Een teken

Sommige mensen geloven in  hemel en hel, sommigen in reïncarnatie of in het grote NIETS.
Mijn broer geloofde dat het hierna OP was.
Hoewel hij dat later nuanceerde in “ik geloof wel dat je een tijd in een tussenstadium bent, en nog niet helemaal weg”
Ik vroeg toen of hij vanuit dat “tussenstadium” me, als hij kon, een teken wilde geven. Hij dacht niet dat dat kon, maar; wie weet.

Toen ik afscheid van hem ging nemen vroeg hij of ik nog even wilde blijven want de begrafenisonderneemster kwam later en wilde me nog spreken.
Ik zei dat ik nu echt ging ( een definitief afscheid kún je na dat alles gezegd is en de kus gegeven niet rekken) en dat ik haar maandag wel zag.
“O, dus je komt wel…..daarna? ( hij wist dat ik bij de eigenlijke euthanasie niet zou zijn)
– Ja zeker –
Hij keek geëmotioneerd. “Ga je me dan nog even aaien”.
Ik knikte ( mijn stem weigerde dienst)

Ik heb in het verleden moeite gehad ná het overlijden met het zien van het dode lichaam en  besloten dat NIET meer mee te willen maken.
Ik wil de mensen liever herinneren zo als ze levend waren. Het lichaam zie ik als een “jas” die nadat de ziel eruit is, slechts een omhulsel is. (ik heb moeite met het zien van “de jas”)

Vandaag was de eigenlijke euthanasie. Nadat het was gebeurd en mijn broer was  gekist gingen we naar zijn huis om afscheid te nemen.
Ik ging mijn broer even “aaien”
Ik legde een witte roos op zijn kist en “aaide” de kist.
AU! Dat deed zeer!. Er zat een splinter in de muis van mijn hand, een flinke.
Ik keek naar de dichte kist.
Er kwam een glimlach om mijn mond; de splinter zie ik als mijn broers teken:
– Aaien? Noem je dit mij aaien, je aait een kist meissie!! –
Een splinter. Ik kreeg mijn gevraagde teken.

Geen opvolgers

Even buiten ons dorp is een plantencentrum,  een familiebedrijf al 50 jaar actief.
Nu gaat het stoppen.
Afgelopen week waren we er even.
We komen er niet vaak omdat het “buiten onze route ligt”
Het is een mooi bedrijf. Ik kocht er  deze keer prachtige langstelige bloemen en vroeg waarom ze stoppen gaan.
– Nooit eens een zaterdag vrij, altijd aan het werk, op een zekere leeftijd heb je het wel gehad, wil je eens “wat voor jezelf doen”. Dat gaan we nu doen.
Geen opvolgers, dus we sluiten de tent.

blauwrose
Ik betaal de bloemen en wens hem veel mooie vrije tijd, maar zó kom ik niet weg.
–  We zijn nog een tijdje open hoor en je komt toch zeker een afscheidsborreltje halen? We doen een drankje en een  hapje – hij wijst op een plakkaat aan de muur waarop de datum van de afscheidsborrel aangekondigd staat. Het valt midden in de vakantietijd.
“Als we thuis zijn, kom ik goeiedag zeggen” beloof ik en fiets weg met mijn prachtige bos ridderspoor en spirea