De letterbak

Ooit was het “mode” om een letterbak aan de muur te hebben.
Het waren letter sorteerbakken van een drukkerij. Omdat die toen niet langer meer nodig waren werden ze in “rommelwinkels” voor bijna niets verkocht.
Ik denk dat een knutsel/ hobbyblad (“Na vijven” ?*) toen met het idee gekomen is om een letterbak aan de muur te hangen en daar kleine frutsels in te kijk te zetten; het werd mode in de jaren zestig.
Kleine beeldjes en bijzondere herinneringen kwamen in zo’n bak.

Mijn letterbak is al lang weg (eerst uit de huiskamer, toen uit mijn werkkamer, toen van de zolder) en de meeste kleine spulletjes ook, maar een paar kleine dingetjes heb ik bewaard. Waarom? Ik denk dat sommige dingen toen nog te dierbaar waren om weg te gooien.

Zo vond ik onlangs in een doosje een paar van deze “schatten”:
dolfijnDe dolfijn, symbool voor het bedrijf dat mijn broer ooit startte: Dolphinworks.
De boekhouder ging er met het geld van door en het bedrijf ging failliet.
Ik had het porseleinen dolfijntje nog.

schepOoit lopend op soort  “handige handenmarkt” in de openlucht, kwamen we langs een oud echtpaar (zeker in de tachtig) achter een kraampje.
Zij zat achter de kraam met een sigarendoosje voor het geld. Hij stond vóór de kraam en probeerde klanten te lokken. Op de kraam, netjes op een donkerblauwe doek, lagen kleine gereedschapjes.
Alles miniscull nagemaakt, draaibank, tangen, Engelse sleutels. We raakten aan de praat met de man en ik bewonderde zijn prachtig gemaakte gereedschap. Hij vertelde dat hij ze vroeger als instrumentmaker, in het groot gemaakt had. Na zijn pensionering verveelde hij zich en was hij ze in het klein gaan maken.
Zijn vrouw had zijn gepraat aangehoord en greep in ”Laat die mensen nou maar gaan, die hebben wel wat anders te doen”.
Dát vond ik cru, dus ik pakte een schepje op en vroeg hoeveel het kostte. Ik weet niet meer wat het bedrag was, wel dat ik het kocht én bewaarde, het was zo’n lief mannetje!

appelEén keer per jaar kwam de familie van mijn man bij elkaar.
Een hele kleine familie.Er werd met elkaar gegeten.
Nadat mijn schoonzusje overleden was begon ik met na afloop van het samenzijn ieder familielid een herinneringetje te geven aan de dag. Iets kleins.
Dit houten, ooit geurige appeltje, was daar het begin van.

potjesLopend door kleine hoog oplopende straatjes in een klein dorpje; vakantie. Geen idee waar. Er waren toeristenwinkeltjes vol met beschilderd aardewerk. Knap gedaan, maar niet onze stijl. We liepen langs de winkeltjes omhoog. Er stonden “lokkers” die persé wilden dat je er NIET voorbij liep, maar de winkel inging. Wij wisten ZEKER dat we niets kopen wilden, maar ik kon niet voorkomen dat ik een winkel in gemanoeuvreerd werd (ik kon  niet onbeschoft worden, en dat moet je wel om dergelijk lieden te ontwijken) De dame liet me van alles zien, ik knikte en zei “mooi”  in alle denkbare talen, maar dat ik echt niets hoefde. Ze was immuun voor buitenlands “neegezeg” Uit eindelijk stond ze stil bij een soort poppenhuisje met exact beschilderde potjes als in de rest van de winkel, maar dan minuscuul klein, ze noemde een (klein) prijsje.
Ik wilde de winkel uit, de open lucht in, ademen in plaats van dit kleine winkeltje met de opdringerige dame; ik ging overstag en kocht de potjes.
Waarom ik ze bewaard heb?
Waarschijnlijk om te helpen herinneren dat ik me NIET meer moet laten overhalen om dingen te kopen die ik NIET wil. (het waren er overigens meer dan deze 3, de rest is vast “zoek” geraakt)

Nu heb ik een (jong) iemand ontmoet, die nog een letterbak aan de muur heeft.
Een letterbak mét lege vakjes. Ze wil wel een paar van mijn “schatten” in haar letterbak huisvesten.
Ik geef ze met liefde weg, ze krijgen een goed tehuis, ik heb de tastbare bewijzen niet meer nodig. De herinneringen blijven ( zolang mijn bovenkamer blijft werken)

 

*) Na Vijven een blad voor actieve besteding van de vrije tijd en tevens om mensen te activeren om overgebleven materialen en weggooiproducten een zinvolle bestemming te geven