Genant

Af en toe haal ik bij mijn supermarkt een doos HelloFresh, daar zit alles in en voor net geen € 10,- heb je een hele maaltijd voor 2 personen.
Meestal nemen we een doos zonder vlees.
Het zijn vaak aparte combinaties, waar we zelf nóóit op zouden komen én er komen ingrediënten in voor waarvan ik nog nooit gehoord heb.
Zo hebben we door de HelloFresh dozen oa. Provolonevlokken, Garam Marsala, Parelcouscous, Pasata en bulgar leren eten. Spannend en allemaal lekker.

hellofVandaag had ik weer zo’n doos gekocht, dit keer mét, zo vermeld het bijgeleverde recept,
krokante garnalen en venkel. Het water liep me in de mond.
Thuis meteen de garnalen in de koelkast en de doos op het aanrecht.
’s Middags wilde ik toch wel eens weten wat er mee gebeuren moest om dit lekkers allemaal dampend op tafel te krijgen. Ook hier weer een gerecht dat me totaal onbekend was: panko.
Er staat een plaatje van de ingrediënten bij: deze keer 2 ronde “doosjes”, 1 met mayonaise, 1 met panko. Ik wil wel eens zien hoe die “panko” eruit ziet en zoek in de doos. Maar één doosje en dat is met de mayonaise. He, verdorie, dat is nog nooit gebeurd, dat er iets niet inzat.
Ik haal de spullen uit de doos, behalve de tortilla’s, die onderin plat liggen te wezen.
Geen doosje panko.

Ik bel mijn supermarkt, leg het uit en vraag wat panko is (wie weet is het een vertaling van iets dat ik wél in huis heb)
“Mango bedoelt u?”
Nee, dat bedoel ik niet.
Het supermarktmeisje (ik weet wie het is, we dollen aan de kassa wel eens samen) heeft er, net als ik, nog nooit van gehoord. Ze zegt dat als ik naar de winkel kom, ze het op gaat lossen.
Ik ga. Ik wéét: ze lost op.
pankZe heeft vóórwerk gedaan en zegt dat het paneermeel is! Natuurlijk voor die “krokante” garnalen, bedenk ik me. Dát had ik dat wel in huis gehad.
Ze kijkt me guitig aan. “Wedden dat het in je doos zit?”
Ze opent de door mij meegebrachte doos: onder de tortilla’s zit een plat, bruin zakje met paneermeel: panko.
Zwak breng ik nog uit dat het er niet uitziet zoals op het plaatje, het zit niet in een rond doosje. Ze lacht en ik ook.
Gegeneerd maak ik rechtsomkeert

Langs de deuren

voordeur-e1568060554774.jpg
Daar liep ik dan met mijn oranje collectebus. *)voordeur
Ik  heb zo’n 2 weken wat kleingeld verzameld om in de bus te doen, dan rammelt de bus al bij het eerste adres waar ik collecteer.

We aten vroeg, zodat ik om kwart voor 6 (de beste collecte tijd**) kon beginnen. Eerst maar mijn eigen straat, daar kennen ze me en geven ze wel.
En inderdaad, dat ging erg voorspoedig.

Van te voren was ik toch wat benauwd omdat steeds meer mensen geen kleingeld meer in huis hebben.  Bij  het Prinses Beatrixfonds kan ik dan een QR code aanbieden, waarop mensen met hun telefoon een donatie kunnen doen (zelf zou ik dat nooit aan de deur doen, dus ik biedt het ook niet graag aan)

Ik heb 4 straten te collecteren gekregen, waarbij  één straat met etagewoningen; trap op, trap af.
Mijn werkwijze is alle deuren van mijn route langs gaan; noteren waar men niet thuis is en dan een andere dag en andere tijd DIE adressen weer bezoeken.
Zijn de bewoners dan weer niet thuis dán krijgen ze een kaartje in de bus (QR-code) waarop ze alsnog kunnen doneren.

De eerste dag had ik na twee uur mijn route helemaal gelopen; had ik 31 mensen niet thuis getroffen, had ik 17 x NEEN te horen gekregen en (maar) één keer had iemand geen kleingeld in huis en heb ik een kaartje met de QR-code achtergelaten.
Twee mensen hadden een sticker  met GEEN COLLECTES AAN DE DEUR. En één sticker vond ik erg ludiek:

Geachte aanbeller
Als u aanbelt om het geloof te verkondigen, iets te verkopen of een energie-advies wilt geven zullen wij U € 25,- per gesprek in rekening brengen om uw verhaal te moeten aanhoren.
U dient dit bedrag vóóraf te betalen
.
Er stond niet bij dat collectanten NIET mogen aanbellen, toch deed ik het niet.

Over humor gesproken:
Ik belde ergens aan,verrassing voor ons beiden: een oud collega deed open, hij was daar  een paar maanden geleden komen wonen: hij gaf geld
De volgende dag belde ik in dezelfde straat aan: hij deed open: “Ben je daar nu al weer, ik gaf gisteren toch al?”
Ik bloos snel. Op mijn papiertje stond toch echt DIT nummer als niet thuis
Hij zag mijn “ongemakkelijkheid” en verloste me: “Nee, hoor, ik ben even hier”
Hij verdween in zijn eigen huis en de échte bewoonster kwam aan de deur, lachte en gaf.

Van de 17 neen-zeggers  zeiden de meesten gewoon NEEN of “daar doen wij niet aan”
Deze collecte zei NIEMAND: ik heb al gegireerd.
Twee mensen zeiden dat ze zélf al bijna niets hadden en niets konden missen (géén grapje) en één zei “Als ik iemand geld wil geven doe ik dat NIET aan de deur”
(Ik krijg dan altijd de neiging om iets terug te zeggen, zoals, “dan kom ik toch aan het raam” Maar mensen die zulke dingen zeggen hebben zelden gevoel voor  humor)

In deze wijk zitten ook in een aantal hofjes: per hofje 5 voordeuren.Een opmerkelijk feitje was dáár dat de mensen in één hofje, alle 5 NIETS gaven.
Er waren  in deze wijk echter (ter compensatie?) ook 2 gulle gevers die papiergeld in de bus stopte.

De tweede keer dat ik bij de “NIET THUIS mensen” langs ging was ik een halfuurtje
bezig en kregen de 20 mensen die wéér niet thuis waren (vakantiegangers?) van mij een kaartje in de bus: We hebben je gemist, doneer je alsnog?
Deze 2 de ronde had ik 2 weigeringen.

Twee leerzame dagen, waarna ik (nog steeds) een positieve kijk op de mensheid heb; de meesten zijn aardig, goedgeefs én THUIS als ik langs kom!

 

*) Vervolg van het blog van gisteren
**) vroeger zat men dan nét te eten, maar tegenwoordig eet men later en zijn de meesten om die tijd  aan het koken.