Nationale vogeltelling

Dit weekend hield Vogelbescherming Nederland voor de 15e keer een tuinvogeltelling. Al jaren zit ik een half uurtje per jaar voor het raam en tel de vogels in mijn voor- of achtertuin.
Er hangen altijd vetbollen en/of potten vogelpindakaas plus de raambol in de winter in de tuin, dus meestal hebben we aan vogels we geen gebrek.
Het advies van de vogelbescherming is om ’s morgens te tellen, dan zijn de vogels het meest actief, “voedingsgericht”. Dus ook dit jaar zat ik  ‘s morgens weer met lijstje en potlood klaar voor het raam. Helaas, dit jaar een vrij stil halfuurtje: Er scharrelde een merel tussen de blaadjes en er zaten afwisselend een pimpel– en een koolmees op de vetbol. Waar waren de (huis)mussen, vorig jaar landelijk nog op 1?Dit jaar in “mijn”halfuurtje geen één gezien.
vlaamsegaaiGelukkig kwamen er nog 2 Vlaamse gaaien*) in de tuin: de één mocht van de ander niet op de bol zitten, dus vloog de één én de ander weg.

Verleden jaar werden er 946.491 vogels geteld! (61.278 tellingen)

*) Ik zag dat in de top 25 van dit jaar de Vlaamse gaai helemaal niet voorkomt!!

 

 

Tekort aan mannen

zeeschildpadEen familielid van me zit momenteel in Australië en appt af en toe haar belevenissen aan de andere kant van de wereld.
Eén van de hoogtepunten van haar reis tot nu toe, was het zwemmen met een zeeschildpad. Op de foto zag ik niet hoe groot zo’n zeeschildpad eigenlijk is, dus stuurde ze een foto van de schildpad mét haar voet erbij. Dán zie je de grootte van deze afstammeling van de dinosaurus
(die 200 miljoen jaar geleden leefde)

Op 27 januari jl. stond er een artikel in de Volkskrant over deze zeeschildpadden, die zwemmen bij het Groot Barrièrerif (het grootste koraalrif ter wereld)
Een verontrustend artikel, want als het zo doorgaat kan het zijn dat deze zeeschildpadden met uitsterven bedreigd worden. Er worden daar namelijk bijna alleen nog maar vrouwelijke schildpadden geboren. (onderzoek toont aan dat 99% van de jonge groene zeeschildpadden op het noordelijk rif vrouwelijk is)

Australische en Amerikaanse wetenschappers wijten dit aan de stijgende temperaturen van het zand waarin de schildpadden hun eitjes leggen. De omgevingstemperatuur tijdens het broeden, bepaalt namelijk het geslacht van deze schildpaddenbaby’s (koelere temperatuur = mannelijke schildpaddenbaby’s)
De opwarming van de aarde, die deze warme zandtemperatuur tot gevolg heeft, zorgt ervoor dat er een scheve verhouding mannetjes/vrouwtjes zeeschildpadden ontstaan is.

Eén mannetjesschildpad kan natuurlijk meerdere vrouwtjes bevruchten, maar als de verhouding erg scheef wordt, gaat het voor de vrouwtjes moeilijker worden om aan een mannelijke partner te komen, plus dat door het kleine aantal parende mannetjes, de genetische variatie geringer wordt.

Ik appte dit naar mijn “correspondente ter plaatse”, zij schreef dat er daar al speciale programma’s zijn om meer mannelijke schildpadden geboren te laten worden.
Dat klinkt hoopgevend. Ook toekomstige generaties mensenkinderen kunnen dan de ervaring om deze vegetariër in de natuur te zien zwemmen of zelfs mét hem (of haar) te zwemmen, hebben.

Géén kattenmens

wp poesJe hebt hondenmensen, kattenmensen, mensen die het allebei zijn en mensen die niet van huisdieren houden.

Ik ben een hondenmens en heb niets met katten. Ze dringen mijn tuin binnen zonder dat ik dat wil, vermoorden bezoekers in mijn tuin; vogeltjes, muizen en kikkers én vangen en doden vaste bewoners van mijn vijver: koi          karpers, goudvissen en shubunkins.

Mijn naasten: broer, zoons en stiefzoon hebben katten. Ik heb altijd gezegd dat ik NIET op ze pas. Toen een zoon voor een vakantie geen vakantiekattenoppas vond, zijn we in zijn huis gegaan en hebben op 3 katten gepast. Ze mochten van mij NIET naar buiten, zodat er geen muizen, vogeltjes of andere levende beesten gevangen konden worden. Na twee dagen oppas merkte ik dat ik ’s avonds op de bank een poes op schoot kreeg en dat ik haar streelde. Moeilijk om met zo’n zacht harig beest op schoot “katgevoelloos” te blijven. Een paar jaar later had de stiefzoon problemen met zíjn poezenoppas en vertrokken we naar Brabant om daar op zijn drie katten te passen. Ze kwamen daar zelden buiten en dan nog alleen aan een riempje, dus het probleem van “beestjesvangen” kon zich daar niet voordoen. Ook dáár namen de poezenbeesten me voor zich in.

Nog steeds word ik giftig als ik één (of meer) kattenbeesten in mijn tuin aantref. Zomers ligt er een met water gevulde  super soaker klaar om de bezoekende kat een nat pak te geven. (Ze trekken zich er weinig van aan en komen terug, maar ik heb de voldoening ze uit MIJN tuin gejaagd te hebben)

Onlangs las ik in de Volkskrant dat er in Nederland tussen de 135.000 en 1,2 miljoen zwerfkatten zijn. Die marge is zo groot omdat in Nederland er geen centrale registratie voor heeft ( geen idee hoe ze dan aan die getallen komen)
In het artikel wordt ook gesproken over een “bijverschijnsel” bij het houden van katten, zoönose*) genoemd, infectieziektes de katten op mensen kunnen overbrengen. Eén van die ziektes is toxoplasmose. Een ziekte die gevaarlijk is voor zwangere vrouwen; ze kunnen er een miskraam, doodgeboren kind, of een kind met aangeboren afwijkingen van krijgen. Volgens het artikel in de Volkskrant zijn er in Nederland jaarlijks 500 gevallen waarbij kinderen met die infectie worden geboren.
Ook iets vervelends bij het houden van katten ( ook honden) zijn vlooien. Tegenwoordig hoeft dat met huiskatten geen probleem t zijn, mits ze tijdig “behandeld” worden.

Met steeds meer gezinnen waar de man én de vrouw buitenshuis werkt is de kat natuurlijk een veel “makkelijker” huisdier dan een hond, die uitgelaten (plassen én beweging) moet worden. Ik vrees dus dat er meer en meer huiskatten zullen komen.
Dat moet iedereen zelf weten, als ze maar uit mijn tuin blijven en van mijn kruipend, zwemmend, springend en fladderende “ have” afblijven.

*) van het Grieks afgeleid:  zoön =dier en nosos=ziekte

Vogels

spechtvlaamsegaairansuil.jpg2

Wat zou het leven “kaal” zijn zonder vogels. De geluiden: het getjilp en gekwinkeleer, maar ook het visuele: het gefladder en gevlieg. Eigenlijk zie en hoor je in de natuur bijna overal vogels. Het leuke is ook dat er zoveel soorten zijn ( in Nederland ongeveer 500 soorten volgens  het DBA) en dat je ze zowel in een tuin in een dorp als op een balkon in de stad, als in het bos, op het strand of een weiland vindt. Extra leuk is het als je een “ongewone” soort op een bepaalde plek vindt: een kleine bonte specht op je balkonnetje, een Vlaamse gaai op je raambol of een ransuil in de boom op de hoek van de straat.
Vogelvoer op balkon of in de tuin lokken extra veel vogels, zeker in deze wintertijd. Een pot vogelpindakaas, gehakte pinda’s in een raambol, een voedersilo met pitten, of een vetbol trekken verschillende soorten vogels aan. Onder onze zadensilo liggen altijd veel “gemorste” zaden, de Turkse tortels en de houtduiven die niet op de silo kunnen zitten, doen zich op de grond tegoed aan deze zaden.

Behalve mooi en leuk zijn vogels ook nuttig,  ze houden de insectenstand op pijl en door het eten van bessen en zaden zorgen ze ervoor dat plantenzaadjes verspreid worden.
Ik schrok enorm toen ik op Malta mensen vogels zag vangen. Veel trekvogels die op Malta “uitrusten” worden daar gevangen. Toen wij er waren ( jaren geleden) waren dat  er zo’n 5 miljoen op jaarbasis! Vreselijk.

Ook in Nederland worden vogels gegeten; de kip, kalkoen, haan en fazant bijvoorbeeld. Overwegend vogels die niet (meer) kunnen vliegen. Deze gekweekte dieren zullen, niet met uitsterven bedreigd worden. Ik las ooit een (omstreden)verhaal dat uitsterven door eten gebeurd was met de dodo; die werd zeer vroeger té veel opgegeten door de koloniale mens en hun meegebrachte dieren. Of het “echt” waar is….
Ook las ik dat de fazant geen inheemse vogels is, dus dat er Nederlanders zijn die deze vogel willen “uitbannen” Mijn vraag is dan altijd: Tot hoever wil je terug gaan in de tijd om te bepalen WAT er in Nederland WEL was en WAT niet. Op oude schilderstukken(stillevens)van Nederlandse meesters zie je vaak fazanten op hun kop in een “eettafreel” hangen, dus vroeger waren ze hier al.
Ga ver terug in de tijd en er was hier alleen overal ijs!
Laat leven wat er aan vogels is, en laat natuurbeschermers de vingers aan de pols houden betreft de aantallen.

Doodles*)

wp doodle

Er zijn meer dan 300 hondenrassen op de wereld. Eén van die rassen is een doodle. Het verhaal gaat dat dit ras ontstaan is in Australië, waar een aanvraag voor een hulphond voor een blinde vrouw met allergieklachten gedaan werd. Zo’n hond bestond nog niet. Men is toen een intelligente, hypoallergene hond gaan fokken. Het werd een kruising van een labrador en een poedel: een labradoodle. Later werd ook een poedel met een golden retriever gekruist, dat werd een goldendoodle en een Duitse herder met een poedel, een shepadoodle.

Allemaal erg intelligenten beesten, die geschikt zijn om als hulphond te worden opgeleid. De eerste 9 maanden tot een jaar zijn ze bij een gastgezin, die één keer in de week met de hond naar training gaat en door de week met de hond oefenen. Bij dat oefenen krijgt de hond een “jasje” aan, waarop staat dat hij een hulphond in opleiding is: dus niet aanhalen s.v.p. Door de jaren heen heb ik verschillende keer mogen oppassen op jonge doodles; elke keer weer een feestje. Leuke dingen meegemaakt met het “oefenen”: het lopen door een drukke winkelstraat, het bezoeken van een braderie of het lopen op een kinderboerderij. Bij die kinderboerderij was de 6 maanden oude doodle niet bang voor de koeien, het varken of de paarden, maar hij ging voluit in de remmen bij de piepende kuikentjes. Dus daar “moesten” we een paar keer extra langs om te “wennen”. Na het gastgezin gaat de doodle nog 5 maanden naar “school” om hem(haar) helemaal geschikt te maken als blindengeleide hond. Ook als de hond aan een blinde is toegewezen krijg hij toch “ter plekke” training. De doodle blijft gemiddeld zo’n 8 jaar bij zijn baas(bazin) dan is hij (of zij) uitgewerkt  en mag hij met pensioen. Een bijzonder leven voor een hond.

*)  ook wel doedels