Een “therapeutische” schoenmaker

De dichtstbijzijnde schoenmaker is, om het eufemistisch te zeggen, geen vrolijke Frans; hij heeft een ietwat sombere kijk op de wereld en is, als ik eerlijk ben, ook niet echt klantvriendelijk; wel erg goed in zijn vak. Bovendien is hij de enige schoenmaker in de buurt.

Als ik mijn, nooit erg dure, schoenen ter reparatie aanbiedt, kijkt hij altijd bedenkelijk. “Dat gaat…. euro kosten” probeert mij af te schrikken of “nauwelijks de moeite van reparatie waard” Maar aangezien ik voeten heb die maar zelden schoenen verdragen, laat ik de “goeie” tot in het oneindige maken. Het weerhoudt de schoenmaker niet bedenkelijk te kijken en opmerkingen maken, ook al heb ik het hem eens uitgelegd.

Vandaag vroeg ik of hij ringetje in een ceintuur waar een gat “uitgelubberd” was wilde slaan. Hij keek bedenkelijk (voor zover niet nieuws onder de zon) “Het gat is te groot, zo’n groot ringetje heb ik niet”. Hij schoof de ceintuur over de toonbank weer naar me toe. Zo makkelijk gaf ik niet op. “De ceintuur heeft emotionele waarde”. De schoenmaker was in een pratende bui (nooit eerder meegemaakt, maar misschien had ik hem ook nooit eerder de kans gegeven) “O, gaan we op die toer, dan zul je wel een heel huis met van die.. spullen hebben?” Hij zei nog net geen TROEP!
Hij had ( een beetje) gelijk. Ik kan moeilijk afscheid nemen van spullen die ik van een bijzonder lief persoon heb gekregen, ook al zijn ze (bijna) stuk, oud, verouderd of anderszins. “Ik kan zo moeilijk iets weggooien, kan hij echt niet gemaakt?”
Hij pakte de ceintuur ”Zal IK hem anders weggooien?” Dat leek me een “slimme” oplossing, hoewel het een klein beetje pijn deed. Na mijn knikje liet hij de ceintuur in de prullenbak, die kennelijk onder de toonbank stond, ploffen.
“Ik heb thuis een kamer met alles er in zoals het was, ooit moet ik daar opruimen, alles bekijken voor ik het weg kan gooien. Als ik het doe, huur ik een container en flikker er alles in” vertrouwde hij me toe. Het één klonk mij tegenstrijdig met het ander: alles bekijken en alles erin “flikkeren”, maar het gaf me een kijkje in de psyche van de schoenmaker: grote mond; klein hartje. Hij was nog niet aan het opruimen van die kamer toe. Wat bij mij meteen de, niet gestelde,  vraag opwierp: van wie was die gesloten kamer, was die persoon dood, uit huis, of…..
Er kwam een nieuwe klant de winkel binnen. “Dank voor het doorhakken van mijn emotionele knoop” zie ik en verliet de winkel.
Ik zag nog net hoe hij zijn ene wenkbrauw optrok vóór hij tegen de nieuw binnengekomen klant zei: ”En?”

Lokaal betrokken

De supermarkt waar ik de meeste boodschappen doe is “lokaal betrokken”.
Er was een tijd dat er allerlei dozen stonden met een gleuf. Allemaal beplakt met de naam van een sport- zang-toneel- of ander soort (lokale) vereniging.
Als klant kon je dan een keuze maken welke club je wilde steunen en in dié doos je kassabonnetje doen. Na een bepaalde periode werden de bedragen van de kassabonnetjes opgeteld en kregen de verenigingen een bepaald percentage van de opgetelde kassabonnetjes.

Aan het eind van elk jaar kun je zegels ( elke € 10,- één zegel) sparen voor een boodschappenpakket t.w. € 50,- . Als je niet mee wilt doen aan deze actie óf al genoeg zegels geplakt hebt voor je pakket, kun je de zegels in een doos met gleuf doen.
De zegels worden dan geteld en de boodschappenpakketten die daaruit komen gaan  bv naar de Voedselbank. Er hangt een overzichtje bij de doos.
De actie loopt nog tot 27 januari, maar nu zijn er al 140 boodschappenpakketten bij elkaar gespaard voor het goede doel!

Wat me ook erg aanspreekt is de perspexbak naast de flessenteruggeefautomaat.
Oók een bak met een gleuf. Je kunt er je statiegeldbonnetje indoen, dat geld gaat dan, in plaats van je eigen portemonnee naar een goed doel, waarvan folders in een standaardje erbij staan. Goed bezig: PLUS