De zin van muziek

Een lezing van de Nederlandse componist en musicoloog Leo Samama*) mét muziek.
De heer Samama begint met zijn gehoor te vertellen dat 99% van de mensheid biologisch bewezen muzikaal is. Hoe men muziek beleeft is voor iedereen anders.
Muziek is onderdeel van het publieke veld. Hoe kan iemand zijn “boodschap” muzikaal overdraagbaar maken naar een ander toe?
Om dit te illustreren laat de heer Samama een stukje horen van Die Forelle gecomponeerd door  Franz Schubert op een gedicht van Christian Friedrich Daniel Schubart.
Bij de uitvoering  van het muziekstuk gebruikte Schubert maar 3 coupletten van het oorspronkelijke gedicht dat uit 4 coupletten bestond.
Waarom?
De 3 coupletten gaan over een forel die wordt gevangen, doch het 4e couplet behelst een waarschuwing voor jonge meisjes, waarbij ze moeten letten over landeigenaren die hen willen veroveren. Eigenlijk gaat het dus over vrijheid, of liever over het gebrek eraan: als een landeigenaar een meisje van zijn land wilde, had hij dat recht!   Daar werd door Schubart voor gewaarschuwd!
Het gedicht had dus een politieke inhoud: de dichter werd gevangen gezet juist om de tekst van dit vierde couplet. Schubert wilde daar zijn handen niet aan branden, dus hield  hij het bij een muziekstuk over een vis; een forel.

Samama: Muziek is niet cognitief vatbaar, zoals een schilderij.
Bij muziek is niets wat het lijkt.

Weer geeft hij een muzikaal voorbeeld: Louis Armstrong met When the saints.
Dat is een religieus gezang over Allerheiligen.
Muziek werd in de kerk gespeeld, in een concertgebouw en op straat.
In New Orleans werd de kerk op straat beleefd, dáár werd deze muziek voor het eerst gespeeld.
Hij laat een andere uitvoering horen, minder “wild”, rustiger, speciaal  bewerkt om in een KERK te spelen.

Samama :Iedereen kan van alles bedenken bij muziek.
Hij haalt Igor Stravinsky **)aan: Muziek gaat alleen over zichzelf.

Weer wordt weer een voorbeeld aangehaald over “maatschappelijke” muziek. Dit keer van J.S.Bach, die vooruit wilde komen op de maatschappelijke ladder. Hij was oa. concertmeester bij een hertog van Saksen, en kapelmeester aan het hof van een muziekminnende vorst. Voor een vorst schreef hij een soort lofzang (dat was wat hem bij die vorst glorie zou brengen) maar kort daarop moest hij een Weihnachtsoratorium componeren en haalde hij de “lofzang” van de plank, een nieuwe tekst, wat aanvullingen en toen was die meesterwerk klaar voor de kerst. Oorspronkelijk was het stuk  dus met een andere intentie gecomponeerd.

Samama: die muziek had een maatschappelijke functie, die het nu niet meer heeft, het is NU wat wij ervan maken.

Samama vertelt nog een verhaal over maatschappelijk relevantie van muziek:
Image building in de tijd van Lodewijk XIV, de Zonnekoning.
Lodewijk kon als kind al goed dansen. Er werd muziek voor hem gecomponeerd waarop hij dansen kon. De aristocratie werd uitgenodigd en Lodewijk danste dat de stukken eraf vlogen. Aan het eind van het stuk, danste hij als de God Apollo: de zon, in een gouden pak. Dat deed hij vele malen en na de adel als publiek trad hij op voor de burgerij in de Jardin des Tuileries in Parijs.
Iedereen was het er over eens dat hij danste zoals niemand anders en dat hij de Zonnekoning was.
Image building.

Muziek had vaak een maatschappelijke functie en de componisten die daar goed op in speelden stegen op de maatschappelijke ladder.
Vóór de 12 de eeuw waren de namen van componisten van muziekstukken niet bekend. Daarna kwamen er opdrachtgevers die componisten in dienst namen en sinds de 19eeuw zijn componisten vaak hun eigen opdrachtgever.
Daaruit volgt wel dat het publiek steeds anoniemer wordt.

 

 

*) docent aan verschillende conservatoria, alg. directeur van het Nederlands Kamerorkest en mede oprichter van de Nederlands Strijkkwartet Academie
**) één van de belangrijkste componisten van de 20 ste eeuw.