Aan de deur

Het is avond.
De bel gaat.
Ik open de voordeur.
Er staat een meisje voor de deur met een geel bordje in haar ene hand, de andere strekt ze naar me uit: “Ik zal me even voorstellen ik heet Maartje*)”
Ik schud haar hand en stel me ook voor.
dilemmaZe vertelt me dat het de dilemmaweken zijn en dat ze van Alzheimer Nederland is en of ze me een dilemma mag voorleggen. Ze houdt haar bordje omhoog.
Elke dag zout in je koffie ze draait haar bordje om:
Elke dag tandpasta op je boterham

Ik mag kiezen.
Ik wil het allebei niet.
“Mensen met Alzheimer hebben niets te kiezen. U weet wat Alzheimer is?”
Ik knik.
“U heeft dit hopelijk niet van dichtbij meegemaakt?”
Dat heb ik wel. En nog.
Dat vindt ze naar voor mij, maar ze pakt meteen door:
“Dan weet u hoe belangrijk onderzoek naar de oorzaak van deze ziekte is”
Ik begrijp al van het moment dat ik haar zag staan waar ze heen wil: GELD

We leven in een rijk land en kunnen best wat missen.
Voor 2 doelen zet ik mijn krachten in en 10 doelen geven we jaarlijks een bedragje.(Wel wanneer WIJ het willen en kunnen missen)
Twee keer hebben we ons principe niet kunnen handhaven (we zijn allebei softies) en zijn we toch gezwicht om een maandelijks bedrag te geven.
We gunnen het de doelen maar hebben er wel spijt van. We hebben elkaar strak aangekeken en welk verhaal ook verteld wordt besloten: dit doen we NOOIT meer.

Ik vraag wat ze van me wil. Als het een structureel bedrag is dan gaat het feest NIET door.
Ze begint over de noodzaak deze ziekte onder controle te krijgen, over het onderzoek dat geld kost
Ze hoeft me niet te overtuigen: IK weet het!

vergeet-mij-niet-pin
Ze laat me hun symbool zien een schattig vergeet-me-nietje: door het te dragen toon ik dat ik  aan Alzheimerlijdende mensen niet vergeet!

Ik word hier intens verdrietig van: Ik heb een speldje van een lintje, zodat ik aan kankerpatiënten denk; een koolmees, zodat ik aan de dierenbescherming denk en een poppy zodat ik aan de oorlogsveteranen denk en als ik even doordenk  heb ik er vast nog wel meer.
Ik kan mijn hele borst volhangen met speldjes, dat verandert niets.
Ik kan niet aan elk doel geld geven (collectebussen aan de deur ALTIJD)
We hebben een keuze gemaakt en zelfs daar word ik héél verdrietig van.
In december kregen we op 1 dag 12 brieven van de Goede Doelen, of we onze bijdrage niet structureel wilden maken; wilden verhogen; nog wat willen geven.
Wanneer houdt het op?
We kunnen het leed van de hele wereld niet op onze nek nemen. We doen wat we kunnen.
Ik zeg het meisje goedendag en wens haar succes.
Het is een verstandig meisje.Ze ziet in dat dit niet gaat werken, ze groet me. Ik had het over een eenmalige gift, daar ging ze niet op in.

De rest van de avond ben ik van slag.
Net als vorige week toen de jongen van Terre des hommes aan de deur kwam.

 

 

*) Naam is veranderd