Herkomst woorden

Zowel voor mijn verjaardag als voor Sinterklaas en Kerst krijg ik vaak boeken.
Geen romans, meer weetjesboeken of boeken over taal.

Zo ben ik nu in Linea recta bezig over Latijn en Grieks.
De herkomst van woorden heeft me altijd bezig gehouden. In kerken of bij historische monumenten probeer ik ook altijd de inscripties te ontcijferen (en vindt het steeds weer “jammer” dat ik geen Griekse en Latijn in mijn opleiding heb gehad)
Ik ben ooit, lang geleden,  een half jaar lang met een leerboek Latijn mezelf gaan leren vertalen. Enig was dat en het ging ook best goed, maar dan komen er andere beslommeringen en verdwijnt het boek achter in de kast (en daar ligt het bij mijn weten nog steeds)

NU lees ik bijvoorbeeld dat het woord diploma komt uit het Grieks en dat het van duplus komt, een dubbelgevouwen papiertje; een bewijs van wat je kan.
Een stapje verder is een man of vrouw die naar het buitenland gaat mét een dubbelgevouwen papiertje waarop staat wat hij of zij kan: Zo iemand is een diplomaat.

Dat de D in het Latijn staat voor het getal  500 weet ik. Wat ik NIET wist dat het komt van het woord dimidium  wat uit het Latijn komt en staat voor helft. (de helft van duizend, dat aangeduid wordt met een C)

Nog zo’n herkomst van een woord die ik niet kende komt van een Griekse mythe:
De Griekse God Hermes, de buitenechtelijke zoon van Jupiter, was boodschapper van de Goden. De berichten deed hij in een kokertje dat hij waterdicht afsloot.
Voelt u hem aankomen?
Afsluiten zoals Hermes deed, is hermetisch afsluiten!

Het woord carnivoor (vleeseter) komt van het Latijn; caro is vlees.
Ook in het gerecht Chili con carne komt het vleeswoord voor.
In het woord Carnaval ook, maar dat had IK nooit door; in dit boek las ik dat dát komt van het vasten: niet vlees eten tot Pasen.
Nog een woord waar ik het caro vleeswoord niet uitgehaald had: reïncarnatie.
Letterlijk is reïncarnatie dus hervervlezing.

Er kom vast nog meer weetjes  want mijn boek is nog niet uit.
Dus als u interesse heeft houdt de column Herkomst woorden II in de gaten

linea

 

Linea recta geschreven door Geert van Zandbrink uitgegeven bij Prometheus

De sfeer is bepalend

Al eerder blogde ik over een wachtkamer, hoe het daar toe ging.
Donderdag was ik er weer in één: van een kaakchirurg.
Er kwam een enorm grote, brede, bestofte jonge man tattoos op de blote armen, kennelijk zó van de bouw de wachtruimte in. Hij meldde zich bij de assistente en kan vrij snel daarna al naar binnen.
Hij komt ook weer vrij snel naar buiten en zegt tot ons ,wachtkamervolk,: “Ik had al een afspraak voor morgen, maar het ging zo’n pijn doen dat ik heb gebeld, kon ik nou meteen komen.”
Hij houdt zijn hand tegen zijn wang. “Voor bloederige stukken vlees ben ik niet bang maar een NAALD!” Hij huivert.
– Daar ben je niet de enige in – probeer ik hem te troosten.
Zijn mobieltje gaat af en hij neemt op: “Nee, ik zit in het ziekenhuis, ze gaan me zo opensnijden en het vuil er uit halen, misschien kan ik daarna komen? “Hij staat op en loopt een stukje de gang in.
Even later wordt hij opgehaald door een aardige assistente. Hij zwaait naar ons.

Er komt een jong stel binnen. Zij,opgeschoren koppie, broek met gaten, hij met blote armen  (het is nog februari) Hij rent bijna naar de assistente met een vraag, zij verwijst hem de gang in.
Het meisje meldt zich bij de assistente en gaat zitten. Als haar vriend/man/terug is, smoezen ze even, dan gaat ze weer naar de assistente
“Mag hij mee naar binnen?” Ze wijst op hem.
De assistente antwoordt: – Wel voor de verdovingsprik, daarna mogen jullie even samen in de wachtkamer, maar voor de ingreep kun jij alleen naar binnen” Het meisje loopt terug naar haar stoel. Hij slaat zijn arm om haar heen: “Het komt goed, schatje”
Er schiet een reclameflits door mijn hoofd, moest hier geen koekje bij gegeven worden? Of was het frisdrank?

De grote man komt terug van de arts, hij grijnst ” Leuke dok, het viel mee, Nou daaag” Hij zwaait weer en loopt de gang op.
Het valt me op dat bijna iedereen met een grijns uit de dokterskamer komt.
Kennelijk maakt de specialist een grap of zegt iets leuks vóór men hem verlaat.
Hoewel? Er komt nu een lange magere jongeman achter de assistente aan  de doktersafdeling  uit; ik heb hem niet naar binnen zien gaan, dus hij zal er al wel even gezeten hebben.
”Wil je nog even in de wachtkamer zitten? “  vraagt de assistente hem.
Hij schudt droef zijn hoofd “Nee, ik red het nu wel”
Met neergeslagen blik loopt hij de gang op.
De uitzondering bevestigt de regel!

Dan wordt ik binnengeroepen. De assistent neemt op de stoel van de dokter plaats en begint een praatje, de dokter is nog even bezig. Dan gaat ze weg en ben ik alleen. Op de gang hoor ik gefluit, de specialist komt de kamer binnen ”Mijn assistente zegt dat het goed met je gaat, klopt dat?”
Dat klopt inderdaad, na de vorige ingreep bijna geen pijn meer gehad en geheel geen last.
Hij draait de grote lamp boven mijn mond en kijkt ”Ziet er goed uit. Die knobbel daar is niks hoor, heb ik ook”  Hij noemt een  Latijnse naam.
“Sommige mensen krijgen dat en sommige mensen niet. Jij en ik dus wel” Hij geeft me een hand en is al weer verdwenen.
Ook ik loop met een glimlachend gezicht de wachtkamer weer in.