Vaderdag

Sinds 1910 wordt Vaderdag gevierd; in ons gezin pas sinds juni 1975.
Onze oudste zoon werd geboren in mei van dat jaar, dus mijn man had zijn eerste Vaderdag toen zijn zoon zo’n 6 weken oud was.
Er lag op die zondag een klein (zoveel zakgeld had een baby van een maand nog niet gespaard) pakje aan het voeteneind van de wieg en er was er ontbijt op bed.
Niet door zijn zoontje gemaakt maar door diens handlangster.
Een eerste Vaderdag is, net als de eerste Moederdag, een bijzonder gebeurtenis

Later kwamen de, op school gemaakte, cadeautjes en de, samen met mama gemaakte ontbijt-op-bedjes. Nog later de echt zelfgemaakte ontbijt-op-bedjes en moest papa zich door halfkoude pap, waterige thee en halfdroge beschuitjes heen worstelen: altijd met een blij gezicht.

Spannend was het, nog later, om samen op bed te liggen en de 2 jongetjes beneden te horen rommelen. Vader sliep tot het laatste moment, maar moeder lag  scherp te luisteren of er geen brand uit zou breken, hete thee zou vallen of er andere dingen zouden kunnen gebeuren, die 2 kleine jongetjes kan overkomen bij het alléén ontbijtmaken ( want mama moest ook boven blijven: het was een verrassing)

Weer later gaan de jongetjes, die nu jongens zijn geworden het huis uit, maar met Vaderdag zijn ze er totdat….ze meisjes  krijgen. Meisjes hebben ook vaders,: er moet gedeeld worden, logistiek is dat wel eens een probleem. Maar meestal ziet de vader ze op vaderdag  wel “even”, als er niet ook gesport of gewerkt moet worden; wat ook dát komt voor. Maar de liefdevolle gedachte aan PA is er altijd en dat voelt hij!

Gedicht

Nu er niet meer te doen is, alles is geregeld, alles is gezegd, ligt mijn broer in zijn bed te wachten op de euthanasie. Een zware tijd, waarin we nauwelijks iets voor hem kunnen doen.
Als ik eenmaal thuis ben, bedenk ik wat ik zal zeggen op zijn crematie. Deze laatste tijd is zo hectisch geweest, er zijn zoveel extreme dingen gebeurd dat is niet te delen met “anderen”. Dit  laatste stukje leven van mijn broer hebben we in een smeltkroes van emoties en hard werken met elkaar gedeeld en is niet in woorden in een aula  vol toehoorders te vatten.

Dus doe ik wat ik dan altijd doe: ik zoek het in woorden van anderen. Ik haal één plank uit onze Billy boekenkast leeg, die met de dichtbundels. Ik zit op de bank omringd door, meestal dunne, boekjes en lees! Ik hoop op een Eurekamoment. Ik heb, na lezing, een aantal boekjes met bladwijzers, aan de kant gelegd. Maar HET gedicht zit er nog niet bij.

Na  veel lezen komt het wel! Alle boekjes kunnen terug op de plank: DIT is het.
dichtbundel
Ik lees het voor aan mijn lief, ook hij “ziet” het.
Dan ga ik denken: ik kán het voordragen, maar wil ik niet mijn broers zegen?
Het is een gedicht vanuit de gestorvene gesproken.
Zou ik het dan niet met mijn broer moeten bespreken?
Kan ik dat?
Ik slaap er een nachtje over. Of liever gezegd: ik slaap niet.

De volgende dag, naast mijn broers bed vraag ik of ik mag voorlezen wat ik, eigenlijk namens HEM zeggen wil. Het mag. Ik lees, mijn stem breekt.
Ik wilde het zo graag “mooi” voorlezen. “Natuurlijk” lukte dat niet.
De essentie komt over. Een traan drupt uit mijn broers oog: Doen.
De rest van de familie knikt.