(G)een verandering

Na het tragische nieuws van gisteren is er niets dat ik nu voor mijn broer kan doen, ik heb daar moeite mee, ik ben een doener.

Dankzij de pijnstillers heb ik wel geslapen. Ik word wakker met een dikke blauwe wang. Als ik niet in de spiegel kijk, zie ik niets.
Als ik pijnstillers blijf slikken is het te verdragen.
’s Morgens doe ik wat ik moet doen en na de lunch gaan we doen, wat we altijd doen bij een probleem, een verdriet of spanning: we gaan de natuur in.
Dat zuivert.

Het waait en de zon schijnt; de zee is HET medicijn.
De Zee is ver, dus we nemen genoegen met een voormalige zee; de Zuiderzee.

randmeerWe fietsen in de wind en zon langs het Gooimeer.
We zien futen elkaar het hofmaken, sierlijk met hun hoofden om elkaar heen draaiend
In de verte klieven zeilboten door het water.
Als een zwaan naar beneden duikt en haar kontje omhoog steekt lijkt  uit de verte zijn driehoekje net een mini zeilbootje.
Bij het strand zijn grote gele gevaartes bezig het zand naar één kant te brengen; daar staat een grote lopendeband zeef.
Het strand en het beachvolleyveld worden klaar gemaakt voor een nieuw zomerseizoen. Meeuwen krijsen in de lucht.
Het fietsen langs het water geeft lucht.
Niets is veranderd, maar de druk is “even” van mijn borst af.

Relevantie

Gisteren was een nare dag.
Het begon ’s morgens met de kaakoperatie, waar ik al een maand tegen opzie.
Het was heftig.
De kiezen konden wél gespaard worden, wat dan weer goed nieuws was.

Thuis met de verdoving nog nawerkend blijft met mijn hele lijf in opstand; ik tril en ril. Evenwicht hervinden, tot rust komen, de spanning laten weglopen, dát is nu belangrijk; yoga oefeningen doen en proberen te slapen.
Na anderhalf uur “rust” voel ik me weer wat “mens” en ga de tuin in, de zon schijnt.
Een tijdje aan de vijver zitten kán ook  geestelijke rust geven.
Nu er onlangs twee vissen door ziekte gestorven zijn, kijk ik toch met andere ogen naar de vijver: angstig. Zwemmen en eten ze allemaal goed, heeft geen één vis uitslag?
Dan gaat de telefoon.
Broertje.
Hij vraagt hoe het gaat en ik vertel van mijn kaak.
Dan komt hij met zijn verhaal: uitzaaiingen in de lever.

Bij zulk nieuws val je stil.
Hij heeft het die ochtend van de dokter gehoord.
Wat kan ik zeggen?
Troosten? Er is geen troost.
Wat kan ik NU voor je doen? Is het enige dat ik wél kan zeggen
Hij heeft daar geen antwoord op …. NU.
Het nieuws moet bezinken.

Was ik gisteren en vanmorgen alleen bezig met mijn kaakoperatie, heb ik nú een dikke wang en ben aan de pijnstillers, dat stelt NU niets voor.
Ja, ik heb pijn, so what? Dat zal overgaan.
Mijn broer gaat dood en niemand kan er wat aan doen.