Artis de partis

artis de partis
Met mijn artisblokken heb ik vandaag artis de partis gemaakt.
Ook van hem had ik nog nooit gehoord. (Het is ook vele jaren geleden dat ik in Artis ben geweest)

Het blijkt dat dit een speelgoeddier is, die ooit in Artis is gevonden en nooit opgehaald en toen de mascotte van Artis is geworden.
Artis de partis heeft geen stem en is een sokpop voor jongens én meisjes.
Het idee om een mascotte te maken van een achtergebleven knuffel vind ik lief.

Toevallig liep ik gisteren langs een raam van een eetgelegenheid en viel mijn oog op een, voor het raam vastgeplakte, “witte” (duidelijk gebruikte) knuffel.
Erbij stond een briefje “Ik wil naar huis. Kom je me halen?”
Aandoenlijk.

Noordelijke toepaja

Wat zijn er veel beesten waarvan ik nog nooit gehoord heb!!
Nu weer een toepaja! (ik maak elke dag een artisblokdier)
noordelijke toepaja
De toepaja is een boomspitsmuis, een insectenetend zoogdier!
De noordelijke toepaja’s leven  in bosrijke gebieden met een vochtig klimaat, zoals Bangladesh, Cambodja en Thailand.

Ik las op de site van Artis:

Toepaja’s bouwen naast hun eigen nest een apart nest voor hun jongen. Na de geboorte van een nestje pups drinken zij meteen bij de moeder. Hierna komt zij eens in de 48 uur terug om de pups te laten drinken. De pups hebben in totaal maar twee uur contact met de moeder. Na slechts vier maanden kunnen vrouwelijke toepaja’s zelf nestjes krijgen.

En op de site van het WereldNatuurFonds:

Toepaja’s doen met hun pluimstaart en kleine formaat denken aan eekhoorns en wat betreft levenswijze aan insecteneters. Ze zijn echter meer verwant met de apen.

 

toepaja                                                         De blokken toepaja

Vogelavontuur

Eergisteravond zag ik iets bruins gedrongens lopen in de tuin. Even dacht ik: een konijn, maar zo bewoog het niet. Het zat stil in elkaar toen ik weer keek. Hij (of zij) hoorde me, liep langs de rand van de vijver en ging in de bovenste schotel van de ( uit staande) waterval zitten; Het was een vogel.
Wat voor één? Geen soort dat ik eerder in de tuin gezien had, bruin, groter dan een merel, met een erg lange snavel.
Nu zagen we dat hij zijn vleugel “raar” hield. Het begon te schemeren en we wilden hem niet opjagen, hij zat daar goed, mits……………… buurpoezen hem niet ontdekten. Het werd donker en hij zat er nog steeds. We lieten het maar zo, maar waren best bezorgd

’s Morgens om even over zevenen gordijnen open, geen vogel in de vijver of  daar in de buurt. De hoop was dat “onze” vogel  toch “gewoon” weggevlogen was.

Ik postte mijn blog, dat ik gisteren al geschreven had en was druk aan het typen, toen ik opeens iets “voelde”, uit mijn ooghoek zag ik beweging vóór onze schuifpui; een zwart /witte kat kwam, door de poten gezakt aangeslopen en vlak voor de schuifpui zag ik, ineengedoken: DE vogel.
Ik kwakte mijn notebook op de bank en opende de schuifpui, de vogel vloog niet weg, de kat dacht een seconde na: bespringen of wegrennen; ik brulde, hij stoof weg. (Dat malle mens had hem al vaker weggejaagd ) Ik trok mijn werkhandschoenen aan en pakte de vogel op en zette hem, bij gebrek aan beter, in de schuur. De schuur staat volgepakt met allerhande gereedschap waar hij tussen kan gaan zitten en onzichtbaar kan worden: géén ideale plek voor een bange vogel.

houtsnipMijn lief, die ik wakker maakte wist in de garage een verhuisdoos, zette die in elkaar, plakte hem van onderen dicht, terwijl ik een lap stof zocht en zo was de “tijdelijke vogelopvang” gereed.
Gelukkig zat de gewonde vogel nog stil op het zelfde plekje in de schuur waar ik hem had neer gezet.
Ik pakte hem op en zette hem in de doos en mijn lief zette een bakje water in de doos.
De vogel was mooi!! Roestbruin met allerlei donkere en lichtere spikkels; camouflage.
Zijn kop met zijn oog was prachtig getekend.
Wat nu? Het was te vroeg om de vogelopvang te bellen. Mijn lief kwam op het idee de dierenambulance te bellen voor advies. Die bleek om 8 uur bereikbaar te zijn; dat was het al bijna.  De centralist zei, nadat ik mijn verhaal had verteld dat ze de ambulance zou langs sturen en dat die de vogel naar het dierenhospitaal zou brengen. Tot besluit vroeg ze of ik een kleine donatie wilde geven. Dat wilde ik natuurlijk. ( bij nader inzien bleken we maar 5 euro contant geld in huis te hebben, dus sprong mijn lief op de fiets om snel wat contant geld te halen)

Vóór half 10 kwam de dierenambulance voorrijden. Een “oude rot” in het vak stapte uit, keek naar de vogel in de doos en zei : “Jonge houtsnip, waarschijnlijk tegen het raam gevlogen.” Hij  nam de doos mee: “Dan hoeft de vogel geen stress meer te hebben van het oppakken” De vogel had in de schuur niet bewogen, nu keek hij om naar zijn redder in het gele pak. De man vouwde de doos dicht. Ik gaf hem het het geld. ”O, dan moet ik u een briefje geven ”Dat ging moeilijk met de doos in zijn hand. Ik wuifde het weg ”laat maar zitten” Maar hij vertelde dat hij die bon, in tweevoud van de organisatie schrijven moest.  Daarna  vertrok hij met de houtsnip naar het vogelhospitaal.

We hopen dat de houtsnip het redt.

Hulphond i.o.*)


youp14 weken is de doodle van mijn vriendin.
Hij wordt opgeleid tot hulphond.
Eerst 9 maanden tot een jaar in een gezin, dan een aantal maanden naar de hondenschool, vóór hij  zijn “baan” krijgt; hulphond bij een blinde of gehandicapte.

Deze hulphond heeft iets bijzonders; hij  groeit te snel, daardoor heeft hij last van zijn gewrichten. Hij mag niet veel lopen, niet springen of spelen met andere honden.

Mijn vriendin en haar man gaan een middag en avond weg en wij mogen oppassen.
Dat hebben we al eerder gedaan, met zeker al 6 van haar eerdere hulphonden in opleiding.
Dit is de eerste keer dat we op deze blonde doodle passen.

Hij komt enthousiast binnen. Als mijn vrienden weggaan, kijkt hij even sip, blijft  een tijdje ronddreutelen en ploft dan neer. Waarschijnlijk moe.
’s Middags heb ik kritisch naar onze kerstboom gekeken. Is er iets dat laag hangt en dat leuk is voor hondjes? Een paar dingen heb ik weggehaald, waarschijnlijk was het niet nodig geweest, want hij kijkt niet naar de boom om. Hij heeft speeltjes meegekregen, maar ook daar heeft hij geen oog voor. Het is een relaxed hondje.

Na het eten gaan we even met hem lopen.
Een leuke ontwikkeling is tegenwoordig dat sommige honden een lichtje om hun nek hebben, zodat ze in het donker van veraf te zien zijn.
Nu we de pup bij honden weg moeten houden, is dit lampjesgedoe heel fijn.
We lopen een stukje en zien in de verte een rood en een blauw lampje aankomen; we slaan af. Even verderop  zien we een groen lampje opduiken; we keren om.
Het wordt zo wel een klein rondje. Maar dat is misschien wel goed zo, wat we hebben vergeten te vragen wat “klein” in dit verband is.

We halen een plaid uit de auto, zodat hij binnen een eigen “plekje” heeft, maar hij ligt  eerst liever naast de bank waarop ik zit (ik gaf m zijn eten) later draait hij een rondje op de plaid en valt  daarop in slaap
Natuurlijk moest ik,  vóór hij ’s avonds wordt afgehaald,  nog even een foto van hem onder de kerstboom maken.kerst youp

 

 

*) i.o = in opleiding

Oud (december 2017) dierennieuws

wasbeerIn december vorig jaar is er, in het wild, in het Limburgse Merkelbeek een wasbeer met 4 jongen waargenomen. De Zoogdiervereniging heeft dat bekend gemaakt.

De raccoon, in het Nederlands wasbeer, zijn naam dankend aan het feit dat hij zijn voedsel wast en “kneedt” onder water, komt oorspronkelijk uit Noord Amerika. Hij heeft een zwart “gezichtsmasker” en een zwartgeringde staart met meestal 5 ringen. In de jaren ’30 werd de wasbeer ingevoerd in Duitsland en Rusland voor de pelsdierenfokkerij. Er zijn er wel eens een paar ontsnapt én in 1934 zijn twee wasberenpaartjes in Duitsland uitgezet om de “fauna te verrijken”. De wasbeer is een nachtdier en leeft solitair. Hij  is een alleseter, eet wurmen, slakken en fruit, maar is een echte opportunist; alles wat hij ziet wil hij wel proberen: afval, vogels, reptielen, mais en eikels. Een wasbeer wordt, in het wild,  2 tot 3 jaar oud.
Het ziet er naar uit dat we deze exoot dus ook in Nederland kunnen aantreffen.

Kraaiachtigen

De naam kraai is ontstaan uit het geluid “kra kra” dat de vogel maakt.

In het programma Winterwatch, afgelopen week te zien bij de BBC werd aandacht besteed aan kraaiachtigen. De grootte van de vogels, met gespreide vleugels, werd duidelijk getoond door in karton uitgeknipte, zwarte modellen. Zo werd het heel duidelijk dat een RAAF (Corvus corax) met zijn 1.20m  vleugelspanwijdte de grootste van de kraaiachtige is.

Kraaien werden vroeger gezien als boodschappers van “de andere wereld” en werden (worden?) vaak in verband gebracht met de dood.
Doodgravers werden ook kraaien genoemd.

Soms zie je een kraai of kauw die niet helemaal zwart is maar ook witte veren heeft. Dit is een pigmentkwestie (leucisme). Het komt bij meer vogels voor, maar valt bij zwarte vogels meer op dan bij meerkleurige dieren.

Raven zijn van oudsher “bewakers” van de Tower van Londen;  Sinds Karel II zijn er raven bij de Tower; het verhaal gaat dat zolang er raven bij de Tower zijn, het Britse Rijk niet zal instorten (daarom hebben de 6 raven die daar nu zijn, een eigen verzorger en zijn hun vleugels gekortwiekt zodat ze niet ver kunnen (weg)vliegen)

Ook in kinderseries komen kraaiachtigen voor, zoals Meneer de Raaf  in Fabeltjeskrant en Dolf de raaf bij Alfred Jodocus Kwak.

Bij de Nationale Vogeltelling, die op 27 en 28 januari jl. plaats vond, staat van de kraaiachtigen alleen de kauw in de top tien en wel op plaats 4.
Kauwtjeleven in groepen, vandaar dat we er nooit één maar altijd een heel stel zien. Ze kunnen behoorlijk  schreeuwen en met elkaar “overleggen” in welke boom ze gaan overnachten. De hele ploeg zit dan in een hoge boom, vliegt er één weg, dan vliegt de rest ook luid krijsend op. Als de schemering valt en ze met zijn allen in de “juiste” boom zijn neergestreken valt pas de stilte weer.

 

Nationale vogeltelling

Dit weekend hield Vogelbescherming Nederland voor de 15e keer een tuinvogeltelling. Al jaren zit ik een half uurtje per jaar voor het raam en tel de vogels in mijn voor- of achtertuin.
Er hangen altijd vetbollen en/of potten vogelpindakaas plus de raambol in de winter in de tuin, dus meestal hebben we aan vogels we geen gebrek.
Het advies van de vogelbescherming is om ’s morgens te tellen, dan zijn de vogels het meest actief, “voedingsgericht”. Dus ook dit jaar zat ik  ‘s morgens weer met lijstje en potlood klaar voor het raam. Helaas, dit jaar een vrij stil halfuurtje: Er scharrelde een merel tussen de blaadjes en er zaten afwisselend een pimpel– en een koolmees op de vetbol. Waar waren de (huis)mussen, vorig jaar landelijk nog op 1?Dit jaar in “mijn”halfuurtje geen één gezien.
vlaamsegaaiGelukkig kwamen er nog 2 Vlaamse gaaien*) in de tuin: de één mocht van de ander niet op de bol zitten, dus vloog de één én de ander weg.

Verleden jaar werden er 946.491 vogels geteld! (61.278 tellingen)

*) Ik zag dat in de top 25 van dit jaar de Vlaamse gaai helemaal niet voorkomt!!

 

 

Tekort aan mannen

zeeschildpadEen familielid van me zit momenteel in Australië en appt af en toe haar belevenissen aan de andere kant van de wereld.
Eén van de hoogtepunten van haar reis tot nu toe, was het zwemmen met een zeeschildpad. Op de foto zag ik niet hoe groot zo’n zeeschildpad eigenlijk is, dus stuurde ze een foto van de schildpad mét haar voet erbij. Dán zie je de grootte van deze afstammeling van de dinosaurus
(die 200 miljoen jaar geleden leefde)

Op 27 januari jl. stond er een artikel in de Volkskrant over deze zeeschildpadden, die zwemmen bij het Groot Barrièrerif (het grootste koraalrif ter wereld)
Een verontrustend artikel, want als het zo doorgaat kan het zijn dat deze zeeschildpadden met uitsterven bedreigd worden. Er worden daar namelijk bijna alleen nog maar vrouwelijke schildpadden geboren. (onderzoek toont aan dat 99% van de jonge groene zeeschildpadden op het noordelijk rif vrouwelijk is)

Australische en Amerikaanse wetenschappers wijten dit aan de stijgende temperaturen van het zand waarin de schildpadden hun eitjes leggen. De omgevingstemperatuur tijdens het broeden, bepaalt namelijk het geslacht van deze schildpaddenbaby’s (koelere temperatuur = mannelijke schildpaddenbaby’s)
De opwarming van de aarde, die deze warme zandtemperatuur tot gevolg heeft, zorgt ervoor dat er een scheve verhouding mannetjes/vrouwtjes zeeschildpadden ontstaan is.

Eén mannetjesschildpad kan natuurlijk meerdere vrouwtjes bevruchten, maar als de verhouding erg scheef wordt, gaat het voor de vrouwtjes moeilijker worden om aan een mannelijke partner te komen, plus dat door het kleine aantal parende mannetjes, de genetische variatie geringer wordt.

Ik appte dit naar mijn “correspondente ter plaatse”, zij schreef dat er daar al speciale programma’s zijn om meer mannelijke schildpadden geboren te laten worden.
Dat klinkt hoopgevend. Ook toekomstige generaties mensenkinderen kunnen dan de ervaring om deze vegetariër in de natuur te zien zwemmen of zelfs mét hem (of haar) te zwemmen, hebben.

Géén kattenmens

wp poesJe hebt hondenmensen, kattenmensen, mensen die het allebei zijn en mensen die niet van huisdieren houden.

Ik ben een hondenmens en heb niets met katten. Ze dringen mijn tuin binnen zonder dat ik dat wil, vermoorden bezoekers in mijn tuin; vogeltjes, muizen en kikkers én vangen en doden vaste bewoners van mijn vijver: koi          karpers, goudvissen en shubunkins.

Mijn naasten: broer, zoons en stiefzoon hebben katten. Ik heb altijd gezegd dat ik NIET op ze pas. Toen een zoon voor een vakantie geen vakantiekattenoppas vond, zijn we in zijn huis gegaan en hebben op 3 katten gepast. Ze mochten van mij NIET naar buiten, zodat er geen muizen, vogeltjes of andere levende beesten gevangen konden worden. Na twee dagen oppas merkte ik dat ik ’s avonds op de bank een poes op schoot kreeg en dat ik haar streelde. Moeilijk om met zo’n zacht harig beest op schoot “katgevoelloos” te blijven. Een paar jaar later had de stiefzoon problemen met zíjn poezenoppas en vertrokken we naar Brabant om daar op zijn drie katten te passen. Ze kwamen daar zelden buiten en dan nog alleen aan een riempje, dus het probleem van “beestjesvangen” kon zich daar niet voordoen. Ook dáár namen de poezenbeesten me voor zich in.

Nog steeds word ik giftig als ik één (of meer) kattenbeesten in mijn tuin aantref. Zomers ligt er een met water gevulde  super soaker klaar om de bezoekende kat een nat pak te geven. (Ze trekken zich er weinig van aan en komen terug, maar ik heb de voldoening ze uit MIJN tuin gejaagd te hebben)

Onlangs las ik in de Volkskrant dat er in Nederland tussen de 135.000 en 1,2 miljoen zwerfkatten zijn. Die marge is zo groot omdat in Nederland er geen centrale registratie voor heeft ( geen idee hoe ze dan aan die getallen komen)
In het artikel wordt ook gesproken over een “bijverschijnsel” bij het houden van katten, zoönose*) genoemd, infectieziektes de katten op mensen kunnen overbrengen. Eén van die ziektes is toxoplasmose. Een ziekte die gevaarlijk is voor zwangere vrouwen; ze kunnen er een miskraam, doodgeboren kind, of een kind met aangeboren afwijkingen van krijgen. Volgens het artikel in de Volkskrant zijn er in Nederland jaarlijks 500 gevallen waarbij kinderen met die infectie worden geboren.
Ook iets vervelends bij het houden van katten ( ook honden) zijn vlooien. Tegenwoordig hoeft dat met huiskatten geen probleem t zijn, mits ze tijdig “behandeld” worden.

Met steeds meer gezinnen waar de man én de vrouw buitenshuis werkt is de kat natuurlijk een veel “makkelijker” huisdier dan een hond, die uitgelaten (plassen én beweging) moet worden. Ik vrees dus dat er meer en meer huiskatten zullen komen.
Dat moet iedereen zelf weten, als ze maar uit mijn tuin blijven en van mijn kruipend, zwemmend, springend en fladderende “ have” afblijven.

*) van het Grieks afgeleid:  zoön =dier en nosos=ziekte

Vogels

spechtvlaamsegaairansuil.jpg2

Wat zou het leven “kaal” zijn zonder vogels. De geluiden: het getjilp en gekwinkeleer, maar ook het visuele: het gefladder en gevlieg. Eigenlijk zie en hoor je in de natuur bijna overal vogels. Het leuke is ook dat er zoveel soorten zijn ( in Nederland ongeveer 500 soorten volgens  het DBA) en dat je ze zowel in een tuin in een dorp als op een balkon in de stad, als in het bos, op het strand of een weiland vindt. Extra leuk is het als je een “ongewone” soort op een bepaalde plek vindt: een kleine bonte specht op je balkonnetje, een Vlaamse gaai op je raambol of een ransuil in de boom op de hoek van de straat.
Vogelvoer op balkon of in de tuin lokken extra veel vogels, zeker in deze wintertijd. Een pot vogelpindakaas, gehakte pinda’s in een raambol, een voedersilo met pitten, of een vetbol trekken verschillende soorten vogels aan. Onder onze zadensilo liggen altijd veel “gemorste” zaden, de Turkse tortels en de houtduiven die niet op de silo kunnen zitten, doen zich op de grond tegoed aan deze zaden.

Behalve mooi en leuk zijn vogels ook nuttig,  ze houden de insectenstand op pijl en door het eten van bessen en zaden zorgen ze ervoor dat plantenzaadjes verspreid worden.
Ik schrok enorm toen ik op Malta mensen vogels zag vangen. Veel trekvogels die op Malta “uitrusten” worden daar gevangen. Toen wij er waren ( jaren geleden) waren dat  er zo’n 5 miljoen op jaarbasis! Vreselijk.

Ook in Nederland worden vogels gegeten; de kip, kalkoen, haan en fazant bijvoorbeeld. Overwegend vogels die niet (meer) kunnen vliegen. Deze gekweekte dieren zullen, niet met uitsterven bedreigd worden. Ik las ooit een (omstreden)verhaal dat uitsterven door eten gebeurd was met de dodo; die werd zeer vroeger té veel opgegeten door de koloniale mens en hun meegebrachte dieren. Of het “echt” waar is….
Ook las ik dat de fazant geen inheemse vogels is, dus dat er Nederlanders zijn die deze vogel willen “uitbannen” Mijn vraag is dan altijd: Tot hoever wil je terug gaan in de tijd om te bepalen WAT er in Nederland WEL was en WAT niet. Op oude schilderstukken(stillevens)van Nederlandse meesters zie je vaak fazanten op hun kop in een “eettafreel” hangen, dus vroeger waren ze hier al.
Ga ver terug in de tijd en er was hier alleen overal ijs!
Laat leven wat er aan vogels is, en laat natuurbeschermers de vingers aan de pols houden betreft de aantallen.