De vermiste poes.

De deurbel gaat.
Best bijzonder in deze Coronatijd, waarin we geadviseerd worden om niet bij elkaar op bezoek te gaan.
poesVoor de deur staat onze achterbuurvrouw.
Ze is haar poes kwijt. Die kwam nooit buiten en is  nu weggeglipt
De poes is ziek en de buurvrouw is bang dat ze ergens onder een struik is gaan liggen, misschien om te sterven.
Zou ik in mijn tuin willen kijken?
Natuurlijk wil ik dat. Ik kijk.
Ik kijk onder elke struik, in elk hoekje: geen poes.
Dat zeg ik haar ook.
Ze gaat nog bij één buurman langs en dan heeft ze de dichtstbijzijnde buren allemaal gehad.

Een dag later lopen we ’s avonds een ommetje. Vlakbij een kinderspeelplaats horen we miauwen.
Er zit een poes precies zoals onze achterbuurvrouw beschreven heeft.
We proberen te lokken, maar de poes trapt er niet in.
Gelukkig heeft mijn lief zijn telefoon bij zich en kan hij een foto van de poes maken.
Ze zit niet stil, dus makkelijk is het niet, maar het lukt.
Mijn lief houdt in de gaten waar de poes zich bevindt en ik ren terug naar de achterbuurvrouw met de telefoon. Ik bel aan en de achterbuurvrouw doet open, ze is aan de telefoon. Ik laat haar onze telefoon zien met de foto van de poes.
– Ja, dat is ze.-
Ze zegt  in de telefoon dat ze terugbelt, pakt haar sleutels en loopt meteen met me mee.

Als we aankomen bij de speelplaats staat mijn man met een dame met een hond te praten.
“Loos alarm” zegt mijn lief.
De buurvrouw kijkt naar de kat die nu onder de pingpongtafel zit.
kat en hond– Ja, dat is ze- zegt de achterbuurvrouw.
– Nee, dat is ze niet – zegt de dame met de hond.
– Dat is namelijk MIJN Annie, die loopt vaak een stukje mee als ik met de hond ga lopen –
– Ach jee, zegt de achterbuurvrouw, – ze lijkt zo sprekend op de mijne, ook zo’n mager ding –

Ik heb medelijden met haar, nog steeds is haar poes weg.
We nemen afscheid nadat ik me nog een keer verontschuldigd heb, ik vind het zo sneu voor haar en heb spijt dat ik haar even HOOP gaf, ook al kon ik daar niets aan doen.

De dame met hond én poes lopen naar huis en wij maken ons ommetje af, maar we blijven uitkijken naar zo’n soort poes.