Yaourt

Yaourt, zó spelde je het woord yoghurt in 1757.
Het komt van het Turkse woord “yoğun,” dat dik betekent.

In de jaren tachtig hadden veel van mijn vrienden ook een “yoghurtplantje” in de keukenvensterbank staan; zo maakten we onze eigen soort yoghurt; kefir.Dat was toen “in”. Het was niet echt een plantje, maar melkzuurbacteriën.
Boeren uit de Kaukasus hadden dit al duizenden jaren eerder bedacht. Het was gezond en veel langer houdbaar dan échte melk.
Gezond is het nog steeds (probiotica * zijn goed voor je darmen), maar wetenschappelijke bewijzen voor het gezonder zijn van kefir boven yoghurt zijn er niet.

Wij aten vroeger thuis Bulgaarse yoghurt, een soort yoghurt door de Bulgaarse boeren uit melkzuurbacteriën ontwikkelt. Men dacht toen dat, omdat Bulgaarse boeren de yoghurt zó maakten, ze langer leefden en minder last van darmstoornissen hadden, dat het top of the bill van gezond eten was.

Tegenwoordig heb je Skyr, een IJslandse yoghurt in de winkels. Ten tijde van de kolonisatie van IJsland, schijnen de Vikingen dit product vanuit Noorwegen te hebben meegenomen; het is een soort magere kwark, eigenlijk kaas met een hoog eiwitgehalte,

Zelf heb ik de lekkerste yoghurt ooit gegeten in een klooster op een Grieks eiland; mijn lepel bleef er rechtop in staan, zo dik. Griekse yoghurt is dikker en romiger dan “gewone” yoghurt.
(Meestal gemaakt van de bruine koe, die je in Griekenland in de wei ziet lopen)
In de supermarkt koop ik hier wel eens yoghurt “Griekse stijl”,  bij lange na niet de smaak van “mijn” kloosteryoghurt; ik heb me laten vertellen dat deze yoghurt minder eiwitten bevat.

* Yoghurt kun je goed gebruiken als basis voor dressings, sausjes of marinades.
* Yoghurt kan, door verhitting, gaan schiften; volle yoghurt schift minder snel.
* Yoghurt kan ook je mond blussen, als je gepeperd gegeten hebt (Indiase keuken serveert vaak yoghurt bij hete gerechten)
* Om Yoghurt lekker dik te krijgen laten de Turken en de Grieken hun product in een doek uitlekken ( zoals Nederlanders doen met hangop)

*) probiotica zijn zgn “goede”bacteriën, deze zorgen voor een goede darmflora en die is weer goed voor je spijsvertering, je stoelgang en je immuunsysteem

 

Lopen in een steengroeve

Overal in Nederland zijn organisaties waarbij Natuurgidsen met enthousiaste natuurminners willen wandelen.
Af en toe lopen wij met zo’n wandeling mee. We zien er soms dingen die we nooit eerder hebben gezien en leren dingen die we niet wisten.

groeveAfgelopen zondag liepen wij met nog een 20 tal mensen, met 2 natuurwachten mee  in en bij de Groeve Oostermeent, een  400 meter lange “afgrond” die ontstaan is door industriële afzanding voor de steenfabriek Rijsbergen, gelegen tussen de gemeentes Huizen en Blaricum.
Dit abrupte snijvlak van afgegraven én hogere zandgrond legt 150.000 jaar geologische geschiedenis bloot. Het is dus wat heuvelachtig, zanderig en, omdat het ook wat motregende nu, ook NAT.

Langs het pad ligt een hoop veren, zo te zien van een duif, die is aangevallen door een havik, denkt de gids. In de lente is het hier vreselijk mooi, weten we, omdat de groeve  dan vol staat met  bloeiende krentenbloesem. In dit winterse jaargetijde is dit niet een plek waar je “zomaar ”even gaat lopen.
Nu dus wel, doordat er haast geen blad aan de bomen zit, kijken we nu anders naar dit gebied.

We worden gewezen op struikjes kraaiheide, zogenoemd omdat de bessen door kraaien worden gegeten en dat deze vogels dus ook de zaden verspreiden.
Nu we erop attent gemaakt worden zien we zien her en der houtzwammen staan. Zelfs zien we een zachtrose silene (koekoeksbloem) bloeien en een hamamelis al in haar gele knop.

oeverzwaluwenDe natuurwachten leiden ons langs de broedkolonie van de oeverzwaluwen.
Nu zijn de vogels in Afrika, maar de zand/lemige steilwand met daarin de nestholen zijn duidelijk te zien.  De poelen zijn gevuld met kwelwater en er wordt ons verteld dat vroeger hier de enige Gooise beek heeft gelopen, die uitmondde in het IJsselmeer.
engLangs de Blaricummer Eng wordt gelopen, waar nu het winterkoren door de wind staat te golven, een prachtig gezicht.
Ook lagen hier vroeger de boekweitakkertjes, ”beuktarwe” zoals het vroeger heette (boekweitkorrels lijken op beukennootjes) Het is geen graansoort, maar het zaad van een kruidachtige plant, die het goed doet op zanderige grond. De akkers werden vroeger bemest met schapenmest.

Alle wandelaars, die 2 uur met de gidsen hebben meegelopen krijgen bij het afscheid een zakje boekweit. Er wordt verteld dat boekweit de bloedsuikerspiegel in balans houdt en beschermt tegen hart- en vaatziekten. Er zit een “gebruiksaanwijzing” bij.
Thuis drinken we warme anijsmelk  en eten er koek bij, dáár was het echt weer voor!