Een stukje samen oplopen

Ooit heeft de kanker een borst van me weggenomen.*)
Dat is niet zielig, wel jammer.
Het was “maar” een stukje van me.
Mijn broer wordt momenteel helemaal door de ziekte verteerd.

Een heleboel lichaamsdelen kun je missen, weliswaar heb je dan hulpmiddelen nodig, maar je kunt blijven leven. Er zijn ook lichaamsdelen die je nauwelijks kunt missen; daarvoor moet je dan aan een machine liggen.
Ik vind dat ik van alle delen die je missen kunt en “gewoon” verder leven, het beste lot getroffen heb.
Niemand ziet iets, ik kan bijna alles, (vlinderslag niet, maar die kon ik eerder ook al niet) en heb een hulpmiddel alleen voor het cosmetische zicht.

Voor dat laatste moet ik naar een speciale winkel, die speciale lingerie heeft, voor speciale dames met speciale figuren.
Vandaag was ik er weer.
Mijn figuur verandert, dus bellen, in de computer kijken welke prothese of welke bh goed voor me is, gaat “even “niet meer.
Er moeten weer maten genomen worden en besteld.
Niet iets waar ik naar uit kijk.
Opeens ben ik weer bezig met de ziekte die ooit mijn leven een tijd beheerste (en nu d.m.v. mijn broer weer)

De dames in de zaak zijn alleraardigst. De winkel is niet meer in handen van de dame die ik ooit, zoveel jaar geleden, naast mijn ziekenhuisbed kreeg maar overgenomen door een ander.
Eén assistente helpt me nu al meer dan 12 jaar. Zij kwam ooit uit een andere provincie met 2 jonge kinderen, waarvan de oudste nu 19 is, hier naar toe. Haar ouders zijn nu oud en hebben verzorging nodig, kortom ze is een schoolvoorbeeld van de sandwichgeneratie.
We praten altijd even bij als ik in de zaak ben
Als ik de winkel verlaat mét mijn zakje, financieel een stuk armer, weet ik weer iets meer van haar leven. We zijn door een ziekte met elkaar in contact gebracht en lopen af en toe samen een stukje op.

 

*)Nederland telt het hoogste percentage borstkankergevallen ter wereld; 1 op de 7 vrouwen krijgt in Ned. borstkanker; er sterven per jaar 3.000 mensen aan de gevolgen van borstkanker

9 In het uur

Er was gisteren veel te doen in deze contreien.
Geen idee wat, maar als we met de auto naar een bos willen rijden om te wandelen, worden we op verschillende plaatsen door geelgejaste verkeersregelaars ongevraagd naar parkeerplaatsen geloodst, of door hen juist verboden ergens af te slaan.

We trekken ons eigen plan en parkeren ergens in villawijk in een doodlopende laan. Dat doen meer automobilisten, maar die lopen naar een evenement. Waar wij het bos ingaan loopt niemand.
We lopen een stukje en horen meteen geen auto’s of mensen meer, alleen maar vogeltjes fluiten.
De eerste drie kwartier komen we alleen maar één dame met een hond tegen.

Waar we door het bos lopen is een treinrails.
We tellen 9 treinen in een uur (het stoort ons niet, het geluid vervliegt snel) verder horen we alleen de wind door de bomen ruisen en vogelgeluiden.dodeboomdodeboom3dodeboom4

Deze keer concentreer ik me niet op de levende natuur, maar op de dode.
Veel dode takken op de grond, grote boomstammen afgebroken én ook afgezaagde stammen met geverfde nummers erop, van de houtkavels vermoed ik.
Op sommige dode woudreuzen hebben zich berkendoders gehecht en zitten er spechtgaten in de holle staanders. Hele stukken zijn vermolmd door kevers en andere insecten.

Toch word ik niet droef dit van dit bos, dat komt ook omdat de zon tikkertje tussen de hoge varens speelt, lichte vlekjes lijken achter elkaar aan te zitten en weer te verdwijnen.

Uiteindelijk komen we bij een soort vuurplaats, het ziet er wild uit en toch ook weer “aangelegd”. We snappen waar we zijn als we kinderen met groene uniformpjes zien lopen; het is een padvindersterrein. Waarschijnlijk hebben de kinderen kamp gehad, want ze zien er, zonder uitzondering, doodmoe uit.

Ouders komen ze ophalen ( een evenement) en hebben waarschijnlijk hun auto niet vlakbij kunnen parkeren. Als wij teruglopen naar onze auto in het villawijkje, lopen er 2 moeders met ver daar achter sjokkende kinderen. De moeders lopen te enthousiasmeren, de kinderen lopen te drentelen en te vragen of het iets langzamer kan

We zien een parkeerterrein met een bord VOL erop en borden met pijlen waar in een weiland geparkeerd kan worden. Wij hoeven niet, we gaan naar huis. We hebben ons portie NATUUR weer binnen.