Levensreddende pindamengsel

Het aantal mensen dat honger lijdt, ondervoed is neem toe.
Redenen zijn onder meer; extreme droogte, mislukte oogsten, gestegen prijzen én de oorlog in de Oekraïne. Ik las dat verleden jaar wereldwijd 2,5 miljoen kinderen aan ondervoeding stierven. Veel Goede Doelen proberen hieraan wereldwijd hier iets aan te doen.

Onlangs kreeg ik een hulpvraag van Unicef, een doel dat we al jaren met een vast bedrag steunen. De brandbrief: een noodkreet om “iets extra’s” te doen aan ondervoede kinderen in Soedan!

3 miljoen kinderen, jonger dan 5 jaar, zijn daar ondervoed, waaronder 650.000 ernstig acuut ondervoed!
Helaas krijgen we al jaren van tijd tot tijd dit soort brieven: Honger, ergens in de wereld; het lijkt nooit beter te gaan; nooit ECHT op te lossen.
Wat deze brief, in mijn ogen, iets hoopvoller dan alle eerder brieven maakte was een concreet genoemde oplossing (helaas) niet voor de lange termijn, maar wel een oplossing voor NU:

Plumpy Nut, een therapeutische pindapasta (zo’n 2 jaar zonder koeling houdbaar) waar ondervoede kinderen mee “gered” kunnen worden. Dit zakje met pindakaasmengsel (behalve pinda’s ook plantaardige olie, melkpoeder, hoogwaardige proteïnen, vitaminen en mineralen) wordt razendsnel in het kinderlichaam opgenomen en kan levensreddend zijn

Een donatie wordt gevraagd voor de pindapasta én voor training van zorgverleners ter plaatse (acute hulp én preventie)

Ter illustratie van wat er met donaties gedaan kan worden:
Voor € 1.000,- kunnen 7 ernstig ondervoede kinderen 8 weken lang, dagelijks 3 zakjes levensreddende pindapasta krijgen.
Giften zijn welkom op IBAN NL 86 INGB 0000 0001 21 t.n.v. Unicef Nederland; omschrijving  SOEDAN 10704800.







Flitsdaten

Een vriend, 36 jaar zonder relatie, had het aan zichzelf toegegeven: Op de “gewone” manier zou hij waarschijnlijk niet de liefde van zijn leven tegenkomen. Dus was hij geswitcht naar de chatmanier. Op een datingsite, een tijdje heen en weer chatten, dan een afspraakje in een pretpark, midgetgolfbaan of bioscoop.
Het is nooit tot een 2de afspraakje gekomen; de ene keer niet van zijn kant, een andere keer wilde zij niet.

Toen heeft hij zich ingeschreven om een avond te gaan flitsdaten.
3 minutengesprekjes met veel dames, na elk gesprek een kaartje invullen met een “ja” of een “nee” erop; kaartjes aan de eind van de avond inleveren; de volgende dag hoor je óf en hoeveel ja/ja ’s er waren en krijg je gegevens van de betreffende dame en kun je zelf een afspraak maken.

Die vriend wilde vooraf overleg met mij welke vragen hij zou stellen.
Mijn wedervraag was: Wat wil je van haar weten?
Hij is blijft een onverbeterlijke romanticus, eigenlijk denkt hij dat als hij HAAR ziet dat hij het dan meteen zal weten! Dus eigenlijk is, in zijn optiek, vragenstellen overbodig.
Ik breng hem weer op aarde terug!

Dit had tot dan toe NIET gewerkt en bij flitsdaten iemand al dan niet lang aankijken en dan een “ja” of “nee” op een kaartje invullen zonder vragen te stellen, lijkt me niet de bedoeling van een speeddate ( en ongemakkelijk voor de dame aan de andere kant)
Dat zag hij ook wel in.
Welke vragen had tot dan bedacht?
Eigenlijk maar één: Wat zou je mij willen vragen?
De vriend heeft humor!

We hebben samen een paar vragen bedacht.
Overbodig te vermelden dat het flitsdaten voor hem NIET gewerkt heeft.

Ik ben later wel op zijn huwelijk geweest.
Drie jaar na zijn zelfgekozen flitsdate stop.
Hij kwam HAAR tegen bij een gezamenlijke vriend en inderdaad sprong de vonk meteen over.




Moraal: niets doen en afwachten tot de ware op komt dagen lukt niet altijd!
Je kunt soms het geluk een handje helpen, maar gebruik dan wel een methode die bij je past.
En soms, heel soms, heeft het geluk tijd nodig, komt het later
              
               

Rookmelderperikelen

Eens belde mijn schoonzus, ze hoorde een rare piep in huis en kon het niet vinden, zou haar broer daar eens naar willen kijken.
Dat wilde hij wel.
We liepen door het huis en hoorde het geluid ook. Het was alsof een paar straten verder een auto achteruit aan het rijden was. Mijn man ontdekte uiteindelijk het ding; een rookmelder met lege batterij. Het gepiep was om te waarschuwen dat de batterij leeg was. Door het zwakke gepiep werd ook meteen duidelijk dat het ook bijna gedaan was met de krachtbron van de waarschuwingspiep.
Mijn lief voorzag de rookmelder van nieuwe batterijen en het geluid was verdwenen: Blije zus!

Ooit kochten wij een rookmelder en mijn lief installeerde hem in de huiskamer.
De huiskamer heeft een openkeuken. De eerste keer dat ik de deur van de vaatwasser, die nét afgelopen was, opende begon de rookmelder te loeien. En ook een paar keer daarna.
De rookmelder bleek goed te werken, maar niet voor het doel waarvoor hij ontworpen was; FOUTE rook melden! Dit was “stoom” die elke keer ontsnapte als we de vaatwasser te snel nadat hij afgelopen was, open deden.

Mijn lief verplaatste de rookmelder naar halverwege de trap.

Per 1 juli van afgelopen jaar moest er (wettelijk) een rookmelder komen op ELKE etage. We kochten er 2 bij, één voor de zolder en één voor de huiskamer (de melder van boven de trap gold voor de eerste etage)
We wisten heel goed waar de huiskamerrookmelder NIET moest hangen, maar waar wel??

Uiteindelijk vonden we een plek ver van de vaatwasser, ongeveer midden in de woonkamer.
So far so good.

Tot……
Vannacht.
Om half 4 werden we gewekt door een vreselijk geloei.
We schrokken ons de tandjes en vlogen naar waar het geluid vandaan kwam: de rookmelder.
Wij zijn allebei geen 2.60m of daaromtrent en kunnen dus niet zó bij de knop om het ding uit te zetten (aan het plafond) Trapje pakken dus.
Trapje staat in (de naam zegt het al) de trapkast. Vooraan, dus zó gepakt. Midden in de kamer neerzetten en de 3 treetjes op om op de knop te drukken.
Daarna goed rondgekeken of er écht nergens rook was.

Ik keek ook even naar buiten; het was donker, maar ik kon geen horde mensen voor de deur zien, hetzij met een brandblusser om ons te redden, hetzij om te klagen over het vreselijke geloei!
Na check, check en dubbel check, zette mijn lief de rookmelder weer op scherp (stel dat er later toch iets zou zijn) en we vertrokken weer naar boven.

Het slapen ging moeilijk, de adrenaline bleef door ons lijf stromen; de eerste schrik, het zoeken naar rook, het afzetten van de herrie, het eiste slaaptol!
Mijn lief bleef proberen.
Ik ging naar beneden mijn blog over aubergines vervolmaken; slapen zou niet meer lukken.

Ik zat lekker in mijn research toen…………….. het kl..e ding weer begon te loeien; half 7.
Trapje pakken en onder de melder zetten en….. toen hield  hij er zelf mee op.
Manlief komt de trap af, ziet dat het onder controle is en probeert “nog even” te slapen.
Ik sluit de computer af en duik onder de douche. Ik hoop wakker te blijven gedurende de dag!

De volgende dag worden alle rookmelders schoongemaakt (moet eens in de 3 maanden, maar deze hing pas sinds 1/7) en nagekeken door mijn lief.

We hopen vannacht te kunnen doorslapen zonder rook én geloei!


Terrasgesprek dat je niet wil horen

We zitten op een terrasje en hebben net een lunch besteld als er 2 tafeltjes verder 2 wat oudere echtparen neerstrijken. De dames bestellen een tosti en de heren samen een porti bitterballen.
Het terras is verder leeg.

Wij hebben net onze lunch voorgeschoteld gekregen als het verhaal  twee tafels verder verteld wordt. Het is geen afluisteren wat we doen, zelfs als we niet willen wordt dit verhaal met luide, wel geaffecteerde, stem aan ons opgedrongen.

Weten jullie het van het ongeluk? –
“Bedoel je van het kind dat overreden is? Hoe oud was ze?”
– Twee jaar
– De eerste dame pakt haar telefoon.
“Je bedoelt toch niet dat je er foto’s van hebt?”
De andere dame is aan het swipen en laat vervolgens haar telefoon aan de andere dame zien.
Afschuw: “Hoe kom jij aan die foto?”
– Mijn fysiotherapeute heeft eerste hulp verleend.-
De, op de telefoonkijkende dame griezelt “Je ziet bandensporen op haar”

Op dit moment wil ik weg, niets meer horen, maar we zijn halverwege onze lunch. Ik weet dat ik niet met volle mond mag praten maar ik begin een gesprekje met mijn lief.
Die me onmiddellijk begrijpt: wie praat kan niet luisteren (naar het andere gesprek).
We happen onze lunch snel weg, laten het drinken staan en gaan BINNEN afrekenen.

Niet op alle terrasjes is het leuk toeven toeven en dat hoeft dan niets met de kwaliteit van het eten, drinken of de bediening te maken te hebben!


Blijvende veranderingen na Corona

Tijdens de Coronatijd, in de tijd van inentingen, afstand houden, winkels dicht, clubs en Horeca gesloten en thuiswerken, zijn dingen veranderd. Dingen die, nu de ergste piek (hopelijk) voorbij is, niet meer teruggedraaid zijn:

Begroetingen:
Drie kussen ter begroeting was “normaal”, sommigen deden het dan wel niet op de wang maar “in de lucht”, maar toch bleef het 3x.
Nu zoent bijna niemand meer, en zeker geen 3x.

Onlangs kwam ik in een restaurant waar familie al zat; we hadden iets te vieren. De gastvrouw en heer zaten al binnen toen wij binnenkwamen. Vóór ons kwam een bekende binnen. Zij gaf de toon aan: binnenkomend ”Dag allemaal, fijn jullie allemaal te zien” en ze schoof aan. Geen hand, geen kus alleen een verbale groet.
Ik deed hetzelfde, hoewel ik het wel wat “koud” vind om zelfs de jarige niet te knuffelen.
Niemand, na mij, deed dat, of gaf zelfs maar een hand.

Toen het onderwerp ter sprake kwam was de algemene tendens: Blij ervan af te zijn.
Geen van de aanwezigen zoende bij begroeting eigenlijk meer.
Ze hadden kennelijk vóór Corona allemaal al een hekel gehad aan 3x zoenen.

Ik wacht af en kijk aan wat de ander doet, maar mensen waar ik van houd zou ik graag even een knuffel geven, geen 3x maar wel één!
Tegelijk weten we allemaal dat er weer een virus (Corona of een ander) de kop op kan steken en dat een kus of handshake voldoende kan zijn om elkaar dan ziek te kunnen maken.
De tijd van argeloze kussen of knuffelen is voorbij!

Iets oppakken:
Als er iets, papiertje blikje of zo op de straat lag en er was vlakbij een prullenbak pakte ik het altijd op en gooide het erin.
Nu pak ik niets meer op wat niet van mezelf is, je weet immers niet van wie (corona of?) of wat het geweest is? Ik vind het erg, wat er ligt veel rommel op de grond.

Laatst lag hier in de straat heel veel kleding. Geen zak, losse kleding.
Het regende en werd nat, het werd steeds meer uitgespreid (honden? katten? zoekende mensen?)
Ik ergerde me groen en geel, maar ging het ook niet oppakken: niemand deed dat en zo lag het daar maar. Na 10 dagen was ik het zat, met een oppakstok, handschoenen aan en 2 grote plasticzakken ik er heen. Moeilijker te doen dan ik had gedacht; dikke grote, wollen truien zijn nat erg zwaar en bij de 3de  trui scheurde de zak al.
Ik zette door, 2 zakken er omheen kan ook! Na een tijdje zat alles in de driedubbele zakken.

Op textielcontainers (voor het goede doel) staat dat de kleding schoon moet zijn. Deze kleding was zeker niet schoon, zeker na ca 10 dagen in de open lucht (mét regen)
Ik stopte ze in onze grijze container, 3 zakken… dus: container vol (10 dagen voor hij geleegd zou worden) Geen goed plan! Naar de vuilstort dan maar.
Ook daar staat bij het textielinleverpunt dat de kleding schoon moet zijn.
Ik vroeg aan de medewerkers daar wat ik hiermee moest doen: in de RESTAFVALBAK gooien was het antwoord.
Naar, zoveel textiel “zomaar” weggooien, maar ik zag geen andere mogelijkheid.

Zomaar iets, met blote handen oppakken behoort ook definitief tot het verleden.

Contacten met de politie

Ik heb meer goede dan slechte ervaringen met de politie; over het algemeen zijn het hulp (v) aardige mensen!
Het politieapparaat werkt niet altijd even goed, maar met de individuele agenten heb ik alleen maar goede ervaringen. Bij een aanrijding (niet onze schuld); in een kettingbotsing (ik zat in het midden); een aanhouding voor een blaastest (negatief), een aanhouding voor fietsen waar ik niet fietsen mocht (kwam er met een waarschuwing af) en de weg vragen waren het allemaal
hulp(v)aardige agenten.


De mindere ervaringen met het politieapparaat waren er twee; één toen ik een volle (pasjes én geld) portemonnee (5 jr. geleden) wilde afgeven op een politiebureau in Amsterdam en niemand op het bureau de portemonnee kón aannemen.
Uiteindelijk heb ik de portemonnee op de balie neergelegd en ben weggegaan.



De tweede ervaring had ik toen onze hond weg was. Om half 11 politie gebeld, melding gemaakt en telefoonnummer opgegeven. Ze zouden bellen als hij er werd binnengebracht.
Om 5 uur, na lang zoeken en allerlei mensen inschakelen ( hij was in de polder achter een hond aangelopen) toch maar wéér de politie gebeld.
-Hoe ziet de hond eruit?-

O, die, die is al om half 12 binnengebracht, we hebben geen voorziening voor honden, dus we hebben hem op de binnenplaats achter een provisorisch in elkaar geflanst hek gezet.
Bellen? Hebben we uw telefoonnummer dan?-

Ik heb geen antwoord gegeven en ben snel de hond gaan halen (wat was hij blij ons te zien!)

Bottomline: ik heb een goed gevoel als ik een politieagent zie (ze helpen)
Behalve……. als ze aan de deur komen, dan staat mijn hart bijna stil; brengers van slecht nieuws, zó zie ik ze dan.( In naaste omgeving is een familielid die 2 agenten aan de deur kreeg omdat haar vader, op zijn werk, een hartstilstand had gekregen)

Dus toen ik, op de bank zat en mijn lief zei, daar komen 2 agenten aan en hij naar de deur liep, probeerde ik mijn hartslag in bedwang te houden. De minuten dat mijn lief aan de deur stond leken eeuwigheden. Ik hoorde hem goedenavond zeggen; hij kwam terug de kamer in, zag mijn gezicht en zei ”Niets aan de hand”.

Wat was er dan wél aan de hand?
De agenten vroegen of we iets gezien hadden, die (zeer) vroege ochtend. Ze hadden opgemerkt dat ons zolderraam uitkeek op het eerste huis van de straat.
We hadden niets gezien; in de zéér vroege ochtend zijn wij nóóit op de zolder.
Op de parkeerplek voor het eerste huis van de straat stond een (dure) auto waar die vroege ochtend( zonder toestemming) de vóórstoelen uitgehaald waren!

Wat een bizar verhaal,. Als je, dief zijnde, zonder betaling autostoelen nodig heb, steel je toch een auto en ga je op een rustig plekje de stoelen demonteren, waarom voor een huis in een straatje waar óók op de vroege ochtend mensen langs kunnen komen, deze klus uitvoeren?
Ik snap niet dat je, als dief, zo’n risico durft te nemen!
Of ze er “figuurlijk” mee wegkomen, zullen we wel nooit weten.
“Letterlijk” is het ze gelukt; ongezien weg!

Sluisblunder(s)

In 2012 werd in de, in aanbouw zijnde wijk, de Blaricummermeent, (Gem.Blaricum) een sluis opgeleverd, de kosten ruim 6 miljoen euro. De sluis lag toen in de middle of nowhere!


De bouw van de waterwoningen (waarvan de bewoners mét boot gebruik zouden maken van deze sluis) duurden veel langer dan gedacht was! Zes jaar heeft de sluis werkeloos gelegen, waarvan de meeste jaren in het grote NIETS, geen boot kwam er door!


Als de waterwoningen eindelijk wél gebouwd worden en de sluis bijna gebruikt zou kunnen worden, blijkt een slecht inspectierapport over de veiligheid van de sluis, achterstallig onderhoud én scheefgezakte betonplaten, als gevolg van een constructiefout*) de oorzaak te zijn van een noodzakelijke renovatie. Kosten van de renovatie: ruim 1 miljoen euro!


Na deze groot”scheepse” renovatie ( in 2019) kan de sluis eindelijk weer gebruikt worden.

Gisteren fietsen we bij de sluis; de sluiswachter stond er, een boot(je) was in aantocht; we wachtten om de boot geschut te  zien worden.
De waterhoogtes van binnen én buiten de sluis waren op dit moment zo goed als gelijk vertelde de sluiswachter. Ik maakte foto’s van het hele proces. Deur open, bootje erin, deur dicht, andere deur open, bootje eruit en sluisdeur weer dicht, tenminste dat was het plan

Ik was druk bezig met fotograferen en merkte dus niet dat ik op een draaiend gedeelte stond toen de boot al verdwenen was. Men riep en ik realiseerde me dat ik weg moest, stapte op het vaste land, maar dat was kennelijk geen goed plan, want de sluiswachter riep dat ik terug op het draaiende stuk moest gaan staan. Ik deed het!
Onder mijn voeten bracht het draaiende gedeelte me terug bij de (dichte) slagboom. Er waren inmiddels behoorlijk wat fietsers, die allemaal zagen doe dom ik had gedaan. Ik bloosde.

De sluiswachter : ”Dat kan gebeuren, als je met iets anders bezig bent en niet oplet, geeft niet mevrouw” Een dame met de fiets die mijn rode kop zag ”’t Is gebeurd, zand erover” en mijn lief als reactie tegen deze dame “Nou mevrouw, vindt u dat dit wat drastisch voor zoiets mijn vrouw begraven? ” De dame schaterde en  ik fietste gauw door.

De gemeente had met de sluis een blunder gemaakt, maar NU ik ook!



*) Na zo’n lange tijd kan deze fout niet meer worden verhaald op het bedrijf die de sluis gebouwd had

Korea en Nederland

Er is een historische relatie tussen Nederland en Korea. Ik heb dat tot een paar dagen geleden nooit geweten!

Kijkend naar het NTR programma “Hier zijn de van Rossems” van historicus Maarten met zijn kunsthistorica zuster Sis en zijn architectonische expertbroer Vincent leerde ik het e.e.a over Gorcum (Gorcum: letterlijk Gorinks Heem, oftewel de woonplaats van de Goringa, de mensen van Goro (persoonsnaam). 

Gorinchem, Gorcum en Gorkum zijn alle drie juist! In 1858 heeft het toenmalige gemeentebestuur laten vastleggen dat de officiële naam Gorinchem is.

Een “Bekende” Historische Nederlander, die de meeste Nederlanders niet zullen kennen, uit Gorinchem is Hendrick Hamel (1630-1692)

Portret van Hendrick Hamel door Marc Boom

Deze scheepsboekhouder strandde in 1653 met  het  VOC-schip “De Sperwer”, varend van Nederlands Indië naar Deshima (Japanse handelspost, waaiervormig eilandje van nog geen anderhalve hectare in de haven van Nagasaki in Japan).
De Sperwer sloeg te pletter voor de kust van Jeju (vulkanisch eiland in het uiterste zuiden van Korea) Vele opvarenden verdronken; van de 64 opvarenden overleefden 36 de schipbreuk.
Degenen die aan land kwamen dachten eerst dat ze op een onbewoond eiland zaten, maar al gauw zagen zij zich omringd door soldaten van de plaatselijke gouverneur.
De Nederland  schipbreukelingen werden gevangen.
De Joseon Dynastie (1392 tot 1897) die op dat moment heerste, hield er een isolatiepolitiek op na, bezoekers mochten het land niet meer verlaten. (er dan wel OP, maar niet meer AF)

Hamel was niet de eerste Nederland die op Jeju aankwam; eerder was de Nederlander Jan Jansz Weltevree, geboren in De Rijp*) (1595-1666) daar al gestrand.


Op de site https://www.janjansznweltevree.nl/ wordt J.J.Weltevree zó gepersonifieerd.

Bij de gevangneming van Hendrick Hamel en companen trad Weltevree op als tolk.
Hij vertelde dat de Koreanen hem al zesentwintig jaar vasthielden en dat de schipbreukelingen volgens hem moesten rekenen op hetzelfde lot. [Weltevree was de eerste westerling in Korea en werd adviseur van de Koreaanse koning, hij was er ook getrouwd met een Koreaanse vrouw met wie hij 2 kinderen had .Hij had  een Koreaanse naam Pak Yon]

Hamel bleef gedwongen 13 jaar in Korea voor hij in 1666, in een ”klein scheepje” met andere overlevende bemanningsleden naar Japan wist te ontvluchten (Jan Jansz. Weltevree leefde nog op het moment van hun vertrek en was “ongeveer” zeventig jaar oud vertelden de bemanningsleden die met Hamel gevlucht waren)

In Deshima, het eilandje bij Nagasaki, dat vanaf 1641 tot en met 1859 een “Nederlandse handelspost” was (en lange tijd het enige contact tussen de westerse wereld en het grotendeels afgesloten Japan) schreef Hamel zijn belevenissen op: het “Journael van de ongelukkige Voyage van het jacht de Sperwer” **)


Voor dat schrijven had hij “genoeg” tijd; in Deshima moesten de vluchtelingen namelijk nog een jaar wachten op toestemming van Japan om van de handelspost door te mogen reizen naar Batavia.

Zonder zijn “ Journael” (in vele talen uitgebracht) zou de wereld waarschijnlijk nog lange tijd niets hebben gehoord van/over Korea.
Ook heeft zijn “Journael” er mede voor gezorgd dat Korea haar poorten naar de westerse wereld heeft geopend.

Ik las dat Hamel in Korea wordt gezien als de “ontdekker” van Korea, de man die het land naar het Westen van de wereld heeft ontsloten.
Hij én voetbaltrainer Guus Hiddink die in 2002 op het WK met de Koreaanse ploeg tot de halve finale kwam,  zijn de 2 Nederlanders in Korea die iedereen kent! Het schijnt  dat de kinderen daar op de basisscholen al kennismaken met  Hamel!
In Zuid Korea is Hamel een Nationale Held.

In Yeosu is, in 2012, een Hamelmuseum geopend. In dit museum is, dankzij een gift van de Nederlandse overheid, een kopie van het originele scheepsjournaal van Hamel te vinden. Verder bezit het museum verschillende historische VOC-overblijfselen en wordt in afbeeldingen en tekst de historie van Hendrick Hamel weergegeven. Vóór het museum staat een standbeeld van Hendrik Hamel. (De vuurtoren op de kade voor het museum is ook vernoemd naar Hamel)

*) Naast de Grote Kerk in De Rijp staat een beeld van Jan Jansz Weltevree,  gemaakt door de Nederlandse beeldhouwster en medailleur Elly Baltus, ze heeft het beeld opgebouwd uit (hedendaagse) voorwerpen die betrekking hebben op de persoon Weltevree: scheepsmaterialen, vuurwapens, oosterse parapluutjes en andere handelswaar uit oost Azië als fototoestellen, radio en luidspreker !

Een replica  van dit beeld is in 1991 in Seoel (de meer dan 600 jaar oude hoofdstad van Zuid-Korea) geplaatst.

**)  Hamel werd verhoord door de Japanners;  het “opperhoofd” van de handelspost in Nagasaki heeft ook een verslag van de verklaring van Hamel en zijn belevenissen opgemaakt!

Artis van toen én nu.


Ooit was ik in het Verzetsmuseum in Amsterdam om een lezing te volgen over Artis in oorlogstijd.

Daarvóór had ik er nooit over gedacht hoe Artis  in de Tweede Wereld Oorlog (de dieren) die tijd overleefd hadden.
Mensen leden honger; hoe werd er aan voedsel voor de dieren gekomen?

Veel bleek te danken te zijn aan de toenmalige directeur van Artis, een Nederlandse bioloog van Zwitserse afkomst. Hij had “connecties” met de Duitsers en gebruikte die om te zorgen dat er geld (lees: eten) voor de dieren kwam én dat zijn staf én de dieren NIET naar Duitsland gedeporteerd werden. Duitse militairen kwamen voor “ontspanning” naar de dieren kijken. (Artis was vanaf september 1941 voor Joden verboden)
Wat de Duitsers NIET wisten was dat er o.a. in de apenrots (1940 geopend) Joodse onderduikers verscholen zaten.
Ook op de zolder van de roofdierengalerij zaten Joodse onderduikers.

Apenrots 1940/1945

In het begin van de oorlog brachten Amsterdammers nog noten en zaden voor de dieren naar de dierentuin, maar gaandeweg de oorlog kwam er steeds meer honger onder de mensen. 
Omdat de directeur bij de Duitsers bepleitte dat hij, voor het openhouden van Artis, voldoende voedsel  én brandstof voor de verwarming voor de dieren nodig had, was er voldoende eten voor de dieren.

Amsterdammers kwamen soms, zo werd ons verteld,  ’s nachts om met een stok tussen de tralies te proberen een stuk brood of groente  uit de kooien naar zich toe te halen voor eigen consumptie.
Er “verdwenen” ook dieren tijdens de oorlog, zoals kippen, eenden en ganzen.
Er schijnen ook een stel hongerige Amsterdams geprobeerd te hebben de varkens uit de kinderboerderij te stelen. Indrukwekkende verhalen.
Dankzij de slimme, tactvolle directeur was er genoeg eten voor de dieren én konden Joodse onderduikers in Artis een veilige plek krijgen.
Wat nam die man een enorm risico!
*

Iets heel anders over Artis, van vroeger maar ook van deze tijd.
Behalve dieren in gevangenschap verblijven er ook “vrije” dieren in Artis.
En dan niet 1 of 2 maar, zo las ik,  sommige tijden wel 400 dieren.
Het gaat niet over mieren, oorkruipers of andere kleine dieren, maar een dier van ongeveer 2 kilo en ca. één meter hoog: de blauwe reiger!

In Artis huist een grote blauwe reigerkolonie !
De reigers hebben hier al  hun domicilie sinds Artis bestaat (1838), alleen wordt de kolonie, (oa door de steeds maar zachtere winters) steeds groter.
Ze poepen in en op de bomen, zo erg dat bomen zelfs dood kunnen gaan. Ze poepen ook op de banken én de bezoekers!



Ze roven vis van de pelikanen en pinguïns!
Maar ook de reigers zelf worden wel eens als voedsel verschalkt.
Zo las ik dat in 2017 een reiger werd verschalkt door een leeuw; de reiger had een “verkeerde” plek uitgezocht om te landen.





Emotie in een horecagelegenheid

Een opa en oma huren een paar dagen, met kinderen en kleinkinderen, een huis in de Achterhoek.
Opa en oma zijn nog kwiek en fit, oma schildert en zit in een koor, opa fietst (al dan niet met zijn tienerkleinzoon) en tennist.
Vlak vóór hun geplande uitje sterft een achterbuurman; de crematie kunnen ze niet meemaken; dan zijn ze al in de Achterhoek.


Ze hebben een paar prachtige dagen in oktober uitgekozen, terrasjesweer zelfs.

Als ze met zijn tienen ergens op een terrasje zitten wil oma graag even, via livestream een stuk van de crematieplechtigheid van de buurman zien, maar op het terras blijkt haar tablet geen ontvangst te hebben.
Als ze dat tegen de eigenaar van het etablissement zegt, stelt hij voor even naar binnen te gaan en daar te gaan kijken. Oma gaat (alleen) naar het restaurant in; er zijn verder geen gasten binnen.


crematiedienst op tablet

Ze zit aan een tafeltje en volgt de plechtigheid op haar tablet, ze gaat zó op in de dienst dat ze op een gegeven moment een prachtig lied, dat ze ook op koor heeft geleerd, meezingt.
Totdat…………  ze op haar schouder getikt wordt.
De eigenaar van de zaak staat, met tranen in zijn ogen naast haar “Wilt u hiermee ophouden en weer naar buiten gaan”.
Ze sluit haar tablet af en loopt naar buiten, voegt zich weer bij haar familieleden op het terras.

“Is het al afgelopen, oma?” vraagt een kleinzoon.
– Nee vent, oma is weggestuurd –
Vreemde blikken naar oma.
De eigenaar van de zaak komt, even later, bij hun tafel , hij maakt excuses voor zijn bruuske optreden van net.
Wat blijkt?
Zijn vriendin is onlangs overleden, hij heeft het er moeilijk mee en kon dit (oma ’s gezang) niet aan.

De kleinkinderen gniffelen nog een tijdje, nu waren niet zij, maar Oma eens weggestuurd!
Dát hadden ze nog nooit meegemaakt (oma ook niet!)