Over de dood.

Na met het boekje “Opruimen voor je doodgaat” bezig te zijn geweest, ben ik ook een beetje met  dood bezig (niet mijn dood specifiek, meer dood in het algemeen) Opeens vallen allerlei  “doodse” dingen me op: zoals reclames van uitvaartverzorging en uitvaartverzekeringen. Laatst  kreeg ik een foldertje in de bus van een dame die bijzondere urnen uit Afrika importeert;  in een advertentie viel mijn oog op een “rouwkalender” en een rouwrugzakje voor kinderen  dat ”net zo zacht aanvoelt als een knuffel”.
De dood blijkt big business.

Zelf wil ik, als de tijd daar is, gecremeerd worden; tijdens mijn leven heb ik plaats ingenomen in dit overbevolkte landje, dat wil ik niet ook nog doen als ik dood ben. Mijn as mag verstrooid worden, ik hoef geen urn (tenzij een nabestaande mijn as wil bewaren, het mag, maar ’t is zinloos; mijn as ben ik niet)

Doordat er veel buitenlanders in Nederland wonen en  er ook sterven zijn ook “andere”  begrafenisrituelen in onze samenleving binnengekomen. Geen koffie met plakje cake, maar hele maaltijden, geen crematie maar begraven mét een heuveltje op het graf dat “zo hoog moet zijn als de bulten van een kameel”(moslims); geen bloemen, maar een gift aan een goed doel (Joods).

Niet alleen mensen worden begraven of gecremeerd, ook dieren; er zijn ook dierenbegraafplaatsen en dierencrematoria  in Nederland. De grootste dierenbegraafplaats, is in Frankrijk, La Cimetière des Chiens in Parijs. Indrukwekkend! Voor de crematie van onze hond heeft onze dierenarts zorggedragen, onze vissen werden (en worden, wanneer ze “gewoon” doodgaan en niet opgegeten worden door reiger of buurkat) in de tuin begraven . Vroeger door de kinderen met getimmerde houten kruisen (die na verloop van tijd werden weggehaald om te voorkomen dat onze tuin, naast de zandbak en het grasveldje meer op een begraaftuin leek)