Eekhoorn discriminatie

In Engeland las ik in een blad een artikel over eekhoorns. De rode eekhoorn is  native to Britain.
De schrijfster wijt de teruggang van de rode eekhoorn to the Victorians.
Zij introduceerden uit Noord Amerika de grijze eekhoorn. Dit soort eekhoorns draagt soms een pokkenvirus met zich mee, waar ZIJ niet aan doodgaan, met hun rode familieleden kunnen dat  wél.

Van de rode eekhoorn die, zo wordt hier beschreven, 20 cm lang is met een staart van 18 cm en een witte onderbuik heeft leven er nog 130.000 in Engeland, in gebieden als Wales, Schotland, het eiland Wight en in het noorden van Engeland.

De grijze
eekhoorn is groter, ongeveer 30 cm lang met een staart van 25 cm.
Er zijn ook nog zwarte eekhoorns, dat zijn mutaties van de grijze eekhoorn. Daarvan zijn er zo’n 25.000 in de UK (ze zijn 90 jaar geleden “ontdekt”)

De rode eekhoorns houden van groene eikels, maar de grijzen ook en vaak eten de grijze eekhoorns ze op, zodat er voor de rode eekhoorns niets overblijft.”
Een aparte constatering vind ik.

De adviezen om het leven van de rode eekhoorn  in Engeland makkelijker te maken: Er wordt gevraagd om voedsel voor het teruglopende aantal rode eekhoorns neer te zetten: zonnebloempitten, noten, appels en worteltjes, maar……….niet als er ook grijze eekhoorns in de buurt zijn, want als je voer gaat ophangen of neerleggen komen dan óók de grijze eekhoorns (die verspreiden het pokkenvirus.)
Ook moet je geen voedsel verstrekken als er tussen jouw huis en het nest van een rode eekhoorn een weg loopt, dan kunnen de rode eekhoorns overreden worden.
Er wordt ook geadviseerd om bessenstruiken te planten, daar komen eekhoorns op af.
Maar dan wel alleen voor de rode eekhoorns.

Een uiterst apart artikel, er wordt nog nét niet geschreven: kill the grey ones!

 

Hondenaanschafmogelijkheden

Als je een hond wil aanschaffen kun je er een bij een particulier kopen of naar een dierenasiel gaan of naar een fokker van een bepaald ras of bij een stichting of organisatie die zwerfhonden ter adoptie aanbiedt.
Ook las ik dat je een hond kan kopen op Marktplaats
Er zijn ook mensen die een pup willen opleiden als hulphond; zij “krijgen” dan een pup voor ongeveer een jaar om hem te socialiseren en om mee naar cursus te gaan kortom  om hem of haar “klaar” te maken om naar een hulphondenschool te gaan voor the finishing touch vóór  de teef of reu volwassen is en haar/zijn werk kan gaan doen.
Na ongeveer een jaar moet de hond dan ” ingeleverd” worden bij de school.
Daarna kun je dan besluiten om weer een jaar een pup op te leiden of om ermee te stoppen.

Zelf hebben wij vroeger thuis eerst een hondje gekregen dat op de markt  was gekocht*) Hij bleek té jong bij de moeder te zijn weggehaald, een maand nadat wij hem kregen is hij aan hondenziekte overleden.
Een tijd daarna is mijn moeder naar het dierenasiel gegaan om daar een hond te halen.

hond bZelf hebben mijn man en ik een “test” gedaan welke hond het beste bij ons zou passen, qua gezinssamenstelling, grootte van huis en tuin, uitlaatmogelijkheden etc. Daar kwamen 3 rassen uit. Eén daarvan hebben we gekozen en die rashondenvereniging gebeld om een adres van een fokker te vragen.(Met die fokker hebben we nog steeds contact, ondanks dat onze hond al geruime tijd geleden overleden is)

hondGEén van mijn vriendinnen heeft een hulphondenpup in opleiding (daar heb ik al eens meer een blog over geschreven) Soms mogen we op zo’n pup passen, we genieten daar enorm van.
Stuk voor stuk ontzettend leuke honden.

Een vriendin van mijn schoonzus was ooit op vakantie in Frankrijk en zag daar enorm veel zwerfhonden. Eén daarvan heeft ze “geadopteerd” dat wil zeggen illegaal in de auto meegesmokkeld naar Nederland, daar alle benodigde injecties laten geven en er jaren een schat van een huishond aan gehad.

Nu kennen we iemand die een hond geadopteerd heeft uit Cyprus. Er schijnt een organisatie te zijn die daar zwerfhonden vandaan haalt en hier in Nederland een goed tehuis voor ze zoekt. Zo’n hondje hebben kennissen van ons verleden week van Schiphol opgehaald. Het hondje was behoorlijk van slag toen hij aankwam, een reis in een  hok in een vliegtuig is niet niks als je (zwerf) hond bent.
Hij is nu aan het wennen aan zijn nieuwe baas en bazinnetje.
Mooi als je zo’n hondje een goed leven bieden kan.

 

 

*) dat kon toen nog.

Artis de partis

artis de partis
Met mijn artisblokken heb ik vandaag artis de partis gemaakt.
Ook van hem had ik nog nooit gehoord. (Het is ook vele jaren geleden dat ik in Artis ben geweest)

Het blijkt dat dit een speelgoeddier is, die ooit in Artis is gevonden en nooit opgehaald en toen de mascotte van Artis is geworden.
Artis de partis heeft geen stem en is een sokpop voor jongens én meisjes.
Het idee om een mascotte te maken van een achtergebleven knuffel vind ik lief.

Toevallig liep ik gisteren langs een raam van een eetgelegenheid en viel mijn oog op een, voor het raam vastgeplakte, “witte” (duidelijk gebruikte) knuffel.
Erbij stond een briefje “Ik wil naar huis. Kom je me halen?”
Aandoenlijk.

Noordelijke toepaja

Wat zijn er veel beesten waarvan ik nog nooit gehoord heb!!
Nu weer een toepaja! (ik maak elke dag een artisblokdier)
noordelijke toepaja
De toepaja is een boomspitsmuis, een insectenetend zoogdier!
De noordelijke toepaja’s leven  in bosrijke gebieden met een vochtig klimaat, zoals Bangladesh, Cambodja en Thailand.

Ik las op de site van Artis:

Toepaja’s bouwen naast hun eigen nest een apart nest voor hun jongen. Na de geboorte van een nestje pups drinken zij meteen bij de moeder. Hierna komt zij eens in de 48 uur terug om de pups te laten drinken. De pups hebben in totaal maar twee uur contact met de moeder. Na slechts vier maanden kunnen vrouwelijke toepaja’s zelf nestjes krijgen.

En op de site van het WereldNatuurFonds:

Toepaja’s doen met hun pluimstaart en kleine formaat denken aan eekhoorns en wat betreft levenswijze aan insecteneters. Ze zijn echter meer verwant met de apen.

 

toepaja                                                         De blokken toepaja

Vogelavontuur

Eergisteravond zag ik iets bruins gedrongens lopen in de tuin. Even dacht ik: een konijn, maar zo bewoog het niet. Het zat stil in elkaar toen ik weer keek. Hij (of zij) hoorde me, liep langs de rand van de vijver en ging in de bovenste schotel van de ( uit staande) waterval zitten; Het was een vogel.
Wat voor één? Geen soort dat ik eerder in de tuin gezien had, bruin, groter dan een merel, met een erg lange snavel.
Nu zagen we dat hij zijn vleugel “raar” hield. Het begon te schemeren en we wilden hem niet opjagen, hij zat daar goed, mits……………… buurpoezen hem niet ontdekten. Het werd donker en hij zat er nog steeds. We lieten het maar zo, maar waren best bezorgd

’s Morgens om even over zevenen gordijnen open, geen vogel in de vijver of  daar in de buurt. De hoop was dat “onze” vogel  toch “gewoon” weggevlogen was.

Ik postte mijn blog, dat ik gisteren al geschreven had en was druk aan het typen, toen ik opeens iets “voelde”, uit mijn ooghoek zag ik beweging vóór onze schuifpui; een zwart /witte kat kwam, door de poten gezakt aangeslopen en vlak voor de schuifpui zag ik, ineengedoken: DE vogel.
Ik kwakte mijn notebook op de bank en opende de schuifpui, de vogel vloog niet weg, de kat dacht een seconde na: bespringen of wegrennen; ik brulde, hij stoof weg. (Dat malle mens had hem al vaker weggejaagd ) Ik trok mijn werkhandschoenen aan en pakte de vogel op en zette hem, bij gebrek aan beter, in de schuur. De schuur staat volgepakt met allerhande gereedschap waar hij tussen kan gaan zitten en onzichtbaar kan worden: géén ideale plek voor een bange vogel.

houtsnipMijn lief, die ik wakker maakte wist in de garage een verhuisdoos, zette die in elkaar, plakte hem van onderen dicht, terwijl ik een lap stof zocht en zo was de “tijdelijke vogelopvang” gereed.
Gelukkig zat de gewonde vogel nog stil op het zelfde plekje in de schuur waar ik hem had neer gezet.
Ik pakte hem op en zette hem in de doos en mijn lief zette een bakje water in de doos.
De vogel was mooi!! Roestbruin met allerlei donkere en lichtere spikkels; camouflage.
Zijn kop met zijn oog was prachtig getekend.
Wat nu? Het was te vroeg om de vogelopvang te bellen. Mijn lief kwam op het idee de dierenambulance te bellen voor advies. Die bleek om 8 uur bereikbaar te zijn; dat was het al bijna.  De centralist zei, nadat ik mijn verhaal had verteld dat ze de ambulance zou langs sturen en dat die de vogel naar het dierenhospitaal zou brengen. Tot besluit vroeg ze of ik een kleine donatie wilde geven. Dat wilde ik natuurlijk. ( bij nader inzien bleken we maar 5 euro contant geld in huis te hebben, dus sprong mijn lief op de fiets om snel wat contant geld te halen)

Vóór half 10 kwam de dierenambulance voorrijden. Een “oude rot” in het vak stapte uit, keek naar de vogel in de doos en zei : “Jonge houtsnip, waarschijnlijk tegen het raam gevlogen.” Hij  nam de doos mee: “Dan hoeft de vogel geen stress meer te hebben van het oppakken” De vogel had in de schuur niet bewogen, nu keek hij om naar zijn redder in het gele pak. De man vouwde de doos dicht. Ik gaf hem het het geld. ”O, dan moet ik u een briefje geven ”Dat ging moeilijk met de doos in zijn hand. Ik wuifde het weg ”laat maar zitten” Maar hij vertelde dat hij die bon, in tweevoud van de organisatie schrijven moest.  Daarna  vertrok hij met de houtsnip naar het vogelhospitaal.

We hopen dat de houtsnip het redt.

Hulphond i.o.*)


youp14 weken is de doodle van mijn vriendin.
Hij wordt opgeleid tot hulphond.
Eerst 9 maanden tot een jaar in een gezin, dan een aantal maanden naar de hondenschool, vóór hij  zijn “baan” krijgt; hulphond bij een blinde of gehandicapte.

Deze hulphond heeft iets bijzonders; hij  groeit te snel, daardoor heeft hij last van zijn gewrichten. Hij mag niet veel lopen, niet springen of spelen met andere honden.

Mijn vriendin en haar man gaan een middag en avond weg en wij mogen oppassen.
Dat hebben we al eerder gedaan, met zeker al 6 van haar eerdere hulphonden in opleiding.
Dit is de eerste keer dat we op deze blonde doodle passen.

Hij komt enthousiast binnen. Als mijn vrienden weggaan, kijkt hij even sip, blijft  een tijdje ronddreutelen en ploft dan neer. Waarschijnlijk moe.
’s Middags heb ik kritisch naar onze kerstboom gekeken. Is er iets dat laag hangt en dat leuk is voor hondjes? Een paar dingen heb ik weggehaald, waarschijnlijk was het niet nodig geweest, want hij kijkt niet naar de boom om. Hij heeft speeltjes meegekregen, maar ook daar heeft hij geen oog voor. Het is een relaxed hondje.

Na het eten gaan we even met hem lopen.
Een leuke ontwikkeling is tegenwoordig dat sommige honden een lichtje om hun nek hebben, zodat ze in het donker van veraf te zien zijn.
Nu we de pup bij honden weg moeten houden, is dit lampjesgedoe heel fijn.
We lopen een stukje en zien in de verte een rood en een blauw lampje aankomen; we slaan af. Even verderop  zien we een groen lampje opduiken; we keren om.
Het wordt zo wel een klein rondje. Maar dat is misschien wel goed zo, wat we hebben vergeten te vragen wat “klein” in dit verband is.

We halen een plaid uit de auto, zodat hij binnen een eigen “plekje” heeft, maar hij ligt  eerst liever naast de bank waarop ik zit (ik gaf m zijn eten) later draait hij een rondje op de plaid en valt  daarop in slaap
Natuurlijk moest ik,  vóór hij ’s avonds wordt afgehaald,  nog even een foto van hem onder de kerstboom maken.kerst youp

 

 

*) i.o = in opleiding

Oud (december 2017) dierennieuws

wasbeerIn december vorig jaar is er, in het wild, in het Limburgse Merkelbeek een wasbeer met 4 jongen waargenomen. De Zoogdiervereniging heeft dat bekend gemaakt.

De raccoon, in het Nederlands wasbeer, zijn naam dankend aan het feit dat hij zijn voedsel wast en “kneedt” onder water, komt oorspronkelijk uit Noord Amerika. Hij heeft een zwart “gezichtsmasker” en een zwartgeringde staart met meestal 5 ringen. In de jaren ’30 werd de wasbeer ingevoerd in Duitsland en Rusland voor de pelsdierenfokkerij. Er zijn er wel eens een paar ontsnapt én in 1934 zijn twee wasberenpaartjes in Duitsland uitgezet om de “fauna te verrijken”. De wasbeer is een nachtdier en leeft solitair. Hij  is een alleseter, eet wurmen, slakken en fruit, maar is een echte opportunist; alles wat hij ziet wil hij wel proberen: afval, vogels, reptielen, mais en eikels. Een wasbeer wordt, in het wild,  2 tot 3 jaar oud.
Het ziet er naar uit dat we deze exoot dus ook in Nederland kunnen aantreffen.

Kraaiachtigen

De naam kraai is ontstaan uit het geluid “kra kra” dat de vogel maakt.

In het programma Winterwatch, afgelopen week te zien bij de BBC werd aandacht besteed aan kraaiachtigen. De grootte van de vogels, met gespreide vleugels, werd duidelijk getoond door in karton uitgeknipte, zwarte modellen. Zo werd het heel duidelijk dat een RAAF (Corvus corax) met zijn 1.20m  vleugelspanwijdte de grootste van de kraaiachtige is.

Kraaien werden vroeger gezien als boodschappers van “de andere wereld” en werden (worden?) vaak in verband gebracht met de dood.
Doodgravers werden ook kraaien genoemd.

Soms zie je een kraai of kauw die niet helemaal zwart is maar ook witte veren heeft. Dit is een pigmentkwestie (leucisme). Het komt bij meer vogels voor, maar valt bij zwarte vogels meer op dan bij meerkleurige dieren.

Raven zijn van oudsher “bewakers” van de Tower van Londen;  Sinds Karel II zijn er raven bij de Tower; het verhaal gaat dat zolang er raven bij de Tower zijn, het Britse Rijk niet zal instorten (daarom hebben de 6 raven die daar nu zijn, een eigen verzorger en zijn hun vleugels gekortwiekt zodat ze niet ver kunnen (weg)vliegen)

Ook in kinderseries komen kraaiachtigen voor, zoals Meneer de Raaf  in Fabeltjeskrant en Dolf de raaf bij Alfred Jodocus Kwak.

Bij de Nationale Vogeltelling, die op 27 en 28 januari jl. plaats vond, staat van de kraaiachtigen alleen de kauw in de top tien en wel op plaats 4.
Kauwtjeleven in groepen, vandaar dat we er nooit één maar altijd een heel stel zien. Ze kunnen behoorlijk  schreeuwen en met elkaar “overleggen” in welke boom ze gaan overnachten. De hele ploeg zit dan in een hoge boom, vliegt er één weg, dan vliegt de rest ook luid krijsend op. Als de schemering valt en ze met zijn allen in de “juiste” boom zijn neergestreken valt pas de stilte weer.

 

Nationale vogeltelling

Dit weekend hield Vogelbescherming Nederland voor de 15e keer een tuinvogeltelling. Al jaren zit ik een half uurtje per jaar voor het raam en tel de vogels in mijn voor- of achtertuin.
Er hangen altijd vetbollen en/of potten vogelpindakaas plus de raambol in de winter in de tuin, dus meestal hebben we aan vogels we geen gebrek.
Het advies van de vogelbescherming is om ’s morgens te tellen, dan zijn de vogels het meest actief, “voedingsgericht”. Dus ook dit jaar zat ik  ‘s morgens weer met lijstje en potlood klaar voor het raam. Helaas, dit jaar een vrij stil halfuurtje: Er scharrelde een merel tussen de blaadjes en er zaten afwisselend een pimpel– en een koolmees op de vetbol. Waar waren de (huis)mussen, vorig jaar landelijk nog op 1?Dit jaar in “mijn”halfuurtje geen één gezien.
vlaamsegaaiGelukkig kwamen er nog 2 Vlaamse gaaien*) in de tuin: de één mocht van de ander niet op de bol zitten, dus vloog de één én de ander weg.

Verleden jaar werden er 946.491 vogels geteld! (61.278 tellingen)

*) Ik zag dat in de top 25 van dit jaar de Vlaamse gaai helemaal niet voorkomt!!

 

 

Tekort aan mannen

zeeschildpadEen familielid van me zit momenteel in Australië en appt af en toe haar belevenissen aan de andere kant van de wereld.
Eén van de hoogtepunten van haar reis tot nu toe, was het zwemmen met een zeeschildpad. Op de foto zag ik niet hoe groot zo’n zeeschildpad eigenlijk is, dus stuurde ze een foto van de schildpad mét haar voet erbij. Dán zie je de grootte van deze afstammeling van de dinosaurus
(die 200 miljoen jaar geleden leefde)

Op 27 januari jl. stond er een artikel in de Volkskrant over deze zeeschildpadden, die zwemmen bij het Groot Barrièrerif (het grootste koraalrif ter wereld)
Een verontrustend artikel, want als het zo doorgaat kan het zijn dat deze zeeschildpadden met uitsterven bedreigd worden. Er worden daar namelijk bijna alleen nog maar vrouwelijke schildpadden geboren. (onderzoek toont aan dat 99% van de jonge groene zeeschildpadden op het noordelijk rif vrouwelijk is)

Australische en Amerikaanse wetenschappers wijten dit aan de stijgende temperaturen van het zand waarin de schildpadden hun eitjes leggen. De omgevingstemperatuur tijdens het broeden, bepaalt namelijk het geslacht van deze schildpaddenbaby’s (koelere temperatuur = mannelijke schildpaddenbaby’s)
De opwarming van de aarde, die deze warme zandtemperatuur tot gevolg heeft, zorgt ervoor dat er een scheve verhouding mannetjes/vrouwtjes zeeschildpadden ontstaan is.

Eén mannetjesschildpad kan natuurlijk meerdere vrouwtjes bevruchten, maar als de verhouding erg scheef wordt, gaat het voor de vrouwtjes moeilijker worden om aan een mannelijke partner te komen, plus dat door het kleine aantal parende mannetjes, de genetische variatie geringer wordt.

Ik appte dit naar mijn “correspondente ter plaatse”, zij schreef dat er daar al speciale programma’s zijn om meer mannelijke schildpadden geboren te laten worden.
Dat klinkt hoopgevend. Ook toekomstige generaties mensenkinderen kunnen dan de ervaring om deze vegetariër in de natuur te zien zwemmen of zelfs mét hem (of haar) te zwemmen, hebben.