Vogelhut I

Tot mijn grote vreugde hebben we de vogelhut, die we eerder NIET konden vinden, nu wel bezocht (blog 28/4) We fietsten weer naar dezelfde plek als toen waar het bordje vogelhut met een pijl stond. Wéér stonden we voor het doodlopende pad begroeid  met brandnetels. Een stuk verder in het gras lag een uit elkaar gereten konijn, geen prettig gezicht.
style eem
Mijn lief zag plotseling een overstapje (ik weet er geen ander Nederlands woord voor, in Engeland noemen ze het een style)
We klommen erover, liepen een klein stukje, en moesten er nog één over vóór we op een pad uitkwamen.

We liepen door de klaver, boterbloemen en hondsdraf en zagen een paar hazen in de weilanden rennen.
Opeens kwam er een bruine hond uit het niets die achter een haas aanging.
In de verte stond een man met een pet “Hou die hond vast, idioot” mompelde ik.
De hond stond stil bij een sloot, de haas was ontkomen, zijn leger in, vermoed ik.
Toen we dichter bij de man kwamen stak hij zijn hand op. Ik zag dat hij een koptelefoon op had en even later sneed het vreselijk geluid van een grastrimmer door de stilte. Geen idee waarom de man, ver van alles en iedereen vandaan een stukje hoog gras en riet aan het trimmen was, het zal wel zijn nut gehad hebben.
vogelkijkhut
We liepen verder en vonden de vogeluitkijkpost

vogelplaat

De deur was dicht, maar binnen waren de luikjes open en hing een geplastificeerde kaart met vogels die je zou kunnen zien. We had den allebei een verrekijker bij ons.

Er gebeurde echter weer hetzelfde als in alle vogeluitkijkposten die ik ooit in mijn leven heb betreden: NIETS bijzonders  te zien: 2 meerkoetjes vlakbij en heel veel zwanen in de verte
De “belofte” dat als je stil bent en alleen maar kijkt, je bijzondere vogels ziet, wordt zelden waargemaakt, is mijn ervaring. (misschien ben ik te ongeduldig en moet je er twee uur of meer in zitten om “iets” te zien?)

We liepen terug door het hoge gras, de hond blafte toen we over de “style” kwamen, de man hoorde of zag ons niet, zijn trimmer maakte ongelofelijke herrie.
Eenmaal bij onze fietsen ging ik, net als op de heenweg, de reigers in de weilanden tellen.
Heen zag ik er 12, op de terugweg 16.
Geen “bijzondere” vogels, wel veel!