Oud krantenbericht: Telefoonnummers

pttDit keer een krantenbericht uit april 1995. Het was meer een aankondiging van het feit dat de PTT (voorloper Post NL) driekwart van de telefoonnummers zou gaan veranderen.
Alle telefoonnummers moesten van die tijd af 10 cijfers tellen (kengetal + abonneenummer)
Ik weet nog dat het even wennen was, ons kengetal dat (mét de nul) uit 5 cijfers bestond, werd een kengetal van 3 (andere) cijfers en de laatste twee cijfers van ons kengetal werden voor ons abonneenummer geplaatst. Er waren mensen die hier hoogst verbolgen over waren omdat ze nieuwe visitekaartjes moesten laten drukken (wij hadden dat probleem niet)
Volgens mij kon je ook  een omvormfolder aanvragen. Dan kon je van heel Nederland zien welk telefoonnummer in welk ander telefoonnummer veranderd was. Er zat  wel een bepaalde logica in, dus erg moeilijk was het niet.

BetjeIn 1884  waren er nog niet zoveel telefoons lees je het dagboek van Betje Boerhave.
Betje Boerhaven was een vrouw met een kruidenierswinkeltje in Utrecht  die een dagboek bijhield.
Dát dagboek is op 16 januari 1974 onder de vloer van haar vroegere winkeltje te voorschijn gekomen,het zat in een blikken trommeltje.

De dagboeken zijn uitgegeven.
Geweldig om te lezen, een stukje geschiedenis van een kruideniersvrouw in Utrecht
( Adres: Hoogt 6)
Je leest erin wat het dagelijkse leven van toen in Utrecht was, wat er voor (nieuwe) producten kwamen en hoe het gezin in die tijd moest zien rond te komen.

Ze krijgt eind 1884 een telefoon en schrijft de instructies over: Na het nummer genoemd te hebben van de geabonneerde waarmee men wenst verbonden te worden en tot antwoord ”voorwaarts” te hebben ontvangen hangt men den telefoon weder op en schelt. Men schelt dus zelf de geabonneerde. Wacht nu zolang met den telefoon aan het oor totdat hij bij zijn toestel is gekomen en dan kan men het gesprek beginnen.

In Utrecht zijn dan 106 telefoonbezitters, die 120 gulden per jaar betalen.
Politie, brandweer en telegraafkantoor konden in geval van nood gebeld worden, maar met wie kon men zomaar een praatje maken? Zelfs de dokter van Betje had géén telefoon. Natuurlijk kon ze een andere dokter nemen die wél telefoon had (haar vriendin Mien deed dat) maar Betje bleef dokter Roozen trouw.
Ze kon dus eigenlijk alleen met haar vriendin Mien telefoneren. (Mien had haar overgehaald ook zo’n toestel aan te schaffen)
Nou ja, visboer Engelman en slager van Stuivenberg hadden ook telefoon, maar daar was ze geen klant van!
Van een 10 cijferig nummer was in 1884 nog geen sprake, háár abonneenummer had 3 cijfers!