Keuzes maken.

Mijn kaak doet, na de operatie, nog steeds pijn.
Kauwen gaat moeilijk
Wat ga je dan eten?
Geen harde broodjes of spareribs, dat is wel duidelijk.

Als de slager mijn kritische ogenspeurtocht langs het vlees ziet, vraagt hij of hij advies mag geven.
Graag. “Ik kan niet (goed) kauwen. Wat kan ik voor niet-kauw vlees eten, behalve tartaar?”
De slager wijst op Duitse biefstuk. Ik zie er uitjes opzitten en gruw (ik ben een lastpak met eten)
Hij heeft nog een advies maar dat is duur, waarschuwt hij: Ossehaas.
Ik ga me zelf verwennen met zacht, lekker vlees, dan maar duur voor een keer.
Ik krijg 2 prachtige stukjes ossenhaas mee mét advies voor het braden.

Ik sta bij de kassa in de rij achter een man, hij heeft geen tanden in zijn mond (dat valt me NU, na de kaakoperatie, op)
Er liggen 2 blikjes bier op de lopende band.
Hij wijst op mijn vlees: “ dát kan ik niet betalen.”
Heb ik één keer een duur stukje vlees, word ik er meteen op aangesproken.
Ik schiet meteen in de verdediging “Ik kan  even niet goed kauwen”.
Ik hoor meteen hoe stom dat klinkt.
De man gaat door: “Ik eet van de voedselbank, altijd voedsel dat een dag later over de datum is”.
– Is niks mis mee, toch? Ik haal ook vaak spullen uit de “laatste dag bak”
Goedkoop en goed.-
De man knikt; “Prima, maar een goed stukje vlees, mis ik wel eens”
Nu komt mijn moralistische ik om de hoek kijken:
– We maken allemaal keuzes in ons leven. Jij kiest er voor om elke dag twee blikjes bier te kopen, een paar dagen geen bier, kán een stukje vlees zijn.
– De man knikt zegt ”ja, ja”.
Hij heeft betaald en loopt weg.
De caissière zegt: “hij komt hier ook elke dag een bakkie koffie halen”
– Dat is slim, toch?-  Ik zie aan haar gezicht dat zij er anders over denkt.
Ik heb afgerekend en verlaat ook de winkel.

Ik weet nog dat ik een paar jaar geleden iemand, aan lager wal geraakt, in het winkelcentrum tegenkwam “Kan ik een tientje van je lenen? “
Ik wist meteen dat ik het tientje nooit terug zou zien,  gaf het toch.
Meteen schoot de vrouw de Primera in en kwam terug met een pakje sigaretten.
Daar ging mijn (naïeve) idee dat ze misschien iets te eten nodig had en kwam meteen het schuldgevoel om de hoek kijken, omdat ik haar “die stinkstokken kopen” mogelijk gemaakt had.
Ik besloot toen en daar NIET meer geld te geven  aan mensen op straat.