Ziekenhuizen in mijn geboortedorp

In het dorp waar ik geboren ben waren vroeger 2 ziekenhuizen. Of eigenlijk 3.
Maar het 3e ziekenhuis lag een eind buiten het dorp in het bos en was ooit gebouwd als een sanatorium voor tbc patiënten.
De andere twee waren op geloofsovertuiging gebaseerd: een Rooms Katholiek Ziekenhuis en een Diaconessenziekenhuis.

Het Roomskatholieke ziekenhuis, kortweg RKZ genoemd (in 1893 met 32 bedden geopend) waar onze oudste zoon nog in geboren is, werd in 1991 gesloten (tegelijkertijd met het voormalige tbc sanatorium én tegelijk met het openen van een nieuw ziekenhuis)

In 1918 wordt het protestante ziekenhuis gesticht met 15 bedden: het Diaconessenziekenhuis, later werd het meerdere keren uitgebreid.

In 1983 werd er een fusieovereenkomst gesloten tussen de 3 ziekenhuizen, na veel praten, verhuizen en verbouwen werd in 1991 het daaruit voortgekomen nieuwe ziekenhuis geopend.

ziekenhuisVandaag was ik daar voor onderzoek en aangezien ik me altijd erg nerveus maak voor een uitslag van een onderzoek, spreek ik zo vroeg mogelijk af. Dat is niet altijd slim, omdat ik dan in de ochtendspits zit en héél vroeg van huis moet gaan om op tijd te komen (wat ook weer niet zó naar is, want meestal slaap ik niet zo’n nacht te voor, dus vroeg op ben ik dan toch  al)

Vanmorgen was ik (zo als altijd) té vroeg, maar op tijd om een lichte paniek waar te nemen; bij het opstarten van de computers ging iets NIET goed, dus moest de ICT afdeling gewaarschuwd worden en computers uitgezet, waardoor bepaalde dingen NIET konden.

De assistentes bij deze poli zijn, in mijn ogen, engelen: in het wit gekleed, vriendelijk, geduldig en meevoelend (eigenlijk meer cherubijntjes want ze zijn alle drie aan de mollige kant)
Er liep van alles NIET zoals het moest, maar de drie gratiën bleven vriendelijk en geduldig en hadden onderwijl constant telefonisch contact met de ICT afdeling, die aanmoedigingen kreeg als: – Doe je best-, – we wachten wel af -,  -we organiseren hier wel wat-  en  -neem je tijd, maar zo snel als het kan-.

De assistente die me kwam halen ( uiteindelijk was ik maar 20 minuten later aan de beurt dan mijn oorspronkelijke afspraaktijd) en die ik een complimentje maakte om hun rustige aanpak zei me maar één doel te hebben: ”Als de dokter maar kan doorwerken, dat is het belangrijkst”
Helaas  voor mij geen nieuws van “Alles is oké” .
Wel van “We kunnen het nog een half jaartje aankijken, vóór….
Dus dat doen we dan maar:  het aankijken en er het beste van hopen.
Over, op zijn laatst een half jaar, ben ik dus weer terug in dit ziekenhuis.
Doorgaan met het lezen van "Ziekenhuizen in mijn geboortedorp"