Oud (december 2017) dierennieuws

wasbeerIn december vorig jaar is er, in het wild, in het Limburgse Merkelbeek een wasbeer met 4 jongen waargenomen. De Zoogdiervereniging heeft dat bekend gemaakt.

De raccoon, in het Nederlands wasbeer, zijn naam dankend aan het feit dat hij zijn voedsel wast en “kneedt” onder water, komt oorspronkelijk uit Noord Amerika. Hij heeft een zwart “gezichtsmasker” en een zwartgeringde staart met meestal 5 ringen. In de jaren ’30 werd de wasbeer ingevoerd in Duitsland en Rusland voor de pelsdierenfokkerij. Er zijn er wel eens een paar ontsnapt én in 1934 zijn twee wasberenpaartjes in Duitsland uitgezet om de “fauna te verrijken”. De wasbeer is een nachtdier en leeft solitair. Hij  is een alleseter, eet wurmen, slakken en fruit, maar is een echte opportunist; alles wat hij ziet wil hij wel proberen: afval, vogels, reptielen, mais en eikels. Een wasbeer wordt, in het wild,  2 tot 3 jaar oud.
Het ziet er naar uit dat we deze exoot dus ook in Nederland kunnen aantreffen.

Kraaiachtigen

De naam kraai is ontstaan uit het geluid “kra kra” dat de vogel maakt.

In het programma Winterwatch, afgelopen week te zien bij de BBC werd aandacht besteed aan kraaiachtigen. De grootte van de vogels, met gespreide vleugels, werd duidelijk getoond door in karton uitgeknipte, zwarte modellen. Zo werd het heel duidelijk dat een RAAF (Corvus corax) met zijn 1.20m  vleugelspanwijdte de grootste van de kraaiachtige is.

Kraaien werden vroeger gezien als boodschappers van “de andere wereld” en werden (worden?) vaak in verband gebracht met de dood.
Doodgravers werden ook kraaien genoemd.

Soms zie je een kraai of kauw die niet helemaal zwart is maar ook witte veren heeft. Dit is een pigmentkwestie (leucisme). Het komt bij meer vogels voor, maar valt bij zwarte vogels meer op dan bij meerkleurige dieren.

Raven zijn van oudsher “bewakers” van de Tower van Londen;  Sinds Karel II zijn er raven bij de Tower; het verhaal gaat dat zolang er raven bij de Tower zijn, het Britse Rijk niet zal instorten (daarom hebben de 6 raven die daar nu zijn, een eigen verzorger en zijn hun vleugels gekortwiekt zodat ze niet ver kunnen (weg)vliegen)

Ook in kinderseries komen kraaiachtigen voor, zoals Meneer de Raaf  in Fabeltjeskrant en Dolf de raaf bij Alfred Jodocus Kwak.

Bij de Nationale Vogeltelling, die op 27 en 28 januari jl. plaats vond, staat van de kraaiachtigen alleen de kauw in de top tien en wel op plaats 4.
Kauwtjeleven in groepen, vandaar dat we er nooit één maar altijd een heel stel zien. Ze kunnen behoorlijk  schreeuwen en met elkaar “overleggen” in welke boom ze gaan overnachten. De hele ploeg zit dan in een hoge boom, vliegt er één weg, dan vliegt de rest ook luid krijsend op. Als de schemering valt en ze met zijn allen in de “juiste” boom zijn neergestreken valt pas de stilte weer.