Medische bezoeken in Coronatijd

Door de Corona was het jaarlijkse controlebezoek aan de tandarts uitgesteld.
Ook de opticien voor de oogmeting  werd “even” NIET  bezocht.
Contactberoepen mogen nu weer klanten/patiënten ontvangen, dus heb ik afspraken gemaakt.

De vragen vooraf: Heeft u klachten en Bent u u in aanraking geweest mét… etc. hadden we telefonisch al gehad en de antwoorden waren bij  de bezoeken NU, net als verleden week, weer allemaal NEEN.
We werden wél  tevoren gewaarschuwd dat het “iets” anders zou gaan als anders.
Dat begrepen we volkomen.

Bij de tandarts:
handschoen coroIn plaatst van met een hand zouden we deze keer alleen verwelkomd worden met een glimlach.
In de gang stond een desinfecterend middel en een doos met handschoentjes. Eerst desinfecteren en dan de handschoentjes aan en niet meer aan je gezicht zitten.

Uit een Australisch onderzoek (2015) is gebleken dat een mens ca 23 keer per uur aan zijn/haar gezicht zit. Dit wist ik niet toen ik bij de tandarts binnenkwam.
Wat ik wél merkte : een kriebel aan mijn wenkbrauw even later gevolgd door een jeukende neus. Met ijzeren zelfbeheersing bleef ik van mijn gezicht af, totdat….. ik ongemerkt tóch weer  met gehandschoende hand aan mijn gezicht zat.
Foei!

De tandarts droeg een mondkapje en handschoenen en had haar vergrootbril op, ze was zoals altijd haar vrolijke zelf, ontdekte dat ik géén gaatjes had en dus mocht ik over een half jaar terugkomen.
Niet de wachtkamer in (mijn lief ging ná mij de behandelkamer in) maar meteen naar buiten, dáár op hem wachten (zo min mogelijk mensen in de wachtkamer)

Bij de opticien:
Niet te vroeg op de afspraak komen.
We, de opticien en ik, gaan meteen de ruimte voor het meten in: geen handschoentjes, geen mondkapje
Hij ontsmet de apparatuur waar ik mijn kin op moet leggen en de beugels.
Dat is al eerder gedaan, maar in mijn bijzijn doet hij het nog een keer.
Er zijn glazen schermpjes tussen hem en mij
Hij meet en het blijkt dat ik sterkere glazen nodig heb.
Vroeger kreeg je dan een brilletje op met telkens andere glaasjes.
Nu kijk je door een apparaat en is het  weer telkens: beter? of slechter?

nieuwe brilAls de uiteindelijke keuze gemaakt is krijg ik de glazen  die NU in mijn bril zitten en de glazen die het gaan worden te zien om wat regeltjes te lezen: Een behoorlijk verschil.
De glazen worden besteld en ik  zal worden gebeld als ze er zijn.
Een week later zijn de glazen gearriveerd, lever ik mijn bril in en mag ik aan de lange tafel wachten tot hij de nieuwe glazen in mijn montuur gezet heeft.
De mensen die er zijn, hebben allemaal een afspraak en met de heer die “zomaar” binnenkomt wordt een afspraak gemaakt voor later.

Eigenlijk vielen deze maatregelen best wel mee.
Je moet er even bij nadenken, maar dát lijkt me eigenlijk altijd wel een goed idee: Nadenken bij wat je DOET.

 

 

 

 

 

 

De akelei – Aquilegia

Iemand maakte opmerkingen over mijn akeleien in de voortuin, zoveel variaties en kleuren.
Ik zal eerlijk zeggen dat dit zo’n makkelijke plant is dat ik geen enkele credit als goed plantenverzorgster hoef te krijgen.
Ooit heb ik de plant in de voortuin gezet en, in tegenstelling met erg veel andere planten in de voortuin, groeide deze meerjarige plant als een speer, zaait zichzelf uit en komt nu her en der in de voortuin te voorschijn.

De Latijnse naam Aquilegia komt waarschijnlijk van “aquilegus “ dat water aantrekkend betekent.
De bloeitijd is NU en kan tot juli voortduren en het ras behoort tot de ranonkelachtigen.
Het is een winterharde,  bladverliezende meerjarige plant, en kent ongeveer 120 varianten en komt voor in Europa, Noord Amerika en ook, naar het schijnt, in sommige (berg) gebieden in Azië.
Ik vind het juist wel mooi dat er ’s winters praktisch niets van de plant te zien is en dan, als uit het niets, komen er uit de zwarte aarde blaadjes en een steeltje  te voorschijn en voor je het weet heeft één  rank takje  met veel bloemen
Bijen verdwijnen soms helemaal in de kelk om er honing uit te halen.

Voor kinderen en huisdieren is de plant wel licht giftig

Akelei

In 1504 maakt de Duitse kunstschilder, tekenaar,maker van houtsnedes en kopergravures Albrecht Dürer (1471-1528) een  aquarel van een akeleiplant

De Nederlandse twintigste- eeuwse dichteres en classica Ida Gerhardt (1905-1997) schreef  in de jaren ’60 het onderstaande gedicht erbij.

 

 

 

akelei totaalDe akelei

Toen hij het kleine plantje vond,
boog hij aandachtig naar de grond
en dan, om wortels en om mos
groef hij de fijne aarde los,
voorzichtig – dat zijn hand niets schond.

Behoedzaam rondom aangevat
droeg hij het langs het slingerpad
van bos en akker voor zich uit,
en schoof het thuis in ‘t licht der ruit
zoals hij het gevonden had.

Dan, fluitende en welgezind
mengde hij zoekend eerst de tint;
diepblauw en zwart ineengevloeid,
met enk’le druppels rood doorgloeid,
dat het tot purper samenbindt.

En uur aan uur trok stil voorbij;
zó diep verzonken werkte hij,
dat het hem soms was of zijn hand
de vezels tastte van de plant-
zo glanzend kwam de omtrek vrij.

Totdat het gaaf te prijken stond:
de wortels scheem’rend afgerond,
het uitgesprongen groene blad
scherp in zijn karteling gevat
tegen de lichte achtergrond;

de bloemkroon purper violet,
de hokjes om het hart gebed
en boven de geknikte steel
de honingsporen, het juweel
vijfvlakkig: kantig neergezet.

In ‘t vallend donker toefde hij
nog dralend bij zijn akelei;
dan, in het laatste licht van ‘t raam
schreef hij de letters van zijn naam
en ‘t jaartal glimlachend erbij.