Zoeken en vinden

We halen zondagmorgen een frisse neus en lopen in een bos waarin behalve bomen staan, ook een kerstbomenveld, maisstoppelvelden, braakliggende akkers en weiland(jes) liggen.

Ik vermoed dat men aan de kerstboomvelden “niets meer doet”   de bomen hebben wat “ongemakkelijke” vormen voor  huiskamerkerstbomen.
Waarschijnlijk zijn de zomer- en wintersnoeiingen, nodig om “mooie” verkoopbare te kweken, al lang  niet uitgevoerd.

Er is een veld met kool- of raapzaad (ik houd die twee nooit uit elkaar) met vage gele gloed; er zijn nog planten mét bloempjes die in de winterzon geel staan te stralen.

Op een maisstoppelveld zien we, in de verte,  een man met een metaaldetector. Ik ben razend benieuwd wát hij denkt te vinden óf gevonden  heeft.

We lopen die kant op, gaan eens kijken of de man mededeelzaam is.
Dat is hij.
“Het is een soort meditatieve tijdsbesteding, lekker buiten, je komt in een soort flow én er is spanning over wat je kán vinden”
Mijn vraag is waarom hij dáár gaat zoeken, weet hij dat daar iets moet liggen?
“Nee hoor, ik ga hier meestal, er zijn veel velden hier en er is soms wat te vinden”
Natuurlijk wil ik graag weten wat voor vondst hij in zijn plasticzakje heeft zitten.
Het blijken deze keer kogelhulzen te zijn. Er wordt daar nogal eens (op konijnen?)  gejaagd.
Wat hij verder dáár ooit gevonden heeft ?
“Duiten en stukken van landbouwwerktuigen”.
Met een metaaldetector lopen: een bezigheid die ook in Coronatijd “gewoon” doorgang kan vinden

We laten hem verder meditatief over het stoppelveld lopen, en wandelen zelf verder