Polderlandschap in de winter

Een koude zondagmorgen in een polder in de provincie Utrecht.
Overal weiland met dijkjes, bruggetjes en stukken, door de regen ondergelopen, grasland. Een hekje door en meteen wegzakkend in zompig gras.
Doorzetten; de laarzen zijn aan en de broekspijpen zijn na 3 stappen toch al modderig.

Het silhouet van een witte reiger in de verte, zijn slanke hals omhoog geheven, het geluid van een troep overtrekkende ganzen en in een poeltje twee statig zwemmende zwanen. Ze lijken te luisteren naar eventueel ritselende plastic zakjes, waar brood uit kan komen. Helaas. Mensenvoer maakt ze afhankelijk en kwetsbaar, dus geen brood van ons. Zwemmen ze nu teleurgesteld weg of was de verwachting toch al niet hooggespannen?

Op een ander poeltje ligt een vliesdun laagje ijs, dunne lijntjes lopen er overheen. Bijna al het riet is eerder al gemaaid en weggehaald, maar er zijn al weer nieuwe scheutjes tussen de overgebleven korte stengels in het water te zien. Winter en de opkomende lente ineen.

Een bruggetje over een slootje is bedekt met gaas; er is aan de wandelaars gedacht, geen geglibber hier. In de verte staat, bij een doodlopend weggetje een auto, erin zitten twee mensen met telelenzen. We houden onze pas in en kijken waar zij naar kijken: op een hekje vlakbij, zit een torenvalk. We houden onze pas in, de fototoestellen klikken door het open autoraampje. Vóór ze het raampje dichtdraaien en wegrijden, steken ze hun duim naar ons op.

We komen op een keien paadje, het lopen op de zompige ondergrond is verleden tijd, we schieten  veel sneller op. Dát is de bedoeling niet! Ergens bij een hek zien we een “stepstool”, een met traanplaat bedekt opstapje; er mag dus over het hek geklommen worden. We maken een ons rondje groter door deze “bocht” erbij te nemen.
Ook over deze stepstool is goed nagedacht, geen houten planken die door de regen spekglad kunnen worden, maar een hoge, meerdere treden antislip overstap.
We komen 2 fietsers tegen, beiden hebben een fototoestel met telelens erop om hun nek hangen. Het valt op, tegenwoordig heeft iedereen ( in musea, op straat en in de natuur) mobieltjes om foto’s mee te maken. Op deze zondagochtend komen we “echte” natuurfotografen tegen.

We zien een troep (toom) ganzen grazend in een ver weiland; we horen de geluiden van “klokkende” meerkoeten in de plas en voor ons zien we overal sliertjes ganzenpoep op het pad liggen.

De zon schijnt, we zien de spiegeling van de wolken in de vennetjes en in de verte, op de dijk rijdt af en toe een auto. Een winterse zondagochtend wandelend in een open landschap; het verruimt de blik.