dan ga je er iets aan DOEN!
Ander kussen, met een vulling van veren, synthetisch spul, boekweitdoppen of wat al niet meer.
Ander dekbed; Andere matras; Raam open/raam dicht.
Yoga- of ademhalingsoefeningen om het piekeren te stoppen.
Verhuizen naar de voor/achterkant van het huis.|
Oordoppen in, gekleurde lichten en/of lieve muziek bij het inslapen.

En dan zijn er altijd nog pillen!
Zelf ben ik een absolute tegenstander van slaappillen (met het gevolg dat ik soms, ondanks allerlei andere “maatregelen” slecht slaap.)

Eindelijk heb je het juiste bedspul, géén drama’s in de naaste familie of andere dingen om je zorgen over te maken; je slaapt (redelijk) goed.
Dan ga je op vakantie. De eerste nacht slaap je voor geen meter; het raam zit aan een andere kant dan je gewend bent, de dekens/dekbed is/zijn te dik/te dun, te klein/ te zwaar; het kussen is te hard/zacht en de matras………………

Het beste is dan heel veel te genieten overdag, je flink vermoeien, of een heerlijk wijntje bij/na het eten, dan komt de (slaap) soms wel.

Als het kan (kamperen, logeren, huisje huren) neem ik de laatste jaren mijn eigen kussen mee.
In het verleden heb ik wel eens handdoeken in een kussensloop gepropt, of een lekker dik vest, maar NIETS was een écht succes.

Dit keer was ik, bij het logeren, mijn kussen vergeten. De eerste nacht doodmoe, meteen in slaapgevallen, midden in de nacht wakker en niet meer kunnen slapen; kussen te dik. Op rooftocht naar een ander kussen gegaan;
4 andere kussens geprobeerd – geen merkbare  verbetering.
Volgende nacht amper geslapen en toen  besloten er MOET een ander kussen komen.

kussen‘s Morgens ging ik om 8 uur naar de dichtstbijzijnde supermarkt om verse broodjes te halen. Vóór ik bij de broodafdeling kom loop ik tegen een display aan met dekbedden en….kussens.
Ik hoef géén zegeltjes te sparen, maar kan ze zó kopen: eendendons of synthetisch (beide onder de € 10,-) De synthetische is het dunst. Die koop ik, en die nacht slaap ik goed en ook de verdere (logeer)nachten.

We zijn weer thuis, ik stop mijn nieuwe kussen in de sloop en ga slapen.
Althans dat wil ik, het lukt niet; het kussen deugt niet!!!!
Ik pak mijn “oude” kussen, doe het in de sloop en slaap!
Zit het dan allemaal tussen de oren?
kussen2

Engels wegennet

De Engelsen rijden links. In hun auto’s zit het stuur rechts
Als wij in Engeland rijden we ook links, “If you’re in Rome, do as the Romans do”.

Je kunt er rijden op Motorways, zoals de M 40 en M 25. Vier banen (of meer) de ene kant op en even zovele de andere kant op. Bomen of hoge heggen aan weerskanten, niks te zien. Druk.  Eéntonig (letterlijk:  een constant gezoef)

Er zijn B-wegen, 2 baanswegen, die je ook door dorpjes kunnen leiden.
En er zijn éénautobrede weggetjes met aan weerszijde heggetjes en soms een uitwijkstukje aan de ene kant en soms aan de andere kant. Veel Engelsen (wij ook) rijden ook overdag met hun lichten aan, zodat je ze kunt zien aankomen. Dan ga jij óf de tegenligger in zo’n “uitwijkhaventje” staan zodat de ander passeren kan.

Wij hebben erg veel dit soort weggetjes gereden. Vaak stopte de tegenligger en seinde met lichten “kom maar door”  Dan steek je je hand op en de ander ook (dank, graag gedaan)

Mijn taak op dit soort weggetjes is uitkijken voor tegenliggers omdat mijn lief ( die linksrijden geen enkel punt vindt) aan de andere kant zit.
Alleen als Veerle (onze Vlaamssprekende GPS) ons over dergelijke weggetjes stuurt terwijl de vouwwagen achter de auto hangt, zitten we wel eens met samengeknepen billen, want achteruitrijden is er dan niet bij, en loskoppelen en draaien, daar is de ruimte niet voor. De mogelijkheid dat je óók een auto met aanhanger tegenkomt IS er altijd. (Nooit gebeurd)*)

De staat van de wegen is een verhaal apart.
De meeste wegen zijn lappendekens; overal zijn stukjes wegdek hersteld of worden hersteld. Op de motorways zijn dan pilonen neergezet, en komen er eindeloze files.
Dát hebben wij op de heenweg meegemaakt. Loeiheet en stapvoets rijden, dan een stukje “gewoon” rijden, kadunk, kadunk, eentonige geluiden en dan plotseling weer afremmen omdat er een teerwagen bezig is; wéér  in een file.

Op de B wegen staat er soms of een stoplicht of een geel-vest-man met een STOPbord; jouw kant van de weg is dan geblokkeerd en de tegenliggers mogen door. Of het stoplicht gaat op groen óf de man draait zijn bord op GO en dan kun je door.
Ze zijn dan “aan het werk” Soms zie je dat er gewerkt wordt, soms (met een stoplicht) is het ook wel eens ERG stil qua werk,maar ligt de weg wel open.

Wat in Engeland erg fijn is dat ze het ORANJE in de stoplichten daadwerkelijk gebruiken: Vóór groen verschijnt komt er eerst oranje. Dat werkt snelle doorstroming enorm in de hand. Mogen ze van mij in Holland ook doen.

Wat ons weer erg ouderwets aandoet zijn, in de dorpjes,  de knipperbollen aan weerszijden van een zebrapad. Wél zijn ze ietwat geüpgraded: er zit een soort geel flikkerlichtrand omheen.

*)
tegelspreuk

Engelse schoonzus

Omdat ik 3 oudere broers had, kreeg ik al vroeg  te maken met (adspirant) schoonzussen.
Mijn oudste broer ging naar Engeland en kreeg daar een Engelse verloofde, zij kwam een paar keer met mijn broer mee naar Nederland. Na 7 jaar ging hun relatie stuk.

Later trouwde hij met een andere (gescheiden) vrouw, die al  vier kinderen had, waarvan er 3 bij hun vader woonden (jongens).
De jongste, een dochter, heeft mijn broer “geadopteerd”  (haar ook zijn achternaam gegevenDe Engelse zonen van mijn schoonzus hebben we pas veel later leren kennen

Regelmatig gingen wij naar Engeland om hen te bezoeken en  zij kwamen af en toe naar Nederland.
Mijn broer en zijn vrouw gingen scheiden. Mijn schoonzus trok in bij haar moeder,  in een voorstadje van Londen.( De dochter was toen al getrouwd)
Met mijn schoonzus kreeg ik toen een kerst-, verjaarskaart-relatie.

Toen mijn broer ernstig ziek werd heeft hij, in het ziekenhuis liggend, weer contact gekregen met zijn ex-vrouw. Van het één kwam het ander en ze zijn later weer met elkaar getrouwd (zo kwam mijn ex-schoonzus weer terug in de familie)
Wij waren bij hun tweede huwelijk. Oók waren we bij de begrafenis van hun dochter, die op 37 jarige leeftijd door een auto-ongeluk om het leven kwam.

Eerst woonden mijn broer en schoonzus in The Midlands. Die streek kennen we goed want net als wij in Nederland deden (de “buitenlandse” Nederland leren kennen*), gingen mijn broer en schoonzus op hun beurt met ons hun buurt verkennen:  Kastelen, tuinen, musea en  leuke dorpjes in hun county (provincie)

beachy head
Beachy Head

Ook na de dood van mijn broer gaan we af en toe naar Engeland en bezoeken mijn schoonzus, die nu ten oosten van de krijtrotsen in een plaats aan de kust woont.
Altijd gaan we dan samen even naar een spectaculair punt vlakbij haar huis: Beachy Head

We gaan  de laatste 15 jaar met de vouwwagen naar Engeland en staan dan op een camping bij haar in de buurt. Dat gaan we deze vakantie ook weer doen

 

 

*) Dingen bezoeken zoals Volendam, Marken, Madurodam, de Keukenhof, de Floriade, Scheveningen (de pier) Nationaal Park de Hoge Veluwe.

 

Strandtaferelen

We zijn met onze kleinzoon op een strand aan het Gooimeer.
Het water is ver ondiep. Bovendien zijn er met gele balletjes en touw afgezette stukken, zodat  (kleine) kinderen geen gevaar kunnen. (aparte stukken voor surfplankers etc) Onze kleinzoon heeft zwemdiploma a en b (méér dat wij allebei hebben)

Hij geniet van het water (zwemmen) en het zand (zandkasteel bouwen)
Het enige jammere vindt hij dat er geen schelpen zijn. Hij vermaakt zich prima.

Wij zitten en kijken.
Naast ons strijkt een gezin neer: opa ,oma ,dochter en 2 kinderen van, ik schat zo,  5 (meisje) en 3 (jongen) jaar.
Opa zet zijn stoel neer en gaat slapen. Oma gaat samen met haar kleinzoon het water in en komt terug met een stuk zeewier dat ze op opa’s been legt. Die reageert wat laat (sliep al?) maar ’t ventje ( én oma) hebben er toch hun lol van.
Dan graait de moeder in de tas en daar komt een zeemeerminnenpak uit: roze.
Het meisje wordt er, in het water, in gehesen. Dan komt er nog een soort futuristische snorkel op het hoofdje. Het meisje gaat liggen met haar hoofd onder water en zwiept met haar roze staart!Amusement voor haar én voor ons!
Er zijn hele grote zwembanden met autobandendesign, luchtbedden en banden in de vorm van een lama, een hond en (natuurlijk) de opblaaskrokodil.

schoenNaast ons komt een stel zitten, gewoon op een handdoek (zonder koelbox en tierelantijnen) met een baby. Uit papa’s rugzak komt de fles. De kleine zit zelfstandig en drinkt het flesje. Daarna “kruipt” het een beetje en krijgt de crocs van onze kleinzoon te pakken. Hij stopt er één  in zijn mond, niet fris, dus mama grijpt in. Hij blijkt al 2 tandjes te hebben (dus weinig gevaar voor de croc)

Kleinzoon vermaakt zich en wij hoeven alleen “toezicht te houden voor het geval dat…”.
We hebben genoeg te zien.
Vóór ons strijken mensen neer met ALLES, een tentje, stoelen, koelbox, groene krokodil en (klein) kinderen. Ze belemmeren ons zicht op kleinzoon’s zandkasteel een beetje!
Er komt ook een grote groep jongetjes het strand op, met (mannelijke en vrouwelijke) begeleiding, zij hebben padvinderskenmerken ( bekende dasje om, koordje met fluit)  een groep op kamp.
De groep wordt door de HL (hoofdleiding) toegesproken. Goed insmeren, in het water bij de groep blijven en bij het (weer)het strand op komen kijken waar je loopt, want tussen alle handdoeken liggen ook kostbare spullen, zoals telefoons van de leiding!
De kids luisteren, de andere begeleiding zet (schaduw) tentjes en een volleybalnetje op en de rest kijkt op zijn/haar telefoon ;begeleiding genoeg.

We zitten op dit stukje strand vrij dicht op elkaar omdat DIT de schaduw-, gras- en bomenstrook is.
Er komen tussen ons en het “meerminnen” gezin, twee, jonge, extroverte meiden zitten:
“Fijn dat u dit plekje voor ons heeft vrijgehouden ”grappen ze.
Mijn lief antwoordt  “Jullie zijn anders wel laat, we hadden jullie eerder verwacht”.
Het contact is gelegd.

Mijn kleinzoon wil een stukje (naar de ijstent) lopen. Ik heb hier tegenop gezien. Ik vermoed dat ze NIET hebben wat hij mag (lactosevrij ijs).
Maar….. niet geschoten, altijd mis.
Ik bereid hem vast voor op een teleurstelling. Terecht zo blijkt.
Thuis zijn er, zelfgemaakte lactosevrije ijsjes, dus die worden beloofd.
De teleurstelling ebt weg, als opa NU met hem wil voetballen.

Om 12 uur staat de zon het hoogst, dus  vertrekken we huiswaarts. (er is gewaarschuwd voor extreem hoge temperaturen en hoewel het in de schaduw best uit te houden is, loopt en zwemt kleinzoon in de volle zon)
Met de gedachte aan een ijsje is het niet moeilijk hem mee naar huis te krijgen.
En
er is nog een hele lange, verdere dag.
We hebben(internet) een pannenkoekenrestaurant gevonden dat én kindvriendelijk is (springkussen,voetbaldoeltjes, volière en knaagdieren) én lactosevrije pannenkoeken serveert ( bijna alle pannenkoeken die op de kaart staan, maar dan met speciaal deeg): Smickel in Soest.
smickel
Erg kindvriendelijk, jong,leuk personeel, genoeg te doen voor kinderen (buiten én binnen) Menukaart met mogelijkheden voor dieëten (glutenvrij oa)
Het was voor hem én ons helemaal toppie.
De hitte ebt (nog) niet weg. Er wordt 38 graden daar gemeten en dát voor het begin van de avond!

Borstkanker

Een vriendin appte dat bij haar dochter (moeder van 3 kinderen) borstkanker is geconstateerd.Schrik.
Ik ben, na zo’n mededeling, dan meteen weer even terug in de tijd toen bij mij die boodschap kwam.
Ik kwam bij uit de narcose voor “het even weghalen van een knobbeltje dat echt niets was”.
Er kwam een verpleegster naar me toe die zei dat de dokter zó kwam. Ik wist het toen: foute boel.
Daarna stond voor een lange tijd mijn leven op zijn kop. Wéér een operatie, (een grote dit keer) onzekerheid en een lang vervolgtraject.
9 Maanden ben ik met operatie, chemo en bestraling bezig geweest. Nu lijkt dat “kort” maar als je erin zit en niet weet of je het gaat overleven lijkt het eeuwig.

Ik kan mijn vriendin alleen maar “troosten” door te laten zien dat ik LEEF: kijk naar mij, ik heb het ook gered en dat was TOEN, ze zijn nu veel verder met de medische wetenschap!
Ieder geval is anders en natuurlijk maak je je zorgen om je kind die zoiets moet meemaken .Je weet immers niet of het goed gaat aflopen.

In Nederland krijgen 1 op de 7 vrouwen borstkanker, 88% van die vrouwen is na 5 jaar nog in leven.
Er zijn (in Nederland) ca 230.000 vrouwen die borstkanker hebben of hebben gehad.
IK ben een onderdeel van die getallen; 1 van die 7, van de 88% van de 230.000.
Hopelijk wordt de dochter van mijn vriendin ook 1 van die getallen.

Helaas kende ik ook vrouwen die onderdeel geworden zijn van een andere cijferreeks;die meetelden in de ca. 3.000 mensen *)die aan borstkanker overleden.

Ooit, lang na ik mijn operatie zag ik een oncoloog op televisie, ze was nogal fel over het feit dat “men”  beweerde dat een positieve levenshouding zou bijdragen aan herstel bij borstkanker. Ze zei dat als je dát geloofde, je ook geloofde in het omgekeerde: Stierf je aan borstkanker dan had je zeker geen positieve levenshouding gehad. Bullshit.
(Volgens mij zei ze dat woord letterlijk, maar zeker weet ik het niet)
Wél is het zo, beweerde ze, dat een positieve levenshouding bijdraagt aan HOE je de tijd van je ziekte beleeft, NIET dat je jezelf erdoor genezen kan.

 

*) Er zijn ook mannen die borstkanker kunnen krijgen

Baarden

Mijn lief had ooit een baard, een snor, lange bakkebaarden en een combinatie van deze gezichtsbeharing, maar toen ik hem leerde kennen had hij een “bloot” gezicht.
Ik vind baard en snor leuk, maar bij het kussen prikt sommige beharing wel, dus een klein beetje inspraak eiste ik wel bij het al dan niet laten groeien van zijn gezichtshaar.

Ik “baarde”  in de loop van de tijd 2 prachtige zonen. Snoezige blote babytjes, waarvan de verpleegster in het ziekenhuis bij de één zei dat hij grote voeten had en bij de ander dat hij grote handen had!

Op een vakantie met zijn vieren in de vouwwagen bleef mijn lief op een ochtend wel erg lang weg bij de “ochtendschoonmaak”; de wasruimtes waren niet zó ver weg. Toen hij eindelijk naar de tent kwam, proestten onze jongens het uit: Papa had een lipje!!
Mijn lief had baard en snor afgeschoren. Hij vond de vakantie er een goed moment voor.
Ik kende hem zo (van vroeger) maar moest wel wennen.

De jongste zoon begon eens met een baard en snor, later begon de oudste daar ook mee.
Als ze samen waren hadden ze het over baardvet, trimmers en baardshapers.
Mijn lief en ik lachten wat af.

Baarden zijn anno 2019 erg in; wil je een beetje modieus zijn dan heb je een baard.
Of zoals ik een man hoorde zeggen: Zonder baard zie je eruit als een oude lul.

Ik zag dat mijn man zich niet geschoren had. Spannend (ik vinden baarden, mits goed onderhouden, leuk) en ja hoor na een tijdje had hij een leuk, kort baardje.

De zonen waren enthousiast; dat opende perspectief voor Vaderdag!
Opeens leek mijn man weer op zijn zonen, of zij op hem.
Na de Vaderdag heeft ook mijn man, baardvet, een trimmer en…… een baardschort.
(Ik lach wat af)