Niet zoek, wel gevonden

Als we bij de golfbaan wegrijden moeten we, met de auto, een stuk verder op het terrein een uitrij kaart kopen om van het recreatieterrein af te kunnen komen (daar verdient de golfbaan niets aan, het recreatieschap wél)
bankpasMijn lief parkeert de auto en haalt uit de automaat een parkeerkaart. Ik zie hem bukken en iets oprapen. Het blijken 2 bankpasjes en een tankkaart te zijn.
Op één staat een naam, op de ander een bedrijf.
We nemen ze mee naar huis en zoeken thuis op internet de naam en het bedrijf op.

Het bedrijf staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel (2006) maar is op het daar staande adres niet (meer) te vinden. De, toch wel bijzondere achternaam, komt wel een paar keer op internet voor, maar niet met de goede initialen.

Ik bel de bank, leg het uit. Ze vragen mijn telefoonnummer, zullen de rekeninghouder bellen en hem vertellen dat bij mij de 3 pasjes liggen. De bankdame aan de telefoon zegt ”Als we zijn goede telefoonnummer hebben” en legt neer. Dat geeft me niet erg veel vertrouwen, maar ik laat het daarbij.

De volgende dag bel ik de andere bank. Deze  heeft een automatisch antwoordende dame die geprogrammeerd is om voor te stellen dat ik met haar chat, dat gaat een stuk sneller en wil ik tóch aan de telefoon geholpen worden dan moet ik er rekening mee gaan houden dat het lang gaat duren. Ik wil geen mechanische stem ik wil een MENS!
Ik haak dus af en chat niet met de “omgekeerde” bank (knab)

De laatste de tanktroefkaart. Een echt meisje neemt op. Ik vertel dat we de tankpas gevonden hebben. “Wat lief dat u de moeite neemt om even te bellen, ik zal even kijken of de pas al geblokkeerd is. Nee dat is hij niet, ik ga die meneer bellen en verbindt hem met u door, moment aub”
En weg is ze, het jammere is dat er nu een irritant tingeltangel muziekje komt.
Maar daar is de dame alweer. “De heer is druk en kan niet aan de telefoon komen, mag ik hem uw nummer geven, zodat HIJ u straks kan bellen?”
Dat mag. Dankjewel snelle en goede benzinekaarttelefoniste.

De telefoon gaat. Ik hoor een andere naam dat er op de bankpas staat.
“U heeft mijn tankkaart gevonden, hoor ik?”
Ik zeg dat ik ook bankpasjes gevonden heb maar dat er een andere naam dan de zijne op staat. Ik zeg, op zijn verzoek de naam die er wél opstaat “Dat is mijn compagnon. Ik bel hem even, mag ik uw nummer geven?”
Ik zeg  “ja”.

De telefoon gaat. De juiste achternaam is aan de andere kant van de lijn.
Heb ik zijn pasjes? Ja die heb ik.
Ik krijg de indruk dat hij ze nog niet gemist had. Hij had ze ook alle drie (nog) niet laten blokkeren. Het spijt hem dat ik “zo’n last van hem heb “en vraagt of hij ze morgenochtend mag ophalen.
Ook dat mag.

pasbloemen
En dan staat hij, een veertiger schat ik, ‘de volgende dag
(15 minuten later dan de afgesproken tijd) met een bos bloemen op de stoep.
Hij bedankt me: “Dit scheelt me een enorm gedoe”
Ik bedank hem voor de bloemen.

Gevonden voorwerpen terug bij de eigenaar.