De duur van Kerst

Je kijkt naar iets uit…. en “opeens” is het voorbij.
Tevoren ben je druk met de voorbereidingen, je leeft naar HET moment toe, dan is daar het moment ZELF…. en dan…. is het VOORBIJ.

Kerstmis heeft dat.
De voorbereidingen: boodschappen, de versiering IN huis én (dit jaar EXTRA vroeg)  véél lichtjes buiten. Het vergt allemaal nogal wat tijd!
En dan breken de kerstdagen aan: gezelligheid, naar de kerk of thuis een kerstverhaal, samen brunchen of dineren, een wandelingetje  buiten of spelletjes binnen en dan………..komt er nog zo’n
dag (in afgezwakte vorm) en dan….. is het weer voorbij

De volgende morgen breekt aan; wat men ook weleens noemt de DERDE kerstdag, dit jaar op een zondag.

Geen werk, boodschappen of andere bezigheden. Opruimen?
Een beetje, je wilt het kerstgevoel nog even laten duren, maar het lukt niet echt.
Je gloeit nog na van de gezelligheid, maar het huis is “leeg” het kerstgevoel van binnen was er gisteren, eergisteren en de avond ervóór, maar NU is het weg.
En na een tijdje pyamatijd ga je je aankleden en ná de koffie ga je toch maar wat opruimen; het logeerbed, een stofzuiger door de huiskamer voor de kruimels, het kerstkleed gaat in de was, de overgebleven (papieren) kerstservetten (je had 2 pakken gekocht) gaan weer in de kast voor volgend jaar (als je wéér vergeten bent dat je nog een pak had) en dan tóch de wasmachine maar vast aan.
Vanavond eet je “restjes” (je had weer veel te veel gekookt)

En, vóór je het weet, valt de avond. De voor- en achtertuin worden weer stralend verlicht, dát besluit je nog een tijdje zo te laten, die lichtjes; je wordt er blij van (en blijheid heb je NU meer dan ooit nodig om verder te kunnen) Na het opmaken van de “restjes” loop je nog een rondje in je wijk en zie (én voel je) licht. Dit jaar meer lichtjes dan ooit tevoren, met uitschieters die je andere jaren niet (zoveel) zag fairybells, heglichten en verlichte deurkransen.

Alexander Smith zei het ooit in het Engels (Schots) en dit jaar gold het meer als ooit tevoren:|

“Christmas is the day that holds all time together” of (vrij) vertaald:
“Kerstmis is de dag die de tijd bijeenhoudt”

En zo is het: de Kerstdagen zijn nu  écht voorbij, er komt weer een maandag aan!

Sciurus vulgaris

Deze wetenschappelijke naam van de rode of gewone eekhoorn werd voor het eerst gepubliceerd door de Zweedse arts, plantkundige, zoöloog en geoloog Carl Linnaeus ( 1708-1778)

Wij lopen veel in de natuur en zien er maar zelden een eekhoorn. Dát zei ik laatst tegen mijn lief en in dezelfde week zagen wij er twee! Niet zo zeer in de “vrije” natuur maar overstekend op een viaduct waar wij overheen fietsten én overstekend op een fietspad vlakbij ons dorp*).
Toeval? (Ik geloof niet zo in toeval)

Wij zien een heel enkele keer een eekhoorn in de voortuin, dát zien we dan als een cadeautje van de natuur. Er hangen voederdingen voor de vogels, maar natuurlijk mogen ook de



eekhoorns hiervan snacken.
De natuurlijke vijanden van de eekhoorn zijn in de bomen: de boommarter en havik en de vos op de grond. In het wild kunnen eekhoorns 7 jaar oud worden, maar meestal sterven ze jonger, slechts een kwart van de jongen haalt het eerste levensjaar en slechts 1% van alle eekhoorns wordt 5 jaar of ouder.

De pluimstaart van de eekhoorn is niet alleen voor het mooi! De staart houdt het diertje in evenwicht bij het springen van tak tot tak en het klimmen in bomen én hij communiceert ermee: een heen en weer zwiepende eekhoornstaart betekent: alarm!

Al eerder schreef ik over de “opruiende” teksten in de natuur in Engeland over de grijze eekhoorn. Deze grijze indringer “verdringt” de rode eekhoorn, doordat de grijze soort resistent zijn voor  het parapoxvirus , maar het wel overdraagt aan zijn rode “neefje”. De rode eekhoorn is zo goed als uitgeroeid in Groot-Brittannië (Daar zijn de Engelsen boos over, ze haten de grijze eekhoorns)

Het is algemeen bekend dat eekhoorns hun voedsel verstoppen.
Ik had dit nog nooit gezien vóór we ooit een huisje huurde in Brabant, midden in een bos. We kochten zaden en noten en hingen die op in het bos. Zittend vóór de grote ruit zagen we eekhoorns (vooral) de noten pakken en een stukje verderop onder bladen “verstoppen” Een geweldig gezicht. De plek waar ze hun voedsel hebben verstopt (slechts enkele noten bij elkaar) schijnen ze, dankzij hun reukvermogen, weer op te kunnen sporen. Dát heb ik (nog) niet gezien.
Wat wij wél zagen was een Vlaamse gaai die de zorgvuldig verstopte pinda’s meteen “opgroef” zodra de eekhoorn die plek verliet!

Eekhoornvoedsel bestaat hoofdzakelijk uit boomzaden (eikels, noten en kegels van naaldbomen) Ook eten ze, als aanvulling op de boomzaden, afhankelijk van het jaargetijde, bessen, schors, paddenstoelen, rupsen, bladeren, vogeleieren en zelfs jonge vogeltjes.

Onderzoekster Barbara Clucas van de Universiteit van Californië ontdekte een bijzonder gedrag van de eekhoorns; Eekhoorns kauwden op stukjes slangenhuid die een slang ná het vervellen achter had gelaten. Vervolgens likte de eekhoorn zichzelf  af, zodat hun eigen lichaamsgeur wordt “overgeurd” door die van de slangenhuid. Ook rollen ze zich in slangenhuid, zodat ze naar slang ruiken en roofdieren én slangen ze met rust laten**)

Nog een paar “aparte” eekhoornweetjes”

* Eekhoorns komen NIET voor op de Waddeneilanden!
* Een eekhoorn is een knaagdier, heeft géén hoektanden. Hun tanden groeien hun hele leven door, ze slijten echter ook weer door het knagen en het tegen elkaar aan schuren.
* De diertjes houden géén winterslaap! ( zijn wel ’s winters minder actief)
* De oorharen van een eekhoorn zijn ’s winters langer.[Wetenschappers hebben nog niet uitgevogeld waarom dat zo is; ze denken dat het een “natuurverschijnsel” is, dat dient om het warmteverlies van de oren tegen te gaan.]
* In Nederland is de eekhoorn beschermd, wat betekent dat het verboden is eekhoorns te vangen, te doden, in gevangenschap te houden óf dit te proberen.
* Eekhoorns schijnen geen eten van soortgenoten te “stelen”
* Het verspreidingsgebied van de eekhoorn strekt zich uit over heel Europa en Noord-Azië.
* Ze kunnen tot op een hoogte van 2000 meter leven.





*) Hoewel eekhoorn snel kunnen rennen, hebben ze de neiging bij het oversteken, of wanneer er gevaar dreigt, stil te gaan zitten  en zich op te rollen als een bolletje, zodat ze dan een makkelijke “prooi” zijn voor aanstormende auto’s

**) Clucas’bevindingen zijn  gepubliceerd in het tijdschrift Animal Behaviour.