In de struik bij het ziekenhuis

Als je  het ziekenhuis in onze gemeente is (het gaat verhuizen naar een andere gemeente en moet in 2024 klaar zijn) binnenkomt is er een balie waaraan twee vrijwilligers zitten met een bordje voor zich waarop staat: gastvrouwen.
Het zijn meestal oude dames, die precies weten hoe en wát er gedaan moet worden als iemand wat vraagt. Dat stralen ze uit: wij weten alles: Kom maar op met je  vragen!
De meeste patiënten, het is de poli-ingang, weten wel waar ze heen moeten en als ze het niet weten zijn er overal borden en pijlen, dus erg veel te doen hebben de dames niet.
Des te vasthoudender zijn ze als ze beet hebben.

Vandaag waren we in het ziekenhuis, er moest een biopsie worden gedaan.
Er was kortgeleden een specialist weggegaan. Zij had de afdeling een bijzondere bos (kunst)bloemen cadeau gedaan voor op de balie. Wat een topidee!
Ze genoten er allemaal van, zei de assistente die ons binnen riep.Wij ook.

We zaten maar kort in de wachtkamer toen we al  de behandelkamer in mochten komen. De  assistente vertelde dat zij het intake gesprekje zou houden en dat daarna de dokter kwam kijken (fijn als je weet wat er gebeuren gaat)
De biopsie was zo klaar, toen naar de balie om een telefoonafspraak te maken. Daarin ga je, 2 weken later horen of je al dan niet “onrustige cellen” in je hebt.

Na 20 minuten zijn we klaar en lopen naar buiten op weg naar de parkeerautomaat. Langs het tegelpad staan bosjes en daar zie ik wéér een bankpas liggen (zie blog 7 sept.)
Meenemen en de verliezer opsporen lijkt me hier beter van niet.Als iemand belt of terug komt bij het ziekenhuis is het beter dat zijn pas dáár is
Dus ik loop naar binnen, naar de gastvrouwen
Ze eten op dát moment nét een kroketje.
Zodra ze zien dat ik op HEN afkom, leggen ze allebei hun kroketje neer ( zo’n beetje ónder de rand van de balie)
Ik richt me tot beiden en laat het betaalpasje zien: gevonden.
De één steekt haar hand uit “Geeft u maar hier daar hebben wij een protocol voor”
Ik aarzel.
“Voor gevonden voorwerpen” voegt de ander toe.
“Het gaat naar de beveiliging daar komen alle gevonden voorwerpen en worden ze geregistreerd en kunnen mensen ze ook afhalen” zegt de eerste dame.
Ik had even willen overleggen of ik misschien niet beter zelf de man/vrouw van het pasje kon opsporen (daar heb ik inmiddels ervaring in)
Maar van overleg was hier geen sprake; het protocol trad in werking, de hand werd dwingend.
Ik legde er het pasje in.
Ik liep weg en keek niet om.
Ze waren vast voldaan dat ze dit weer netjes snel hadden afgehandeld én er moest een vervolg komen: een beveiliger gebeld, of er heen; ze zouden straks weer wat te doen hebben én de kroketjes waren niet koud geworden!

Ik hoop dat de eigenaar van het pasje wéét dat hij het waarschijnlijk verloren heeft bij het ziekenhuis, dán komt het allemaal toch nog goed.
Geen bloemen voor mij dit keer!