Heermoes.

heermoes 2Dit zachte “kerstboomachtige” plantje heb ik vaak gezien, nooit geweten hoe het heette. De naam schijnt ontstaan te zijn uit de woorden ‘herde’ of ‘kudde’ en ‘moes’ of ‘mos’, dit omdat dat de Heermoes heel vaak in groepen (kuddes) bijeen staat zoals ook bij mossen het geval is.

Het blijkt vele namen te hebben :Equisetum Arvense in het Latijn, letterlijk paardenstaart, maar het heet ook rattenstaar, kattenstaart (slechte latijnvertalers?) akkerpaardenstaart, roobol (is dat niet een vloerenzaak?) koevergif en ledekruid. Verwarrend! Raar dat ik erg geen naam van wist, terwijl er zoveel namen van zijn!

Het is een oerplant; een sporenplant die al in het Paleozoïcum*) voorkwam.
En dat terwijl het er zo teer uitziet.
Het werd  door de Grieken al gebruikt als geneesmiddel gebruikt: “urinedrijvend middel en hoestmiddel”  ( aparte combi) en in de fysiotherapie schijnt heermoes nog steeds gebruikt te worden als bindweefselversterkend kruid, las ik.
Ondergronds vertakt deze plant zich met wortelstokken

heermoes
Nú is de paddestoelachtige verschijningsvorm van de plant te zien, hiermee worden de sporen verspreid en later, als deze afgestorven zijn komen de “paardenstaarten” of zachte kerstboompjes pas tevoorschijn.

 

 

*)geologisch tijdperk tussen 542 en 251 miljoen jaar geleden