Een wonder.

Mijn gouden armband was weg (ik schreef er eerder een blog over)
Ik zat er mega mee!
Op het blog kreeg ik een reactie : Een rijmpje
Heilige Antonius beste vrind,
maak dat ik mijn armband vind.

Ik ben NIET katholiek, maar mijn eerste baas, lang, heel lang geleden wel.
Als er iets zoek was op kantoor zei hij dat versje op. Hij beweerde dat het ALTIJD hielp.
Om heel eerlijk de waarheid te zeggen had ik dat rijmpje gisteren in de voortuin al gebruikt, alleen….
Ik had (die baas was lang geleden) de verkeerde heilige gebruikt.
Ik dacht dat het Christoffel was en had die aangeroepen  (dan werkt het natuurlijk niet)
Na het lezen van het rijmpje, besloot ik toch de tuin  weer  in te gaan en weer te zoeken.
Ook het in de verte aankomen van de vuilniswagen gaf me haast!
Weliswaar had ik de gft bak al leeggegooid en erin gekeken, maar zodra de bak geleegd zou zijn én de armband niet gevonden zou worden, zou die mogelijkheid altijd nog in mijn hoofd spoken dat hij  toch….

Na het aanroepen van Anthonis en alle takken en struiken opzij duwend zag ik daar open, glimmend en wel; MIJN GOUDEN ARMBAND!
Dank Anthonis! Innig veel dank

armbanden2

Legerherinneringen

verbindingMensen die (vaak)zijn verhuisd,  zijn geneigd bij elke verhuizing wat spullen weg te doen. De logische gevolgtrekking uit bovenstaande is dan ook dat mensen die ( bijna) hun hele leven in hetzelfde huis wonen, veel bewaren.

In het geval van mijn broer is dat zo.
Het bijzondere is dat, nu we aan het opruimen zijn, spullen uit allerlei levensfases van hem “boven komen drijven”.
Dingen die ik, jongere zusje, vergeten was, komen nu door die  voorwerpen opeens weer in mijn herinnering terug.

Mijn broer en ik schelen 7 jaar.
Hij moest als dienstplichtig soldaat het leger in toen ik 11 was.
Hij kwam bij de Legerverbindingsdienst: blauw vignet met een soort bliksemschicht.
Ik zie het nog zo voor me. Hij werd telegrafist en moest het morse-alfabet leren, dat moest thuis geoefend worden en ik mocht overhoren.
Daardoor kende ik het na een tijdje ook.

Op een dag kwam ik uit school en stond er in het kleine neerwaarts lopende straatje waarin we, bijna onderaan. woonde een legerjeep mét antenne. Binnen zat mijn broer met een soldatenmaat Ze waren op oefening en kwamen even “een bakkie doen” (bij ons thuis kon ALLES)
Goh, wat vond ik het jammer dat ik die dag toevallig geen vriendin bij me had, die kon zien hoe mijn knappe geüniformeerde broer met de jeep “even langs kwam”

Dit tafereel schoot me te binnen toen ik in een doos een onduidelijk metalen ding vond en daarmee naar het bed van mijn broer  liep “Wat is dit en kan het weg?”
Dom toevoegsel: Alles kan weg, hij gaat immers dood en kan niets meenemen en wil alles opgeruimd hebben vóór hij gaat (daarom zijn we zo druk aan het ruimen)

Hij deed de klem op zijn been en bewoog de sleutel. Ik wist het weer. Ik zag hem weer in uniform voor me zoveel jaar geleden. Hij haalde het ding van zijn been; “Gooi maar weg.”
Dat deed ik niet. Geen idee wat ik ermee moet, maar weggooien kan altijd nog.
Zou het iets voor een legermuseum zijn? Misschien vraag ik dat nog eens na.
Voorlopig ligt het hier in een kastje en had ik even een verloren gewaande herinnering terug.