Toevalligheden

Toen ik klein was woonde ik een dorp. Een paar straten verder woonde (na later bleek) een jongetje, dat later mijn echtgenoot zou worden. In onze jeugd hebben onze paden elkaar nooit gekruist.
Toen ik bij de Telefonisch Hulpdienst werd ingewerkt kreeg ik een mentrix toegewezen met een aparte achternaam. Toen ik dat aan mijn man vertelde, zei hij dat hij vroeger een vriendje had met die achternaam, die had een zusje die ook die voornaam had. Mijn mentrix bleek zijn buurmeisje te zijn, waar hij mee in de zandbak had gezeten. Ik nam haar mee naar huis, en die twee raakten niet uitgepraat over vroeger.
Haar broer en zus waren bij een ongeluk om het leven gekomen en ze vond het heerlijk met iemand te praten die beiden gekend had.

Bovenstaande gebeurde allemaal in hetzelfde dorp, waar toen zo’n 100.000 zielen woonden, dus misschien niet zó bijzonder. Ik heb ook minstens één gebeurtenis meegemaakt die over de landsgrenzen heen reikte:
Mijn broer was met een Engelse getrouwd en woonde in Engeland. Toen hij al zwaar ziek was, verongelukte zijn dochter bij een auto ongeluk. Het was een “vreemd” ongeluk. Mijn schoonzus had haar handen vol aan mijn zieke broer en wist weinig details (dit was vóór het tijdperk dat mobiele telefoons of personal computers gemeengoed werden) Wij, familie hier, bleven met veel vragen zitten. Ook bij het bezoek dáár, de crematie, kwamen wij weinig te weten. Mijn nichtje was jong en volop in het leven staand en we waren behoorlijk ondersteboven van het plotseling einde van zo’n jong leven. Ongeveer een maand later had mijn man een feestje van zijn Honk-en Softballvereniging. Ons hoofd stond niet echt naar feesten, maar we besloten toch even ons gezicht te laten zien. Ik raakte aan de praat met een Amerikaanse softbalster, die Engels sprak. Toen ik haar ernaar vroeg vertelde ze dat ze wel al heel lang in Amerika verbleef maar een geboren Engelse was; haar familie woonde daar nog steeds. Wat bleek, ze woonde in het zelfde dorp als waar het ongeluk gebeurd was. Ik vertelde haar erover en ook dat we met nog zoveel vragen bleven zitten. Haar broer, zo vertelde ze was daar politieman, ze kon hem wel bellen en naar details vragen? Twee dagen later werden we gebeld en werden de vragen, voor zover deze politieman dat mocht, beantwoord.

Dan een provincieoverschrijdend verhaal: Onze oudste zoon ging in Delft studeren en op kamers. Bij hem werd, toen hij in Den Haag woonde ingebroken. In de hal werd zijn rugzak gestolen, met daarin rekenmachine, schoolboeken en agenda gestolen. Een tijdje later werd hij door een vroegere vriend uit zijn geboortedorp gebeld; ze hadden lang geen contact gehad. De vriend vroeg of hij zijn agenda kwijt was. Dat was hij dus. Het bleek dat een man van de stadsreiniging in Den Haag de agenda gevonden had, erin gekeken en de daar de naam van een (kennelijk) gemeenschappelijke vriend had zien staan. Hij had die opgebeld en gevraagd of hij mijn zoon kende. Dat deed hij en zo kwam de agenda via zijn geboortedorp ( 85 kilometer) weer in Den Haag en had mijn zoon weer contact met zijn vroegere vriend.

Ik geloof niet zo in toevalligheden. Soms ontmoet je mensen met een doel. Soms openbaart zich het waarom en soms niet.