De Voltairestoel

dutch trone
Een tijdje geleden schreef ik een blog over “tante”.
Daarin noemde ik al het “voorerven” van een Voltairestoel.
Op zich een verhaal dat zich, denk ik, wel leent voor een blog.

Tante was een eigenzinnige, gelovige vrouw.
Ze wist wat ze wilde en zo gebeurde het ook.
Toen ze naar het bejaardenhuis ging en de datum bekend was belde ze me op.
Wanneer was mijn man vrij? Dan konden hij en ik naar haar huis komen en de Voltairestoel komen halen.
Die kon ze niet meenemen naar het bejaardenhuis en kregen wij.
Hij was nogal zwaar, dus mijn lief moest maar meekomen als ik hem kwam halen.

Tactvol probeerde ik door te laten dringen dat onze inrichting niet “Voltaire-achtig” was en de ruimte beperkt.
Maar tante duldde geen tegenspraak: de stoel had ze voor mij bedacht.
IK mocht zeggen wanneer ik hem kwam halen, niet of ik hem kwam halen.

Tante kwam niet veel bij ons. Minstens één x per maand haalde ik haar op en maakten we een ritje. Ze mocht kiezen waarheen, vaak was dat richting de Betuwe, waar haar familie oorspronkelijk vandaan kwam.
Dus dat dé stoel op zolder kwam te staan, zou tante niet opvallen.
Ik vond dat wel zonde, want het was een mooie stoel, die het niet verdiende “weggestopt” te worden, maar het was totaal onze smaak niet en paste bij niets in ons huis (ook op zolder niet).

Eén van mijn broers woonde in Engeland in een soort kasteeltje, beeldschoon, met  kamers met hoge  gedecoreerde plafonds. Hij was weg van mijn stoel, die hij DE TROON noemde. Toen we een keer met de auto op de boot naar hem toegingen namen we de troon voor hem mee. De stoel moest vóór de reis getaxeerd worden.
’s Morgens heel vroeg in de schemering kwam “onze” boot in Engeland aan.
We reden in de “lane” met het rode vak “something to declare”
We waren de enigen die iets aan te geven hadden (of de enige die er voor uitkwamen dát we iets bij ons hadden dat we moeten aangeven)

De Engelse douane kwam op ons af: Wát hadden we aan te geven?
Ik opende de achterklep  en haalde de plaid van de stoel af.
“O no, not that”
Een meubelstuk was kennelijk heel veel papierwerk voor hem en  zo vroeg op de ochtend had hij daar duidelijk geen zin in.
“Rijd door, dan doe ik of ik het niet gezien heb” siste hij ons in het Engels toe.
En zo reden we Engeland in met een “illegale” Voltaire stoel.

(wordt vervolgd)