Sprekende papegaaiachtige

Ik houd van vogels,  maar mijn ervaringen met “sprekende vogels” zijn niet altijd positief te noemen.

Ooit zat er in een dierentuin buiten (zonder kooi) een “sprekende” kaketoe, wit met gele kuif. Hij was dan wel gekortwiekt maar kon wel van zijn (rust)stok op mijn schouder fladderen toen ik dichtbij stond. Daar zat hij te mompelen op mijn schouder én hij klom naar boven op mijn hoofd.

Dát vond ik niet leuk, maar er was nergens een oppasser te zien, die hem van mijn hoofd kon afhalen. Zelf durfde ik het niet. De klemmende klauwtjes in mijn haar, het “ menselijk klinkende gemompel” buiten mijn zicht…….geen fijne ervaring

Jaren later had een collega 2 ara’s, prachtige beesten, een groene en een rood/blauwe, die, naar zijn zeggen, een beetje konden praten.
Op mijn verjaardag nam de collega ze mee naar kantoor, hij zette ze op een archiefkast, ik moest er voor op een stoel gaan zitten. Er gebeurde weinig, ze brabbelden wat; kopje scheef, ze keken me wel aan, maar er kwam… niets.
Mijn collega was erg teleurgesteld. Wat bleek? Hij had tijden met ze geoefend om op deze dag tegen mij, hartelijk gefeliciteerd te zeggen. Helaas ze deden het toen en daar NIET!



Nog wat jaren later had mijn schoonmoeder een grijze roodstaart; dat moeten de geweldige praters onder de papegaaiachtige zijn, uit deze helaas kwam helaas amper een verstaanbaar woord, wél veel geluid!
Wat wel heel grappig was om te horen was dat hij “omgekeerde” conversaties ten gehore bracht.




De oma van mijn lief had een schelle stem (en was veel aan het woord) als ze weg was (niet eerder!) leek het net of de papegaai haar conversatie achterstevoren weergaf, geen woord van te verstaan, maar het leek wel menselijke oma-taal!

Toen mijn schoonmoeder een tijdje weg ging, pasten wij op haar papegaai. We kregen instructies over het plaatsen van de doek over de kooi (’s nachts én als hij veel lawaai maakte) en wanneer en wat hij moest eten.
Hij kon, door de tralies heen, een pootje geven, maar het werd ons afgeraden om dat te doen, soms haalde hij uit en zijn snavel was scherp.
Eigenwijs als ik ben probeerde ik de logé na een aantal logeerdagen toch een pootje te laten geven. Hij deed het! Ik was de koning(in) te rijk, maar toen ik na een tijdje mijn vinger zelf weer wilde hebben en terugtrok, beet hij ferm. Mijn vinger bloedde als een rund en ik ging naar de keuken om daar verder te bloeden en het te stelpen (in plaats van over de bank)

Toen ik na een tijdje bij kwam, lag ik op de grond in de keuken en stond er een bak met bloed naast me. Ik was met mijn hand in de waterbak van de hond terecht gekomen en het bloed had zich vermengd met het water, geen fijne aanblik. Toen ik daarná weer bij kwam en jodium en verband om de vinger kon doen, liep ik terug naar de huiskamer, waar de papegaai nog leek te kauwen op een stukje vlees van mijn vinger (dát kan ook verbeelding zijn geweest)

Aan bovenstaande ervaringen moest ik denken toen ik onlangs een artikeltje las over de sprekende Amerikaanse vogel Puck. Puck was (overleden in 1994) een grasparkiet met een rijke woordenschat:

1728 duidelijk uitgesproken (Amerikaanse) woorden leverde deze grasparkiet een plaats op in het Guinness Book of World Records ( er stond niet of het ook een “aardige” vogel was)

geen foto van Puck kunnen vinden

Het schijnt dat mensen ook halsbandparkieten woorden aan kunnen leren.

Ooit vertrok Alexander de Grote (356 v.Chr-323) uit Macedonië voor een reis naar India. Op zijn terugreis had hij verschillende vogels meegenomen, waaronder ook halsbandparkieten.
Deze kleurrijke papegaaiachtige vogel (de mannetjesvogels hebben een zwarte lijn over de hals lopen, vandaar de naam) werd een geliefde kooivogel.
Ontsnapte exemplaren werden voor het eerst gezien in 1969 bij de dierentuin van Keulen. Niet lang daarna zagen mensen ze ook in Londen.

In 2015 werd er een Europees onderzoek naar deze halsbandparkieten gehouden; er werden 85.220 verwilderde halsbandparkieten in 10 verschillende landen geteld*)




*) in Nederland schat men nu het aantal halsbandparkieten op meer dan 10.000

Eekhoornbehuizing

Mijn lief
was weer creatief.
Dit keer heeft hij, voor vrienden, na zorgvuldige bestudering, een eekhoornhuis gebouwd.

Ik heb me nooit gerealiseerd dat een eekhoornwoning zó groot zou zijn; wat een ding!
Ik las  dat een eekhoornmoeder 2 tot 6 jongen kan krijgen; dus moet inderdaad hun nest of huisje zeven eekhoorns kunnen bevatten. Inclusief staarten hebben ze dus best wat ruimte nodig!

Over die staart las ik dat dát eekhoornonderdeel behalve voor het houden van balans óók een communicatiemiddel is. Zwiepen eekhoorns met hun staart dat betekent dat GEVAAR!

(toen ik, bij gebrek aan eigen eekhoornstaartfoto een plaatje van een eekhoornstaart zocht, kwam ik hier op uit, té maf om niet te gebruiken)

Het blijkt dat eekhoorns  “bijzondere” oorharen hebben, die in de winter langer zijn dan in de zomer! Wetenschappers weten (nog?) niet waarom dat is. Een mogelijkheid is dat langere oorharen warmteverlies tegengaan (ze hebben hele “dunne” oortjes)

Eekhoorns kunnen, als de omstandigheden goed zijn, in het wild 7 jaar worden, maar…..het schijnt dat slechts 1 op de 4 ouder wordt dan één jaar en dat maar 1% van alle wilde eekhoorns zijn 5de levensjaar haalt!

De oorzaken van de sterftes kunnen zijn: gebrek aan nootjes (dit jaar zeker niet er zijn zóvéél eikels!) verkeer (er zijn altijd zóvéél auto’s) en hun natuurlijke vijanden zoals de havik, de boommarter en de vos, die graag een eekhoorn snacken.

(foto eikels op terrein waar eekhoonbehuizing komt)

Wij hebben behalve de, door mijn lief houtgesneden eekhoorn, ook een enkele keer een eekhoorn in de tuin gehad, maar we hebben géén dikke boom waar een dergelijk groot eekhoornhuis aan vast kan!

Hollandse eekhoorns houden overigens géén winterslaap, wel zijn ze minder actief in de winter. Onze vrienden hebben ze nu (in de herfst) nog wel op hun terrein gezien.

Ze zien er schattig uit, maar zijn niet zo lief voor vogels: Ze eten behalve eikels en bessen ook vogeleieren en  jonge vogeltjes!


Eekhoorns komen in (bijna) heel Nederland voor.
Bijna! Want op de Waddeneilanden schijnen géén eekhoorns te leven.

We zijn benieuwd of er eekhoornbewoning komt; de vrienden houden ons op de hoogte hebben ze beloofd!

Regels voor honden

De Vereniging van Nederlandse Gemeente heeft ooit het model APV ( Alg. Plaatselijke Verordening) opgesteld. Hierin staan de wettelijke regels die, binnen een gemeente, op het gebied van de openbare orde en veiligheid, gelden. Ook de regels over het houden van honden staan hierin beschreven. (zoals waar honden los mogen lopen en waar wél of niet  de hondenpoep door mensen moet worden opgeruimd.)

Een algemene regel is dat, binnen de bebouwde kom, honden eigenlijk (bijna) altijd moeten worden aangelijnd. Je kunt het best op de website van jouw gemeente kijken, waar “losloopgebieden” of “uitrenvelden” zijn.

Er zijn ook plekken waar honden, los of vast, NIET mogen komen!

Op https://www.doggydating.com/losloopgebieden is te zien wáár honden-losloop-gebieden in Nederland  zijn.

Op stranden geldt meestal dat honden buiten het zomerseizoen los mogen lopen, dat is vaak de periode van september/oktober tot april/mei. Meestal staan er borden bij een strand, zoals hier bij strand Horst:

Weet wel dat er Boa’s (opsporingsambtenaren) boetes uitdelen als je binnen de bebouwde kom, maar ook in natuurgebieden jouw hond loslaat waar het NIET mag. Die boeten kunnen oplopen van € 90, tot € 150,-.
Zondegeld!

Knobbelzwanen

De zwaarste vogel in ons land is de knobbelzwaan; ca. 12 kilo. Een knobbelzwaan heeft een spanwijdte van ca. 2 ½ meter, is ca. 1 ½ m hoog en heeft ca. 25.000 veren.
Knobbelzwanen worden, in het wild, ongeveer 20 jaar oud (bron Vogelbescherming)

De knobbelzwaan is wit met oranjerode snavel, het mannetje heeft een duidelijke zwarte knobbel (die in de lente groter wordt, ook de snavel wordt dan roder).De knobbelzwanen hebben de meeste halswervels van alle vogels, nl. 26.

Op het land eten ze gras, in het water “grondelen” ze; met de kop en borst onder water zoekend naar waterplantjes en waterdiertjes. Doordat zwanen een lange nek hebben kunnen ze dieper grondelen dan eenden!

Een knobbelzwanenechtpaar heeft iets romantisch, misschien omdat ze samen zo’n mooi hart kunnen vormen? Of door het sprookje van het lelijke eendje, die een mooie zwaan werd? Of door het ballet Het Zwanenmeer? Of dat ze monogaam zijn en “altijd” bij elkaar blijven? ( schijnt trouwens niet altijd waar te zijn)

In het Hindoeïsme rijdt de schepper van het heelal, Brahma, op een zwaan; Brahma zelf komt voort uit een gouden zwanenei. Ook in de Griekse mythologie spelen zwanen een rol ( het verhaal van Leda en de zwaan oa.)
En ook in de huidige tijd is er iets “romantisch” met zwanen. In Groot Brittannië zijn alle niet- geringde knobbel- en zwarte zwanen van het regerend staatshoofd (er wordt alleen “iets gedaan” met de zwanen die op een bepaald gedeelte van de Theems domicilie hebben )

Eén van mijn Engelse familieleden assisteerde bij Swan upping, een botenevent op de Theems van 5 dagen, dat neerkomt op zwanenvangen en een soort “health check” en “counting” van de zwanen van de, toen nog, Britse vorstin. (Er was ook iets met het ringen; ik geloof dat alleen jonge zwanen werden geringd)

Dit recht van een vorst om zwanen te hebben komt overigens niet voort uit iets romantisch of moois; eerder iets heel banaals: zwanenvlees eten!
In de twaalfde eeuw was zwanenvlees een delicatesse, omdat de adel (ook in Nederland) bang was dat de zwanen “op” raakten nét als zij een banket wilden geven werd er een zwanenrecht (het recht tot het houden én doden van knobbelzwanen) ingesteld; een soort vergunning die adellijke lieden kregen om zwanen te houden én te doden.(Er is nog een Fries zwanenboek uit het jaar 1529 waarin staat welke families het zwanenrecht bezaten)

Eens was ik bij en in Hofwijck, een buitenplaats bij Voorburg waar ooit Constantijn Huygens leefde, hier zag ik zwanen in de slotgracht, er werd door een gids verteld dat Huygens het zwanenrecht had en dat er sindsdien altijd zwanen bij de buitenplaats zijn.

Niet alleen om op te eten werden knobbelzwanen gehouden, ook voor hun dons.
Dát vond plaats in de eerste helft van de 20ste eeuw. Het schijnt dat toen veel  jonge zwanen uit Polen werden geïmporteerd, omdat die mooier wit zouden zijn.
Toen de “donsmarkt” instortte liet men de Poolse zwanen vrij. Deze zwanen vermengden zich met de wilde zwanen hier. Die genetische variatie is nog steeds te zien; soms hebben pa en ma zwaan een paar witte én grijze pullen. Waarbij de grijze de oorspronkelijk Nederlandse zwanen zijn en de witte pullen de van oorsprong Poolse pullen.


De eieren die een zwaan legt zijn mat grijsgroen, maar na een tijdje worden ze glanzend en bruin.
Het vrouwtje broedt ongeveer 36 dagen, meestal op  4 tot 6 eieren.

Een jonge zwaan, ook wel pul genaamd kan, na uit het ei gekropen te zijn (op zich al een vermoeiende bezigheid) na een paar uur al lopen én zwemmen.
Pullen blijven een jaar bij hun ouders (in vogeltermen is dat láng)

Dan nog even een fabeltje uit de weg ruimen: Een zwaan zingt NIET voordat hij of zij sterft!
De uitdrukking iemands zwanenzang is metaforisch voor iemands laatste kunstuiting; het laatste gedicht, het laatste schilderij.*)
Het schijnt dat deze uitdrukking van mythische oorsprong is en dat PLATO dat op zijn geweten heeft. Hij beschreef de dood van Socrates en liet hem zeggen dat zwanen het mooist zingen vlak vóór hun dood, niet uit droefheid maar uit blijdschap.

In werkelijkheid geven zwanen amper geluid. Ik heb een zwaan nog nooit horen kwaken, gakken of wat dan ook, alleen horen blazen als ik met de hond (aan de lijn) in de buurt kwam

Wel hoor je ze duidelijk opstijgen, hun vleugels maken dan een apart geluid, maar verder…..stilte, geen gezang!

Dan nog tips van de Vogelbescherming een kijktip: knobbelzwanen zijn, als ze ruien (herfst) in grote getalen op de Veluwrandmeren (getuige mijn foto)

En een voedingstip: als er, in de winter, weinig gras of waterplanten te vinden zijn: beperk de hoeveelheid brood die je knobbelzwanen geeft; voer ze liever: doperwten, boerenkool of granen!

* Ook gebruikt men de uitdrukking als het niet om kunst gaat; in het algemeen: iemands laatste uiting voor zijn dood.

Cyperse kat

Komt een Cyperse kat van Cyprus? Dat vroeg ik me af!

Op internet vind je antwoorden! Helaas zijn er vaak meerdere antwoorden van meerdere bronnen en welk antwoord is dan het juiste?

Ik vond 2 antwoorden die een beetje op hetzelfde neerkomen, alleen met een andere geografische herkomst!
a. het motief van de  vacht van een Cyperse kat (strepen en kronkels) zou lijken op een weefsel dat ooit op Cyprus werd gemaakt
en
b. in het Engels is de naam voor zo’n kat een “tabby cat” ( tabby= een woord van Arabische afkomst). Die naam schijnt afgeleid te zijn van een wijk in Bagdad al-Attabiyya. In de 16e eeuw werd daar moiré *) geproduceerd; een luxe gestreepte zijde, die ook wel tabijn genoemd werd.

Een cyperse kat is géén apart ras, het is een apart patroon op de vacht dat opgebouwd is uit strepen, stippen en kronkels! Op het voorhoofd van de kat is een soort “vlek” in de vorm van een M!
Het patroon kan dus voorkomen op allerlei soorten, kleuren én formaat katten.

Bij de research over dit onderwerp vond ik nog een paar opmerkelijke feitjes:

De gedomesticeerde kat stamt  af van de Nubische (Afrikaanse) wilde kat; domesticatie vond  plaats vanaf zo’n 9000 jaar geleden (zowel in het oude nabije Oosten als in het oude Egypte).

In de Verenigde Staten leven meer dan 163 miljoen huiskatten, waarvan 60 miljoen “Cyperse” streepjes katten (ook wel tijgertjes genoemd) de meest voorkomende variant is!

Er zijn varianten in het patroon van de Cyperse kat, zo is er het makreelpatroon (lijkt op visgraat), deze katten hebben de duidelijk M op hun voorhoofd en fijne lijntjes in hun toet;
het gespikkelde (ticked) patroon of agouti (bep kleur) patroon; individuele haren hebben verschillende kleurbanden;
het  gevlekte (spotted)patroon zonder strepen, maar met stippen en vlekken
en
het klassieke patroon met brede strepen die rond een middelpunt draaien.

Alleen de katten zijn Cypers, alle andere dingen die ECHT uit Cyprus komen zijn of Cypriotisch of Cyprisch


*)*) Een moirépatroon is een interferentiepatroon  dat ontstaat als twee sets met  lijnen over elkaar heen gelegd worden onder een iets verschillende hoek, of als zij een iets verschillende lijnafstand hebben. Het woord komt uit het Frans: moiré is een soort zijde met “waterachtig” uiterlijk

Moiré patronen.

Varkens

Wij wonen in een wijk tussen twee (voormalige) boerendorpen.
Dat wil zeggen dat we voor het zien van boerderijdieren niet ver hoeven te gaan.
Om varkens te zien bijvoorbeeld.
Hoewel Nederland zo’n 12 miljoen varkens telt, zie je die niet; ze leven binnen! ( ook heeft onze provincie Nrd. Holland de minste varkens van alle provincies!)
Om varkens te zien moet je dus bij hobbyboeren zijn!

Voor ons is de ene kant op fietsen een stukje grond met Bram en Spekkie, 2 hangbuikzwijnen.
Ze wroeten in de modder of slapen in hun “huisje “ Publiek mag bij ze en ze voeren.

De andere kant op fietsend staan er op een stuk gras, dat nu helemaal omgewroet is door varkenssnuiten, kune kune varkens.
Kune kune*) is een klein varkensras oorspronkelijk uit Nieuw Zeeland afkomstig, ook wel bekend als Maorivarkens.

Ze hebben kwastjes aan hun kin hangen; piri piri genaamd
Aanhankelijke, vriendelijke varkens.

We gaan regelmatig even bij ze kijken.(Zij mogen niet gevoerd worden want, zo staat er
“we zijn al te dik

Behalve boerenvarkens zijn er ook wilde varkens: everzwijnen, helaas niet bij ons in de buurt. Om die te zien moeten we naar de Veluwe.

Er was een tijd dat we vrij veel in Nationaal Park de Hoge Veluwe kwamen, daar zag je de wilde zwijnen ( soms mét jongen) vaak.
Bij één van de ingangen van het park stond vaak een dik zwijn, we noemden hem de stripper; hij ging naar auto’s met toeristen toe die het park inkwamen, als de mensen niet snel brood of schillen uit hun auto gooide pakte hij de sierstrip van de auto beet en liet die dan schieten.
Het (wilde) beest zó dichtbij én het geluid van de terugschietende sierstrip maakte dat de automobilisten óf eten uit het raampje gooiden óf snel wegreden.
In hoeverre je daar nog van wilde zwijnen kon spreken, weet ik niet.
Of de stripper nog leeft, weet ik niet, wél dat er nog steeds wilde zwijnen op de Veluwe zijn.

*) kune kune betekent vet en rond in het maori

Met (rode)stip!

In onze huiskamer hangt een ingelijste poster van een tentoonstelling in het Van Goghmuseum (Amsterdam) die, ooit bezocht, een grote indruk bij ons achterliet.
Eerder wisten we niet dat Japan zo’n grote invloed op van Gogh had gehad.
Werken van de Japanse chroniqueur van het Japanse landschap Utagawa Hiroshige (1797-1858) zoals die op onze poster, waren een bron van inspiratie voor hem. Hij schilderde zijn “Brug in de regen “ naar een houtsnede van deze Japanse kunstenaar!
In 1888 schreef Vincent aan zijn broer Theo “Al mijn werk berust enigszins op japonaiserieën”

Poster en detail van de (door mij veronderstelde) Japanse kraanvogels.

Zoals dat met zoveel dingen gaat, ZIEN we de poster niet echt meer, hij hangt er al zo lang.

Onlangs las ik een artikel over Japanse kraanvogels, toen gingen mijn ogen naar de ingelijste poster. Daar staan een paar vogels op die wel lijken op de Grus Japonensis, zoals ze officieel heten.


Net zoals in Vietnam de schildpad symbool staat voor een lang leven, is dat symbool in Japan de kraanvogel.
Kraanvogels worden vaak  afgebeeld, op postzegels (van Roemenië onder de noemer: migrerende vogels) op fotobehang, op kamerscherm, als poster en op de voorkant van een boek.

Ik las dat er verschil tussen het langleven van de kraanvogel en het langleven van de schildpad is De kraanvogels staat oa voor een lang leven vol geluk en macht; terwijl de schildpad, eveneens voor een lang leven vol geluk staat maar dan ook voor nederigheid en stabiliteit!

In Vietnam, in de tempel van Literatuur in Hanoi  zagen we een kraanvogel op een schildpad staan! Tezamen schijnen de kraanvogel en schildpad ook symbool te staan voor Hemel en Aarde (helaas niet mijn foto)

Hoop doet leven zegt een Nederlands spreekwoord :Er zijn mensen die meespelen in de staatsloterij en hopen dat de gewonnen miljoenen hen geluk zullen brengen; er zijn ook (Japanse) mensen die denken dat als je 1.000 papieren kraanvogels vouwt, wensen in vervulling zullen gaan.

Er is een ontroerend verhaal over dat vouwen van kraanvogels. Een Japanse meisje: Sasaki Sadako, geboren Hiroshima 7 januari 1943, was 2 jaar toen de atoombom daar viel. Toen zij 11 jaar was werd bij haar, als gevolg van die atoombom, leukemie geconstateerd.
Iemand vertelde haar toen het verhaal van het duizend kraanvogels vouwen en de wens die dan uit zou komen.

In het ziekenhuis begon zij met vouwen. Zij vouwde 644 kraanvogels, voordat zij op 25 oktober 1955, stierf. Haar vrienden vouwden de resterende vogels en hebben die, samen met haar, begraven

Sasaki Sadako en een boek over haar

Terug naar de Japanse “echte” kraanvogels.
Aan het eind van de 19e eeuw werd deze vogel als uitgestorven beschouwd, maar……..
in 1924 ontdekte boeren op het noordelijkste van de vier grote eilanden van Japan, Hokkaido (vertaling Hokkaido= noordelijke zee/weg route), bij Kushiro in het grootste, 4000 jaar geleden ontstane *) moeras van Japan (opp. 180km2) een kolonie van zo’n 20 kraanvogels.
De lokale bevolking stelde alles in het werk om deze kolonie te beschermen en kennelijk is dat gelukt. Ik las dat daar nu ca 1300 exemplaren daar leven (1/3 van het totale aantal Japanse kraanvogels in de wereld)



Ik snap nu ook waarom deze vogel zo gewaardeerd wordt in Japan.
Natuurlijk is het een mooie slanke vogel, maar daar zijn er meer van.
Het gaat bij de “tanchôzuru”, zoals hij in Japan heet, (tancho= rode vlek op kop) om de overeenkomst met de Japanse vlag (de rode stip op wit vlak(kop)


Er is ook een koi (kweekvariant van karper) die ” tancho” heet, gekweekt wit met rode stip

Wij hebben een koi die zo zou moeten zijn, maar” teveel” rode stippen op zijn lijf kreeg en werd afgekeurd door de eigenaar, hij kocht een “beter” exemplaar.
Stippie mag in onze vijver zijn leven verder slijten mét al zo’n rode stippen!




*) Daarvóór was het nog een baai van de Grote Oceaan; door zeestromingen en golven ontstonden ondiepten en de eeuwig aanhoudende wind vormde er zandduinen,  die de baai tenslotte helemaal van de zee scheidden.

Promotie Achterhoek

Geen idee hoeveel mensen er naar de Achterhoek gaan voor een korte (herfst) vakantie in oktober, maar voor wie nog twijfelt: ik kan het aanbevelen.

Zeker als je uit een grote stad, of de dichtbevolkte Randstad komt en van natuur en rust houdt. Er zijn mega veel wandel- en fietsroutes in de Achterhoek en er is erg veel te zien; coulisselandschappen en bossen, musea en kastelen én vreselijk aardige mensen die nog “de tied hebben voor een praatje” en vertrouwen in de mensheid, getuige de manieren van afrekenen bij kraamverkoop

Het onverwachte treft mij steeds weer. Zoals gisteren
We fietsen een knooppuntenroute die naar Laag Keppel leidt; aardappelcountry!
Aviko = Aardappel Verwerkende Industrie Keppel en Omstreken, u vast bekend van aardappels in allerlei varianten, had hier haar oorspronkelijke domicilie (nu Steenderen)

We fietsen en zien van alles: een prachtig geel koolzaadveld met de zon erop (in OKOBER!) een Achterhoekse vlag met een UIL erop ( geen idee of het een echte was!) en een kunstwerk langs de weg om aan te geven dat hier Werkkamp de Wittebrink was (In 1937 gebouwd als werkverschaffingskamp en in 1942 gebruikt voor Joodse dwangarbeiders)

We strijken neer op een terrasje van een etablissement dat de Gouden Karper heet.
Ze hebben ook een terras aan de overkant van de weg waar ook het standbeeld van de karper staat. Dáár zit niemand, het staat namelijk onder kastanjebomen, die op dat moment constant kastanjes laten vallen die met knallen overal heen springen

Ik wil graag een kop thee met een koek. Er zijn hier heel veel soorten thee zegt het meisje dat ons bedient, ik vraag of ZIJ een lekkere kruidenthee voor me wil uitzoeken (kennelijk hier geen theedoos)
Wie zulke vragen stelt kán verrast worden. Er komt een kopje met een snoezig zeefje erop met lekker ruikende kruiden erin “Ik heb thee zorgeloos voor u gekozen, dat leek me wel toepasselijk”
Ze heeft prima gekozen, de thee is heerlijk

We komen bij een pluktuin en praten met de dames die het runnen. De bloemen lopen op zijn eind, maar er is nog genoeg moois te vinden. Ik krijg een schaar en een emmer met water mee.



Mijn lief fotografeert vlinders en ik ook één


Ik word gematst met de prijs en wordt helemaal BLIJ van wat ik geplukt heb. Zo heb ik eenmaal thuis nog een stukje Achterhoek.

Amaranthus, trosroosjes, kardoen, dahlia en sedum

We zien onderweg een kasteel tussen de bomen én een veld met wel 50 alpaca’s. Of ze lief zijn weet ik niet (vermoedelijk gehouden voor de wol) maar ze zien er enorm knuffelig uit.

Na die schattige Alpaca’s willen we ook nog even bij de leuke ezeltjes kijken, die niet ver van ons oppasadres op een heuvel staan
Vroeger was dit een vuilnisbelt, nu is het begroeid met gras; er is een kinder- zorgboerderij en je kunt er, als toerist, een wandeling maken met een alpaca, ezel of rendier. (Ook meerdaags tochten met overnachtingen!)

Over dit terrein loopt een Smoks Hanne route en boven op de heuvel zijn uitzichtpunten, en zie je ook een lager gelegen trailcircuit

De fietstocht was weer enorm leuk en verrassend.
De Achterhoek ECHT een aanrader

Een kleine selectie interessante gebouwen in de Achterhoek waar ikzelf geweest ben en die ECHT de moeite waard zijn. Van het grote MORE in Gorssel tot het kleine MAG in Ruurlo


Lalique Museum Nederland in Doesburg: glaskunst
kasteel Ruurlo (nu museum More; veel Carel Willink werk!)
Gorssel  –  museum More (modern realisme)
Ruurlo – museum MAG (Maastrichts aardewerk en glas)
Ziewent – grote kerk, ook wel Achterhoeks kathedraal genoemd
Dinxperlo – kleinste kerkje: de Rietstap
Borculo – Brandweermuseum

Poes; roof- én huisdier

Als ik in de tuin ben hoor ik manlief binnen “NEEE!” roepen.
Als ik bij de achterdeur kom, roept hij “Naar buiten, allemaal”
Mijn lief verheft zijn stem niet vaak.
Links en rechts schieten katten om me heen naar buiten.

Wat bleek: Eén van de katten had een vogeltje in zijn bek.
Mijn lief heeft de kat ( in keuken) in nekvel gegrepen en geschud.
Gelukkig liet hij vogeltje los, die piepend wegvluchtte.

Met de (3) katten buiten en de deuren dicht gaan we op zoek naar het vogeltje.
Mijn lief kijkt hoog en ik laag. De binnendeuren stonden open dus OVERAL was mogelijk, zelfs boven is een mogelijkheid. We kijken en zoeken, maar vinden… ho maar.
Goede raad is duur.
We zouden weggaan, maar doen dat NIET zolang dit niet opgelost is.
Waar kan dat kleintje zitten, want klein was ze, zei mijn lief!

Dan zie ik op de deurmat vóór de voordeur in een hoekje een klein vogeltje zitten. Het is een groenling. Ik pak het op, het fladdert een beetje (ik krijg hoop op een goede afloop)
Het hartje gaat in de holte van mijn handen vreselijk te keer.
Wat nu?
Buiten zitten 3 (niet hongerige, ze krijgen genoeg) katten.
Met het kloppende vogelhartje in mijn handen opent mijn lief de voordeur; de katten zitten achter.
Ik zit op de bank voor het huis, in de hoop dat het vogeltje rustiger wordt.

Mijn lief wijst op een begroeid dakje van een hokje.
Dáár bovenop zet ik het vogeltje neer. Ik kan hem van daar niet zien, het is boven mijn macht.
Zijn hartje klopte, hij had geen zichtbare gebreken, dus we hopen dat ze kan vliegen en het overleeft!


We halen de poezen binnen en vertrekken.
Ik wil even geen poes meer zien!

Wie was de dader?


(Als we thuiskomen is de groenling weg, mogen de poezen weer naar buiten en is mijn woede (en verdriet) geslonken. Ik kan zelfs weer lief doen tegen de oppaspoezen

Katten(roof-), poezen (huisdieren)

Iedereen die mij (een beetje) kent weet dat ik een hondenmens ben en géén kattenmens.
Thuis háát ik katten die in onze tuin komen. Ze spelen met de kikkers tot de dood erop volgt (van de kikkers) ze proberen onze vissen te verschalken (wat helaas wel eens lukt) en ze jagen op vogeltjes, die ze niet opeten maar “spelen” ermee tot de dood erop volgt….
Enfin het plaatje is duidelijk.

Dit jaar, het Coronajaar, géén vakantie naar het buitenland, maar in eigen land.
Voor ons betekende dat 1 weekje naar een camping,

1 week oppassen op kippen ,vissen, vogels én 3 katten

En 1 week oppassen op 5 koi’s en 3 katten

Zo’n week met 3 katten is zéér verhelderend. Niet elke poes is een standaardkat (geen één eigenlijk) ze hebben eigen karaktertjes. Ik wist al dat ze NIET te dresseren zijn, hun eigen gang gaan en NIET binnenkomen als JIJ dat wil (ook niet naar buitengaan als JIJ dat wil, overigens) maar is meer eigenzinnig gedrag

Ook de poezen waar we nu oppassen zijn bijzonder.

Poes 1 ( ik heb beloofd hun namen niet prijs te geven, de dames zijn zéér op hun privacy gesteld)
is als piepklein wildkatje bij deze eigenaars gekomen, doodsbang, niet aanraakbaar. Ze is nu, járen later, nog steeds een poes die niet veel van mensen moet hebben. Het is een enorme eer als ze bij je op de bank komt en over je benen heen loopt. Probeer NIET (herhaal NIET) te aaien of aan te raken want dan is ze weg.

Poes 2, woonde eerst ergens anders; dat eigenaarsstel ging scheiden en de kat kon niet met de man noch met de vrouw mee. De huidige eigenaren van kat 1 en 3 hebben haar liefdevol in huis genomen. Ze is een aanhalige poes, die ieder mens leuk vindt, maar ze is héél graag buiten, dus zoveel zie je haar niet.


Poes 3, is een apart verhaal, ze kwam onder de carport van DIT huis met 5 kittens (om de beurt) de bewoner had geen idee wat hij met haar en de kittens onder de carport moest en belde de dierenbescherming. Die wilde de kittens wel ophalen als ze oud genoeg waren, maar dan moesten ze wel in een hok aangeleverd worden. Dat is een klus van weken geweest; uiteindelijk is het gelukt. De kleintjes werden herplaatst, de moederpoes werd, gesteriliseerd, teruggebracht bij de carport. Zij moest zelf haar weg terug naar haar oorspronkelijke eigenaars maar vinden.
De dierenbescherming had een hoekje van haar oor afgeknipt, zodat het duidelijk zichtbaar was dat ze gesteriliseerd is.

De kat ging NIET opzoek naar eerdere eigenaars, bleef bij dit huis en werd (gedeeltelijk) gedomesticeerd door de eigenaar van het huis, Ze hadden een goede verstandhouding die bestond uit: MAN geeft eten en laat me met RUST, KAT geeft liefde en zit op schoot ALS zij er zin in heeft. Verder Regel 1 t/m 10 SLUIT nooit de buitendeur, dan kan de poes er niet uit en wordt ze GEK!
De regels 1 t/m 10 werden in acht genomen en ze leefden samen jaren gelukkig.
Totdat………….de eigenaar dood ging. Wat moest er gebeuren met de poes? Herplaatsen  was eigenlijk niet mogelijk.
De nieuwe eigenaars van het huis, hadden kat 1 en 2 al; kat 3 kon er wel bij. Met enorm veel liefde en geduld is poes 3 nu getransformeerd tot een ontzettend gezellige huispoes.

De katten vormen samen met het stel nu een gezin. De hiërarchie is duidelijk.
Poes 2 heeft niets te vertellen; als ze aan het eten is en een van de andere katten komt erbij, schuift ze op zodat ze samen haar bak kunnen leegeten. Daarna mauwt ze omdat ze te weinig heeft gegeten.

Poes 3 laat duidelijk blijken dat dit háár huis is, loopt rond met een air en vindt ons goede oppassers MITS we doen wat ze wil: stilzitten zodat ZIJ op schoot kan zitten, niet teveel bewegen anders zet ze “even” haar nageltjes in je benen!

Kat 1 is bijna onzichtbaar, ligt op plekjes die we óf niet kennen óf die we wel kennen maar dan ligt ze toch verdekt opgesteld .Ze vindt mensen niet bijzonder en eigenlijk katten ook niet. Een haal of een blaas wordt aan de andere 2 katten gegeven als er te dichtbij gekomen wordt, maar als een van de andere zo nodig haar bakje leeg wil eten? Geen punt, dan snackt zij wel uit de bak van een ander.

Met een hond kun je het druk hebben, uitlaten, borstelen (zeker zo’n harig geval als wij hadden), opletten voor andere honden (er zitten vechtjassen bij die loslopen) én uitkijken dat ze geen haal van een kat krijgen.
Bij katten hoef je, behalve eten geven en zorgen dat ze erin en eruit kunnen niks te doen. Schoonhouden, zich vermaken, toiletteren, zich verdedigen én uitlaten, dát doen ze allemaal zelf