Boek: ’t Hooge Nest

Roxane van Iperen, juriste en auteur komt met haar gezin in 2012 in huize “t Hooge Nest” aan de Driftweg in Naarden te wonen.
Het huis heeft een bijzondere historie, die de schrijfster gaat onderzoeken en opschrijven; dit boek komt daaruit voort.

Het boek begint met de liedjesschrijver Dirk Witte(1885-1932) die in 1920 dit landhuis laat bouwen.
Dirk Witte schreef oa de liedjes” Mensch, durf te leven” en ” Mijn eerste” (meisje van de zangvereniging) Liedjes die conferencier Jean Louis Pisuisse ( 1880-1927)  GROOT (onvergetelijk?) heeft gemaakt.

Het boek eindigt met de schrijfster die op een begraafplaats het graf van Dirk Witte zoekt én vindt
(in 2005 is Dirk bijgezet in het familiegraf van zijn vrouw J.Looman)

Tussen deze twee gebeurtenissen in worden de belevenissen van Janny en Lien Brilleslijper en hun familie en bekenden beschreven. Een  Joods gezin dat in de Tweede Wereldoorlog hun geliefde Amsterdam moet ontvluchten omdat ze én Joods zijn én in het Verzet zitten.
Ze huren, gemeubileerd en al, ’t Hooge Nest, een (buiten)huis van 2 Amsterdamse dames in goede doen.
Het huis is groot en ligt afgelegen (omringd door bos) en blijkt ideaal te zijn om Joodse onderduikers plek te geven.

De stijl van schrijven vind ik meer verslagleggend dan verhalend; in het begin van het boek had ik het daar moeilijk mee.

Als het boek “klaar” is met de belevenissen in het rond het huis te beschrijven en de gruwelen in de kampen, waar de familie daarna verblijft, beschrijft, is het bijna goed dat het een opsomming van gebeurtenissen, met “afstand”, weergeeft; het is zó al erg genoeg om deze echtgebeurde gruwelen te lezen.

Dat mensen dergelijke gebeurtenissen tegelijk: géén (weinig) eten, kou, dicht op elkaar gepakt, geen enkele privacy, ongedierte, ziektes en omringd door de dood, kunnen overleven is onbegrijpelijk.
Waar haalden die mensen de kracht vandaan?
Hoop, dat het leven ooit weer GOED zal zijn, geeft hen de kracht om alles te doorstaan en door te gaan. SAMEN, want alleen red je het niet in de kampen, is hun ondervinding!

De regels van Dirk Witte ’s” Mensch, durf te leven” krijg nog meer betekenis:



Je leeft maar heel kort, maar een enkele keer
En als je straks anders wilt kun je niet meer!
Mensch, durf te leven!

Boek: Zon – Lucinda Riley

Onlangs kreeg ik een,728 pagina’s tellend, boek te leen dat het 6de boek is in een 7 delige reeks.
(deel 7  komt 6 mei a.s. uit.) De zeven zussen
De delen zijn goed afzonderlijk te lezen, zo werd me door de uitleenster verteld, toch bleef het boek “even” onder de koffietafel vóór ik er in begon.


Een deel van het boek speelt zich af in Afrika en wordt door een oma aan haar geadopteerde, in New York wonende kleindochter verteld.
Het is een ander Afrika dan ik ken: “mijn” eerste keer Afrika was stoffig, geel, beige weinig kleur, veel woestijn met prachtige sterrenhemel  ’s nachts en oranje/rode zonsopgangen (Mauritanië)

Een gedeelte van dit boek speelt zich af in Kenia, met leeuwen en badderende nijlpaarden, met het nomadisch volk  de Masai en een blank stel dat zich aanpast aan de Masai (ook veehouders ) en gedeeltelijk zo leven én andere blanken die champagne drinkend en feesten gevend zich door de dagen heen begeven.



Als de oma vertelt is er voor een aparte benadering gekozen, die niet beschouwend, verhalend is, maar een letterlijk verslag of je er zelf bij bent, heel gedetailleerd en beeldend beschreven.
Als de oma moe wordt van het vertellen kom je, als lezer weer terug in Manhattan en wordt het snelle leven van de kleindochter weer opgepakt.
Mij waren die overgangen wat “heftig” dus legde ik het boek “even” weg, zodat de overgang naar “het andere leven” wat rustiger verliep.

Een bijzonder boek dat mij zeker een tijd bezig hield; vol tegenstellingen rijk en arm; blasé en betrokken actievoerend; zwart en wit; het snelle leven(met cocaïne) in Amerika tegen het bijna kabbelende leven in Afrika, dat draait om de seizoenen en op basics.

Ook dit boek gaf me weer “iets” (wijze woorden)  die ik bij me zal dragen.
Dit keer een uitspraak van de Deense filosoof Sören Kierkegaard (1813-1855)
In het boek geeft de adoptievader, voor zijn sterven, deze woorden mee aan deze dochter .

Het leven kan alleen achterwaarts begrepen worden, maar het moet voorwaarts worden geleefd.

Eén boekenzin.

Soms krijg je een boek te leen dat je leest, waarvan je niet stuk bent, maar…….
dat je wel iets geeft.

Zo’n boek kreeg ik laatst te leen: de misdaadroman “De imker “ geschreven door de Nederlandse schrijver Job Vis die schrijft onder het pseudoniem Jacob Vis.



Het boek begint met de aanslag op Koninginnedag  in 2009, waar een auto inrijdt op een optocht waar ook de koninklijke familie deel van uitmaakte met als resultaat 8 doden ( Beatrix was toen koningin)

Een boek of film die een evenement beschrijft dat je zelf hebt meegemaakt (ook al is dat via de t.v.) heeft altijd iets extra’s. Je hebt, behalve de  interpretatie  van de schrijver of filmmaker ook je eigen herinneringen aan die belevenis.

In “De imker” is deze begingebeurtenis slechts een verwijzing, maar het is een wel een “goede binnenkomer”
Daarná vind ik het een chaotisch boek dat gaat over de Oekraïense  Maffia, over het leven van zwart en wit in Zuid Afrika, over het bankwezen, over de handel in organen, over de politie, het leven van een Nederlandse jonkvrouw en haar bastaard broer, het boerenleven met het slachten van varkens, het stervensproces van een ernstig zieke, een ontvoering, moord en zelfmoord én het kweken van een agressief bijenvolk
Voor mij een beetje (te) veel aan onderwerpen.

Waarom schrijf ik dan tóch een blog over dit boek?
Soms lees je een (dik) boek, in dit geval 406 bladzijden, vind je het maar zozo maar staat er één zin in die het lezen van het hele boek de moeite waard maakt.
Eén zin die je bij blijft, één zin die je zélf bedacht zou willen hebben.
In dit geval laat de schrijver één van de figuren de vraag stellen: “ Nieuws? Wat heet nieuws?”
En dan komt het antwoord: “Alles wat er eerst niet was”

Dát vind ik een mooie definitie van wat nieuws is, niet het geijkte “de actualiteit” maar
“iets dat er eerst niet was”
Ik herkauw de zin en neem hem mee, mijn verder leven in.

Boek: Zondagskind

Schrijfster: Judith Visser
Met als ondertitel: Alsof opgroeien nog niet lastig genoeg is.


Publicatie 2018

Soms lees je een boek waar je, ook als het uit is, niet van loskomt.
Zo’n boek is Zondagskind.
Het heeft me diep geëmotioneerd, zo erg dat ik soms niet verder kon lezen.

Het gaat over een autistisch meisje: Jasmijn Vink.

De schrijfster Judith Visser
( geboren 1978 Rotterdam) heeft dit autobiografische boek geschreven omdat ze, zoals ze zelf zegt “Boeken  wil schrijven die voor mensen iets betekenen”
Dat gebeurde zeker bij Zondagskind
Zelf heeft Judith een vorm van het syndroom van Asperger,  maar kwam daar pas achter toen ze al volwassen was.
Het is een vorm  autisme,  een ontwikkelingsstoornis. Dit wil zeggen dat bij iemand met Asperger, zo las ik, de problemen in de sociale omgang al vroeg in het leven duidelijk worden, al duurt het soms nog jaren voordat echt een diagnose gesteld wordt.

Ook Judith kon, net als het boekfiguur Jasmijn Vink al op haar derde lezen, werd letterlijk ziek van verjaarsfeestjes en voelde zich veel beter op haar gemak bij dieren dan bij mensen.
Judith heeft nu 2 wolfshonden waarvan één naar lezingen meegaat en de ander naar bezoek van scholen: Yuriko en Fontana
Jasmijn had één hond “Senta”.

Jasmijn ontdekt, als ze 11 jaar is de muziek van Elvis Presley; er komen posters van hem op haar kamer. Ze praat niet vaak met “echte” mensen, wél met  de poster van  Elvis.
Dat is NIET gek, want ’s morgens zit de hele klas ook allemaal met gesloten ogen en gevouwen handen in de klas voor het ochtendgebed. Zoals Jasmijn zélf opmerkt “Spreken ze dan ook met iemand die geen van ons ooit gezien of gehoord heeft. En dát wordt door niemand gek gevonden”

Een geweldig, bijzonder geschreven boek; een boek dat ik niet meer vergeet!
Een aanrader voor mensen die willen lezen hoe “anders” de zogenaamde gewone wereld ook voor iemand kan aanvoelen; alsof je op dezelfde planeet woont maar géén spelregels hebt gekregen, alléén jij niet



Schrijfster: Judith Visser

















Een moderne klassieker.

Van Sinterklaas kreeg ik een boek: De jongen, de mol, de vos en het paard.
Eigenlijk is een boek NIET de juiste benaming. Ja, het is een kaft met gebonden beschreven vellen papier maar het is zoveel meer; het is een soort totaal beleving!
Tekst en tekening én een beleving zoals bij als Omdenken (een manier van denken en doen, waarbij je kijkt naar de werkelijkheid zoals die is en onderzoekt wat je daarmee zou kunnen)


Ja, er staan letters in (weinig) De hoeveelheid tekst heb je in nog geen 15 minuten gelezen (maar dat is zonde, dan zinkt het niet in)
Het lettertype (ontworpen door William Collins) ziet eruit alsof het met de hand beschreven velletjes zijn.
De tekeningen zijn voorstellingen met “simpele” lijnen, bijna allemaal met het zwart (af en toe beetje bruin en blauw)

De tekst komt binnen (bij mij in ieder geval wel)
Zeker bij herlezing (en)

Een paar van de teksten mét tekeningen heb ik hier afgebeeld om u een beetje een idee te geven van het bijzondere van deze “totaal beleving”

De schrijver, de Brit Charlie Mackesy (geb.1962) begon als cartoonist en boekillustrator. In zijn persbericht staat dat hij niet op een art school heeft gezeten maar 3 maanden in Amerika van een portretschilder de kneepjes van het vak heeft geleerd en “iets “over anatomie.

De vertaling is van Arthur Japin (1956)Nederlands acteur, schrijver en (dus) ook vertaler.
Ik las in één van de boekrecensies: Een moderne klassieker, die je kijk op het leven verandert.

Ik denk niet dat het MIJN kijk op het leven verandert, maar het out-of-the-box denken wat in dit boek gedaan wordt, verruimt je geest

Vaak zeggen antwoorden op (filosofische) vragen iets over degene die de vraag beantwoord!
In dit boek komen de antwoorden van een jongen, een mol, een paard en een vos.
De laatste is vooral stil, want het leven heeft hem pijn gedaan.


Nog één bladzijde over het halfvolle of halflege glas; een totaal “andere” benadering van de jongen uit het boek.

Ik heb ooit nog een andere benadering gehoord van dit vraagstuk.
Niet het antwoord van de optimist: halfv
Niet het antwoord van de pessimist: halfleeg,
Maar het antwoord van de ingenieur was nieuw voor mij: “Het glas is twee keer zo groot als nodig is om de aanwezige vloeistof te omvatten”

Zoveel antwoordmogelijkheden op een “simpele” vraag!

Ik zei het al: Een bijzonder Sinterklaascadeau dit jaar.

Bloemen en haar vrienden

Een tijdje geleden schreef ik een blog over Verkade boeken van Jac.P Thijsse en J. Voerman jr.
Het boek dat beneden ligt en dat ook nu nog gebruikt wordt is dat van de Paddenstoelen.
De anderen, zo moet ik bekennen lagen “ergens” in een kast en haalde ik pas voor dat blog te voorschijn.

In mijn beleving keken mijn vader en ik naar het vlinderboek om vlinders, die we gezien hadden op te zoeken. Dat was dit boek dan niet! Er staan niet zoveel vlinders in en ook zijn er veel  lege plekken waar plaatjes horen te zitten.

Het “echte” boek met vlinders is vermoedelijk “de familie uit” gegaan en ligt wellicht nu bij een ander in de kast.

In dit boek zag ik weer een paar (Verkade)plaatjes van planten die ik (niet zo lang geleden) zelf ook gefotografeerd had en waarvan ik de namen nog kende uit de tijd dat mijn pa en ik samen met de natuur bezig waren.
Van de knautia …

…. en de vlinderstruik ! ( Zowel het plaatje in het boek als óp mijn foto mét Atlanta )

……en de dagkoekoeksbloem ( had ik nog foto’s op mijn telefoon zitten!)

Natuurlijk is zo’n oud boek altijd leuk om te bekijken, de taal die erin staat alleen al:”…ik herinner mij nog heel goed, dat wij door die beweringen van Plateau [Belgische professor]  erg gestoord werden in onze genotvolle bewondering voor de kleurige bloemen en hun aantrekkelijkheid voor insecten”
Dát schreef Dr.Jac.P Thijsse in 1934!

Ik hoop dat de boeken in de familie kunnen blijven en ook later nog bekeken worden. Zo’n boek uit 1934 voelt toch anders dan internet info

Natuurkennis via Verkade

Wie nu in het bos loopt, en dat doen we allemaal méér dan voor het Coronatijdperk, ziet veel paddenstoelen. Ik zag er van de week heel veel, ook “aparte” (zie lager in mijn blog)

Ooit hadden mijn ouders  (of grootouders misschien?) Verkadeplaatjes gespaard en in een boeken geplakt. Er waren bij ons thuis daarvan boeken over allerlei onderwerpen. We hadden onder andere het boek PADDENSTOELEN, geschreven door natuurbeschermer, onderwijzer en schrijver
Dr. Jac.P Thijsse (1865-1935)
Als we na een boswandeling thuiskwamen gingen mijn vader en ik de paddenstoelen die we gezien hadden opzoeken in het Verkadeboek. (Dat deden we ook met vlinders in een ander Verkadeboek

Niet alleen Verkade had, in die tijd, dergelijke plaatjesacties om mensen aanzetten meer te kopen en zo hun boek vol te krijgen;  We hadden ook  boeken van Koek en Beschuitfabriek v/h G.Hille & Zn en één van Koffiebranderij en Theehandel Kannis & Gunnik.  
De boeken die wij hadden zijn uitgegeven in 1928 en  1930!

Door een wonder zijn ze in de familie gebleven; mijn beide ouders zijn allang dood en ik wist niet dat deze boeken nog “ergens” waren. Tot dat een paar geleden mijn jongste broer sterven ging en me vertelde van de Verkadeboeken in zijn bezit, ik móest ze meenemen, zó bleven ze in de familie ( én, anders, zei hij, zijn ze nu, als oude boeken, geld waard)
Dat laatste deed me niks, ik zou ze zeker niet verkopen, vond het enig een stukje jeugd te zien herleven aan de hand van deze boeken.

Ook nu kan ik thuis, als ik een onbekende paddenstoel gezien heb, in het Verkadeboek kijken hoe die heet.

De tekenaar uit het paddenstoelenboek is  Jan Voerman jr.
De toevoeging junior wil zeggen dat er ook een senior is en inderdaad ook vader zat “in het vak”.  Senior schilderde,  na de Rijksacademie (Amsterdam) gevolgd te hebben, voornamelijk stadgezichten, landschappen en bloemstillevens
Jan Voerman sr (1857-1941) trouwde in 1889 met Anna Verkade en het echtpaar besloot in Hattem  te gaan wonen.
Jan Voerman sr.

Jan junior werd dan ook  in Hattem*) geboren (1890-1976)
Als kind werd hij al gefascineerd door de wereld van planten en insecten. 

Als vijftienjarige al kreeg Jan Voerman junior zijn eerste echte opdracht: Grootvader Verkade vroeg hem in 1905 of hij tekeningen kon maken voor de natuuralbums die de firma Verkade uit wilde brengen (Verkade had eerst  zijn schoonzoon [Voerman senior] gevraagd of die de illustraties wilde maken, maar die zei: “Vraag dat maar aan Jan”.)
Junior werkte ruim 20 jaar aan de albums tot Verkade hiermee stopte!

 



*) In Hattem staat ook het Voermanmuseum, waar werk van vader en zoon Voerman te zien is.
Een echte aanrader als je één of meer van de Verkadeboeken mooi vindt.


De zigeunermadonna.

Waarom lees je een bepaald boek?
Als kind kreeg ik boeken aangereikt, van ouders en familie.
Ik was en ben, gek op lezen.
Van (middelbare) school moest ik bepaalde boeken lezen.
Jaren las ik alles wat los en vast zat, boeken van de bibliotheek, van vrienden en natuurlijk stonden op mijn vejaarlanglijstje altijd boeken!
Verder kocht en las ik wat me interesseerde of van welke auteur me aansprak .

Jaren later werd ik lid van een boekenclub; eens per kwartaal kreeg ik een folder en daarin las ik waar een boek overging of iets over de auteur, daarop bepaalde ik mijn keuze, totdat ik na decennia geen boeken meer in die folders meer vond die ik óf nog niet gelezen had óf die me aantrokken.

Nu kreeg ik, in de Coronatijd, van een vriendin, 3 boeken; lezen en doorgeven was de boodschap.
Twee las ik. De derde sprak me in het geheel niet aan; de kaft met zo’n zoetig plaatje dat vroeger in kiosken op de schap bij de kasteelromannetjes lag. Ook de titel werkte niet mee “De zigeunermadonna” ik had daar zo’n beeld bij van een wulps meisje met afhangende schouderbandjes. Mooi (dat meisje, niet het plaatje) maar niet mijn stijl. De naam van de schrijfster tenslotte deed me denken aan een bepaald type FIAT van vroeger

Maar in Coranatijd kon je, voor ontspanning, weinig anders doen dan lezen. En toen mijn beschikbare stapel boeken*) slonk begon ik  aan dát boek.

Eigenlijk had ik moeten weten dat de Zigeunermadonna een beroemd paneelschilderij geschilderd door Tiziano Vecelli of Vecellio (beter bekend als Titiaan 1490-1576) was.

Het verhaal begint in 1985 als de moeder van de hoofdfiguur overlijdt en spring terug naar de tijd vóór zijn geboorte toen zijn Franse moeder verliefd werd óp en trouwde mét een Duitse soldaat (de bezetter, zoals heer Franse plaatsgenoten haar later nadroegen)
Het leven van de moeder én het kleine “moffenjong” zoals zijn plaatsgenoten hem noemde was zwaar.  De moeder, die haar zoontje alleen moest opvoeden kon nergens anders heen en dus bleef in het gebied waar iedereen haar (en “dus”  ook haar zoon) als verraadster zag.

Het boek zoog me mee, in de tijd vlak ná de oorlog.
Ik had indertijd ook verhalen van MIJN moeder gehoord over vrouwen (meisjes) die in de oorlog  “moffenvriendjes ” zoals dat toen heette, hadden gehad en na de oorlog werden kaalgeschoren en bespot. Nu las ik hoe een Franse vrouw die “behandeling” van dorpsgenoten (inclusief de pater )tot  jaren na de oorlog nog, heeft moeten ondergaan, terwijl haar enige “fout” was verliefd worden.

De jongen in het boek raakt door zijn jeugd, waarin hij lang zijn stem kwijt geweest is, ernstig beschadigd en heeft moeite om zich te hechten en lief te hebben als ook de, als stiefvader beschouwde vriend van zijn moeder, hen verlaat.

Een  goed geschreven boek dat vooral aan het eind een beetje genre “kasteelroman” gaat, als de liefde van de, man geworden jongen, voor een vroeger schoolvriendinnetje beschreven wordt .
Dát stukje “eind goed al goed” had voor mij niet gehoeven.


De Zigeunermadonna door Santa Montefiore pag 13 t/m 334


*) Ik lees liever “papier” dan via e-reader

Mak’s Epiloog

In 2019 schreef Geert Mak het boek Grote Verwachtingen, een vervolg van zijn boek In Europa.
Het boek gaat over de eerste twee decennia van deze eeuw.
Dit boek heb ik NIET gelezen.
Recensies: erudiet, goed geïnformeerd en mooi geschreven  en  in feite een samenvatting van het meest depressief stemmende nieuws.

Wat ik wél las was zijn Epiloog.
Geert Mak richt zich daarin (net zoals in Grote verwachtingen)  tot een denkbeeldige geschiedenisstudent uit 2069. Epiloog begint met “Waarde vriend. Wie had ooit kunnen denken, dat ons rondtollende bestaan zo plotseling in het luchtledige zou belanden. Zo’n drie maanden geleden dacht ik dat we klaar waren met deze periode, dat jij en ik elkaar de hand konden drukken en dat we elk ons weegs konden gaan, ik naar mijn eigen tijd, jij een halve eeuw verder.”

Epiloog beschrijft de toestand zoals die ontstaan is door het nieuwe virus met de naam SARS-CoV-2 ofwel Severe Acute Respiratory  Syndrome Coronavirus 2, ofwel COVID-19.
Er worden eerdere pandemieën in beschreven, zoals pest en pokken en ook de gevolgen daarvan:
“Pandemieën vormen, net als hongersnoden en natuurrampen telkens weer diepe ingrepen in de menselijke geschiedenis, door alle eeuwen heen. Ze versterkten de posities van vorsten en andere machthebbers, ze rechtvaardigden de meest drastische overheidsmaatregelen van huisvredebreuk tot detentie”

Het is een boek om verdrietig van te worden; dat is de situatie waar we nu in zitten ook.
Mak beschrijft het menselijke aspect; de economische  gevolgen van de pandemie wereldwijd én in Nederland : ”Deze crisis betekent een economische en sociale ordeverstoring op een niet eerder vertoonde schaal”

Zelf heb ik me in deze Coronatijd weggehouden van cijfers.  Omdat je door onderzoek (hoe? onder wie? door wie?) verkregen cijfers op verschillende manieren kunt interpreteren.
Zoals de cijfers van de Corona doden; alleen de mensen die getest zijn of bewezen Corona hadden en overleden zijn, telden mee. Terwijl er vele malen meer mensen overleden (meer als anders) die NIET getest waren, maar wel dezelfde klachten hadden gehad als de Coronapatiënten
Wie houd je dan, met de lagere cijfers,  voor de gek

Geert Mak bedient zich in deze epiloog soms ook van cijfers (en hun bron) en geeft meteen ook vergelijkingsmateriaal.
Zoals bijvoorbeeld het cijfer, dat voorspeld  wordt door de Europese Commissie, van krimp voor de hele Eurozone: 7,5%. Ter vergelijk; op het diepste punt van de bankcrisis (2009) kromp de Europese economie met 4,5%.
Het wordt een crisis die veel dieper zal reiken dan die bankcrisis een die nu al wordt vergeleken met de Grote Depressie van de jaren dertig.

Er zijn ook mensen die denken dat het “allemaal wel mee zal vallen”, anderen denken dat het één groot complot is tegen de burgerbevolking, én er zijn ook mensen die de gevolgen door ziek te zijn, of door het verliezen van inkomsten of baan NU al voelen.
Als je deze epiloog gelezen heb weet je dat het ook in de toekomst NIET mee zal vallen!
Mak: “Dit virus zal een wereld scheppen die minder welvaren, minder vrij en minder open zal zijn”

Ik vrees dat hij gelijk zal krijgen.
Wat zou ik graag, in 2069,  over de schouder van die geschiedenisstudent  kijken als hij deze epiloog leest én NU weten wat hij DAN weet!
Misschien is het maar goed dat we niet weten hoe dit af gaat lopen!


Geert Mak (1946- )

Journalist en auteur. Hij is geen historicus*) in de zin dat hij geschiedenis heeft gestudeerd;  wél werd hij tot 2 keer toe gekozen tot historicus van het jaar en ontving hij voor zijn boek “In Europa” in 2008 de Leipziger Buchpreis zur Europaïsche Verständigung en in 2009 de De Otto Von der Gablentz Prijs (eens in de twee jaar door het Duitslandinstituut uitgereikt aan een Nederlander of Duitser die zich heeft ingezet voor goede betrekkingen tussen Nederland en Duitsland)
Oók in 2009 benoemde de Franse regering  hem tot Ridder in het Légion d’Honneur.

*) Hij studeerde rechten en sociologie en doceerde (1972-1975) staats- en vreemdelingenrecht aan de Universiteit van Utrecht

Het beste tijdschrift

vandaag
Ik ben geabonneerd op het beste tijdschrift van de Benelux.
Dat vind ik niet alleen maar ook de jury van de Grand Prix Content Marketing; Een magazine met mooie integere verhalen. 

Het bijzondere is dat dit blad gratis is, je kunt een gratis abonnement aanvragen bij www.apgen.nl

Het intro van het blad is: Al jong leer je praten schrijven en rekenen maar hoe leer je leven? Oog te hebben voor je eigen behoefte én die van de ander? En daarin een balans te vinden? Hoe leef je met alles wat er op je pad komt? Dat vraagt levenskunst.

Het blad komt 4x per jaar uit.

Het  blad wordt uitgegeven door het ApostOlisch Genootschap, daarvan is de geloofsbasis dat alles één oorsprong heeft en dus verbonden is.

Een bijzonder blad!