PrietPraat

Soms hoor ik kinderen iets zeggen waarvan IK denk:
Dit moeten andere volwassenen ook horen.
NU heb ik er een paar opgeschreven om U te laten meegenieten*)

Het ene jongetje tegen een ander ventje:
– Heb jij nu weer een andere fiets?-

Jongetje 2:
– Ja, ik heb 2 fietsen –

Eerste jongetje:
–  Ik heb één goede fiets –

Terwijl ik langs fiets hoor ik 2 meisjes tegen elkaar praten-
– Dat was vies joh-
De ander: – Ja, net zo vies als poep aan je rits –



Ik zit in de auto, 2 pukkies ( 5 jaar)zitten, ingesnoerd, achterin: een jongetje en een meisje.
Zij heeft een vader die in Indonesië geboren is.
Ze kennen elkaar al vanaf hun geboorte ( 3 dagen na elkaar)

Opeens hoor ik het jongetje zeggen: Jij bent bruin. Hoe komt dat?
Het meisje antwoordt: Door de zon.
Het is even stil, dan zegt het jongetje: Dat kan niet, ik heb dezelfde zon.
Daar stopt het gesprek; alles was gezegd

*) Er zijn boekjes uitgegeven met kinderopmerkingen erin oa
  “Juf, die vlinder heeft mijn pyama aan” en
  “He mam, in die iglo wonen vissticks”
Voor mensen die het leuk vinden grappige, filosofische kinderuitspraken te lezen.

Meteorologische en astronomische lente

Op 20 Maart begint om 10.37 uur op het noordelijk halfrond de astronomische lente*)

Behalve de astronomische lente**) bestaat er ook een meteorologische lente; deze heeft niets te maken met de stand van de zon.
De meteorologische lente is de naam voor de maanden maart, april en mei (dat hebben meteorologen ooit afgesproken: seizoenen delen we in,  in periodes van 3 maanden )


Zijn we  dan net aan de LENTE gewend, gaat de ZOMERTIJD in: dit jaar op 28 maart ’s nacht om 02.00 uur. Verleden jaar (of het jaar daarvoor? ) schreef ik al een blog over het afschaffen van zomer- en wintertijd***)
Het zou in 2021 doorgang vinden, maar is (weer) uitgesteld.

Ik wilde ook de herkomst van het woord ZOMER herleiden, maar dat blijkt niet zo makkelijk te zijn.

Er wordt gedacht dat het woord ZOMER iets met ZON te maken heeft, maar zeker is dat niet.



*) astronomisch wil zeggen als de nacht en de dag even lang zijn
**) het woord lente komt van “lengen” : de dagen lengen (worden langer)
***) 2018 stelde de Europese Commissie voor de zomer en wintertijd af te schaffen, in 2019 werd dat voorstel aangenomen. Het plan is echter nu weer in de ijskast geschoven en gaat 2021 in ieder geval NIET door

Duurzamer eten? Hoe dan?

Geen vlees eten kán, mits je andere producten tot je neemt met voldoende eiwit, ijzer, vitamine B1 en vitamine B12.

Een heel oud iemand vertelde me ooit dat hij als kind geen vlees meer wilde eten uit het oogpunt van dierenwelzijn. Ze hadden het thuis niet breed, dus vlees voor een persoon weglaten was een welkome besparing. Er kwam echter niets “vervangends” voor hem voor in de plaats. Uiteindelijk moest hij door de dokter onderzocht worden omdat zijn groei stagneerde. Het doktersvonnis was: meteen weer vlees te gaan eten; bepaalde stoffen kreeg hij NIET of veel te weinig binnen ( dat was toen)

Dus “zomaar” vlees weglaten is géén goed idee. Ik had vroeger een vriendinnetje( voordat het vegaspul in de mode was) die uit ging zoeken wat je dan wel kon eten en toch niets te kort kwam. Zij aten veel bonen, erwten en graanproducten herinner ik me. Als ik daar at waren mijn darmen daarna danig van streek! (niet gewend aan deze voedingsmiddelen te verteren)

In een goede vegetarische keuze zit, zo las ik
eiwit (meer dan 20% van de energie),
ijzer (meer dan 0.8 milligram per 100 gram),
vitamine B1 (meer dan 0.06 milligram per 100 gram), en/of
vitamine B12 (0.24 microgram per 100 gram)

We eten al een tijdje een paar dagen per week geen vlees: maar vis, eieren, kapucijners, paddenstoelen of zo iets. We hebben ons wel eens aan “vleesvervangers” gewaagd maar waren er niet enthousiast over.

Waar we wel enthousiast over waren was een doosje kaasschijven.
Onlangs las ik in een artikel van Quest het volgende: Kaasburgers zijn niet zo duurzaam

….. anders wordt dat bij vleesvervangers met dierlijke ingrediënten, zoals kaasschijven. Daar is wel een dier voor nodig. Een koe zet gras niet heel efficiënt om in melk. Daardoor hebben kaasburgers ongeveer dezelfde milieubelasting als kip, als je naar de kooldioxideproductie kijkt. Vegaschijven waar melk op een minder herkenbare manier in is verwerkt scoren vergelijkbaar.

Dus denken dat je het milieu “helpt” en minder vlees gaan eten vereist ook enige KENNIS van wat wel en wat niet te eten, óók als het geen vlees is.

Ik las nog een stukje in de Quest dat ik u, wellicht beginnende flexitariër, of nadenkend persoon over duurzamer eten, wil meegeven:

Veeteelt kost enorm veel grond. Oerwoud wijkt voor sojavelden om onze koeien en varkens te voeden. Nee, dan liever een vegaburger. Maar waar zijn vleesvervangers van gemaakt?
Vaak ook van soja.


Heeft vega eten dan zin?
Het antwoord wordt ook in de Quest  gegeven:
Net als bij vlees staan planten aan de basis. Maar er is een belangrijk verschil: vegaburgers gebruiken de soja direct, een hamburger vraagt om een extra stap. Een koe of kip verwerkt het voedsel tot vlees, maar heeft daarbij ook energie nodig om te leven. Daardoor levert een kilo soja geen kilo vlees op.

Elke kilogram vlees vraagt gemiddeld om zo’n vijf kilo aan plantaardige producten. Al zijn er wel verschillen: kippen groeien bijvoorbeeld efficiënter dan koeien. Door de soja zelf op te eten haal je een tussenstap uit het proces. Dat scheelt een slok op een borrel, al kost de stap van soja naar burger natuurlijk ook wat energie.

Milieu Centraal *) meldt: vegaburgers zijn zo’n tweeënhalf (kip) tot wel twaalf keer (biefstuk) duurzamer dan vlees! Voor vega voedsel hoeft dus veel minder regenwoud gekapt te worden.






*) Stichting Milieu Centraal is in 1998 opgericht en wordt voor ongeveer twee derde door de overheid gefinancierd. De organisatie is géén spreekbuis van de Overheid, Milieuorganisaties of het Bedrijfsleven. Dat komt tot uitdrukking in een onafhankelijk bestuur en een onafhankelijke Wetenschappelijke Raad van Advies.


Souvenirs- Vietnam

Bijna iedereen neemt souvenirs mee als hij of zij naar een ander land gaat. Sommige mensen doen dat ALTIJD, anderen alleen als ze wat moois zien en weer anderen als ze in een “bijzonder” land  zijn.

Ik besloot wat van de souvenirs die we door de jaren heen mee hebben genomen te laten fotograferen en daar een blog bij te schrijven.

Ik heb altijd “iets” met Viêtnam*) gehad, vrijwilligerswerk gedaan om geld bij elkaar te krijgen voor projecten daar. Er heengaan leek onbereikbaar.

Toen mijn moeder overleed liet ze me wat geld na mét de wens dat ik er “iets bijzonders” van zou doen, iets dat anders NIET zou kunnen.
De reis naar Viêtnam was het perfecte cadeau van haar aan mij (Alleen zó jammer dat ik mijn ervaringen niet meer met haar kon delen)

Ik wilde geen backpackreis maar, omdat ik de taal niet sprak, een rondreis met een “native” gids.
Het was mijn eerste reis buiten Europa.
Een dik jaar na de dood van mijn moeder vertrokken mijn lief en ik naar Viêtnam.

We startte in Saigon (Ho Chi Minh City en reisde vandaar via Nha Trang, Hoi An, Da Nang, de keizerstad Hué en Halong Bay naar Hanoi en vandaar door naar Sapa.

Het was een enorme belevenis met veel bijzondere ontmoetingen.
Eén daarvan was  een theeceremonie met een abt van een boeddhistisch klooster.
Mijn lief en ik met de abt (gids dronk elders iets) in een kleine ruimte.
We werden er “gestoord” door een novice (jonge leerling monnik) die op vrij botte wijze  door de abt werd weggestuurd. De abt las mijn gezichtsuitdrukking en legde uit dat leerlingen moeten leren niet alles te vragen, maar zelf op te lossen, daar leren ze meer van (óók fouten maken)
Door weg te sturen en ons uit te leggen kregen ook wij  een wijze les. Er volgde er meer!

Piepkleine kopjes die op de rug van de hand moesten staan, zodat je volledig geconcentreerd was op WAT je aan het doen was. Dát was ook een wijze les aan ons:  leef in het HIER en NU en concentreer je op wat je op dát moment aan het doen bent.
Een zeer bijzondere ontmoeting

Later op onze rondreis bezochten we een aardewerkfabriek, waar ik tengere meisjes naast elkaar op banken zag zitten die kleine kopjes met de hand beschilderde. Daarvan wilde ik graag een paar hebben. Ik kocht ze in de shop bij de fabriek, waar buiten ook een  levensgroot soort panterachtig beeld stond, de verkoopster zei dat ze ook die, als we dat wilde, naar Holland zou kunnen verschepen.
We bedankten en hielden het bij de 3 kleine kopjes (én een schildpadvormig theepotje) zoals we die bij de theeceremonie in het klooster (daar onbeschilderd) op de rug van onze hand hadden gehad.
Een groot deel van het jaar staan ze hier op tafel als reminder om bewust met dingen bezig te zijn!

In Viêtnam was het vaak erg heet. Ik ben géén zonaanbidder en mijn hoofd kan niet goed tegen extreme hitte dus kocht ik bij de eerste beste gelegenheid een waaier, die ook  omgevormd kon worden tot een zonnehoed, niet mooi, wel effectief. Geen “souvenir” als zodanig, maar een (daar voor mij noodzakelijk) gebruiksvoorwerp ( dat inderdaad nu in een kast ligt)

En bijzondere ervaring daar was ook het zien van hoe wierook (oorspronkelijk wij rook, rook om te wijden) werd gemaakt: bamboestokjes worden gedoopt in een wierookpasta  (van onder andere boomschors en hars) We zagen het gebeuren in de buitenlucht, wat misschien maar goed was, want wierooklucht kan erg “heftig” zijn.
Wierook hoort, bij boeddhisten, bij Viêtnam.
De Viêtnamese bevolking gelooft dat hun gebed samen met de rook van de wierookstokjes naar de hemel opstijgt en zo een brug vormt tussen deze wereld en de spirituele wereld.
In elke tempel, elk klooster in Viêtnam ruik je wierook, overal op straat kun je het kopen.

Dus ik kocht het, geen stokjes, die zouden opbranden en dan was het “weg”
Ik kocht een doosje met spiraal wierook, bedoeld om op te hangen en zo op te branden en geur te verspreiden. We zagen ze in verschillende tempels hangen.

Het is zeer delicaat en door de jaren heen is de spiraal, zelfs IN het doosje al gebroken.
Ja, het staat in een kast en ik kijk er weinig naar, maar als ik het doosje opendoe ruik ik nog steeds Viêtnam.

In het noordelijkste stukje van Vietnam ligt, tegen de Chinese grens aan, in de bergen Sapa, daar wonen verschillende etnische minderheden zoals de Blue and Red Mhongs. Ieder met hun eigen klederdrachten en hun eigen levenswijze.


Toen wij er waren was er in een soort “buurtgebouwtje”( ruimte met stoelen en tafels) een groep Red Mhong vrouwen aan het handwerken. Een regeringsambtenaar was er om al die patronen die al generaties lang door de vrouwen van deze stam werden geborduurd vast te leggen, zodat ze ALTIJD bewaard zouden blijven ook al zou er niet meer gehandwerkt worden (het waren voornamelijk oude vrouwen) De vrouwen hadden van overheidswege “attributen” gekregen om hun handwerk goed te kunnen uitvoeren. Een soort stofbrillen met vergrootglazen er in. De lieve kleine gerimpelde gezichtjes met die grote brillen; onvergetelijk!
Later kocht ik van een paar (3) Red Mhong vrouwen 3 geborduurde lapjes ( zo hadden ze alle 3 verdienste!) en naaide ze thuis op zwarte stof en maakte er kussens van

Viêtnam  betekent land in het zuiden, is 8x zo groot als Nederland, telt 54 etnische groepen, waarvan de Viêts  (= bewoners van de vlakten)de grootste groep is ( 87%)

Woensdag:gehakt– en Verkiezingsdag

Vroeger begon een slager maandags met het slachten van vee, de dag erna, de dinsdag werd gebruikt voor het uitbenen en verdelen van de stukken vlees. Bij dat uitbenen bleven restjes over en samen met andere stukken vlees die niet zo geliefd waren, verdwenen de restjes in de gehaktmolen.
Dat vlees: “gehakt” werd woensdag verkocht.

De verkiezingsdagen  zijn  bijna*) altijd op woensdag
In 1937  werd er al op een woensdag gestemd; namelijk op woensdag 26 mei. (Misschien zelfs nog wel eerder, maar dat kon ik niet herleiden)



Die woensdag was niet “zomaar” gekozen. Om zoveel mogelijk mensen naar de stembus te krijgen moeten de verkiezingen op een “gunstige” dag vallen.

Dan is het eigenlijk een kwestie van wegstrepen: zondag valt af voor de Christenen, die komen dan niet; vrijdag en zaterdag vallen af voor de Joden die vieren dan hun Sabat.
Maandag is niet handig omdat dan de stembureau’s die ’s morgens vroeg open moeten gaan, al op zondag klaargemaakt moeten worden (dat kon niet voor de Christelijke medewerkers)
Dan houd je dinsdag, woensdag en donderdag over; alle drie dagen zouden gekund hebben. Men vermoed dat er de woensdag is gekozen omdat dat schoolgebouwen, waar vaak in gestemd werd en wordt, al woensdags middags gesloten (vrij) waren.

Zijn alle verkiezingen in Nederland op een woensdag?
Gemeente, Provinciale Staten en Tweede Kamer wel, het enige buitenbeentje is de verkiezing van het Europees Parlement.
In de Europese Akte voor de verkiezing van de leden van het Europees Parlement staat dat de verkiezingen móeten plaatsvinden in een periode die begint op donderdag en eindigt op zondag;  als de vrijdag, zaterdag en zondag om religieuze redenen afvallen, blijft hierbij alleen de donderdag over!




*)  hoewel dit jaar, ivm Corona, ook maandag en dinsdag stemlokalen open waren om ook mensen die tot de risicogroepen behoren te kunnen laten stemmen.

“Anders” in lockdown.

Normaal hebben wij best een volle agenda: Sociaal, Cultureel en Maatschappelijk.
Er is altijd wel een tentoonstelling die we willen zien, een lezing die we willen volgen, een doel waarvoor ik me inzet, een vriendin die bezocht wil worden, mensen die komen eten, kortom: reuring.

Nu met de lockdown is de agenda zo goed als leeg!
Musea, workshops, lezingen, ze zijn allemaal uit- of afgesteld! (of digitaal; iets dat je met sloffen aan op de bank, laptop op schoot kunt volgen. dat is toch ANDERS!)
Vrienden mogen niet samen bezocht worden of langskomen( hooguit samen een wandelingetje maken) en ook de Goede Doelen liggen stil.

De week voor mijn trapval stonden er 2 dingen in de agenda!
Normaal ben ik geen fan van noch de kapper, noch de tandarts, noch de mondhygiëniste.
Alle drie zijn het leuke, kundige vrouwen, waar ik al jaren kom, maar ik houd niet van gedoe aan mijn hoofd.



Ook nu, in Coronatijd niet, maar het was wel even “iets anders”, even ergens HEEN.
Het ging nog nét niet zover dat ik me erop verheugde, maar bijna wél.

Bij de kapper was het “anders” dan NORMAAL door de mondkapjes, de plastic schermen, het uitsluitend op afspraak, dus geen in- en uitloop en geen koffie.

Bij de mondhygiëniste was het “anders” in de wachtkamer; geen gezellige leestafel met bloemetjes en knusse gesprekken met andere wachtenden, maar stoelen op grote afstand (wachtenden op afstand met mondkapjes voor nodigt niet uit tot gesprek) en de gezellige tafel was weggehaald.
Maar binnen was het als van ouds. Mijn mondhygiëniste draagt altijd iets voor haar mond en ik hoef alleen in de wachtkamer een kapje voor; eenmaal in de spreekkamer gaat de mond open en wordt er gewerkt: Zij dus; ik ben slechts lijdend voorwerp!
We hebben wel zo’n (20 jaarlange) relatie dat er af en toe gepraat wordt.

Het punt dat ik in dit blog wil maken is dat (bijna) NIETS normaal is in deze Coronatijd. Het feit dat een bezoek aan de mondhygiëniste al bijna een “uitje” is, was toch ooit ondenkbaar?

Dit punt werd  ook nog door een verhaal van de mondhygiëniste benadrukt:
Een bevriende tandarts had na een paar patiënten te hebben geholpen een uurtje vrij (door de enorme sneeuwval hadden een paar patiënten afgezegd). Haar praktijk ligt  niet ver van de markt en ze besloot naar de markt te gaan om even een visje te kopen.
Ze raakte aan de praat met de visboer die vertelde hoe anders deze tijd is en dat hij laatst naar de tandarts ging en dat bijna als een “uitje” beschouwde.
De tandarts lachte en zei:” Ik ben tandarts en mijn uitje is even naar de visboer een visje kopen”

Ik ben dus niet de enige die “gewone” dingen nu als bijzonder ervaart, ik vermoed dat we dat allemaal wel kennen.

Olijfolie en- hout

Olijfolie wordt gewonnen uit het vruchtvlees én de pit van de olijf.
Je leest er van alles over; dat het mega gezond is op de sla, maar kankerverwekkend als je ermee bakt.
Tijd om eens uit te zoeken wát nu waar is en wat niet!



De oorspronkelijke Olive oyl, later OLIJFJE , stripfiguur sinds 1919 bedacht en getekend door Elzie Segar

Thuis heb ik 2 soorten olijfolie: voor het bakken en  een ander soort om over de sla te doen.
Ik las nu dat dát ook de bedoeling is.
Er zijn stoffen die van structuur veranderen bij extreme hitte.
Zo is het niet gezond om verbrand vlees te eten en om dichtbij een rokerige  barbecue, kampvuur of vulkaan te gaan zitten.

Polycyclische aromatische koolwaterstoffen, zoals deze kankerverwekkende stoffen heten (kortweg PAKS genoemd) komen vrij bij verhitting.
Diverse vloeistoffen hebben diverse temperaturen waarbij de PAKS vrijkomen.
Onlangs las ik dat  bij olijfolie van de eerste persing, de zogenoemde extra vierge, de PAKS ontstaan bij verwarming van 160 graden. Die temperatuur haal je wel  bij het bakken, dus wil je die kankerverwekkende stoffen NIET in je maaltijd: géén extra vierge olijfolie gebruiken voor het bakken en braden*)

Bij “gewone” olijfolie beginnen de PAKS zich te vormen bij  216**) graden.
Als het goed is wordt de temperatuur in frituur- of koekenpan niet hoger dan 180 graden. Dus daarmee bakken geeft géén kankerverwekkende stoffen!
Olijfolie heeft meer onverzadigde vetzuren dan boter***) dus gezonder voor je lijf!

De conclusie is dus dat bakken in olijfolie gezond is, mits je de “goede” olijfolie gebruikt en die niet boven de 216 graden verhit.



De olijfbomen, die we ooit in Griekenland zagen hadden prachtige vormen en “doorleefde” stammen.
Tegenwoordig kun je veel kleine olijfboompjes in pot kopen voor terrassen en zo.

Mijn neef kocht ooit een olijfboom met dikke stam en plantte die in zijn tuin. Helaas heeft die boom de tweede winter dáár NIET overleeft.

Zonde. Maar mijn lief heeft de stam gekregen en daaruit (jaren stamdrogen later) 2 kunstwerken gebeiteld.

Uit Griekenland zelf hebben we  ooit nog een uit olijfhouten  kruidenmolentje meegenomen dat nog steeds in onze keuken dienstdoet.

We zijn dus rijk voorzien van olijfhout, olijfolie en hebben zelfs een potje olijven in de koelkast staan
(maar die raak ik niet aan, voor mij teveel van het goede, mijn lief vindt ze heerlijk!)


*) Ik denk dat ik dat eerder gelezen heb en vandaar de 2 flessen in huis heb.
**) Onderzoek  in 2013 van  Universidade do Porto, Portugal
***) Bij  verhitting van boter kan vanaf 177 graden PAKS ontstaan

Humor

Voor mij is humor van levensbelang. Humor relativeert, maakt zelfkritiek mogelijk, maakt ondragelijke dingen dragelijk en kan samenhorigheidsgevoel (als je samen om dingen kan lachen) versterken.

Er zijn vele soorten van humor:. Engelsen bijvoorbeeld maken een ander soort grappen als Nederlanders [vaak  zijn Engelsen moppen (een beetje) schuin]
Maar over het algemeen kan ik hun humor wel waarderen
Vooral woordgrappen en het subtiele (een man in een jurk en dan lachen maar, is aan mij niet zo besteed)doet mij glimlachen



Humor hoeft niet altijd opzettelijk “gemaakt” te zijn. Soms gebeurt er iets of zegt iemand iets en kun je er het lachwekkende daarvan inzien.

Ook in het ziekenhuis heb ik af en toe moeten lachen. Niet alles is leuk bedoeld, maar omdat je in een totaal andere wereld bent beland komen sommige dingen komisch over:
Zoals een gesprek van 2 zusters voor mijn (immer openstaande) deur
– Wil jij zo even kamer 2 bloed afnemen? In de ellenboog. –
-Gatsie, ellenboog heb ik nog nooit gedaan –
– Wil je even op mij oefenen?-
-???-
– Dat kan hoor.-
-Maar is jouw ellenboog niet lekgeprikt dan?
– Nee hoor, rechts gebruik ik voor leerlingen om te oefenen en mijn linker ellenboog als ik zelf wat krijg-

De verpleegster die vlak daarna bij me binnen kwam en me zag lachen, wees met haar duim over haar schouder naar de gang, ik knikte.
“Zou ik nooit laten doen, maar zij is er zo makkelijk in”
Deze verpleegster vond oefenen op een sinaasappel oefening genoeg!

Nog iets waar ik iets lachwekkends in zag: het verslag van mijn operatie!






Ik was onder zeil dus heb (gelukkig) niks meegekregen van wat daar gebeurde. Het verslag was technisch en zei me weinig, maar als ik zie dat er voor mijn operatie oa een kurketrekker gebruikt is, dan heb ik daar een bepaald beeld van en moet (glim) lachen. Het zal vast een ander gereedschap zijn geweest, maar ik had deze voor ogen.



Het laatste voorbeeld dat ik met jullie wil delen en onlangs gebeurde was, toen mijn man de eerste keer na mijn thuiskomst boodschappen ging doen (normaal doe ik de boodschappen)





In de loop van de jaren hebben we aardig wat geweldige supermarktmedewerkers leren kennen. Eén van hen had, toen hij een jonge hond kreeg, ons traphekje geleend ( dat hadden WIJ aanschaft voor de logeerhonden die hier komen en we niet boven willen hebben)
Vlak voor mijn ongelukkige val had hij het traphekje teruggebracht.


Mijn man doet boodschappen en ziet de betreffende supermarktmedewerker
– Mocht ze niet mee?-
Mijn lief vertelt van de val en mijn huidige immobiliteit, hij wenst me beterschap toe.
Als mijn man zich opdraait om weg te lopen roept hij nog na “Traphekje moeten gebruiken he!

Warmte, liefde, aandacht en meer

Als je ziek bent (of zoals ik, van de trap val) krijg je van vrienden en familie aandacht, trosje druiven, bosje bloemen, een tijdschrift of boek, maar bovenal BEZOEK.

In Coronatijd kan een heleboel NIET. Eén persoon op bezoek mag, maar aangezien bijna iedereen een partner heeft en ze meestal samen komen, komt er ook NU niet één alleen; dus (bijna) niemand.

Sommigen hebben daar iets op gevonden. Dan gaat de bel en staat een bloemist met een prachtige bos bloemen voor de deur.
Natuur in het algemeen en bloemen in het bijzonder hebben voor mij een helend vermogen. Ik word er, ziek of niet, pijn of niet, altijd blij van.

Ik was amper thuis toen de bel ging: een buurvrouw met één roze roos. ( Eén rode roos kreeg ik al van mijn lief om de erg witte ziekenhuiskamer op te fleuren)

Dezelfde avond wordt er een prachtige bos bloemen bezorgd. Ik kruk naar de aanrecht, manlief zoekt een vaas (op mijn aanwijzing) en ik frunnik de bloemen in de vaas (mét bloemenvoeding)
Het fijne van krukken is dat je je kan verplaatsen, het nare ervan is dat je NIETS mee kan nemen.
Zodra de bloemen “geschikt” zijn en ik wegkruk, vraagt mijn lief waar ze heen moeten.
We verzinnen samen een plek.

De volgende dag gaat de bel, iemand komt horen hoe het met me gaat én…. neemt een schattig boeket mee. Na zijn vertrek treedt mijn “schikproces” weer in werking.
Het wordt steeds “zonniger” in huis. ’s Avonds onder het eten staat er een bezorger voor de deur met een pakje.
Ik heb niets besteld, en als ik mijn lief aankijk; hij ook niet.
De bezorger is al weg; het pakje ligt voor de deur: Corona, dus geen echt contact.
Na het eten open ik het pakje.
In het pakje zitten 2 joggingbroeken in 2 verschillende maten. De geefster wil me “ontzorgen” en zo heb ik iets om te dragen zonder dat het ongemak van “strakke kleren” met zich meebrengt.
De sluizen van mijn traanbuizen gaan open. Ik snif een potje aangedane tranen. Hoe lief kan iemand zijn?

De volgende dag hoor ik mijn man lachend aan de deur praten met een, mij onbekende, stem.
Als ik beneden ben (ik kán zelf de trap af, maar manlief wil erbij zijn) zie ik dat er weer een boeket bezorgd is. Het was dezelfde bloemist geweest als de vorige keren.

Hij en mijn man hadden geintjes gemaakt en “tot ziens” gezegd.
Dat was kennelijk de Goden verzoeken want er kwamen meer bloemen, maar van een andere bloemist!
Dit keer een bollenbakje, waarvan bijna alles nog uit moet komen.
Ik vind dat altijd zo verwachtingsvol: “zomaar” zie je een narcis, krokusje of blauwe druifje tussen de groene sprieten, de volgende dag nog een en dan heb je “opeens” een kleurig geheel!

Het is nu echt een blij huis met weliswaar kussens onder de bank, een verplaatste tafel (om mij vrije doorgang met krukken te verlenen) en iets meer “troep” her en der omdat ik niks mee kan nemen als ik wegloop, maar verder geurt en straalt het hele huis: De dame des huizes is weer thuis en wat heeft ze een ontzettend lieve kring van dierbaren om haar heen! Dan wel de mensen zelf niet, maar ze maken zichzelf wel “zichtbaar” door hun bloemengroet en ontzorgpakket!

Ik ben weliswaar een gebutst en gedeukt, maar tegelijkertijd ook een zeer gelukkig mens.



Huisdieren en vlees

Onze consumptie van vlees MOET verminderen, het is ontzettend belastend voor onze planeet:
Dierlijke producten zijn verantwoordelijk voor ongeveer 60% van de voedsel gerelateerde uitstoot van broeikasgassen.*) Dan hebben we het nog niet over dierenwelzijn en je eigen gezondheid.

Minderen dus! Er zijn veel mensen die dat al doen: Veganisten, vegetariërs én minder extreem flexitariërs. Tot die laatste groep behoor ik zelf; een paar dagen per week eten we geen vlees.

Ik wil het nu even niet over vleesetende mensen hebben maar over huisdieren.
Persoonlijk heb ik nooit gedacht aan hoeveel vlees onze huisdieren (honden en katten) te eten krijgen.

Onlangs las ik een artikel over een onderzoek van de Universiteit van Edinburgh (opgericht in 1582 in de, sinds 1437, hoofdstad van Schotland) Daaruit blijkt dat  het produceren van dierenvoer **)jaarlijks zo’n 49 miljoen hectare aan landbouwgrond nodig heeft om alle honden en -katten ter wereld van voer te voorzien.  Wat betreft de uitstoot van CO2, bij het produceren van diervoerder: zou  de DiervoedersTan (Tan=Totaal Ammoniakaal stikstof)  op de zestigste plek van de wereld komen.

De conclusie van de onderzoekers luidt, nadat ze de voornaamste ingrediënten van 280 soorten Europees en Amerikaans droogvoer voor honden en katten hadden geanalyseerd en daarna keken naar de milieu-impact die de productie van deze ingrediënten met zich meebrengt, dat er meer aandacht moet komen voor de problematische gevolgen van dierenvoer.
Dat is, volgens de onderzoekers, heel hard nodig.

Ik heb ook ergens gelezen dat er meer huisdieren tijdens deze COVID 19 pandemie worden aangeschaft; door het coronavirus blijven mensen gedwongen massaal thuis (werken thuis) en willen dan wel dierengezelschap, getuige de toegenomen vraag bij asiels en fokkers.
Als het aantal huisdieren toeneemt neemt ook de bijbehorende CO2-uitstoot toe!

In het artikel dat ik las ik ook over een onderzoek van de Universiteit Maastricht (2019) dat onderzoek kwam tot vergelijkbare conclusies, bovendien maakten zij zich zorgen over de toenemende obesitastrend; huisdieren zijn vaak (veel te) dik! En dat is dan weer, behalve voor het dier, ook extra belastend voor het milieu.

Een oplossing wordt in dit artikel niet aangereikt; vegetarisch huisdierenmenu zou een optie kunnen zijn, ware het niet dat katten carnivoren zijn en dus vlees NODIG hebben om hun lijf te laten functioneren.
Ook staat er in het artikel,  dat het de vraag is  of louter plantenvoeding gezond is voor honden.
Een suggestie is wel om dan in plaats van rundvlees (het meest belastende vlees voor het milieu) dan pluimveevlees of vissenvlees te gebruiken als huisdierenvoer-ingrediënt.
Knappe koppen zijn hierover aan het nadenken en er proeven mee aan het doen, want dát er iets moet gebeuren is duidelijk.

Nawoord

Natuurlijk ben ik, na het lezen van het artikel, meteen gaan kijken waarvan vijvervissenvoer dan gemaakt is (want vijvervissen zijn de enige huisdieren die WIJ momenteel hebben)
Wat blijkt: één van de bestanddelen van dit voer is: vismeel.
Onze koi’s blijven netjes van onze sarasa’s en goudvissen af (hoewel: misschien zouden we veel meer jonge visjes moeten hebben maar zijn die, door ons ongezien, in de koimagen verdwenen!) maar in hun voeding zit wél een bestanddeel van andere vissen!
IK ga ze dat niet vertellen!


*) Vlees is verantwoordelijk voor 40 procent van broeikasgassen die vrijkomen bij productie van het voedsel van de gemiddelde Nederlander De veehouderij die al dat vlees produceert, stoot broeikasgassen uit, verbruikt veel water, heeft wereldwijd veel ruimte nodig voor de verbouw van veevoer en kan een mestprobleem veroorzaken. (Bron MilieuCentraal)

**) er is ook water nodig om dit diervoer te produceren, daarover “zegt” het onderzoek: Zo’n 0,2 tot 0,4 procent van het wereldwijde waterverbruik in de agrarische sector komt ten goede aan het dierenvoer.