Niet alles kan bij het oude blijven

Van het boerendorp waarin ik woon wordt gezegd dat het 675 jaar oud is.
45 jaar geleden begon men met een nieuwbouwwijk te bouwen.
Niet tegen het “oude “ dorp aan, maar een “stukje verderop”.
Weilanden scheiden het Oude dorp van de Nieuwe wijk.
Acht jaar geleden werd de eerste paal geslagen van wéér een nieuwbouwwijk, bijna tegen de eerste “nieuwbouwwijk” aan.
Gezamenlijk zijn dat iets meer dan 10.000 inwoners.
Dat is, is deze tijd NIET genoeg om een zelfstandige gemeente te blijven.

Zelfstandig dorp blijven is iets, dat als je de plaatselijke politiek mag geloven, de meerderheid van de inwoners wil. Er werden allerlei varianten bedacht om samen te gaan met dichtbijgelegen plaatsen (de tuinen aan overkant van onze straat liggen al in een andere gemeente) Maar er blijft verzet komen. Angst dat er (te) veel gaat veranderen als er “een andere gemeente” de scepter gaat zwaaien ligt daaraan ten grondslag. Zelfstandig blijven, was ook dé “trekker” van de lokale politieke partijen bij de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2018.

Rond 1900 had Nederland zo’n 1100 gemeenten, door de herindelingen is dat aantal gedaald tot ongeveer 380 gemeentes. Op zich zegt de teruggang van dat getal al genoeg: Om bestuurlijk goed te kunnen functioneren heb je een sterk gemeentelijk apparaat nodig.

Ik ben benieuwd hoe dit uitpakt. In principe moeten  ideeën over herindelingspartners van gemeentes uit die gemeentes zelf komen, maar als “men” er te lang over doet kan Provinciaal bestuur ingrijpen. Zo ver is het al bij onze gemeente eigenlijk al.