Olijfboom

Onze neef heeft een leuk huis in de Achterhoek met een piepklein tuintje.
Dat tuintje is, van het begin van bewoning, betegeld en heeft maar één mooie boom erin.
Oorspronkelijk was dat een olijfboom. Een beeldschone, dikke stam met zilverkleurige blaadjes .
Het eerste jaar had ik, in het juiste seizoen, bij wijze van grap, er zwarte nepolijven in gehangen.
Helaas kwam er een strenge winter, de boom was (veel) te groot om binnen te halen en heeft het helaas niet gered. Het stond erg triest: zo’n tuintje met één dode boom erin.
Toen mijn neef moed genoeg verzameld had heeft hij de stam afgezaagd en de stronk met wortels en al uitgegraven.

olijfhoutOoit waren wij in Griekenland en zagen daar olijfboomgaarden met prachtige grillige stammen.
De lokale bevolking wist alles van de olijfbomen ten gelde te maken. Olijfolie, olijfpasta, maar ook prachtige dienbladen, kruidenmolentjes en allerlei andere souvenirs werden van  de vruchten en het hout gemaakt.
Het is heel mooi hout.

Toen onze neef vertelde dat hij de boom, kluit en stam naar de vuilstort ging brengen vroegen wij of we de stam mochten hebben.
Dat mocht.
De stam stond jaren bij ons in de schuur.
Ooit wilden we er wat mee.
Ooit duurde lang. Totdat…..
ik in een folder een, (zo leek het) uit hout gesneden uil  zag (bleek bij nader inziengeen hout maar kunststof te zijn)

Mijn lief zag het  als voorbeeld voor de olijfboom, zoiets zou hij willen maken.
uilIk zocht de stam en vond hem ergens achter in de schuur en mijn lief ging aan de slag.
De boomstam van de neef zal een nieuw leven als uil krijgen.

Neef zelf heeft een kersenboom op de plaats van de olijfboom neergezet, die inmiddels in het juiste seizoen ook al vruchten draagt.
Hij eet ze niet. Vóórdat hij ze wil plukken zijn de vogels hem  al voor geweest
Dat mág van hem.

Lezing; De tuinen van Monet

lezing
De oorspronkelijke docente die deze lezing zou geven was haar stem kwijt en daarvoor in de plaats hield Yvonne Hilgenkamp, kunst- en architectuurhistoricus deze lezing. Fijn dat de lezing NIET werd afgezegd en op korte termijn deze dame de lezing kon overnemen.

Tot 2 februari 2020 is de tentoonstelling ” Monet – tuinen van verbeelding” te zien in Den Haag in het Gemeentemuseum dat, met ingang van 1 oktober jl. het Kunstmuseum heet.

Naar aanleiding van deze tentoonstelling was deze lezing door de Volksuniversiteit georganiseerd.
Er werd iets van Monet ’s levensloop verteld en op 2 schermen werden zijn werken en dat van sommige van zijn tijdgenoten geprojecteerd.

Claude Monet (1840-1926) maakte op jeugdige leeftijd kennis met Eugene Boudin, een van de eerste Franse schilders die in de open lucht schilderde. Monet zou later meerdere keren verklaren dat Boudin hem in het schildersvak heeft geïntroduceerd en  dat hij veel van hem geleerd heeft

monetDe tentoonstelling in Den Haag gaat over de latere werken van Monet, toen hij in Giverny woonde en zijn eigen tuinen heeft ontworpen en laten aanleggen. De ene tuin was een bloementuin de andere een vijvertuin. Daar heeft hij heel veel schilderijen van waterlelies gemaakt. Voornamelijk DEZE werken zijn in het Kunstmuseum te zien.

Deze lezing gaat over dát werk ná de pauze.
Voor de pauze vertelt Yvonne een en ander over  Monet zelf, zijn twee huwelijken, zijn woonplaatsen en zijn schildersvrienden; zoals Renoir ,Sisley en Turner en zijn militaire diensttijd in de Frans Pruisische oorlog  (1870-1871) waar zijn tante hem uitkocht waardoor hij weer schilderen kon.

Een interessant weetje  dat verteld wordt is de uitvinding van de verftube:
Op 4 maart 1841 kreeg  de Amerikaanse portretschilder en uitvinder (1801-1873) het Britse patent  op de door hem uitgevonden verftube.
Daardoor konden schilders nu ook plein air schilderen ( pleinairisme genoemd) De verf droogde niet uit en kon mee naar buiten genomen worden.   Voor die tijd  werd de verf in varkensblaasjes gestopt.

Nog zo’n leuk weetje vond ik het feit dat Monet waarschijnlijk op de Wereldtentoonstelling in Parijs 1889 voor het eerst waterlelies had gezien en daar zo enthousiast van was geworden dat hij, eenmaal wonend in Giverny,  een extra stuk grond  kocht en daar het riviertje  de Epte (zijrivier van de Seine)liet omleiden om zijn vijver van water te voorzien. Hij legde er een bruggetje( naar Japans voorbeeld) overheen, die op meerdere van zijn vijverschilderijen te zien is.

Eén van de trieste weetjes die Yvonne ons vertelde was dat Monet op een gegeven moment aan één oog zo goed als blind was en aan de andere nog maar 10% zicht had; hij had staar. Het schijnt in zijn schilderijen te zien te zijn aan het kleurgebruik in de tijd vóór zijn staaroperatie.
In 1923 werd hij aan staar geopereerd. Een anekdote vertelt dat hij schrok van het kleurgebruik van het werk dat hij daarvoor geschilderd had.

Een bijzonder familiegebeuren was dat hij, na de dood van zijn eerste  vrouw Camille( oa. geportretteerd in “de vrouw in de groene jurk”  trouwde met Alice Hoschedé
Zij was met haar man(Ernst) en 6 kinderen na zijn faillissement( in 1877), in 1878 in Vétheuil met Monet, zijn vrouw Camille en hun twee zoons Jean en Michel in één huis gaan wonen. In 1891 stierf Ernst en in 1892 trouwde Claude met Alice.
Een van de kinderen van Alice, Blanche, trouwde later (1897) met Jean, de zoon van Claude en Camille. Blanche werd dus naast stiefdochter van Monet ook zijn schoondochter. Zij leerde van hem veel op schilder gebied en werd ook een talentvolle schilderes.(eerste solo expositie in 1927)

Door nu uitleg te krijgen omtrent de ontwikkelingen  die de schilder doormaakte, zijn kleurgebruik en het impressionisme zullen we straks  zeker “anders” naar zijn latere werken, de vijverschilderijen,  in Den Haag  kijken.