(Vlaamse) gaai.

Waarom ooit het voervoegsel “Vlaamse” bij gaai is gekomen is niet helemaal duidelijk; uit Vlaanderen kwam en komt hij niet.
Pas in 1999 stelde de Commissie Systematiek Nederlandse Avifauna*) als officiële naam “gaai” vast en werd het Vlaamse voorvoegsel geschrapt.

Ik las vermeende herkomstverklaringen van het Vlaamse deel van gaai als :

* In Zeeland zagen de mensen vroeger heel veel (men spreekt van tienduizenden) gaaien ineens komen aanvliegen, men dacht dat ze bij de “buren” vandaan kwamen en noemde ze Vlaamse gaaien.

* Het verenkleed van de gaai leken op de kleuren die vroeger ook de gegoede Vlaamse burgerij als kleding droeg

*Het woord Vlaams zou komen van het Franse flambant = vlammend, vanwege zijn opvallende  verenkleed.

De wetenschappelijke naam voor de gaai is Garrulus glandarius. 
De Vogelbescherming vertaalt deze Latijnse naam (door Linnaeus gegeven in 1758) met “voortdurend krassende eikelzoeker”

En eikels zoekt en vindt hij! Hij verstopt er iedere herfst zo’n 5.000 tot 8.000  als wintervoorraad !
In de herfst is de gaai 10 á 11 uur per etmaal bezig  om zich voor te bereiden op een (strenge) winter en dus aan het eikels zoeken en verstoppen!

De gaai kan 6 eikels tegelijk vervoeren: 3 tot 5 in zijn keelzak en één (de grootste) in zijn bek.
Niet alle eikels die hij in de aarde verstopt  gebruikt hij om ’s winters op te eten.

Een gaai is intelligent, het blijkt dat hij zelfs zijn verstopte eikels kan terugvinden onder 30 cm sneeuw! Er is onderzoek naar gedaan en het blijkt dat gaaien, als ze hun voedsel verstoppen, de omgeving in hun hoofd prenten en kenmerken onthouden zoals onder een bank, naast de boom met de rare vorm, bij die ANWB paddenstoel!

De eikels, lekker warm onder de grond, onder mos of een stapel bladeren, die hij NIET komt ophalen, groeien uit tot eikenbomen. Een gaai wordt ook ”de grootste bosbouwer” genoemd.
Dank je wel gaai!

De vogelbescherming meldt dat er zo’n 45.000 tot 65.000 Gaaise broedparen in ons land zijn, die kunnen dus heel wat eikenbomen planten ( dát vinden de processierupsen ook mega fijn, maar daar zijn wij mensen dan weer niet zo blij mee)

Tenslotte nog een apart gaaiverhaal: ook gaaien hebben, net als veel andere vogels, last van parasieten (mijten, teken en veerluizen oa) Gaaien hebben een aparte manier om van hun parasieten af te komen: ze nemen een “bad” in een mierenhoop.

Ze gaan met gespreide staart en vleugels OP een mierenhoop zitten. Dát vinden de mieren NIET leuk, ze willen die gaai weg hebben, maar hij is voor hen wel erg GROOT! Het enige wat ze wél kunnen doen is hem bespuiten met (agressief) mierenzuur, dat uit hun achterlijfjes komt
De gaai heeft nauwelijks last van dit zuur, maar…..de parasieten in zijn verenkleed kunnen er NIET tegen en gaan dood. Dus wat doet de slimme gaai:
hij wrijft met zijn snavel het mierenzuur door zijn hele verenkleed.

Tot zover vind ik dit een prima, intelligente oplossing. Maar wat er dán komt vind ik een stuk minder “sociaal” van de gaai: hij gaat snacken; mierensnack.
Hij is nu toch bij de mierenhoop. Er verdwijnen dus een stelletje hardwerkende, hem geholpen hebbende, mieren in de gaaienmaag.
In mijn ogen bedank je je helpers niet zo! Maar ja, ik ben een mens en géén gaai!

Als je op http://www.mijnvogeltuin.nl jouw postcode intypt kun je zien welke vogels er bij jou in de buurt allemaal voorkomen (die je dus ook in jouw tuin kan zien!)


*) een zelfstandige commissie die zich  bezighoudt met de naamgeving en taxonomie (classificatie) van in Nederland voorkomende taxa (een groep te onderscheiden organismen)