Euthanasie.

Toen mijn broer wist dat de kanker door zijn hele lijf zat, heeft hij mij meteen gevraagd hoe dat gaat met euthanasie (ik ben daar al een keer eerder bij betrokken geweest)
Ik heb hem een link van de NVVE (Ned.Ver.Vrijwillig Levenseinde) gestuurd.
Hij is er lid van geworden en heeft de verklaringen thuis gekregen en getekend.
Ook zijn zoon en ik hebben getekend voor het geval hij niet meer wilsbekwaam zou zijn en wij zijn laatste wens zouden moeten uitvoeren.

Wij zijn er niet bij nodig, want hij heeft volkomen wilsbekwaam de nodige stappen gezet. De SCEN arts ( Steun en Consultatie bij Euthanasie in Nederland) is geweest.
Dat is een andere arts, dan degene die de euthanasie gaat verrichten.
Eén van de zorgvuldigheidseisen houdt in dat de behandelende arts ten minste één andere onafhankelijke arts moet raadplegen. Deze andere arts (consulent) moet de patiënt zien en schriftelijk zijn oordeel geven of de arts, mocht deze tot uitvoering van euthanasie overgaan, aan de wettelijke zorgvuldigheidseisen zal voldoen.

Gisteren was deze arts bij mijn broer. Wij hebben ons teruggetrokken.
Wettelijk, zei de arts, MOET hij 5 minuten met de patiënt alleen praten en een uur waar familieleden bij mogen zijn. Mijn broer gaf ons geen seintje en kon het kennelijk alleen af. Hij had een goed gesprek met de arts gehad zei hij.
Deze SCEN arts gaat de huisarts adviseren over de euthanasie, zelf zegt hij niets, hij adviseert de behandelend arts!

De huisarts neemt  daarna contact met de patiënt op.
Dat heeft hij gedaan: datum en tijd van de euthanasie zijn vastgesteld.
Het moment komt naderbij.

Een stap dichter bij de dood.

Een begrafenis regelen, mét degene die straks in de kist ligt én de begrafenisonder -nemer, is onwerkelijk.
Een begrafenis voor jezelf regelen is zo intiem, zó persoonlijk en als je daar als extra persoon bij mag zijn ….
Je wordt gevraagd om straks dit laatste afscheid zó te laten verlopen als de betrokkene dat wenst, het is een eer en tegelijkertijd ben je een soort voyeur.

Een begrafenisondernemer (m/v) is daarbij ontzettend belangrijk. Deze vrouwelijke begrafenisondernemer kende mijn broer al en dat praat natuurlijk makkelijker dan met een wildvreemd persoon. Mijn broer had al het één en ander met haar doorgesproken en al wat voorbereid. Er kwamen heel wat zaken aan de orde en ik merkte dat er in de loop van de tijd ( 20 jaar geleden  had ik met mijn schoonzusje háár begrafenis voorbereid) heel wat veranderd was;  alles kan gemaild en digitaal aangeleverd worden.
Kaarten hoeven niet meer uit een boek worden uitgezocht, elk plaatje of foto kan voor een kaart aangeleverd worden.

Maar ook de  “andere” techniek is voortgeschreden; een koelplaat of balseming (thanatopraxie) is niet meer nodig voor het opbaren. Er is nu de bio sac 200 methode
B
ij de maximaal 5 dagen opbaring worden twee (of meer) zakjes op de droge huid van het lichaam van de overledene gelegd (actieve koolstof en geïmpregneerde klei)
Meer is er niet nodig om het lichaam “goed” te houden.
Geen gezoem van de koelplaat, het kost geen energie en is daardoor minder belastend voor het milieu. Het is relatief nieuwe methode en mijn broer kiest hiervoor.

Er wordt gepraat over de tijd dat mijn broer een lichaam is, die in een kist ligt, maar we praten NU, terwijl we naast zijn bed zitten. Het is zó onwezenlijk
Zo nu en dan komt er even een “hobbel” in ons zo zorgvuldig klinisch gehouden gesprek. Als mijn broer de door hem gemaakte tekst van zijn kaart voorleest, en breekt, springt mijn hart bijna uit mijn lijf, maar meer dan een aai over zijn arm wil hij niet: we moeten zakelijk blijven, dát is de enige aanpak!

Over korte tijd komt die kaart in de bus, sterker nog, dan schrijf ik de adressen op de enveloppen. Mijn geest wéét het, mijn hart wil er niet aan.
Ik leef in het HIER en NU; hij is er nog.