Kindercampingpraat

kids

Er zit een klein meisje op de toilet. Ik hoor haar stemmetje”Mamma, ben jij daar”?
Haar moeder antwoordt: Hier tegenover je.
Kleuter: Kun je me toiletpapier brengen?
Moeder: Ik kom er zo aan.
Kleuter: Eigenlijk moet iedereen zijn moeder meenemen naar de w.c.
– + –

Op een bospad komt een klein jongetje op een loopfietsje me tegemoet.
Als hij vlakbij me is staat hij stil en zegt hij: “Hier is Thijs”.
Ik heb even geen tekst, dat hoeft ook niet: Hij loopfiets door.
– + –

Twee jongetjes ( jaar of 7) komen elkaar vlak voor de receptie tegen, hoor ik de één tegen de ander zeggen “Hoe is het nou met je zusje? Nadat je vader haar zo geslagen heeft?
– +  –

Klein meisje op roze fietsje, haar moeder loopt er naast: Mam ik denk dat ik een dier wordt. Prrprr.
De moeder geeft geen sjoege.
Wil je weten waarom IK denk dat ik een dier wordt?
Moeder reageert afwezig, ze kijkt net op haar foon.
Meisje geeft sowieso antwoord: Er komen steeds andere geluiden uit mijn mond.  Prrr
–  +  –

Een meisje van een jaar of 13 is met haar vader en broertje in een tent. Ze vraagt me of ik het wifi-wachtwoord ken, en als ik het haar geeft gaat ze bellen met een vriendin.
Ik hoor alleen haar:
__
– Ja, hoor wel aardig, het was snikheet toen we aankwamen.

– Nou ik heb hier nog geen vriendinnen, de eerste dag was best wel saai.

– Ja, ik zie wel meisjes van mijn leeftijd voorbij mijn tent komen, maar wat moet ik dan?
Daar  zo maar op afstappen?
– + –

Ik loop in een winkel waar ze ook goedkoop speelgoed hebben. Voor me loopt een opa met een klein jongetje in het supermarkt karretje, bij haar loopt een oma, ook met een klein ventje in haar supermarktkarretje, zo te zien broertjes.
Opa staat voor een schap en het ventje mag iets uitkiezen. Hij wijst op iets rose.
Opa pakt het in blauw. – Deze?
– Nee, die die – en het kleine jongetje wijst.
Opa pain het wit. – Deze?-
– Nee, die, die-
En dan de stem van oma, die er achter loopt: “In Godsnaam Jaap, geef dat jong die roze”.
– + –